Allerzielen A 2008

(02 11 2008 )

Vooraf 1

Nu ’t rouwrumoer rondom jou is verstomd,
de stoet voorbij, de schuifelende voeten,
nu voel ik dat er ’n diepe stilte komt,
en in die stilte zal ik je opnieuw ontmoeten
en telkens weer zal ik je tegenkomen.

We zeggen veel te gauw: ‘het is voorbij’.
Hij heeft alleen je lichaam weggenomen,
niet wie je was en ook niet wat je zei.
Ik zal nog altijd grapjes met je maken,
we zullen samen door het stille landschap gaan.

Nu je mijn handen niet meer aan kunt raken
raak je mijn hart nog duidelijker aan.


Vooraf 2

Terwijl jij weg bent
en ons enkel leegte laat
vermoed ik onverwoord
dat je nog steeds bestaat…
Dat ik je nog kan horen,
en nog met je kan spreken,
want alle liefde die er was
kan zelfs de dood niet breken.

Begroeting

Wees welkom beste mensen.
In het bijzonder willen wij de families en vrienden welkom heten
van de overledenen die wij vandaag in deze Allerzielenviering
willen gedenken.
Het is geen gemakkelijke dag vandaag.
Zovele herinneringen flitsen door ons hoofd.
En ook al zijn ze mooi en goed,
toch is vrede vinden met het afscheid van een geliefd mens
niet eenvoudig.

Onze God wil voor ons een God van liefde en vertroosting zijn,
die ons nabij is en sterkt,
ook als pijn en gemis ons leven tekenen.

Moge Hij hier, met ons zijn.
Moge Hij ons en onze overledenen zegenen:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Gisteren vierden we het feest van Allerheiligen.
Vandaag met Allerzielen, willen wij terugdenken aan diegenen
die van óns zijn heengegaan.
In die zin raakt het feest van Allerzielen, ieder van ons.
Iedereen heeft wel in de voorbije jaren iemand zien heengaan
die hem of haar nauw aan het hart heeft gelegen:
een vader of moeder,
een kind,
een partner,
een broer of zus,
ooms of tantes, neven of nichten,
vrienden of vriendinnen of buren…

Laten we in deze viering God danken
om al die lieve en goede mensen die van ons zijn heengegaan
en die een bijzondere plaats innemen in ons hart.

Vergevingsmoment

Laten wij het nu even stil maken in ons hart
en erkennen
dat mensen lang niet altijd liefdevol met elkaar omgaan.
Vragen wij om vergeving voor ons tekortschieten
tegenover God en onze gestorven geliefden.

– Pas wanneer een nabije mens ons ontvalt,
wij zijn of haar glimlach moeten missen,
zijn of haar warmte moeten ontberen,
dringt het tot ons door hoe waardevol het leven is.
Omdat wij de gave van het leven zo vanzelfsprekend vinden,
Heer, ontferm U over ons.

– Op momenten dat onze geliefde onze warmte en genegenheid nodig had,
waren wij soms zo weinig fijngevoelig,
zo kortzichtig of gemakzuchtig.
Daarom bidden wij:
Christus, ontferm U over ons.

– Voor de trots die ons van elkaar verwijderde,
voor de kritiek die niet gegrond was,
voor het egoïsme dat ons van elkaar vervreemdde,
Heer, ontferm U over ons.

Moge God die barmhartig is
ons tekortkomen vergeven
en ons geleiden tot eeuwig leven. Amen.


Openingsgebed


God van alle leven,
als wij bidden voor onze overledenen,
houdt Gij ook ons
een spiegel voor.
Wij vragen zo dikwijls om een goede gezondheid,
om kracht, om jeugdigheid,
maar zien dan over het hoofd
dat leven ook betekent:
loslaten,
onverwachts beroofd worden,
oud worden en sterven.
Leer ons de kunst – zo bidden wij U –
ons bestaan te aanvaarden zoals het is,
met zijn groei en zijn aftakeling,
met zijn volheid en zijn leegte,
met zijn vreugde en verdriet.
Maak ons mild,
geef ons vertrouwen
Gij, Oorsprong en Einddoel van alle leven in tijd en eeuwigheid. Amen.

Lezingen

Eerste lezing (Jesaja 25,6a.7-9)
Uit de Profeet Jesaja
6 …………………………………………………………………………………………………………………………………. De Heer van de machten
richt op deze berg voor alle volken
een feestmaal aan met uitgelezen gerechten.
7 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Op deze berg verscheurt Hij de bedekking die over alle volken ligt,
de sluier die alle naties bedekt.
8 …………………………………………………………………………………………………………………………………. De Heer God vernietigt de dood,
en veegt de tranen van alle gezichten,
op heel de aarde wist Hij de smaad van zijn volk uit:
de Heer heeft het gezegd!
9 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Op die dag zal men zeggen: `Dat is onze God.’
Wij hoopten op Hem en Hij heeft ons gered.
Dat is de Heer, op wie wij hoopten;
laat ons blij zijn en juichen om de redding die Hij heeft gebracht.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Romeinen 8,31b-35.37-39)
Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Rome

31b Als God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn?
32 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard;
voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd.
En zou Hij ons na zo’n gave ook niet al het andere schenken?
33 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen?
God die rechtvaardigt?
34 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Wie zal hen veroordelen?
Christus Jezus misschien, die gestorven is,
meer nog, die is opgewekt
en die, gezeten aan de rechterhand van God, onze zaak bepleit?
35 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?
Verdrukking wellicht of nood, of vervolging,
of honger, of naaktheid, of levensgevaar, of het zwaard?
37 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk,
dankzij Hem die ons heeft liefgehad.
38 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven,
noch engelen noch machten, noch wat is noch wat komt, geen macht
39 …………………………………………………………………………………………………………………………………. in den hoge of in de diepte, noch enig ander schepsel, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die in Christus Jezus onze Heer is.
KBS Willibrord 1995

Alternatieve eerste lezing

Gestorven zijn
is leven bij de genade van God;
is er-door-gehaald worden zoals Jezus,
en leven van tijd en eeuwigheid;
is aanwezig blijven zoals God aanwezig is,
mysterievol,
niet aan tijd en plaats gebonden;
maar werkelijk verenigd in geest en onvergankelijk geluk.

Gelovig sterven is afscheid nemen van de tijd,
niet van het leven;
is zichzelf blijven zoals men geworden is;
is het ene mysterie verlaten
om het andere in te gaan;
is, op het woord van Jezus,
de hoop inruilen voor de zekerheid
dat God
liefde is.
Ward Bruyninckx


Evangelie
(Johannes 11,17-27)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

17 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Bij de aankomst van Jezus
…………………………………………………………………………………………………………………………………. bleek Lazarus al vier dagen in het graf te liggen.
18 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Nu lag Betanië dichtbij Jeruzalem,
…………………………………………………………………………………………………………………………………. op een afstand van ongeveer vijftien stadiën.
19 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Heel wat Joden waren dan ook naar Marta en Maria toe gekomen
…………………………………………………………………………………………………………………………………. om hun medeleven te betuigen met het verlies van hun broer.
20 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Marta, die gehoord had dat Jezus op komst was,
…………………………………………………………………………………………………………………………………. was Hem tegemoet gegaan; Maria was thuisgebleven.
21 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Marta zei tegen Jezus:
…………………………………………………………………………………………………………………………………. `Heer, als U hier geweest was, zou mijn broer nooit gestorven zijn.
22 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Maar ik weet zeker dat U ook nu nog alles aan God kunt vragen
…………………………………………………………………………………………………………………………………. en dat Hij het U zal geven.’
23 …………………………………………………………………………………………………………………………………. `Je broer zal opstaan’, verzekerde Jezus haar.
24 …………………………………………………………………………………………………………………………………. `Dat weet ik,’ zei Marta,
…………………………………………………………………………………………………………………………………. `hij zal opstaan bij de opstanding op de laatste dag.’
25 …………………………………………………………………………………………………………………………………. `Ik ben de opstanding en het leven’, zei Jezus.
…………………………………………………………………………………………………………………………………. `Wie in Mij gelooft mag dan wel sterven, toch zal hij leven;
26 …………………………………………………………………………………………………………………………………. en iedereen die leeft en in Mij gelooft,
…………………………………………………………………………………………………………………………………. zal in eeuwigheid niet sterven. Geloof je dat?’
27 …………………………………………………………………………………………………………………………………. `Ja Heer,’ antwoordde Marta,
…………………………………………………………………………………………………………………………………. `ik geloof vast dat U de Messias bent,
…………………………………………………………………………………………………………………………………. de Zoon van God, degene
…………………………………………………………………………………………………………………………………. die in de wereld komen zou.’
KBS Willibrord 1995

Of

Evangelie (Lucas 23,44-49.24,1-6a)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

44 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Al
rond het zesde uur werd het donker in heel het land, tot het negende uur.
45 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Er was een zonsverduistering.
Het voorhangsel in de tempel scheurde middendoor.
46 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Toen riep Jezus luidkeels:
`Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.
Na deze woorden stierf Hij.
47 …………………………………………………………………………………………………………………………………. De centurio, die zag wat er gebeurde, verheerlijkte God en zei:
`Waarachtig, die man was een rechtvaardige.’
48 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Alle mensen die voor dit schouwspel waren samengestroomd,
gingen naar huis;
ze sloegen zich van rouw op de borst
om wat ze hadden gezien.
49 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Al zijn vrienden bleven uit de verte staan toekijken,
ook de vrouwen die Hem vanuit Galilea
waren gevolgd en dit gadesloegen.
1 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Op sabbat namen ze de voorgeschreven rustin acht, maar op de eerste dag van de week gingen ze ’s morgens heel vroeg naar het graf, met de kruiden die ze hadden klaargemaakt.
2 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Ze vonden de steen weggerold van het graf
3 …………………………………………………………………………………………………………………………………. en gingen naar binnen,
maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet.
4 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Ze wisten niet wat ze ervan moesten denken.
Opeens stonden er twee mannen voor hen in stralend witte kleren.
5 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Daar schrokken ze van en ze sloegen hun ogen neer,
maar zij zeiden:
`Waarom zoekt u de levende bij de doden?
6 …………………………………………………………………………………………………………………………………. Hij is niet hier, Hij is tot leven gewekt.
KBS Willibrord 1995


Geloofsbelijdenis

Spreken wij samen ons geloof uit in onze God
die geen God van doden is maar van levenden,
die niemand loslaat, ook niet wie gestorven zijn.

Wij geloven in God de Vader,
die zijn schepping in onze handen heeft gegeven
om er een woning van te maken
waarin het goed is om te leven.

Wij geloven in de zoon Jezus Christus,
die bij ons kwam wonen en nu leeft
in de harten van de mensen.
Hij is ons voorbeeld van liefde tot het uiterste.

Wij geloven in Gods Geest,
die ieder van ons de kracht geeft
om aan het rijk van God mee te bouwen.

Wij geloven in een gemeenschap
waarin elkeen zorg draagt voor de ander;
waarin eenieder aan de blijde boodschap
gestalte geeft door woord en daad.

Wij geloven dat een mensenleven
nooit zal eindigen
en dat we hoopvol mogen uitzien
naar het eeuwig geluk bij de Vader. Amen.


Herdenkingsmoment en voorbeden

In het licht van de paaskaars, symbool van de Verrezen Heer,
hebben wij kruisjes neergelegd,
met daarop de namen van hen
die ons in het voorbije jaar ontvallen zijn.

Goede God,
met schroom en dankbaarheid
noemen wij de namen van onze lieve doden,
want wij willen niet dat ze ooit
uit onze geest en ons hart verdwijnen.

Wij geloven dat Gij
hen in Uw liefde opneemt
en hun thans een geluk schenkt,
rijker dan de mooiste droom op aarde.

Als teken van dat geloof
plaatsen wij bij ieder kruisje
een lichtje van hoop.

Heer, aan uw liefdevolle barmhartigheid
bevelen wij aan:

(namenlijst)

Ook Gij, God, houdt van deze mensen die ons zo dierbaar zijn.
Mogen zij bij U het ware en blijvende leven gevonden hebben.

We willen ook bidden voor allen die eenzaam en onbetreurd stierven,
voor hen die geen toekomst meer zagen en het leven niet meer aankonden.
Dat zij bij God mogen ervaren dat zij kostbaar zijn in zijn ogen.
Ook voor hen willen wij het licht van de verrijzenis ontsteken.

Bidden we voor de verkeersslachtoffers,
voor wie zijn omgekomen door natuurrampen,
voor de zovelen die werden afgeslacht in niets ontziende oorlogen.
Dat hun namen niet verdwijnen in het niets
maar hoog aan de hemel gebeiteld worden
voor het oog van God en allen die delen in Zijn licht.
Ook voor hen willen wij het licht van de verrijzenis ontsteken.

Tenslotte bidden we voor ons allen
hier bijeen, en verbonden in liefde rondom onze doden.
Mogen wij de troost ervaren van onze getrouwe God
die een God is van levenden en doden.

Goede God,
Gij sluit ons in uw hart zoals wij zijn.
Blijf ons nabij,
sterk ons op de weg die wij nog te gaan hebben
in het spoor van Jezus, uw zoon en onze broeder. Amen.


Gebed over de gaven

God, onze Vader,
midden in het leven worden wij geconfronteerd met de dood.
Maar hebt Gij niet de hoop in ons gelegd die niet te doden is?
Geef ons dan vandaag opnieuw
dit teken van uw trouw tot over de dood:
het brood dat onze diepste honger stilt,
de wijn die ons de smaak van Uw koninkrijk geeft.
Wij willen er op blijven vertrouwen
dat Gij met ons zijt en blijft. Amen.


Tafelgebed


De Heer zal bij u zijn;
De heer zal u bewaren.
Verheft uw hart.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Heer, onze God,
woorden van dank lijken moeilijk te rijmen met:
een gezin heeft een kind verloren,
een man een vrouw,
een vrouw een man.
Kinderen verloren een ouder,
vrienden moesten afscheid nemen…
Een stuk toekomst viel weg,
vreugde werd verdriet,
samenzijn werd scheiding.
Maar juist nu beseffen wij meer dan ooit
hoe waardevol het was dat uw Zoon Jezus
één der onzen werd.
De woorden van troost die wij elkaar toefluisteren,
de verwijzing naar eeuwig geluk,
de verwachting van een weerzien dat geen verdriet meer kent,
geen scheiding en geen sterven,
het kwam allemaal uit zijn mond
als een licht in het duister,
een uitzicht waar geen uitzicht leek.
Wij danken U om Hem
en daarom stemmen wij in
met het loflied van uw schepping en zeggen U toe:

Heilig, heilig, heilig…

Wij hebben U nooit gezien, God,
maar wij mogen U wel ontmoeten
waar mensen van elkaar houden,
genade zijn voor elkaar
en uw schepping eerbiedigen.

Wij hebben U nooit gezien, God,
maar Gij geeft Uzelf aan ons,
in een medemens, in een geliefde,
in een reisgezel, in een zieke,
in Jezus, de dienaar van de wereld.

De avond voor zijn lijden en dood
zat Hij met zijn vrienden aan tafel.
Toen nam Hij brood als teken van zijn leven
brak het, deelde het rond en zei:
“Neem en eet hiervan gij allen
want dit is mijn lichaam, mijn leven,
voor u gegeven, voor u gebroken.”

Toen nam Hij de beker met wijn,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hier allen uit,
want dit is de beker van het nieuwe en eeuwige verbond.
Dit is mijn bloed dat voor u vergoten wordt
opdat het kwaad uit de wereld zou verdwijnen,
opdat er vreugde en toekomst zou zijn voor alle mensen.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Verkondigen wij de kern van ons geloof:

Heer, Jezus, wij verkondigen uw dood,
en belijden tot Gij wederkeert
dat Gij verrezen zijt.

Om dit te herdenken
blijven wij het brood breken voor elkaar,
zoals zovelen reeds voor ons deden.
Wij bidden voor de mensen
die een bijzondere plaats innemen in ons hart,
ook voor hen die van ons zijn heengegaan.
Laat uw mensen nooit verloren gaan,
bewaar hen in uw liefde,
schrijf hun namen in de palm van uw hand.

Zend uw Geest uit over uw kerk.
Geef ons hoop, God.
Geef ons vrede omwille van Jezus Christus.
Met Hem en in Hem
zijn wij uw mensen,
zijt Gij onze Vader,
nu en tot in eeuwigheid. Amen.


Onze Vader

Onze Vader die in de hemel zijt.

God, het is soms moeilijk dit zo te bidden,
wanneer wij lieve mensen moeten missen.

Geheiligd zij uw naam.

Schrijf naast uw naam God,
nu de namen van onze overledenen voor eeuwig in de palm van uw hand.

Uw rijk kome.

Uw rijk is vrede, geloof en zekerheid
dat onze overledenen in uw nabijheid zijn.

Uw wil geschiede.

Het is niet uw wil dat mensen pijn hebben of verdrietig zijn. Het is uw wil dat wij elkaar liefdevol dragen en verder gaan.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

Uw brood geeft hoop en vertrouwen wanneer het afscheid pijn doet.
Uw brood geeft kracht en sterkte om verder te doen.

Verlos ons van het kwade.

Koester hen, goede Vader.
Neemt Gij hen van ons over.
Wij vertrouwen hen aan U toe.

Amen.

Vredewens

Heer, Jezus Christus,
Gij hebt aan uw apostelen gezegd:
“Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u”.
Schenk die vrede aan onze wereld,
schenk ook die vrede aan ons,
aan ons gekwetst en treurig hart.
Laat ons verder leven
in goede herinnering aan hen die ons zo dierbaar zijn.
En die vrede zij altijd met u.
En geven wij die vredeswens ook aan elkaar door.

Lam Gods

Communie

Breken doet pijn en delen kost moeite.
Breken en delen is vermenigvuldigen,
maar is ook uit handen geven wat ons zo dierbaar is.
Jezus ging ons voor in het mysterie van leven en dood.
Hij die is
het Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld.
Heer, ik ben niet waardig…


Bezinning 1


Als je moet afgeven wat je het meest liefhebt
dan is er geen gisteren, geen vandaag
en geen morgen meer.
Dan is er geen tijd meer,
dan is er alleen heimwee.
Alles wordt dan heimwee.
De tijd wordt eeuwigheid
en in dat heimwee zit de liefde.
Woorden worden zinloos,
alles wordt beeldloos, onverklaarbaar, mysterie.

Het menselijk omhulsel was zo belangrijk.
En toen kwam héél zachtjes naar binnen,
druppel per druppel: ‘de rijkdom van het gemis’.
De druppels werden water, helder water.
Ik volgde de loop van dat klaterend vocht
en ik kroop langs de bedding omhoog
en hield me vast aan het licht.
En zo kwam ik bij ‘de Bron’,
ik ademde even en kreeg dorst.
Hij, de bron, leste mijn onverklaarbare wens.
Hij zei: “Je bent maar een mens”.
Hij, de Bron, nam me in zijn armen
en toen werd het rustig in mij.
Ik dronk gulzig van het levend water
en sprak: “Onze Vader”.
Hij zei: “Wees gegroet”.
L. Vanbockrijck


Bezinning 2

‘Mijmeringen bij het graf van een geliefde.’
Wanneer ik rond Allerheiligen
een bloem kom zetten op je graf,
dan zal ik aan je denken,
en weten dat deze bloem wel verwelkt,
maar telkens weer nieuw leven zaait.
Laat ze maar zeggen dat de dood het einde is:
ik weet dat onze liefde nooit kan vergaan,
want een liefde die ooit eindigt,
is nooit echt begonnen.
Ik zal dan in de wintertijd
de kou van het gemis ervaren.
Goddank zal het haardvuur
in de stilte van mijn bidden
mij de herinnering openbaren
dat je liefde nog steeds leeft
ook al nam de dood je mee.
Dan zal ik in de lente van mijn leven
de ramen openzetten
en verkondigen dat het leven
nog de moeite waard is
omdat God in alles nieuw wordt,
in zijn natuur en in zijn mensen.
Dan zal in de zomer van mijn leven
de hemel weer diep blauw worden
en zullen de stralen van jouw liefde
mijn hart opnieuw verwarmen,
zoals in de tijd van toen.
Met mijn gebed bij dit graf
is er de wens dat God
jouw liefde in mij laat verder bloeien:
ik zal ze bewaren voor altijd.

Slotgebed 1

Leven en sterven liggen eigenlijk
heel dicht bij elkaar – zegt God.
Want als je in de voetsporen van Jezus wilt gaan,
zal leven altijd een stukje sterven zijn,
omdat je in dienst wil staan
van het geluk van je medemensen.
Maar voor iemand die gelooft,
is ook het omgekeerde waar:
sterven wordt dan leven,
omdat je ervan overtuigd bent
dat Mijn liefde voor jou
nooit zal sterven.
Ik heb je lief – zegt God –
en als je sterft
zal die liefde alleen maar groter worden
omdat jij en Ik één zullen zijn.
Erwin Roosen


Slotgebed 2

God, Gij zijt het begin en het eindpunt van ons leven.
Gij hebt ons geschapen
en naar U keren wij terug.
Leer ons dat wij niet moeten blijven treuren,
zelfs niet bij het heengaan van iemand die ons dierbaar is,
want Gij, God, geeft uitzicht op een nieuw leven, een nieuw begin. Amen.

Zending en zegen

Goede vrienden,
met onze overledenen samen zijn in gebed
brengt vroegere momenten van liefde en vriendschap in herinnering,
gevoelens van warmte en tederheid.

Ons verlangen om de dood niet als het definitieve einde te zien
wordt beantwoord door de verrezen Heer
die ons ‘Vrede, vreugde, vriendschap en leven over de dood heen’ toezegt.

Moge dit ons sterk maken
en hoop geven,
zo vragen wij in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.