8e zondag door het jaar A 2014

2 maart 2014 (Viering) 

Geluk er gratis bovenop
  (Mt. 6,24-34 ; Jes. 49,14-15)
“Niemand kan twee heren dienen. Je kunt niet tegelijk God en de geldduivel dienen. Maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken en ook niet over je kleding… Jullie hemelse Vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt.” Zoals wel vaker hanteert onze evangelist een ietwat gechargeerde zwart-wit-taal om ons naar het juiste pad te loodsen.
Best mogelijk dat God weet wat we nodig hebben, maar daarom laat Hij het nog niet zomaar uit de hemel vallen. Wie zich dag in dag uit moet uitsloven om in zijn levensonderhoud te voorzien, is daarom nog geen volgeling van de geldduivel. Geld is gewoon noodzakelijk om te kunnen leven. Het kan misschien wel naar zweet ruiken maar dat zegt niets over goed of slecht. Geld op zich is moreel neutraal.
De vraag is wel hoe je met geld omspringt, en welke plaats het bekleedt in de hiërarchie van je persoonlijke waardeschaal. ‘Niemand kan tegelijk God en de geldduivel dienen’ is dan ook een uitnodiging tot een ernstig gewetensonderzoek. Zijn wij werkelijk dienaars van de God in wie we zeggen te geloven?

Vaker dan wij ons ervan bewust zijn, legt de geldduivel ons in de luren. Ik heb het hier niet alleen over mensen die door geld geobsedeerd zijn zoals gokverslaafden of beursspeculanten. Hoe vaak zeggen wij niet: ‘Tijd is geld’. Gebeurt het niet dat wij mensen reduceren tot instrumenten die moeten renderen? Dat hun waarde wordt afgemeten aan hun bruikbaarheid, bijvoorbeeld in de productie van goederen waarvoor anderen bereid zijn geld neer te tellen. En als we na het winkelen thuis onze tas leegmaken, wat zit er nog allemaal in behalve datgene wat we echt nodig hebben? Hebbedingetjes, luxe- en modeartikelen waarvoor in onze kleerkast nauwelijks nog plaats is. Gekocht omdat de geldduivel ons wist te verleiden met de charmante smile van een mooie vrouw op een reclamefolder.

Maar u kent ook de volkswijsheid: hoeveel je er ook voor wil betalen, ‘geluk is met geen geld te koop’. Liefde en vriendschap, respect en dankbaarheid – belangrijke bouwstenen van gelukkig-zijn – zijn niet te koop. Ze kunnen ons slechts door anderen worden geschonken. Gratis. En al wat ‘gratis’ is, is in de winkelgalerij van de geldduivel niet verkrijgbaar.
Wie geïnteresseerd is in geluk en warme medemenselijkheid zal zich moeten wenden tot een andere winkelketen, die waar niet de kwantiteit maar wel de levenskwaliteit de hoogste prioriteit is.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat in deze winkelketen geld geen rol zou spelen. Ook daar staan kopers en verkopers met hun twee voeten in de wereld. Ook daar spelen zorgen en problemen voortdurend door de hoofden van mensen: ook zij hebben behoefte aan hun dagelijks brood, willen boven hun hoofd een dak dat niet lekt, lopen graag warm en goed gekleed. En niet alleen zijzelf maar ze willen ook graag zorgen voor huisgenoten, voor hun kinderen en kleinkinderen, voor oma of opa die een dagje ouder wordt en niet meer zo goed uit de voeten kan. En dan is er nog onze samenleving die vaak zo kil is en waar zovelen eenzaam zitten te verkommeren tussen vier muren. Misschien kan wat vrijwilligerswerk  – ziekenbezoek, buurtwerking – gesloten deuren openbreken zodat even een warmmenselijke wind kan binnenwaaien. Natuurlijk kost dat allemaal tijd en werk en geld, maar je krijgt er veel gratis bovenop: vriendschap, tevredenheid, vreugde, wederzijds begrip, dankbaarheid, vergeving – dingen die wortelen in en openbloeien vanuit het hart van de mens. En dat is nu niet direct de plaats waar de portemonnee wordt bewaard.
En naast die vele dagelijkse zorgen binnen onze eigen kleine leefwereld zijn er nog de zorgen in het groot: de zorg om vrede en veiligheid, de zorg om het milieu, zich aangesproken weten door de nood van mensen die nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden in de derde en de vierde wereld. Dingen waaraan je als eenling niet zo heel veel kunt veranderen omdat ze vooral een kwestie zijn van politieke en economische structuren. Je kunt wel geld geven aan of je persoonlijk engageren voor goede-doel-projecten. Daarnaast kun je je afvragen hoe je medemensen van die problematiek bewust kunt maken, in de hoop met hen te kunnen samenwerken aan een mentaliteitsverandering, en druk uit te oefenen opdat de besluitvorming op hogere echelons zich wat minder zou laten leiden door eigen groepsbelang, en wat meer door wat rechtvaardigheid is en door wat onze wereld  – zowel de mensenwereld als de natuur en het milieu – ten goede komt.

U begrijpt het: net als in de winkelgalerij van de geldduivel kost wat in deze winkelketen verhandeld wordt, ook veel zorg en tijd en heel wat geld. Maar het bijzondere is dat hier heel wat meer en andersoortige producten verhandeld worden, én uitgedeeld. Wie zich hier bevoorraadt, komt thuis met een tas waarin, bovenop wat je kocht uit noodzaak, nog tal van ingrediënten zitten waarmee je in de warmte van je hart een heerlijke taart vol geluk kunt bakken.

En terwijl je op een rustig moment even geniet van die geluk-taart, schiet je misschien iets te binnen. Stond er boven de ingang van een van die gelukswinkels niet te lezen: “Zoek eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles erbij” (v. 33)? Wellicht prevel je dan bij jezelf: “Nu valt mijne frank”. Zalig glimlachend realiseer je je: “Mijn zorg, mijn inzet… ach, ik ben niet meer dan een klein verlengarmpje van Gods voortdurende zorgzaamheid voor zijn mensen en voor zijn schepping. Dank U, Heer, in U weet ik mij gelukkig geborgen, Gij die – meer nog dan een moeder die haar kind zelden of nooit vergeet – mij nooit vergeet” zoals we hoorden in onze eerste lezing (Jes. 49,15).
Marc Christiaens o.p.

Dit bericht is geplaatst in Onze preken, Zondagsvieringen. Bookmark de permalink.