7e zondag door het jaar C 2022 p

Kunnen wij nog vergeven ? (Lc. 6, 27-38)

Probeer je eens het volgende tafereeltje voor te stellen:  Twee moeders zitten gezellig een kop koffie te drinken, hun respectievelijke kleuters spelen op de vloermat.
Kleuter 1 heeft een teddybeer kleuter 2 een pop. Maar kleuter 2 is plots niet meer tevreden met de pop en wil de teddybeer. Kleuter1 wil echter zijn teddybeer niet afgeven. Dus geeft kleuter 2 zijn speelkameraad een ferme mep en rukt de teddy uit zijn handen.  Kleuter 1 begint te brullen en geeft zijn rivaal dezelfde mep terug.   De moeders worden opgeschrikt uit hun koffiepraatje. Verveeld tegenover elkaar moeten zij nu de vrede gaan herstellen.  De kleuters hebben nog niet geleerd dat slaan in onze morele code niet aanvaard wordt, maar in feite  heeft kleuter 2 met zijn “mep voor een mep” als het ware instinctmatig een oude rechtsregel in toepassing gebracht: het principe van “oog voor oog en tand om tand” of het “tallioprincipe” of  het vergeldingsrecht.
Een rechtsregel die al in het Babylon van 1780 v Chr. in de code van Hammurabi stond.

Ook in het Oude Testament vinden wij deze regel terug. Bij Leviticus (24, 19-20) lezen we “Als iemand zijn naaste letsel toebrengt, moet hem hetzelfde aangedaan worden wat hij gedaan heeft.” In de Joodse traditie wordt het principe weliswaar al iets verzacht; het wordt beschouwd als een “schadevergoedingsplicht”. Als je iemand aan het oog kwetst, dan moet je die persoon vergoeden met iets dat evenveel waarde heeft als het verloren oog.

Het principe van de “schadevergoedingsplicht” is intussen algemeen gangbaar in onze West-Europese cultuur. Wij vinden het terug in ons burgerlijk wetboek. Dat is niet overal het geval; denk maar aan het Islamitisch sharia dat voorziet in een hele reeks wrede vergeldingen waarbij de zweep, de hakbijl de stenen of de strop gebruikt worden.

Maar Jezus heeft het hier niet alléén over het vergoeden van het slachtoffer, Hij gaat een stap verder en heeft het over VERGEVING schenken aan de dader:
Wees goed voor wie je haten en behandel de mensen zoals je zelf wil behandeld worden” zijn niet alleen krasse woorden maar zijn ook woorden die een hele beschaving overhoop hebben gegooid.
Want, alhoewel het een instinctmatige reactie is, wanneer je wordt aangevallen bescherming te zoeken en tot de tegenaanval over te gaan,   houdt deze manier van doen de kring van het kwaad gesloten, en Jezus wil duidelijk de kring van het kwaad doorbreken.

Als je op onrecht antwoordt met de middelen van het onrecht – leugen, bedrog, geweld, macht -, bestendig je het rijk van het kwaad.  Jezus roept op tot de beslissing: bij mij houdt het halt, ik geef het kwaad niet verder! Wie zich weerloos opstelt zet trouwens de aanvaller voor schut.

Even terug naar het begin van ons verhaal bij die ruziënde kleuters, hoe vertaal je dat in de opvoeding? Je wilt en je moet kinderen weerbaar opvoeden.  Moet je hun dan leren terug te meppen?
Ik denk  dat het belangrijk is,  dat kinderen  leren bij conflicten telkens weer te zoeken naar een andere aanpak, en dat “duwen stampen en knijpen” niets oplossen; – maar dat je moet proberen het uit te praten.  – of, zoals de Fransen zeggen:” jeux de mains, jeux de villains!”
Conflictgedrag zou op school een verplicht vak moeten zijn.

Op een andere plaats in het evangelie lezen we dat je zeventig maal zeven keer moet vergeven. Is dat wel echt mogelijk? Is het niet wat naïef? Hoe moeten we dit “christelijk” begrip van vergeving verstaan?

We moeten eraan denken dat als je kunt vergeven, dit meteen ook een middel is van zelf-genezing.  Bij vergeving ga je immers loslaten wat je aangedaan is, zodat je niet meer overheerst wordt door het kwaad dat je is overkomen. Vergeven is nooit een plicht maar het is iets dat je als slachtoffer gunt aan de dader…

In de media kunnen wij dikwijls vaststellen dat de mensen hoe langer hoe meer op hun strepen staan.  Ze spreken een hard oordeel uit dat ze meedogenloos handhaven.  Maar niemand is echter alleen maar dader en niemand alleen maar slachtoffer. U hebt het zeker in uw omgeving reeds moeten vaststellen: dikwijls keert die hardheid zich uiteindelijk ook nog tegen het slachtoffer en gaat de harde mens ten onder aan zijn eigen bitterheid en onbarmhartigheid! Vergeving echter werkt bevrijdend voor beide partijen.

Vervolgens moeten wij voor ogen houden dat “vergeven” niet veronderstelt dat we ook moeten “vergeten” maar dat “vergeven” een goede vorm geeft aan het “onthouden”.

De kring van het kwaad doorbreken en vergeven zal altijd een moeilijke kunst blijven, het is als koordlopen; je moet ervoor oefenen.  Maar je moet niet bang ervoor zijn, want God heeft in een goed vangnet voorzien.  Daarin zal “Een mooie maat, stevig aangedrukt, goed geschud en overvol je in de schoot geworpen worden.”
Wat wil je nog meer?
Paul Caroen o.p.

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.