7e zondag door het jaar A 2020 p

7de zondag van het jaar-A                                                                                         23 febr. 2020

Heb je vijanden lief ??  (Lev. 19,1-2.17-18 ; Mt. 5,38-4Smilie: 8)

“Heb je vijanden lief”. “Als iemand jou een klap op je rechterwang geeft, houd hem dan ook de ander voor.” Ik vermoed dat menigeen onder u het met me eens is als ik zeg dat deze uitspraken van weinig realiteitszin getuigen. Wie kan dat consequent waarmaken in zijn leven? En het gaat hier niet om een uitspraak die uit zijn context is gerukt. “Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig.” klonk het in de eerste lezing. En onze evangelietekst eindigde met: “Jullie zullen onverdeeld goed zijn, zoals jullie hemelse Vader onverdeeld goed is”. Sorry, maar zoveel heiligen en onverdeeld goeden zie ik in mijn omgeving niet rondlopen. Christenen zijn geen volmaakte wezens. Bijna ben ik geneigd om het Bijbelboek dicht te klappen want dat soort praat is niet besteed aan een simpel ziel zoals u en ik.

Maar misschien doen we er beter aan die Bijbel wat verder open te slaan. En bijvoorbeeld even open te leggen bij de brief van Paulus aan de christenen van Kolosse. De openingszin ervan luidt: “Van Paulus (…) aan de heiligen van Kolosse, onze broeders [en zusters] in het  geloof en in Christus.” Afzender en geadresseerden worden hier genoemd. Die geadresseerden – alle leden van de christelijke gemeenschap van Kolosse dus – worden ‘heiligen’ genoemd. Blijkbaar had dat woord in Paulus’ tijd een enigszins andere inhoud dan in ons taalgebruik. Misschien moeten we de citaten uit onze lezingen die wij daarnet bijna van de tafel veegden, eens herbekijken door een wat meer Bijbels gekleurde bril.

“Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig.” Dat God heilig is, is een gelovige evidentie. Het scheppingsverhaal vertelt dat de mens geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. Dus mag van de mens verwacht worden dat hij iets uitstraalt van dat beeld-van-God-zijn. Als God naar de mens kijkt moet Hij iets van zichzelf kunnen herkennen. In de manier waarop mensen met elkaar omgaan zou iets van dat beeld-zijn-van-God-die-heilig-is herkenbaar moeten zijn. De oproep ‘Wees heilig’ betekent dus: straal in je manier van leven iets uit van Gods heiligheid. Maar hoe doe je dat concreet?

Onze eerste lezing gaf een voorbeeld.

In een humane samenleving geldt dat wie een misdrijf pleegt of zich tegenover een medemens misdraagt, een straf verdient. Maar de strafmaat moet wel evenredig zijn met de aard en de omvang van het misdrijf: ‘Oog om oog, tand om tand’ heette dat destijds. Op die manier wordt voorkomen dat geweld steeds nieuw geweld uitlokt.

‘Wees heilig want Ik, de Heer uw God, ben heilig’ roept de gelovige Jood op om die humane rechtvaardigheidsregel te overstijgen. ‘Wees niet haatdragend tegen je broeder. Ik, uw God, ben een vergevingsgezinde God. Probeer eens tegenover je broeder beeld van Mij te zijn. Koester geen wrok tegen je volksgenoot maar probeer tegenover hem iets van mijn vergevingsgezindheid uit te stralen’. Aldus de Thora-boodschap.

Jezus die, zoals we vorige week hoorden, de Thora, Wet en Profeten, kwam vervullen,zet nog een stap verder.

Ik weet niet of het u is opgevallen, maar in onze eerste lezing worden de woorden ‘broeder’, ‘naaste’ en ‘volksgenoot’ door elkaar gebruikt alsof het synoniemen zijn. De God van het Jodendom is de God van het volk met wie Hij een verbond heeft gesloten. “Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig” is dus een oproep die specifiek tot het Joodse volk is gericht. In onze evangelielezing lazen we: “Jullie hebben gehoord dat de Thora zegt: U zult uw naaste liefhebben en uw vijand haten”. In de Joodse context gold Gods liefdesoproep enkel voor hun uitverkoren volksgenoten, en was niet van toepassing op vreemden, en zeker niet op de vijanden van het joodse volk. Daar stelt Jezus tegenover: “Maar Ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie je vervolgen, dan zullen jullie kinderen worden van je Vader in de hemel, want die laat zijn zon opgaan over slechten en goeden en Hij laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen”. Jezus breekt hier de grenzen van de Thora-naastenliefde open, verwijzend naar God de Schepper die Vader is voor alle mensen, en dus zorg draagt voor al zijn kinderen zonder onderscheid, en hun van harte zon en regen gunt. Zijn oproep om in je doen en laten iets uit te stralen van je beeld-zijn van God-Schepper-en-Vader-van-alle-mensen is dus een oproep tot naastenliefde, tot vergevingsgezindheid die alle grenzen overschrijdt omdat alle mensen broers en zussen zijn van dezelfde Vader. Op die manier brengt Jezus de Thora tot vervulling.

* * *

Maar alle vervulling ten spijt, blijft “heb je vijanden lief” een voor velen moeilijk te verteren Jezuswoord. Maar ook hier kan het woordgebruik tot misverstaan leiden.

De betekenis van het woord ‘liefhebben’ kan in ons dagelijks taalgebruik variëren. Jezus bedoelt niet dat wij onze vijanden zomaar om de hals moeten vliegen. Ook verwarren we vaak ‘liefde’ met ‘sympathie’. Sympathie is gevoelsmatig aangesproken worden door iets in de ander dat ik ook in mijzelf herken. Dezelfde interesses bijvoorbeeld. Liefde is iets anders. Het gaat daarbij niet zozeer over het gelijke in mij en de andere, maar om de aanvaarding van het verschil. Het komt eropaan de echte werkelijkheid van de andere en van zichzelf te aanvaarden. Pas dan zijn menselijke relaties mogelijk.

‘Heb je vijanden lief’ is een vorm van ‘je naaste liefhebben’. Het zelfstandig naamwoord ‘naaste’ is een neutraal begrip, even neutraal als het voorzetsel ‘naast’ in: ‘Heb lief de mens die naast u leeft’. Het zegt niets over de affectieve kleur van die relatie. Als Jezus ons vraagt de mens naast je lief te hebben, dan wil dat zeggen: hem/haar als mens respecteren. Dat wil niet zeggen dat ik alle onlustgevoelens moet ontkennen of onderdrukken. Dat wil niet zeggen dat ik de mens naast me sympathiek moet vinden. Met ‘liefhebben’  is hier geen gevoelsliefde bedoeld, wel respect. Het Jezuswoord wijst wel discriminatie af op grond van lust- of onlustgevoelens of op grond van andere niet ter zake doende factoren. Het verbiedt niet dat we ons gekwetst kunnen voelen door het gedrag van de ander. Het vraagt wel dat we niemand definitief afschrijven of veroordelen.

* * *

En dan is er nog de slotzin van onze evangelietekst: “Jullie zullen dus onverdeeld goed zijn, zoals jullie hemelse Vader onverdeeld goed is”. ‘Onverdeeld goed’, dat is toch niet te doen voor doorsnee-mensen…

Akkoord, ‘onverdeeld goed zijn’ is niet te doen. Het is een utopie. En een utopie is niet ten volle realiseerbaar, maar kan mensen wel oriëntatie aanreiken. Het is niet omdat de volle realisatie ervan niet binnen ons bereik ligt, dat er geen beginnen aan zou zijn. Want wat is christen-zijn anders dan, na elke mislukking, altijd opnieuw beginnen om een klein beetje uit te stralen wat we in wezen zijn: beeld van God die voor al zijn kinderen een liefhebbende Vader is.

Marc Christiaens o.p.

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.