5e zondag van de vasten B 2015 p

22 maart 2015  (Viering)

Als de graankorrel sterft… (Joh. 12,20-33)

Grieken die naar Jeruzalem trekken om er het Joodse paasfeest mee te vieren… Blijkbaar is een weekje buitenland in de paasvakantie niet zo’n recent fenomeen…
Daar, in Jeruzalem – of was het misschien al voordien? – hebben die Grieken over Jezus horen spreken. En nu die controversiële figuur sinds een paar dagen ook in de stad is aangekomen, zou ‘even kennismaken’ mooi meegenomen zijn. Via via lukt hun dat ook.

Een wat rare ontmoeting, als we onze evangelist mogen geloven. Terwijl die toeristen eerbiedig wat afstand houden, komt Jezus met uitgestoken hand naar hen toe en zegt: “Het uur is gekomen”. Het klinkt als: “Eindelijk is het zover[1]. Eindelijk gaat mijn boodschap de grens over: niet alleen mijn eigen volk, ook vreemdelingen worden erdoor aangesproken. Eindelijk wordt duidelijk dat het goede nieuws bestemd is voor de hele wereld, voor mensen van alle volken, rassen en talen.”

En Jezus gaat op dat elan door. Maar de pathetisch toon van zijn toespraak staat haaks op de inhoud ervan. Hij presenteert zichzelf als een verliezer. Niet als een verslagene maar als iemand die welbewust verliezer wil zijn. En dat in de overtuiging dat dit de beste manier is om anderen gelukkig te maken en daardoor zelf het geluk te vinden. En met een donderslag bij heldere hemel wordt die optie bekrachtigd door God zelf. Wie ervoor kiest om als graankorrel in de akkergrond te sterven om zo een rijke oogst aan bevrijding en verlossing te produceren, zo iemand blijkt Gods uitverkorene te zijn.

Die keuze maken is mooi, maar die stap ook daadwerkelijk zetten, is nog wat anders. Als het moment gekomen is om in die verliezersrol in te stappen, om als graankorrel je leven op het spel te zetten in het belang van derden, dan kan angst en onzekerheid je verlammen. Het ego verzet zich ertegen dat het losgelaten wordt. Die psychologische reflex tot zelfbehoud greep ook Jezus naar de keel: “Nu het zover is, is mijn ziel ontsteld. Zal Ik dan zeggen: ‘Vader, red Mij uit dit uur?’”.  Jezus was blijkbaar ook maar een mens.
Voor Hem is, op het ogenblik dat dit verhaal zich afspeelt (een dag of twee, drie vóór Goede Vrijdag), het uur U is aangebroken. Het is erop of eronder. Terugkrabbelen kan niet meer zonder verraad aan wat Hij altijd heeft verkondigd: wees bereid te sterven om voluit te kunnen leven; wees bereid je leven uit handen te geven en het ter beschikking te stellen als werktuig van Gods liefde die altijd weer nieuw begin en nieuwe toekomst schept. De grondwet van het evangelie. De wet van de onbaatzuchtige liefde.

Die weg van Jezus gaan; je vertrouwde leven loslaten om nieuw leven mogelijk te maken voor jezelf en ook voor anderen… heeft ingrijpende implicaties.

-In het ons vertrouwde leven gelden immers andere spelregels dan de wet van de onbaatzuchtige liefde. Vooral consumptie, concurrentie en prestatie scoren er hoog. En daar doen we allemaal gretig aan mee. Het werkt zo verslavend dat het bijna onvermijdelijk moet uitmonden in egocentrisme en in een verkrampte levensstijl die geen tijd meer vrijmaakt voor, zelfs niet meer beseft dat de diepste dingen van het leven gratis zijn en dat geluk voor geen geld te koop is.
Die concurrentiedrift en ik-betrokkenheid moet je willen en durven loslaten om te kunnen genieten van de vreugde van liefhebben en geliefd worden; om te kunnen genieten van de weelde van de vrijheid om je belangloos in te zetten voor de ander, van de heilzame kracht die je put uit momenten van stilte en bezinnend bij jezelf zijn.

-Wil en durf je ook je eigenwijsheid loslaten, dan zul je ontdekken dat je de waarheid niet in pacht hebt, dat waarheid ook nooit het bezit  kan zijn van een bepaalde groep. Waarheid groeit, groeit in dialoog. Voorwaarde om echt te kunnen dialogeren is immers je eigen gelijk relativeren, je eigen overtuiging durven openbreken voor het wat en het waarom van andermans overtuiging. Niet alleen in theorie erkennen dat andersdenkenden ook kunnen denken, maar hun zienswijze ook au serieux te nemen. Dat vergt bescheidenheid, en geduld en eerbied voor de ander. Luisterend naar elkaar kunnen we met elkaar dichter in de buurt van de waarheid komen. Ik zeg ‘in de buurt van’ want waarheid laat zich niet zomaar vangen in woorden. Waarheid evolueert. Woorden zijn altijd armer dan de werkelijkheid.

-Dat geldt des te meer als het de werkelijkheid van God betreft. Die laat zich ook niet opsluiten in woorden. Ik-zal-er-zijn-voor-u noemde Hij zichzelf. Hij is er dus voor míj, maar ook vóór mij. God krijg je niet in je greep. Hij gaat voor ons uit; wij achter Hem aan (in het beste geval). Steeds op tocht. We moeten aan de verleiding weerstaan om God te willen vangen in woorden, formules of dogma’s. Zo verstenen we God tot een monument; zo maken we Hem ‘ongevaarlijk’ voor ons eigen leventje, zijn verrassingen uitgesloten, is de tocht naar het Beloofde Land ten einde. We moeten daarentegen God ‘loslaten’, Hem voorop laten lopen, het initiatief voor onze levenstocht aan Hem overlaten. Dan worden steeds nieuwe wegen ontdekt, worden nieuwe krachten aangeboord. Ook al krijgen onze mensenogen God nooit te zien, we zien wel dat alles nieuw wordt daar waar mensen in zijn spoor voorbijtrekken.

-Het is die God die we in het evangelie hoorden zeggen dat Hij Jezus verheerlijkt heeft (28b), die zijn handtekening zet onder het leven van de Man van Nazareth die zei: “Wie Mij wil dienen, zal Mij moeten volgen; zal, zoals Ik, moeten leven en sterven als een graankorrel die, uitgestrooid in akkergrond, rijke vrucht voortbrengt.”
Onbaatzuchtig liefhebben naar het voorbeeld van Jezus, betekent: het zwaartepunt van je doen en laten buiten jezelf durven leggen, bij de ander, zonder te rekenen op wederdienst of wederliefde. Van die onbaatzuchtige liefde is vergeving de hoogste vorm: uit je gekrenkte hart stappen om met uitgestoken hand degene die je beledigde of pijn deed, tegemoet te gaan, ook al heb je hem/haar in eerste instantie misschien doodverwenst. Een gedenkwaardig voorbeeld hiervan is de bejaarde zuster die vorige week in een Indische klooster slachtoffer werd van groepsverkrachting, en die deze week, na haar ontslag uit het ziekenhuis, aan de daders vergiffenis schonk.

Onbaatzuchtig liefhebben, zijnde de grondwet van het evangelie staat mijlenver af van de ons zo vertrouwde spelregels van onze samenleving. Niet voor niets zei Jezus ooit: “Mijn Rijk is niet van deze wereld”. Zouden we dat mogen vertalen als: Hoe beter ik me thuis voel in de wereld van vandaag, hoe verder ik afsta van de grondwet van het evangelie?
Marc Christiaens o.p.

 

[1] In de weken en maanden voordien had Jezus de spanning opgedreven door herhaaldelijk te verklaren dat zijn uur nog niet gekomen was, dat de tijd nog niet rijp was (zie Joh. 2,4; 7,6; 7,30; 8,20).

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.