5e zondag van de vasten B 2012

ZONDAGSVIERINGEN
vijfde zondag vasten B (25/03/2012)


Begroeting

Welkom in deze viering van de vijfde zondag van de veertigdagentijd:
in de naam van + God, onze Schepper,
Jezus, zijn Zoon en onze Broeder
en de heilige Geest die ons inspireert en aanvuurt. Amen.


Openingswoord 1

De meeste mensen in ons land gaan niet, zoals wij, naar de kerk.
Maar betekent dat ook
dat Jezus voor hen van geen enkele betekenis is?
Misschien voelen toch wel meer mensen dan wij denken
zich op een of andere manier tot Hem aangetrokken.
En dat valt niet te verwonderen,
want vandaag horen we Jezus in het evangelie zelf zeggen:
“Wanneer Ik van de aarde zal zijn omhoog geheven,
zal Ik allen tot Mij trekken”.
Moge wij hier in de kerk met hoofd en hart bij Hem zijn.

Kees Pannekoek


Openingswoord 2

In de eerste lezing horen wij van de profeet Jeremia
over het nieuwe verbond dat God met Israël sluit.
God blijft trouw aan zijn eens gegeven woord.
Hij tracht ons met hart en ziel voor Zich te winnen
en legt een nieuwe wet in ons binnenste.
We ontmoeten ook Jezus op zijn weg naar Jeruzalem.
Het evangelie belicht de betekenis van Jezus’ leven:
de graankorrel die moet sterven om rijke vrucht te dragen.
Daaruit groeit nieuw leven.
Een andere wereld groeit,
is mogelijk,
als wij leren los te laten…
als we leren te sterven aan onszelf.

Vergevingsmoment

Omdat Gods verbond met zijn volk
in ieders hart staat gegrift,
vragen wij Hem om nabijheid, om ontferming.

– Heer, Gij die weet hoe moeilijk het ons valt
de goede richting te kiezen,
laat ons voelen dat we niet alleen op stap zijn,
vooral als uw weg zo moeilijk begaanbaar lijkt.
Heer, ontferm U over ons.

– Christus, Gij die weet hoe angstig wij vaak zijn
als wij voor moeilijke keuzes staan,
moge uw voorbeeld
ons blijvend vertrouwen schenken in de toekomst.
Christus, ontferm U over ons.

– Heer, Gij die onze twijfels en verdriet kent,
laat ons uw hand op onze schouder voelen.
Heer, ontferm U over ons.

Moge de goede en barmhartige God
ons tekortschieten vergeven,
de muren van verdeeldheid slopen,
en ons geleiden tot het eeuwig leven. Amen.

Openingsgebed

God, als wij onszelf hoger achter dan de ander,
dan is er geen leven meer,
niet voor onszelf en niet voor de anderen.
Wij vragen U:
doe ons ervaren dat grijpen en nemen niet gelukkig maken,
maar dat het zinvol is onszelf te geven.
Leer ons het voorbeeld volgen van Jezus,
die als de graankorrel in de aarde gestorven is
en die zo nieuw leven mogelijk maakte voor allen. Amen.
naar Lummen

Lezingen


In de eerste lezing horen wij
een prachtige tekst van de profeet Jeremia
over het nieuwe verbond dat God met Israël sluit.
De tweede lezing en het evangelie
belichten de betekenis van Jezus’ lijden en dood.
Gods Zoon heeft in de school van het lijden
gehoorzaamheid geleerd,
zegt de schrijver van de brief aan de Hebreeën.
En in het Johannesevangelie gaat het over de graankorrel,
die moet sterven om rijke vrucht te dragen.

Eerste lezing (Jeremia 31,31-35)

Uit de Profeet Jeremia

31       Er komen dagen
– godsspraak van de Heer –
dat Ik met Israël en Juda een nieuw verbond sluit;
32       geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb,
toen Ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte te leiden.
Want dit verbond hebben zij verbroken
hoewel Ik hun meester was
– godsspraak van de Heer.
33       Dit is het nieuwe verbond
dat Ik in de toekomst met Israël sluit
– godsspraak van de Heer:
Ik schrijf mijn Wet in hun binnenste,
Ik grif die in hun hart. Ik zal hun God zijn,
en zij zullen mijn volk zijn.
34       Dan zal niemand meer zijn medeburger onderrichten,
noch tegen zijn broeder zeggen:
`Leer de Heer kennen.”
Want iedereen, groot en klein, kent Mij al
– godsspraak van de Heer.
Ik vergeef hun misstappen, Ik denk niet meer aan hun zonden.’
KBS Wilibrord 1995

Tweede lezing (Hebreën 5,7-9)

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,
7        In de dagen van zijn sterfelijk leven
heeft Hij onder luid geroep en onder tranen gebeden
en gesmeekt tot God, die Hem uit de dood kon redden.
Na de doorstane angst is Hij verhoord.
8        Hoewel Hij Gods Zoon was,
heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd;
9        en toen Hij tot de voleinding was gekomen,
is Hij voor allen die Hem gehoorzamen,
oorzaak geworden van eeuwige redding.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Johannes 12,20-33)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Johannes

20       Er waren ook Grieken onder de pelgrims
die ter gelegenheid van het feest aan de eredienst kwamen deelnemen.
21       Ze wendden zich tot Filippus,
die afkomstig was uit Betsaïda in Galilea, met het verzoek:
`We zouden Jezus willen ontmoeten.’
22       Filippus ging dit bespreken met Andreas
en samen gingen ze toen de zaak aan Jezus voorleggen.
23       Jezus gaf hun ten antwoord:
`Het uur is gekomen dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt.
24       Waarachtig, Ik verzeker jullie:
als een graankorrel niet in de akkergrond sterft, blijft hij onvruchtbaar.
Maar hij moet sterven, alleen dan brengt hij rijke vruchten voort.
25       Wie zich aan zijn leven vastklampt, verliest het;
maar wie zijn leven prijsgeeft in deze wereld,
zal het behouden voor het eeuwige leven.
26       Wie Mij wil dienen, zal Mij moeten volgen,
en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn:
wie Mij dient, zal erkenning vinden bij de Vader.
27       Nu het zover is, is mijn ziel ontsteld.
Zal Ik dan zeggen:
`Vader, red Mij uit dit uur”?
Nee, want juist daarom ben Ik gekomen: met het oog op dit uur.
28       Vader, verheerlijk uw naam!’
Toen klonk er een stem uit de hemel:
`Die heb Ik al verheerlijkt en ook nu zal Ik Hem verheerlijken.’
29       De mensen die hadden staan luisteren, dachten dat het gedonderd had.
Maar sommigen zeiden:
`Er heeft een engel tegen Hem gesproken.’
30       Jezus zei echter:
`Niet voor Mij heeft die stem geklonken, maar voor u.
31       Nu wordt het oordeel over deze wereld geveld,
nu gaat de vorst van deze wereld onttroond worden.
32       Ikzelf moet van de aarde omhoog geheven worden
en zo haal Ik allen naar Mij toe.’
33       Hiermee kondigde Hij aan op welke manier Hij zou sterven.

KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Onze ogen zijn te menselijk om God te kunnen zien.
Wel zien we dat alles nieuw wordt
waar mensen, achter God aan,
voorbijtrekken.
Spreken wij ons geloof uit in Hem-die-er-is-voor-ons.


Ik geloof dat God ons heeft geschapen
naar zijn beeld en gelijkenis
en dat daarom elke mens recht heeft
op een menswaardig bestaan.

Ik geloof in Jezus,
die, gestorven en verrezen, in ons leeft
en ons aankijkt doorheen de ogen van elke mens.

Ik geloof in de Geest
die het vuur in ons aanwakkert
tot volgehouden inzet
voor vrede en gerechtigheid.

Ik geloof dat de schepping,
niet eindigde op de zevende dag,
maar dat zij ook in onze handen is gelegd;
dat alles wat gebeurt ons aangaat,
en dat onze bijdrage onmisbaar is. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en deze gaven aan Hem aan te bieden.

– Bidden we voor hen die keuzes durven maken
waarvan de gevolgen niet te overzien zijn,
mensen die zowat alles ervoor over hebben
om het welzijn van anderen te bevorderen.
Versterk hun innerlijke kracht, God,
laat het vuur van hun verlangen brandend blijven.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor hen die blijven steken in hun aarzelingen,
mensen die geteisterd worden
door een grote onzekerheid,
angstig voor alles wat zij niet overzien.
Geef hun nieuwe kracht,
versterk hun hoop en hun verlangen
om medemens te zijn voor anderen.
Laten wij bidden…

Levende, Barmhartige,
wees er voor ons
wanneer wij durven kiezen
voor een leven vol gerechtigheid,
en sta ons bij op momenten van angst,
angst om alles te verliezen.
Wees er ook voor ons
wanneer we niet durven kiezen,
omdat we denken de weg van gerechtigheid
niet aan te kunnen. Amen.

Voorbeden 2

– Bidden we voor hen die leven naar Gods wet
– van binnen uit en van harte –
en die meer goed doen
dan een wet ooit kan voorschrijven.
Voor al die mensen
die hun leven wijden aan anderen
en zich in alles laten leiden
door wat hun hart hun ingeeft.
Dat wij zelf zulke mensen mogen zijn.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor hen die luisteren
naar de stem in hun binnenste
en erop uit zijn dat allen tot hun recht komen,
de zwakken het meest.
Voor hen die zichzelf durven verliezen
om voor anderen het leven te winnen.
Dat wijzelf zulke mensen mogen zijn.
Laten wij bidden…

Bidden we voor ons allen
en voor heel onze gemeenschap.
Dat God ons zijn woorden in het hart legt
en onze namen schrijft in de palm van zijn hand.
Laten wij bidden…

Liefdevolle God,
stem ons af op uw stem
die ons raakt in ons hart,
opdat wij leven vinden
voor eens en voorgoed. Amen.
naar Gerard Kock

Gebed over de gaven 1

God,
uw liefde is machtiger dan de dood
en uw genade houdt ons in leven.
Aanvaard dit brood, gemaakt uit graankorrels gestorven in de aarde
en deze beker met wijn, geperst uit gekneusde druiven.
Zegen en aanvaard deze gaven
opdat wij de weg gaan van uw Zoon Jezus. Amen.
naar Levensecht

Gebed over de gaven 2

God van leven,
brood en wijn staan hier op tafel,
vrucht van arbeid, teken van inzet.
Zegen onze gaven.
Moge dit brood,
dat voortkomt uit het gekiemde en gedorste graan
en deze wijn van gerijpte en geperste druiven,
voor ons teken zijn van gegeven leven,
van leven over de grenzen van de dood heen. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen delen
om anderen een menswaardig bestaan te verzekeren,
voor hen die hun huis gastvrij openstellen.

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen luisteren
naar het leed van anderen,
die wonden genezen
door de pijn te helpen dragen;
voor mensen die kunnen troosten.

Wij danken U, God,
voor mensen die rust en stilte brengen,
die oog hebben voor kleine dingen,
die zich verheugen in de grootheid van anderen.

Wij danken U, God,
voor mensen die hongeren naar gerechtigheid,
die lijden omwille van het onrecht
dat anderen wordt aangedaan.

Wij danken U, God,
voor mensen die mild zijn in hun oordeel,
die eerbied hebben voor het leven,
die hun hart openen voor vergeving en verzoening.

Wij danken U, God,
voor mensen die zuiver zijn in hun bedoelingen,
die oprecht zijn in hun woorden,
die trouw blijven aan hun vrienden.

Wij danken U, God,
voor mensen die zich spiegelen
aan de levenswijze van Jezus.
Met hen getuigen en loven wij U, God:

Heilig, heilig, heilig …

Geen andere zekerheid is ons gegeven, Heer God,
dan op weg te zijn naar U.

Ons zoeken naar U
maakt ons tot een volk onderweg.
Mensen die verdwalen worden toegesproken
door Jezus, uw Zoon,
die de Weg, de Waarheid en het Leven is.
En als wij ons nestelen in onze zelfgenoegzaamheid,
Heer, roep ons dan weer op.

Toen Jezus die laatste avond met zijn vrienden aan tafel zat
gaf Hij hun een heilig teken:
Hij nam wat brood, dankte U, Vader,
brak het, deelde het uit en zei:
“Neem en eet hiervan, dit is mijn lichaam,
voor u gebroken, aan u toevertrouwd.”

Na de maaltijd nam Hij ook de beker, zegende die,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hieruit, dit is mijn bloed,
mijn levenskracht, voor u vergoten
tot vergeving van zonden,
tot verbondenheid onder mensen.
Kom samen, en doe dit telkens opnieuw,
en weet dan dat Ik bij u ben.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer God,
stuur ons op weg in de geest van Jezus, uw Zoon:
dat wij nieuwe wegen van goedheid banen,
paden van gerechtigheid en onderlinge vrede;
dat wij het leven leefbaar maken
en het puin ruimen van ons egoïsme.

Doe onder ons profeten opstaan
die het vuur van uw goedheid brandend houden,
die uw licht laten stralen,
ook in donkere momenten van ons leven.
Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn, Heer onze God,
die ons doet leven dank zij uw Geest,
hier en nu en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader

“Wil iemand Mij dienen, dan moet hij Mij navolgen.”
Dat houdt ook in:
Jezus navolgen wanneer Hij bidt tot zijn Abba, zijn Vader,
die ook voor ons Vader wil zijn.

Onze Vader,
graag zouden wij in deze wereld
uw naam geheiligd zien.
Mochten steeds meer mensen U kennen
als God-met-ons.
Uw Rijk kome!
Een rijk van liefde, vrede en gerechtigheid.
Uw wil geschiede,
want Gij wilt dat wij gelukkige mensen zijn,
die zich inzetten voor de anderen.
Wij vragen U om het dagelijks brood,
om het nodige voedsel voor wie honger heeft
en om de moed ons voedsel te delen.
Vergeef ons onze schuld,
want dikwijls zijn wij onverschillig voor uw liefde.
Leer ons de anderen vergeving schenken,
steeds opnieuw, zonder bitterheid.
Leid ons weg uit de bekoring
van hoogmoed en onoprechtheid.
En verlos ons van het kwade.
Want Gij zijt de vrede en de vreugde,
de kracht en de heerlijkheid
tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Vredewens 1

Heer Jezus, Gij hebt tot ons gezegd :
“Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad.”
Laat deze woorden in ons hart gegrift staan als uw verbond met ons.
Zie niet naar onze zwakheid en ons onvermogen
maar naar onze goede wil om naar uw Woord te leven.
Sterk ons geloof en geef ons uw vrede. Amen.
De vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij ook aan elkaar een hartelijk teken van vrede.
Lummen

Vredewens 2

Om voor anderen te kunnen open staan,
opdat onze inzet vruchtbaar zou zijn,
is vrede onmisbaar.
Heer Jezus,
Gij die rechtvaardigheid en vrede verkondigde,
Gij die tot het uiterste wilde gaan
om aan de mensen die vrede door te geven,
maak ons warmhartig en sterk om uw weg  te gaan
en vrede en gerechtigheid te brengen in onze wereld.
Die vrede van Jezus zij altijd met u.
Geven wij elkaar een teken van vrede.

Lam Gods

Communie

Aan wie honger hebben geeft Gij brood,
in overvloed geschonken door uw Zoon.
Moge zijn voorbeeld ons inspireren
om onze rijkdom te delen
opdat alle mensen zouden weten
dat Gij oog en aandacht hebt
voor al onze noden.
Dit is het Lam van God dat wegneemt de zonden der wereld.
Heer ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Het zijn slechte tijden…

‘We verdienen hoe langer hoe minder’
zeiden de mensen.
‘De armsten ook?’
vroeg de profeet.

‘We hebben geen tijd,
voor niemand’
zeiden de mensen.
‘Zelfs niet voor je beste vrienden?’
vroeg de profeet.

‘We weten ons verlaten, verraden;
we leven te midden van schandalen’
riepen de mensen.
‘Wie zonder zonde is, gooie de eerste steen’
riep de profeet.

‘Ze spelen,
ze spelen liefde,
ze verzekeren hun geld tegen het geweld,
ze zappen,
ze surfen nachten door…
Hoe houden ze het vol’
dacht de profeet.

‘Het zijn slechte tijden’
kloegen de mensen.
‘Ze hebben God verloren, vrees ik’
zuchtte de profeet.

Hij begon te vasten en te bidden.
Hij riep veertig dagen lang:
‘Wie doet er mee?’
naar Eugeen Laridon

Bezinning 2

‘Doe wat je hart je ingeeft.
Dat klinkt wel mooi
maar wat als ik eraan kapot ga?’
vroeg de rechtvaardige aan een graankorrel,
‘wie heeft er dan wat aan?’

‘Dat zie ik anders.’ zei de graankorrel,
‘Mijn hart zegt dat het tijd wordt om te sterven.
Van al mijn broers en zussen uit de korenaar
ben ik nog de enige in leven.
Blijf ik in leven, dan blijf ik alleen.
Maar ga ik dood, dan breng ik
– begraven in de grond –
veel vrucht voort
en dan zijn we weer met z’n allen.’

Heel even wist de rechtvaardige weer
dat hij vocht voor de zaak van allen
en dat was genoeg om het uit te houden.

Slotgebed 1

Laat niets verloren gaan, God,
laat niets tevergeefs gedaan zijn of geleden.
Laat al wat gezaaid wordt, vrucht geven ten einde toe.
Laat ons niet leeg en vruchteloos leven
en laat ons niet bezwijken voor de bekoring
van vergeefsheid of van overmoed.
Houd ons staande, God,
in de hoop op een betere wereld voor allen. Amen.


Slotgebed 2

God van leven en toekomst,
door mens met de mensen te worden
hebt Gij uw droom van een betere wereld
heel herkenbaar in ons hart gegrift.
Steeds opnieuw nodigt Gij ons uit
om mee te werken aan de verwezenlijking ervan.
We mogen opkijken naar Jezus, die zelf stierf om te leven.
Geef ook ons de kracht, God,
om te winnen door te verliezen,
om te vinden door los te laten,
om te leven door te sterven.
Laat ons geloven dat uw uur is aangebroken. Amen.


Slotgebed 3

Heb je het al wat door
waar het om draait in de veertigdagentijd – vraagt God?
Begrijp je dat mijn verbond
je een oneindige vreugde kan geven,
tenminste als je van je hart
een ‘huis’ wil maken waar Ik welkom ben,
in plaats van een markthal
waar je overspoeld wordt door het alledaagse en oppervlakkige.
Ik wil naar je luisteren
en woorden van liefde in je oor leggen.
Ik wil je toefluisteren dat Ik van je hou
en dat Ik je graag zie.
En Ik wil met je spreken
over mijn droom van tederheid.
Erwin Roosen

Zending en zegen 1

Moge de levenskracht van Jezus, de Christus,
die als graankorrel in de aarde viel,
ons inspireren om mensen te worden
die een klein beetje durven sterven
voor andermans geluk.
Gods zegen moge ons daarbij tot steun zijn:
in de naam van + de Vader, de  Zoon en de heilige Geest. Amen.


Zending en zegen 2

Volgens menselijke maatstaven
lijkt de opdracht van het evangelie van vandaag
bijna onuitvoerbaar.
Toch kunnen we in de buurt komen,
als we voor de inhoud van de Boodschap openstaan
en ons hart laten raken door God en door onze medemens.
Moge God ons hiertoe zegenen
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heiligeGeest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.