9e zondag door het jaar B 2018 p

3 juni 2018             (Viering)

De letter van de wet


Dat wetgeving en regelgeving nodig zijn om orde in onze maatschappij te handhaven, zal wel niemand onder ons betwisten. Met chaos is niemand gediend.
Maar wetten zijn geen doel op zich maar een instrument in dienst van de samenleving.  Waar voorschriften worden verabsoluteerd, dreigt verstarring en verenging. Dan belanden we in legalisme.

Onze evangelielezing geeft ons een extreem voorbeeld van dat legalisme: Als iemand op sabbatdag wandelend langs een korenveld, een paar aren plukt – misschien gedachteloos, misschien om de graankorrels op te knabbelen – dan wordt daarop het etiket “werken” geplakt; en wie werkt op de sabbat, respecteert de sabbat niet! Let wel, het gaat er niet om plukken van andermans korenaren, dus niet om een mini-diefstal. “Aren lezen” was volgens de joodse wet uitdrukkelijk toegestaan. De fout betreft het schenden van de sabbatrust. “Kijk eens wat die daar doen op de sabbat! Foei!”.

De reactie van Jezus is duidelijk en principieel: “De sabbat is er voor de mens en niet de mens voor de sabbat”. De mens is niet ondergeschikt aan de wet, maar de wet staat in dienst van het heil de mens. En dat geldt niet enkel voor het onderhouden van de sabbat, maar voor alle 613 Thoravoorschriften over wat mensen wel en niet mogen eten, hoe ze hun reinheid moeten bewaren, moeten bidden, enz. Die voorschriften zijn er om een mens te begeleiden ten goede. Natuurlijk is het oneerbiedig als mensen het offerbrood van de eredienst dat voorbehouden is aan de priesters, lekker zouden opsmullen; maar als het gaat om mensen die niets te eten hebben, dan moet die regel wijken in het  belang van die uitgehongerde. Het heil van de mens heeft voorrang op de algemene regel.

In de ogen van de Farizeeërs en de Schriftgeleerden was dit een volkomen foute redenering. Het belang van de mens kan en mag niet boven de Thorawet geheven worden, want de Thora is bekleed met goddelijk gezag. God heeft die wetten en regels uitgevaardigd. Ik verwijs hier naar onze eerste lezing waarin we hoorden waarom God de mens geboden heeft de sabbat te onderhouden.
Omdat de Thora-voorschriften – en dus ook over het onderhouden van de sabbat – gedragen worden door goddelijk gezag moeten ze perfect worden toegepast, aldus de Farizeeërs en Schriftgeleerden. En dus gaat, volgens hen,  Jezus in de fout.

Jezus betwist het gezag van de Thora niet, maar, in tegenstelling tot de Farizeeërs, verabsoluteert Hij de wetsvoorschriften niet. Wanneer een algemene regel ingaat tegen het heil van een mens, dan heeft dat heil van die mens voorrang. Want God houdt te zeer van de mens dat Hij de mens geen slachtoffer wil laten worden van wetten en regels. Integendeel: “De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat”. Het morele aspect van het leven – de wet van de liefde – heeft prioriteit op de formele toepassing van de wetten en regels.

Gelukkig zijn wij, sinds het Tweede Vaticaans concilie, afgestapt van enig legalisme in onze godsdienst-beleving. Enkel nog bij een minderheid van conservatieve regelvitters gaat het vandaag de dag nog om strikte zondagsplicht of vlees-derven met daaraan gekoppelde “doodzonden”, zoals in onze kindertijd.

Trouwens Paus Franciscus wil  zeker geen “vastklampen aan oude regels en tradities”.
In zijn encycliek “Evangelii Gaudium“ (§ 43) beklemtoont hij – ik citeer – “sommige gebruiken die in de loop van de kerkelijke geschiedenis sterk ingeworteld waren worden niet meer op dezelfde wijze geïnterpreteerd en hun boodschap wordt gewoonlijk niet goed begrepen. Ze kunnen mooi zijn maar vandaag zijn ze minder geschikt om het Evangelie door te geven. We moeten geen schrik hebben om ze te herzien. “
Verder zegt hij ook : “De Kerk is geen douane, ze is het Vaderhuis, waar plaats is voor ieder mens, die het moeilijk heeft.”
En, nog wat verder vinden wij de krasse uitspraak: “Ik verkies een gehavende Kerk, gekneusd en vuil omdat ze de straat is opgegaan, eerder dan een Kerk die ziek is, omdat ze in zichzelf zit opgesloten, gehecht aan het comfort van haar eigen zekerheden.”

Dus vandaag geen legalisme meer. Natuurlijk mogen wij, in een drang naar actualisering, het kind niet met het badwater weggooien. De veiligste weg zal altijd blijven het evangelie als leidraad vasthouden en daarbij steeds het gebod van de liefde voor ogen houden.

Als wij, allen samen, als broederlijke gemeenschap absolute voorrang geven aan de daadwerkelijke naastenliefde, dan zal daar beslist een aantrekkingskracht van uitgaan. Dan worden wij de nieuwe missionarissen !

Wandelen jullie mee, met de Heer door de korenvelden ?
Paul Caroen

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.