Allerzielen A 2014

Vooraf 1

Het verhaal dat niet af was
leven wij verder,
met dezelfde warmte,
met de jou vertrouwde woorden.
Ik laat je niet achter.
Ik zal je niet vergeten.
naar Stene

Vooraf 2

mensen
als nooit tevoren

mensen
om niet te vergeten

noem aarzelend
van ontroering
hun naam
hun onherroepelijke naam

Stil word ik in mijzelf.
Jou wil ik voelen in mij.
Ik hoor nauwelijks het geschuifel
van de voeten.
Mensen zijn gekomen
van alle kanten.
Verbonden met jou waren ze.

Stiller word ik in mijzelf.
Verdoofd ben ik nog.
Niet te zeggen hoe ik mij voel,
alles zo vreemd.
Ben ik dit zelf wel?
Zal het morgen niet gewoon
een andere dag zijn?
Alsof er niets gebeurde?

Zo anders stil wordt het in mij
Jou herinner ik mij.
Jouw gezicht voor mij.
Je zou nog zo een woord kunnen spreken.

Zo anders stil word ik nu.
Jouw naam klinkt.
Een kaars wordt ontstoken.
Jij licht in mij.
Jij licht voor mij.
Jou wil ik mij te binnen brengen.

Zo stil wordt het nu…
Marinus van den Berg

Begroeting 1

Welkom beste mensen in deze Allerzielenviering.
Dit is een dag die ons zachter stemt en zwijgzamer.
Mensen uit ons midden zijn van ons heengegaan.
Dit jaar of reeds eerder.
Mensen – ons geliefd – ons vertrouwd.
Iemand die met ons heeft geleefd, gelachen en geweend.
Hun beeld staat gebeiteld in ons geheugen.
Hun naam staat geschreven in ons hart,
maar ook bij God.

Laten we daarom onze ogen richten op God,
die zoveel groter is dan wij kunnen vermoeden.
Laten we in dit uur samen bidden tot Hem
die de naam van elke mens heeft geschreven in de palm van zijn hand.
Hij wil hier bij ons zijn
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Oelegem

Begroeting 2

Naar hier komen om stil te staan bij het gemis van onze dierbaren,
zal voor velen onder jullie niet gemakkelijk zijn.
Oude tranen komen misschien weer naar boven.
Juist daarom zegt God vandaag tot ons:
‘Ook op een moment als dit zeg Ik jullie:
kom bij Mij gij die belast en beladen zijt,
Ik zal jullie troost schenken
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
vrij naar Katrien Cornette

Openingswoord 1

In ons leeft nog de pijn
omdat mensen die ons zo lief waren, ons verlaten hebben.
Vandaag – Allerzielen – meer nog dan op andere dagen,
herleven onze overledenen in onze herinnering
en voelen wij ons met hen verbonden.

Maar we zijn hier niet om ons verdriet te koesteren,
wel om ons geloof in het leven uit te spreken en te versterken.
Want achter alle leven staat onze God,
als een Vader die de mens nooit loslaat.
Vooral niet in de dood.

Om ons daarvan te overtuigen,
heeft Hij zijn Zoon, gestorven aan het kruis,
gered uit de dood – voor altijd – voorgoed.
In naam van die nieuw-levende Zoon,
zijn wij naar hier gekomen
om bij de God van alle leven, onze overledenen te ontmoeten.

Openingswoord  2

Allerzielen is terugdenken aan mensen die bij ons waren,
maar niet meer onder ons zijn.
Allerzielen is terugdenken aan dierbaren
die in ons hart en in onze liefde blijven voortleven
over de muur van het sterven heen.
Allerzielen is even de pijn weer voelen van het afscheid,
maar blijven geloven in het eeuwig leven.
Allerzielen is weer beseffen
dat wij op aarde slechts op weg zijn naar het beloofde land,
waar reeds velen zijn aangekomen.

Openingswoord 3

Soms horen we mensen zeggen of hardop denken:
als God zou bestaan, dan zou al dat verdriet er niet mogen zijn.
Het kan niet dat er een God bestaat.
Terechte vragen en twijfels van diepgekwetste mensen…
Maar dan volgt deze vraag:
is een leven zonder verdriet mogelijk of denkbaar?
Is verdriet niet de andere kant van de medaille die liefde heet?
Wie geen verdriet kent, heeft ook de liefde niet gevoeld.
Liefde en verdriet, ze horen onlosmakelijk bij elkaar.
De profeet Jesaja zegt vandaag in zijn visioen niet
dat God alle verdriet zal wegnemen,
maar dat Hij de tranen zal wissen,
de tranen die onvermijdelijk zijn.
In het evangelie is de weggerolde steen
het symbool van het geloof dat Jezus is opgestaan uit de dood.
In het evangelie belooft Jezus aan de zussen van Lazarus:
`Wie in Mij gelooft mag dan wel sterven, toch zal hij leven.’
De mensen die wij vandaag gedenken,
hun beeld staat gebeiteld in ons geheugen,
hun naam blijven wij koesteren in ons hart.
Wij komen hier samen omdat wij vertrouwen dat God
wie verdriet heeft, zal troosten.
In dat geloof kan een nieuwe dag aanbreken.
vrij naar Hilde Schmitz

Vergevingsmoment 1

Een van de mooie dingen die mensen kunnen doen
is zich opnieuw met elkaar verzoenen,
elkaar een zoen van vergeving schenken.

-Heer, Gij hebt mij handen gegeven.
Voor elke keer dat ik mijn handen achter mijn rug hield
in plaats van ze te gebruiken om een handje toe te steken,
vraag ik om vergeving.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus, Gij hebt mij ogen gegeven.
Voor elke keer dat ik zag dat iemand bedroefd was
maar mijn aandacht fixeerde op mijn eigen problemen,
vraag ik om vergeving.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-God, Gij hebt mij een hart gegeven.
Voor elke keer dat ik tekortschoot in hartelijkheid en geduld,
vraag ik om vergeving.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Vergevingsmoment 2

Samenkomen rond leven en dood,
samenkomen om dierbaren te gedenken,
samenkomen rond dood en verrijzenis van Jezus,
doet ons het hoofd buigen en vragen om vergeving.

-Omdat we zo weinig beseffen dat de dood bij het leven hoort
en wij soms opstandig kunnen zijn bij lijden en verdriet,
vragen wij vergeving.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Voor wat we tekortkwamen aan liefde
tegenover diegenen die ons ontvallen zijn,
vragen wij vergeving.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Voor het tekort aan geloof
dat er ook na de dood leven is bij God,
vragen wij om vergeving.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Openingsgebed 1

God,
diep in ons hart
staat de hoop geplant op eeuwig leven.
Gijzelf zijt de bron van die hoop.
Gij hebt die bevestigd
in de verrijzenis van uw Zoon Jezus.
Snel ons ter hulp
wanneer de dood het licht verduistert.
Leg woorden van troost in onze mond
als mensen dreigen ten onder te gaan
bij het afsterven van een geliefde.
Wees ons nabij,
elke dag,
tot het uur is aangebroken
waarop ook wij U zullen zien
van aangezicht tot aangezicht.
“Dan is er geen rouw meer,
geen geween, geen smart
want al het oude is voorbij” [Apok. 20,4]
Amen.

Openingsgebed 2

God,
onze vragen kunnen U niet vreemd zijn,
want Gij weet dat onze overledenen ons lief en dierbaar waren
en dat ook zullen blijven.
Eens vernemen wij uw antwoord op al onze mensenvragen.
Zegen onze lieve doden.
Houd hen in leven dicht bij U.
Zegen ook onze herinnering aan hen.
Dat vragen wij U
in naam van Jezus, uw Zoon. Amen.

Lezingen

Laten wij samen luisteren naar de Woorden uit de Schrift,
Woorden die ons troost en toekomst bieden.

Eerste lezing (Jes. 25, 6a. 7-9)

Uit de Profeet Jesaya

6 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… De Heer van de machten
richt op deze berg voor alle volken
een feestmaal aan met uitgelezen gerechten.
7 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Op deze berg verscheurt Hij de bedekking die over alle volken ligt,
de sluier die alle naties bedekt.
8 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… De Heer God vernietigt de dood,
en veegt de tranen van alle gezichten,
op heel de aarde wist Hij de smaad van zijn volk uit:
de Heer heeft het gezegd!
9 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Op die dag zal men zeggen: `Dat is onze God.’
Wij hoopten op Hem en Hij heeft ons gered.
Dat is de Heer, op wie wij hoopten;
laat ons blij zijn en juichen om de redding die Hij heeft gebracht.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Rom., 8, 31b -35, 37-39)

Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Rome

31b Als God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn?
32 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard;
voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd.
En zou Hij ons na zo’n gave ook niet al het andere schenken?
33 …………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen?
God die rechtvaardigt?
34 …………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. Wie zal hen veroordelen?
Christus Jezus misschien, die gestorven is,
meer nog, die is opgewekt
en die, gezeten aan de rechterhand van God, onze zaak bepleit?
35 …………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?
Verdrukking wellicht of nood, of vervolging,
of honger, of naaktheid, of levensgevaar, of het zwaard?
37 …………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk,
dankzij Hem die ons heeft liefgehad.
38 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven,
noch engelen noch machten, noch wat is noch wat komt, geen macht
39 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. in den hoge of in de diepte, noch enig ander schepsel, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die in Christus Jezus onze Heer is.
KBS Willibrord 1995

Alternatieve eerste lezing

Voor een nieuwe dag geboren

Eigenlijk als we goed nadenken,
zijn wij, mensen, allemaal al twee keer geboren
en al één keer gestorven,
maar dat weten we niet meer.
Onze eerste geboorte dat was
toen wij ontvangen werden in de schoot van onze moeder.
Binnen in die veilige geborgenheid beleefden wij onze eerste kindertijd,
onze eerste jeugd, onze eerste ouderdom.
Toen begonnen we uit onze moeder weg te willen
omdat we voelden dat onze tijd gekomen was.
En zo beleefden we op een goede dag onze eerste dood bij onze geboorte.
Maar niemand denkt na de geboorte nog aan die pijn,
zelfs de moeder niet.
Iedereen is blij om het nieuwe leven dat nu zichtbaar is.
En zo begon voor ons ons tweede leven.
En weer komt er een kindertijd,
en weer een jeugd en weer een ouderdom.
Niet altijd de ouderdom van de jaren,
maar het voelen dat de tijd gekomen is
om nog blijer en nog wijder en nog gelukkiger te gaan leven.
Dat is de roeping naar het derde leven,
dat zijn de voortekenen van de derde geboorte
die ons allemaal te wachten staat.
Maar van deze derde geboorte voelen wij alleen maar de pijn en angst
binnen in de grotere moeder van deze zichtbare wereld.
En dat maakt deze derde geboorte zo zwaar
als wij alleen maar deze binnenkant blijven zien.
Maar hoe blij en vredig kan het ons niet maken
wanneer wij geloven dat wij door al die pijn en angst heen
herboren zullen worden naar de hemel.
Weet je wat de hemel is?
De hemel dat is alle plaatsen
waar wij ooit gelukkig geweest zijn,
dat zijn alle dingen die wij graag gedaan hebben,
dat zijn alle woorden die wij graag gehoord of zelf gesproken hebben,
dat zijn vooral alle mensen die wij graag gezien hebben.
Ons lichaam zal weer stralend en gaaf en levend en jubelend zijn:
geen pijn meer, geen beklemming, geen onrust.
Alleen maar blijdschap en vrede.
En wachten op de achtergeblevenen
tot ook zij tot de vreugde en het blije samenzijn herboren worden.
Het enige ongeluk van de gelukzaligen is dat zij ons, achtergeblevenen,
niet kunnen laten weten hoe gelukkig zij zijn.
Luc Versteylen

Evangelie (Joh. 11,17-27)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

17 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Bij de aankomst van Jezus
…………………………………………………………………………………………………………………………………………………… bleek Lazarus al vier dagen in het graf te liggen.
18 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Nu lag Betanië dichtbij Jeruzalem,
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. op een afstand van ongeveer vijftien stadiën.
19 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………. Heel wat Joden waren dan ook naar Marta en Maria toe gekomen
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… om hun medeleven te betuigen met het verlies van hun broer.
20 …………………………………………………………………………………………………………………………………………………. Marta, die gehoord had dat Jezus op komst was,
…………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. was Hem tegemoet gegaan; Maria was thuisgebleven.
21 ………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. Marta zei tegen Jezus:
…………………………………………………………………………………………………………………………………………………. `Heer, als U hier geweest was, zou mijn broer nooit gestorven zijn.
22 …………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Maar ik weet zeker dat U ook nu nog alles aan God kunt vragen
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. en dat Hij het U zal geven.’
23 ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. `Je broer zal opstaan’, verzekerde Jezus haar.
24 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………. `Dat weet ik,’ zei Marta,
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… `hij zal opstaan bij de opstanding op de laatste dag.’
25 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… `Ik ben de opstanding en het leven’, zei Jezus.
…………………………………………………………………………………………………………………………………………………… `Wie in Mij gelooft mag dan wel sterven, toch zal hij leven;
26 ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. en iedereen die leeft en in Mij gelooft,
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. zal in eeuwigheid niet sterven. Geloof je dat?’
27 ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. `Ja Heer,’ antwoordde Marta,
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. `ik geloof vast dat U de Messias bent,
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. de Zoon van God, degene
……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… die in de wereld komen zou.’
KBS Willibrord 1995

Of

Evangelie (Lc. 23,44-49; 24, 1-6a)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

44 ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. Al rond het zesde uur werd het donker in heel het land, tot het negende uur.
45 ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. Er was een zonsverduistering.
Het voorhangsel in de tempel scheurde middendoor.
46 …………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Toen riep Jezus luidkeels:
`Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.’
Na deze woorden stierf Hij.
47 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… De centurio, die zag wat er gebeurde, verheerlijkte God en zei:
`Waarachtig, die man was een rechtvaardige.’
48 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………. Alle mensen die voor dit schouwspel waren samengestroomd,
gingen naar huis;
ze sloegen zich van rouw op de borst
om wat ze hadden gezien.
49 ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. Al zijn vrienden bleven uit de verte staan toekijken,
ook de vrouwen die Hem vanuit Galilea
waren gevolgd en dit gadesloegen.
1 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Op sabbat namen ze de voorgeschreven rustin acht, maar op de eerste dag van de week gingen ze ’s morgens heel vroeg naar het graf, met de kruiden die ze hadden klaargemaakt.
2 ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. Ze vonden de steen weggerold van het graf
3 ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. en gingen naar binnen,
maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet.
4 ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. Ze wisten niet wat ze ervan moesten denken.
Opeens stonden er twee mannen voor hen in stralend witte kleren.
5 …………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Daar schrokken ze van en ze sloegen hun ogen neer,
maar zij zeiden:
`Waarom zoekt u de levende bij de doden?
6 ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Hij is niet hier, Hij is tot leven gewekt.
KBS Willibrord 1995

Alternatieve evangelielezing (hertaling van de Bergrede)

De mensen kwamen naar Jezus luisteren.
Daarom ging Hij de berg op en sprak hen over de kern van zijn leven,
van alle leven.

Gelukkig zijn de mensen
die sober leven en geen slaaf zijn van onechte noden,
die belangeloos kunnen meedelen van
hun geld, hun tijd, hun aandacht en interesse.
Op hen zal een beroep gedaan worden
en zij zullen echt geliefd zijn.

Gelukkig zijn de mensen
die durven wenen met de bedroefden
en zo echt kunnen troosten.
Zij zullen menselijke diepte en mysterie ervaren.

Mensen die zich met ellebogen een weg banen tussen mensen
en keihard zijn in alles,
zullen alleen schijngeluk verwerven.

Zij echter, die geloven in de zachte weg
van de totale weerloosheid en de hartelijke goedheid,
zij zullen slagen bij het opbouwen van een betere wereld.

Gelukkig als we onze medemensen niet afmeten en beoordelen
vanuit allerlei voorschriften en wetten,
maar proberen, zo mild en ruimdenkend mogelijk,
ieder tot zijn recht te laten komen.

Gelukkig als we elkaar kunnen vergeven,
het verleden vergeten en opnieuw de toekomst openen,
elkaar nieuwe kansen geven,
elkaar aanvaarden zoals we zijn.

Gelukkig als we niet met bijbedoelingen
of louter voor de schijn handelen,
maar als we eenvoudig zijn,
openhartig en doorzichtig in denken en doen.

Gelukkig de mensen die in vrede leven met zichzelf
en die te allen tijde, over hun eigen belangen heen,
éénheid tussen mensen nastreven en bevorderen.

Gelukkig dat er mensen zijn
die voor deze schijnbaar naïeve levenswijze durven opkomen.
Dikwijls worden zij bespot, bekritiseerd, soms gedood.

Wie zo leeft sprak Jezus,
zal niet de dupe worden van een mooie, maar ijdele droom.
Hij zal werkelijk bouwen aan Gods Rijk van liefde en geluk.
Alles wat ge wilt dat de mensen voor u doen, doe het ook voor hen.
Zulk een mens is een kind van God zelf.
Zulk een leven gaat nimmer of nooit verloren.

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God die alles draagt,
die allen en alles met liefde en zorg omringt,
die ieder mens gelukkig wil zien.

Ik geloof in Jezus,
een kind van mensen en Zoon van God als geen ander,
die uw Woord tot leven bracht,
Licht dat niet zal doven.
Ik geloof in de H. Geest die Jezus bezielde,
maar ook ons leidt naar een nieuwe toekomst.

Ik geloof in mensen die proberen de weg van Jezus te gaan,
die brood willen delen en zorg hebben voor elkaar,
die elkaar het leven gunnen
en samen Kerk willen zijn.

Ik geloof in het goede.
Daarin laat God zich zien en ervaren.
Ik geloof in de liefde,
de warmte van God voor ons, mensen.

Ik geloof in de hoop,
de kracht van God,
die mensen overeind houdt,
die mensen ingeeft dat het leven wint.

Ik geloof in het eeuwig leven,
in leven dat de moeite waard is
en dat niet ophoudt bij de dood,
want begin en einde rusten in Gods hand. Amen.

Herdenkingsmoment en voorbeden 1

Bidden wij in vertrouwen tot God, onze Vader.
Ondertussen worden kaarsjes aangestoken voor de overledenen.

-God, neem onze overledenen op in uw geborgenheid,
als een blad dat valt in de palm van uw hand
en dat bepareld ligt met de dauw van een nieuwe dageraad.
Namen noemen van de overledenen
Laten wij voor hen bidden…

-God, zegen de familieleden van onze overledenen.
Dat zij elkaar zouden helpen opstaan uit hun verdriet,
dat ze in samenhorigheid de pijn van het afscheid kunnen verwerken,
dat zij de mooie momenten blijven koesteren
en de diepe en innige band met hun overledene zouden bewaren.
Laten wij bidden…

-God, wij bidden ook voor onszelf.
Dat wij ons leven in uw hand durven leggen,
dat wij elkaar zouden bijstaan
en zo werken aan de komst van uw Rijk van liefde en vrede.
Laten wij bidden…
Oppuurs

Voorbeden 2

Naast het licht van de paaskaars, symbool voor de verrezen Christus,
willen we een lichtje ontsteken voor elk van onze mensen
van wie we dit jaar afscheid hebben genomen.
Moge zij leven in het licht van de Heer
en geborgen blijven in de warmte van ons hart.
Wij branden ook een kaarsje voor vergeten mensen,
voor hen die doodgezwegen worden
of zij die sneuvelden in één of andere afschuwelijke grote of kleine oorlog.
Laten we zo een stukje liefde weven.
Aansteken van de kaarsjes

Laten wij bidden voor hen van wie we dit jaar afscheid moesten nemen.

-Moge deze vlammetjes
een symbool zijn van ons geloof
dat we over de dood heen in liefde met elkaar verbonden blijven.
Laten wij bidden…

-Moge deze vlammetjes
een teken zijn van de warme liefde
die wij van onze doden mochten ontvangen
en voor de warme herinnering aan hen die wij blijven koesteren.
Laten wij bidden…

-Moge deze vlammetjes ook uitdrukking zijn van onze hoop
dat wij in momenten van duisternis en moeilijkheden
anderen mogen vinden om ons bij te lichten
en ons terug op weg te helpen.
Laten wij bidden…

Als wij, mensen, elkaar de hand geven
en niet langer leven als ieder voor zich,
als we gaan naar wie door verdriet of angst eenzaam zijn,
als wij ons niet doof houden voor elkaar, maar luisteren naar wat er leeft,
dan ontstaat er nieuw leven.
Op zoveel plaatsen verlangen mensen naar een woord van begrip,
naar elkaars aanwezigheid, ook zonder woorden,
naar een arm op hun schouder,
want mensen zoeken leven dat leefbaar is.
Als wij zo leven met en voor elkaar
dan kunnen wij iets zien van God
en van zijn eeuwige liefde.
naar Mia Verbanck

Gebed over de gaven 1

Liefdevolle God,
wij bieden U deze gaven aan van brood en wijn,
symbool van uw aanwezigheid en uw liefde voor alle mensen.
Neem ze aan en heilig ze.
Wij bidden U, neem onze overledenen op in uw Rijk,
waar het leven goed en vredig is
en waar wij eens met hen verenigd hopen te worden,
door Jezus Christus, onze Heer en Broeder. Amen.
naar Stene

Gebed over de gaven 2

Heer, laat dit brood en deze wijn
tekenen van uw liefde zijn.
Doe ons ervaren dat er geen andere stroom is naar geluk
dan de weg die Jezus ons is voorgegaan. Amen.
naar Zandvoorde

Tafelgebed

De Heer zal bij u zijn.
De heer zal u bewaren.
Verheft uw hart.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.

Heer, onze God,
woorden van dank lijken moeilijk te rijmen met:
een gezin heeft een kind verloren,
een man een vrouw,
een vrouw een man.
Kinderen verloren een ouder,
vrienden moesten afscheid nemen…
Een stuk toekomst viel weg,
vreugde werd verdriet,
samenzijn werd scheiding.
Maar juist nu beseffen wij meer dan ooit
hoe waardevol het was dat uw Zoon Jezus
één van de onzen werd.
De woorden van troost die wij elkaar toefluisteren,
de verwijzing naar eeuwig geluk,
de verwachting van een weerzien dat geen verdriet meer kent,
geen scheiding en geen sterven,
het kwam allemaal uit zijn mond
als een licht in het duister,
een uitzicht waar geen uitzicht leek.
Wij danken U om Hem
en daarom stemmen wij in
met het loflied van uw schepping en zeggen U toe:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.

Wij hebben U nooit gezien, God,
maar wij mogen U wel ontmoeten
waar mensen van elkaar houden,
genade zijn voor elkaar
en uw schepping eerbiedigen.

Wij hebben U nooit gezien, God,
maar Gij geeft Uzelf aan ons,
in een medemens, in een geliefde,
in een reisgezel, in een zieke,
in Jezus, de dienaar van de wereld.

De avond voor zijn lijden en dood
zat Hij met zijn vrienden aan tafel.
Toen nam Hij brood als teken van zijn leven
brak het, deelde het rond en zei:
“Neem en eet hiervan gij allen
want dit is mijn lichaam, mijn leven,
voor u gegeven, voor u gebroken.”

Toen nam Hij de beker met wijn,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hier allen uit,
want dit is de beker van het nieuwe en eeuwige verbond.
Dit is mijn bloed dat voor u vergoten wordt
opdat het kwaad uit de wereld zou verdwijnen,
opdat er vreugde en toekomst zou zijn voor alle mensen.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Verkondigen wij de kern van ons geloof:

Heer, Jezus, wij verkondigen uw dood,
en belijden tot Gij wederkeert
dat Gij verrezen zijt.

Om dit te herdenken
blijven wij het brood breken voor elkaar,
zoals zovelen reeds voor ons deden.
Wij bidden voor de mensen
die een bijzondere plaats innemen in ons hart,
ook voor hen die van ons zijn heengegaan.
Laat uw mensen nooit verloren gaan,
bewaar hen in uw liefde,
schrijf hun namen in de palm van uw hand.

Zend uw Geest uit over uw Kerk.
Geef ons hoop, God.
Geef ons vrede omwille van Jezus Christus.
Met Hem en in Hem
zijn wij uw mensen,
zijt Gij onze Vader,
nu en tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Tot die God van liefde
die in eeuwigheid voor ons “Vader” wil zijn,
mogen wij bidden:
Onze Vader…

Laat uw aangezicht over ons lichten, God,
en keer U tot ons
opdat wij mogen worden wat wij in uw ogen zijn.
Breng in ons tot leven wat nog verborgen is
en groeit met moeite en pijn.
Wek Jezus op in ons hart,
wek in ons zijn liefde en wijsheid,
zijn vergevingsgezindheid en geduld;
laat ons tot ons recht komen
zodat wij weer hoopvol kunnen wachten op Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het Koninkrijk
en de kracht en de heerlijkheid
in eeuwigheid. Amen.

Vredeswens 1

Heer Jezus,
Gij hebt ons uw vriendschap en liefde gegeven
en ons uw Vader leren kennen
die wil dat de mensen zorg dragen voor elkaar
en elkaar kansen geven om open te bloeien.
Wij bidden U:
geef ons uw vrede, uw kracht
die wij nodig hebben
om in deze wereld aan uw Rijk te bouwen.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij elkaar een hartelijk teken van vrede.

Vredeswens 2

Heer Jezus,
geef ons uw vrede
die ons aan elkaar bindt
en ons voor elkaar doet kiezen,
tot het uiterste.
Die vrede waar wij allen van dromen begint hier in ons midden,
wanneer wij tegen elkaar durven zeggen:
“Fijn dat je bent zoals je bent”.
Zo leven kunnen wij enkel
wanneer wij kijken naar uw voorbeeld, Jezus,
wanneer wij geloven in uw Liefde
die leidt naar echte vrede.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij die Godsvrede van harte aan elkaar door.

Lam Gods

Communie

Breken doet pijn en delen kost moeite.
Breken en delen is vermenigvuldigen,
maar is ook uit handen geven wat ons zo dierbaar is.
Jezus ging ons voor in het mysterie van leven en dood.
Hij die is
het Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Praten over iemand

Praten over iemand
die is heengegaan,
vragen:
‘Hoe was hij?’ of:
‘Wie was deze vrouw of man voor jou?’
raakt diepe lagen aan in hen
die na een afscheid
zonder hun geliefde
moeten verdergaan.
Tastend in herinnering
groeit het wonder
van verwondering
om wat hij was
om wat zij deed.
Wat zo gewoon was,
krijgt een nieuwe klank
en terwijl wij zoeken naar de woorden,
klinken zachtjes
de akkoorden
van een leven met elkaar
dat nu voorbij is, maar
dat in het licht van de herinnering
ook stil maakt
van verwondering en dank.
uit viering OC Clara Fey

Bezinning 2

Ik mis je vaak,
niet je woorden,
niet je glimlach,
niet je adem,
niet je lichaam.

Ik mis je vaak,
niet je kommer of verdriet,
niet je tasten of zoeken,
niet je blij of eenzaam zijn.
Ik mis je vaak,
en als je vraagt:
“Wat mis je dan?”
dan moet ik het antwoord schuldig blijven.
Niet omdat ik het niet weet,
niet omdat ik het niet kan zeggen.
Als ik kon zeggen hoeveel ik van je hield
dan hield ik niet veel van jou.
Laat de stilte het antwoord zijn,
laat wind of bloemen het antwoord zijn,
laat de liefde het antwoord zijn.
En laat God, die liefde is,
zeggen of het antwoord echt is…

Bezinning 3

In de herfstachtige stilte van november
gaan onze gedachten uit naar onze doden.
We verbreken de stilte en noemen hun namen.
Hun leven, hun zorgen en werken
staan ons klaar en duidelijk voor ogen.
Ze zijn voor ons niet zomaar een naam:
ze horen onverbrekelijk bij ons.
Zonder hen was ons leven anders geweest.
Wie we nu zijn, zijn we mede door hen geworden.
Ondanks hun dood leven ze in ons verder.
Het zaad dat zij hebben uitgezaaid in ons,
dat mag verder uitgroeien tot volle wasdom.
Het beste dat er in hen was,
dat hebben ze met ons gedeeld.
Daarom kunnen we hun namen niet vergeten.
Ze blijven een deel van ons leven.

Allerzielen: het is een dag van pijn,
maar ook van dankbaarheid.
We zien hun namen rond het kruis van Jezus.
Ze delen in zijn onvermijdelijke dood.
We voelen ons geslagen of in de steek gelaten.
Ons leven is dor en leeg geworden.
Maar misschien kunnen we op deze troosteloze dag
ook iets aanvoelen van een nieuwe lente.
Hopelijk is er tegen beter weten in
iets van een geloven in een leven voorgoed.
Zeker is, dat we God aan onze kant mogen weten.
Hij is solidair in ons verdriet,
maar Hij is ook een bevrijder,
die onze doden voert naar het nieuw Jeruzalem.
Wim Holterman osfs

Slotgebed 1

God, onze Vader,
wij begrijpen de dood niet.
Help ons te geloven dat de naam van ieder van ons
in de palm van uw hand staat geschreven.
Help ons te geloven dat wij voor altijd
in liefde met elkaar verbonden zullen blijven.
Wij bidden U:
doe ons gelijken op Jezus, uw Zoon,
die als eerste uit de dood is opgestaan.
Maak ons tot levende getuigen van uw liefde
die alles overwint. Amen.
Oelegem

Slotgebed 2

Heer, onze God,
in dit uur herdachten we mensen
van wie we houden
en die we erg zullen missen
nu en altijd.
Help ons te geloven dat de dood
geen einde is,
maar het begin van een geluk,
groter dan onze mooiste droom op aarde.

Aan uw almacht en goedheid
vertrouwen we onze overledenen toe.
Geef hen een plaats
in uw woning
die Gij voor uw getrouwen hebt bereid.

Blijf hen die wenen
troostend en sterkend nabij.
Laat ze uw zorg ervaren
in de trouw van hun vrienden,
wanneer straks het gewone leven
weer verder gaat. Amen.
Valeer Deschacht

Slotgebed 3

God, Heer van leven en dood,
Gij hebt in ons het verlangen naar eeuwigheid gelegd.
Laat dit geen doods verlangen zijn, geen hopeloze droom,
maar wees ons nabij,
als het daglicht schijnt,
maar ook als het duister van de nacht over ons valt.
Wij vragen dit U in Jezus’ naam. Amen.
naar Roger Vandebroeck

Zending en zegen

Deze dagen zijn allicht moeilijk voor velen onder ons.
Wij hopen dat jullie hebben mogen voelen
dat wij jullie nabij willen zijn
en een beetje van Gods liefde aan mekaar hebben betoond.
Moge de Heer ons in deze dagen en uren
vrede en vertrouwen schenken,
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Verdronken vlinder

Boudewijn de Groot

Zo te sterven op het water met je vleugels van papier
Zomaar drijven na ’t vliegen in de wolken drijf je hier
Met je kleuren die vervagen zonder zoeken zonder vragen
Eindelijk voor altijd rusten en de bloemen die je kuste
Geuren die je hebt geweten
Alles kan je nu vergeten
Op het water wieg je heen en weer
Zo te sterven op het water met je vleugels van papier

Als een vlinder die toch vliegen kan tot in de blauwe lucht
Als een vlinder altijd vrij en voor het leven op de vlucht
Wil ik sterven op het water maar dat is een zorg van later
Ik wil nu als vlinder vliegen op de bloemenblaadren wiegen
Maar zo hoog kan ik niet komen
Dus ik vlieg maar in mijn dromen
Altijd ben ik voor het leven op de vlucht
Als een vlinder die toch vliegen kan tot in de blauwe lucht

Om te leven dacht ik je zou een vlinder moeten zijn
Om te vliegen heel ver weg van alle leven alle pijn
Maar ik heb niet langer hinder van jaloersheid op een vlinder
Want zelfs vlinders moeten sterven laat ik niet mijn vreugd bederven
Ik kan zonder vliegen leven
Wat zal ik nog langer geven
Om een vlinder die verdronken is in mij
Om te leven hoef ik echt geen vlinder meer te zijn

Categorieen(n): Zondagsvieringen
Tags:

Comments are closed.