7e zondag door het jaar B 2012

ZONDAGSVIERINGEN
zevende zondag B (19/02/2012)


Begroeting

Welkom allemaal,
bij de woorden en de tafel van Jezus.
Van Hem mag iedereen binnenkomen,
van Hem mag iedereen meedoen
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Mensen kunnen alleen en eenzaam zijn,
zeker in een maatschappij als de onze
waarin het motto ‘elk voor zich en God voor ons allen’
in de praktijk vaak de bovenhand voert.
Geen mens kennen die je vreugde of geestdrift wil delen,
niemand vinden die jouw verdriet nog wil aanhoren,
ziek zijn en geen vrienden hebben om jou verder te dragen.
Het komt vaker voor dan we denken.
De lamme uit het evangelie van vandaag had wel vrienden.
Ze hadden zoveel voor hem over
dat ze inventief genoeg waren om hem, over alle blokkades heen,
tot bij Jezus te brengen.
Ze vertrouwden de woorden van Jesaja: ‘Zie, Ik maak alles nieuw’.
Maar niet enkel de farizeeërs,
ook zij stonden wellicht verstomd
dat het Jezus in de eerste plaats te doen was om het innerlijke van de mens:
“Vriend, uw zonden zijn u vergeven.”

Als wij ons tot God wenden
is het vaak om iets materieels aan Hem te vragen.
Laten we het vandaag daarom anders doen.


Vergevingsmoment

Wij staan voor God en vragen Hem om vergeving,
opdat ook wij anderen zouden kunnen vergeven…

– God wilde iets nieuws met ons beginnen.
Maar wij zitten nog te vast in het hier en nu,
we willen nog niet mee, zijn toekomst tegemoet.
Heer, ontferm U over ons.

– God heeft ‘ja’ tot ons gezegd in Jezus Messias,
een mens naar zijn hart.
Maar wij lopen nog niet in zijn voetspoor.
Christus, ontferm U over ons.

– God wil ons genezen van lusteloosheid en verlamming.
Maar wij laten ons niet inpalmen door zijn geestkracht.
Heer, ontferm U over ons.

Moge de goede en barmhartige God
onze zonden en zwakheid vergeven
en ons de kracht geven anderen te vergeven,
naar het voorbeeld van Jezus Christus, zijn Zoon en onze Heer. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
schepper van hemel en aarde.
Hij schenkt ons leven, licht en liefde.
Hij schenkt ons zijn Zoon,
die ons bevrijdt.

Vrede op aarde onder mensen
die handen reiken van volk tot volk
en zich verzoenen met elkaar
tot een wereld zonder grenzen.

Mensen in wie Hij welbehagen heeft,
om hun inzet voor vrijheid en gerechtigheid
en om hun streven naar eerbied
voor alles wat in zijn schepping leeft.

Eer aan God in de hoge,
want Hij sluit een verbond
met de kleinen en de zwakken
en met allen die aan zijn boodschap gestalte geven.

Vrede op aarde aan alle mensen
en zalig zij die vrede stichten,
want zij worden kinderen van God genoemd.

Moge Hij welbehagen vinden in ons,
als volk onderweg,
in het voetspoor van Jezus,
onze Messias en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 1

God,
lamgeslagen
door oorlog, ziekte, onverschilligheid,
door machteloosheid, onwil, tekortschieten,
door grote woorden, verre idealen en mooie dromen
bidden wij:
schenk ons mensen die ons doen opstaan.
Geef ons kracht,
versterk onze wil om niet te blijven bij wat was,
maar om in beweging te komen,
bewogen door liefde en aandacht
en zo vreugde te brengen daar waar het nodig is.
Wij bidden U
dat we zulke mensen mogen zijn. Amen.

Openingsgebed 2

Barmhartige Heer,
tot ontmoedigde mensen
spreekt Jezus woorden van troost.
Aan hen die nauwelijks uitkomst zien
biedt Hij een onverwachte toekomst.
Wij bidden U:
geef dat wij ons laten leiden door Hem
die onverhoopt iets nieuws met ons begint.
Dit vragen wij omwille van uw Liefde. Amen.
naar Liturgische vieringen

Lezingen

In de schriften spreekt God tot mensen van alle tijden.
Laten wij daarnaar luisteren.

Eerste lezing (Jesaja 43,18-19.21-22.24b-25)

Uit de profeet Jesaja

Zo spreekt de Heer,
18       Gedenk niet langer wat vroeger gebeurd is
en geef niet al uw aandacht aan wat eens is geschied;
19       zie, Ik ga iets nieuws maken,
het is al aan het kiemen, weet u dat niet?
Ik ga een weg leggen in de woestijn,
en rivieren in het dorre land.
21       Het volk dat Ik voor Mij heb gevormd,
zal mijn lof verkondigen.
22
U hebt Mij niet geroepen, Jakob,
u hebt zich om Mij niet moe gemaakt, o Israël.
24 U hebt Mij slechts de last van uw zonden opgedrongen
en Mij met uw misdaden moe gemaakt.
25 Toch wis Ik, en niemand anders,
uw weerspannige daden uit om wat Ik ben
en Ik zal uw zonden niet langer voor ogen houden.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (2 Korintiërs 1,18-22)

Uit de tweede brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,
18       God zelf verzekert:
het woord dat wij tot U spreken,
is niet tegelijk ja en nee.
19       De Zoon van God, Jezus Christus,
die door ons onder u is verkondigd,
door mij en Silvanus en Timoteüs,
Hij was niet ja en nee; in Hem was slechts ja,
20       want alle beloften van God zijn in Hem bevestigd.
Daarom zeggen wij door Hem ook amen,
tot eer van God.
21       En God zelf heeft ons
samen met u in Christus bevestigd
en ons gezalfd.
22       Hij heeft op ons zijn zegel gedrukt
en ons de Geest als onderpand gegeven.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Marus 2,1-12)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Marcus

1        Toen Jezus enkele dagen later weer in Kafarnaüm kwam,
hoorde men dat Hij thuis was.
2        Er liepen zoveel mensen te hoop
dat ze zelfs niet meer bij de deur konden komen,
en Hij sprak hen toe.
3        Ze kwamen een verlamde bij Hem brengen,
door vier man gedragen.
4        Omdat ze de man niet bij Hem konden krijgen vanwege de menigte,
haalden ze de dakbedekking weg boven zijn hoofd,
en toen ze een opening gemaakt hadden,
lieten ze het bed waar de verlamde op lag, zakken.
5        Bij het zien van hun vertrouwen zei Jezus tegen de verlamde:
`Vriend, uw zonden worden u vergeven.’
6        Nu zaten daar een paar schriftgeleerden
die hun bedenkingen hadden:
7        `Hoe kan die man zoiets zeggen?
Hij lastert God.
Wie anders dan de enige God kan zonden vergeven?’
8        Jezus doorzag meteen dat ze deze bezwaren hadden
en zei tegen hen:
`Waarom hebt u eigenlijk bezwaren?
9        Wat is eenvoudiger?
Tegen de verlamde zeggen:
`Uw zonden worden vergeven”, of zeggen:
`Sta op en pak uw bed en loop?”
10       Maar opdat u weet dat de Mensenzoon bevoegd is
om op aarde zonden te vergeven ‘,
zei Hij, nu tegen de verlamde:
11       `Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’
12       En hij stond op, pakte meteen zijn bed
en ging weg voor het oog van iedereen,
zodat ze allemaal verrukt waren en God verheerlijkten.
`Zoiets hebben we nog nooit gezien’, zeiden ze.

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God,
die er voor ons wil zijn,
die naar ons luistert,
die ons nabij wil zijn.

Ik geloof in Jezus,
die mens is geworden,
die oog had voor kwetsbare mensen,
die niemand in de kou liet staan.

Ik geloof in de Geest
die ons bezielt om Jezus na te volgen.

Ik geloof ook in de mensen om mij heen,
dat zij zoeken naar geluk,
dat zij door U, God, bemind worden.

Ik geloof ook in mijn eigen leven,
en dat Gij, God, mij bemoedigt en beschermt.

Ik geloof dat Gij ons allen een leven hebt gegeven,
dat sterker is dan de dood. Amen.

Voorbeden 1

– Bidden we voor alle christenen.
Dat zij Gods barmhartigheid
die mensen laat opstaan,
leren begrijpen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor de Kerk in onze dagen.
Dat zij in woord en daad
Gods boodschap van liefde en bevrijding gestalte geeft.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor mensen die niet op eigen benen kunnen staan.
Dat er mensen mogen zijn
die hen overeind helpen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor mensen in nood,
verlamd door ziekte, moeilijkheden of verdriet.
Dat zij zich op U, God, durven verlaten.
Laten wij bidden…
vrij naar Piet Stevens

Voorbeden 2

God heet ons welkom,
Hij staat altijd klaar om naar ons te luisteren.

– Bidden wij om vergeving
voor wat wij elkaar aandoen  – soms onbewust:
de achteloosheid waarmee wij elkaar voorbijlopen,
de hebzucht en de jaloezie die afstand schept tussen mensen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij om genezing van onze kortzichtigheid,
ons gebrek aan doorzettingsvermogen om het goede te doen.
Genees ons, God, van de verlamming,
van onze neiging – telkens weer – om ons terug te trekken op eigen erf
en onze ogen te sluiten voor het leed van een ander.
Laten wij bidden…

– Bidden wij om een geloof dat zich in daden uit.
Geef ons een krachtdadig geloof, God,
dat anderen – steeds weer – nieuwe kansen geeft
en hen die hulpbehoevend zijn, in liefde draagt.
Laten wij bidden…

– Bidden wij om kracht bij al wat wij ondernemen.
Maak ons tot mensen, God,
wier woorden troosten en verzoening zaaien,
wier handen goed doen en genezen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor alle zieken,
voor al diegenen die innerlijk verlamd zijn geraakt,
voor mensen die vastzitten in vooroordelen, in jeugdtrauma’s,
die bekneld geraken door de cultuur of de tijdgeest.
Dat zij bevrijding ontvangen.
Dat zij Jezus mogen ontmoeten
in zijn Woord, in zijn Kerk, in zijn Sacrament.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor een nieuw klimaat van geloof,
waarin wij ongedwongen en onbevooroordeeld
de genade kunnen ontvangen die God ons aanbiedt.
Dat we meer en meer tot leven komen door Gods liefde
die ons doet uitgroeien tot de volle maat van zijn Zoon.
Laten wij bidden…

Goede God,
open onze ogen voor het nieuwe
dat Gij in Jezus onder ons begonnen zijt.
Leer ons te leven naar zijn voorbeeld
en versterk ons geloof in de genezende kracht van de liefde. Amen.
vrij naar Gerard Kock

Voor al deze intenties, voor alles wat ons persoonlijk ter harte gaat, bidden wij:


Gebed over de gaven 1

Goede God,
in dit brood en deze wijn vieren wij onze verbondenheid met uw Zoon.
Als wij vastgelopen zijn in ons bestaan,
heeft Hij woorden van heil.
Hij voedt ons ook met zijn levenskracht.
Wij danken U daarvoor en vragen
dat wij met U en met elkaar mogen verbonden blijven
en elkander zouden dragen in het geloof
dat Gij liefde zijt tot in eeuwigheid. Amen.

Gebed over de gaven 2

Heer,
geef ons in dit brood en deze wijn een teken
dat Gij bij ons blijft met uw Geest die geneest en opbeurt.
Help ons om niet te leven voor onszelf alleen.  Amen.
Ekeren

Tafelgebed

God, onze Vader,
wij zijn U dankbaar
omdat Gij ons neemt zoals wij zijn.
In geloof houden wij vast aan U:
wij weten dat Gij ons niet zult loslaten.
Wij danken U, God,
omdat Gij ons een toekomst aanzegt in Jezus, uw Zoon en onze Broeder.
In Hem hebt Gij uw welbehagen gevonden.
Hij heeft geleefd, eenvoudig en met overgave.
Hij ging om met mensen die soms bang
en kleinmoedig waren.
Hij heeft hun waardigheid geschonken.
Hij heeft hun vreugden en hun zorgen meegemaakt,
Hij heeft hun eenzaamheid aangevoeld.
Hij werd hun vriend,
omdat Hij naar hen toe ging met menselijke warmte en aandacht.
Wij zijn U dankbaar, God,
voor alle
mensen die zich laten inspireren door Jezus van Nazareth,
Hij, die uw onnoemlijke kracht zo sterk aanvoelde
dat Hij U zijn Vader durfde noemen.
Hij geloofde in de kracht van het kleine:
het is steeds genoeg voor een nieuw begin.
Dat toonde Hij ook op die avond
in een dagelijks gebaar
dat leven en voortbestaan betekent.
Hij nam wat brood,
en liet het met eerbied in zijn handen rusten,
Hij dankte God ervoor als gold het heel zijn rijkdom,
en brak het toen om het te verdelen.
“Neem allen een stuk,” zei Hij, “en eet het maar.
Het is mijn leven voor u gegeven.”
Toen vulde Hij een beker met wijn en liet hem rondgaan,
want hun dorst naar diepe verbondenheid was groot.
“Drink ook hieruit,” zei Hij, “deze wijn moet liefde worden,
verwantschap in hetzelfde bloed.
Neem en drink ervan, het is mijn bloed.
Als gij later dit brood eet en uit deze beker drinkt, denk dan aan Mij.”
Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.
In zijn Geest bidden wij U, God,
dat de stroming die van zijn gebaar is uitgegaan,
ook ons mag doorstromen.
Doe ons opstaan, Vader,
in de kracht van uw goede Geest.
Wek in ons het vermogen om mild en goed te leven
en doe ons uitzien naar uw Rijk.
Zoals het was op de dag dat Jezus in de rij ging staan,
mens tussen de mensen,
en Hij van U mocht ervaren:
‘Zo is het goed, op zulke mensen stel Ik mijn hoop.’
Laten wij dan eer betuigen aan de naam die Gij ons geeft:
kinderen van God.
Door Hem en met Hem en in Hem
zal dan uw naam geprezen zijn, God, barmhartige Vader,
in de eenheid van de heilige Geest,
vandaag en alle dagen tot in uw heerlijkheid. Amen.

Onze Vader

Goede God, het is uw stem die ons roept,
het is uw liefde die ons samenbrengt.
Moge uw Geest over ons komen opdat wij groeien
tot een gemeenschap van mensen die samen bidden
met de woorden die Jezus ons gegeven heeft:
Onze Vader…

Goede God, help ons groeien
tot een gemeenschap naar uw hart,
waar onze liefdevolle zorg voor elkaar
een teken van uw aanwezigheid mag zijn.
Dan zullen wij hoopvol kunnen uitzien
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk …

Vredewens

Heer Jezus, Gij nodigt ons uit te bouwen aan een nieuwe samenleving
door in vrede te leven met elkaar,
door elkaar van harte te vergeven.
Wij bidden U: wees bij ons en vuur ons aan
om die levensopdracht goed te vervullen.
Geef ons uw vrede, wereldwijd.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij Gods vrede en vreugde door aan elkaar.

Lam Gods

Communie

Wij zijn allen uitgenodigd aan tafel
om te eten van deze gaven,
tekenen van vergeving en vrede
ons door de Heer nagelaten.
Zie het Lam Gods….

Bezinning 1

“Ik zal vissers van mensen van u maken”,
zei Jezus enkele weken geleden.
Vandaag vernemen we
wat Hij toen bedoelde:
“Ik zal van  jullie
‘dragers van mensen’ maken.”

Dragers van mensen,
die,
gedreven door geloof en Godsvertrouwen,
zich door niets of niemand
laten tegenhouden,
ook niet door een weerbarstige muur
van nieuwsgierigen voor Jezus’ deur.

Dragers van mensen
die gaten vinden
in muren van egoïsme,
van gemakzucht,
van hebzucht,
van de ‘als-ik-het-maar-goed-heb’
en de ‘ieder-voor-zich’-mentaliteit.

Een medemens op onze schouder
maakt ons leven
meer de moeite waard om geleefd te worden,
maakt ons meer mens,
maakt ons meer christen.
Maakt onze wereld
leefbaarder,
menswaardiger.

Dragers van mensen,
in Gods naam.
naar Piet Vervaet


Bezinning 2

In een verlamde wereld van potdichte mensen in potdichte huizen,
ergens in een dak een klein gaatje maken
om een glimp op te vangen van Hem,
die voor mensen openstond, hoe gesloten zij ook waren.
Van zo iemand horen
dat de boeien van zonde en verlamming voorgoed ontsloten zijn,
dat is iets van lang geleden als stralend nieuw ervaren.

In de verlamde wereld van Palestina, de Arabische wereld, Oost-Congo, Afghanistan…
weer openingen zoeken die zicht geven op elkaar,
die verzoening laten zien,
ontroerende zekerheid
dat zonde, verkrachting en dood weliswaar de brute feiten zijn,
maar nooit het laatste woord zullen hebben.
Hoe grenzeloos nieuw zou dat zijn,
hoe zou het onze totale verlamming weer kunnen verbreken.

In een verlammende vete, – in welke familie en leefverband komt dit niet voor –
weer gaten durven schieten in de bres van haat en nijd,
om daar doorheen sporen van verbinding te zien
die er wel degelijk ook nog zijn.
Dat zou te midden van de verlamming
een nieuw en hoopvol teken van leven kunnen zijn.

Slotgebed 1

Vier mannen brachten een lamme tot bij Jezus.
Misschien zouden ook wij dat kunnen doen:
regelmatig bij elkaar komen,
elkaar dragen,
elkaar doen opstaan en verrijzen
zodat wij samen kunnen hopen,
dromen van en bouwen aan
een nieuwe toekomst.
Laten wij Jezus danken
voor zijn inspirerend voorbeeld.

Moge Hij ons helpen
om met hart en ziel en al onze krachten
dragers van mensen te zijn.
Bidden we dat wij ooit – door Gods Geest bezield –
met velen samen daartoe in staat zijn. Amen.


Slotgebed 2

Er zijn momenten in mijn leven
dat ik zo diep gekwetst of ontgoocheld ben, God,
dat ik niet meer rechtop kan staan.
En soms ben ik zelfs verlamd
door mijn eigen kleinheid en mijn onmacht om lief te hebben.
Laat me dan goede vrienden vinden
die me willen dragen
en me tot bij Jezus brengen.
En help me zo’n vriend te zijn voor anderen!
Erwin Roosen

Zending en zegen

Woorden van vergeving en van gemeenschap hoorden wij tot ons spreken.
Wij mochten ons erdoor laten bemoedigen
om elkaar vergevingsgezind en met een ruim hart nabij te zijn.
Ook na dit uur.
Daartoe zegene ons de menslievende God,
+ de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.