5e zondag van de vasten A 2014

6/4/2014
           
Begroeting

In ons geloof  is – in contrast met de gangbare betekenis – het kruis juist symbool van leven en liefde,
Gods liefde voor de mensen
en zijn belofte van eeuwig leven.
Laten wij deze viering beginnen met de herinnering daaraan
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

Op deze vijfde zondag in de veertigdagentijd
staat het verhaal over de opwekking van Lazarus centraal.
Een verhaal over dood en leven.
Op het eerste gezicht klinkt het weinig geloofwaardig, weerbarstig
en is het moeilijk te doorgronden.
Wat kan een verhaal over een dode die weer levend wordt
ons vandaag te zeggen hebben?
Hopelijk krijgt dit verhaal in de loop van deze viering meer betekenis
en laat het ons iets zien over wie Jezus voor de mensen wil zijn.

Openingswoord 2

In het verhaal over de opwekking van Lazarus
zegt Jezus van zichzelf:
“Ik ben de verrijzenis en het Leven”.
In Hem breekt Gods Leven door in mensen.
Waar wij uit de dood worden opgewekt
– en die dood kan alle mogelijke vormen aannemen –
en weer vaste grond onder de voeten krijgen,
daar is het God zelf die ons, via mensen,
wil bereiken en nabij zijn.
Om zoveel liefde,
om dat vertrouwen in mensen,
willen we God in deze viering dankzeggen
ondanks het kleinzielige, het onaffe en het gebrokene in ons leven.

Openingswoord 3

Het evangelie van vandaag gaat over Lazarus.
Wat Lazarus overkomt, tekent ook ons leven:
geboren worden, leven en sterven.
Maar het Woord van God roept hem opnieuw tot leven
en niet alleen aan de omstaanders toen,
maar ook nu aan ons zegt Jezus:
‘Rol de steen weg, maak de zwachtels los.’
Mensen leven vaak in uitzichtloze toestanden,
zonder hoop of perspectief.
Hun bestaan is een graf-situatie. Vandaag worden wij opgeroepen om geloof en vertrouwen te stellen in God
die levend maakt
en die aan de dood het laatste woord heeft ontnomen.
Maar wij moeten nu de stenen wegrollen die mensen opsluiten in een graf
en hen ontdoen van wat hun belet te leven en te bewegen.
vrij naar Koninksem

Vergevingsmoment 1

-Voor de keren dat wij enkel maar rekenen op eigen kracht
en niet erop vertrouwen
dat Gij, God, nieuwe adem en nieuwe toekomst
in ons leven kunt bewerken,
vragen wij om vergeving.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Voor de keren dat wij ons buiten de gemeenschap plaatsen,
ons niet inzetten
om anderen te helpen tot een voller leven te komen,
vragen wij om vergeving.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Voor de keren dat wij niet meewerken
aan een sfeer van warme betrokkenheid,
waarin uw liefde mensen gemakkelijker kan bereiken,
vragen wij om vergeving.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Vergevingsmoment 2

-Indien we de Geest van Jezus wat meer zouden uitstralen…
het leven van anderen zou erdoor zinvoller worden.
Om onze lauwheid:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Bij de dood van Lazarus rouwde heel Bethanië mee met zijn zussen.
Meeleven met andermans verdriet kan troostend zijn…
maar we mogen niet vergeten
dat hun verdriet langer duurt dan onze vluchtige rouwtijd.
Omdat ons meeleven vaak van korte duur is:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Jezus riep Lazarus opnieuw tot leven.
Er zijn vele mogelijkheden
om anderen opnieuw levensruimte aan te reiken:
vergeving, opbeuring, waardering…
Het is maar de vraag of we dat ook doen.
Om ons tekortkomen:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.


Vergevingsmoment 3


-Omdat we vaak mopperen over wantoestanden,
anderen daarvoor met de vinger wijzen,
met onze mond zomaar pasklare oplossingen paraat hebben,
maar zelf geen hand uitsteken,
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Omdat we wel meevoelen met de miserie van anderen,
omdat de ellende waarin anderen moeten leven, ons wel eens beschaamd,
maar we daaraan daadwerkelijk niets veranderen
met de smoes dat onze inbreng toch maar een druppel op een hete plaat is,
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Omdat ons Broederlijk Delen zich nog te dikwijls beperkt
tot een financiële bijdrage – wat zeker niet niets is -,
maar geen echte verandering betekent van levensstijl en mentaliteit
naar Jezus’ voorbeeld:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Openingsgebed 1

God van levenden,
Gij hebt de mens geschapen naar uw eigen beeld
en hem met uw Geest bezield.
Toch zijn we onderworpen aan zwakheid en ondergang.
Wij bidden U:
help ons geloven dat onze levenskiem
altijd met U verbonden blijft.
Wij vragen het U door Jezus, onze Broeder en Tochtgenoot. Amen.

Openingsgebed 2

Heer,
vandaag willen wij
met hart en ziel belijden
zoals Martha: ‘Ja, Heer, ik geloof!’

Wij geloven dat Gij Jezus zijt,
‘God-redt’, een God die met ons is,
in het verleden, het heden
en de toekomst.
Wij geloven dat Gij de Christus zijt,
de ‘Gezalfde’, die God ons heeft gegeven
omdat Hij ons zo liefheeft.
Wij geloven dat Gij de Zoon van God zijt,
helemaal mens en helemaal God
omdat Gij niet alleen door het leven,
maar ook door de dood
met ons wou gaan.

Wij danken U
omdat Gij een God van leven zijt,
een God die mensen wakker roept
uit het graf
om hen aan elkaar te geven.
Uw naam zij geprezen,
vandaag en alle dagen!
Iny Driessen

Openingsgebed 3

“Wie zich bij Mij aansluit, zal leven, ook al is hij gestorven.”
horen wij vandaag Jezus zeggen,
Hij die door dood en duisternis heen ons voorgaat naar onvergankelijk leven.
Hij wist van de trouw van onze God
en wil met ons vandaag die overtuiging delen.
God van leven,
wij danken U voor de woorden en getuigenis van Jezus.
Bewaar zijn woorden in ons hart,
opdat wij in zijn spoor met vertrouwen U tegemoet leven
die ons aller vrede en voltooiing wil zijn. Amen.
naar Johan Van Calbergh

Lezingen

Moge God ons hart aanraken als we luisteren naar de woorden uit de Schrift.

Eerste lezing (Ez. 37, 12-14)
Uit het boek Ezechiël

12         `Zo spreekt de Heer God:
Ik ga uw graven openen;
Ik wek u in grote aantallen uit de dood op
en breng u naar Israëls grond.
13         En als Ik uw graven open
en u in grote aantallen uit de dood opwek
dan zult u erkennen dat Ik de Heer ben.
14         Ik schenk u mijn geest, zodat u weer leeft,
en laat u op uw eigen grond wonen.
Dan zult u erkennen dat Ik, de Heer, doe wat Ik zeg”
– godsspraak van de Heer.’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Rom. 8, 8-11)

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,
8
           Zij die een zondig leven leiden, kunnen God niet behagen.
9           Maar u leidt geen zondig leven meer,
maar u leeft in de Geest,
omdat de Geest van God in u woont.
Iemand die de Geest van Christus niet bezit,
behoort Hem niet toe.
10         Als Christus in u is,
blijft uw lichaam wel door de zonde aan de dood gewijd,
maar uw geest leeft, dankzij de gerechtigheid.
11         Als de Geest van Hem
die Jezus heeft opgewekt uit de doden in u woont,
zal Hij, die Christus uit de doden heeft laten opstaan,
ook uw sterfelijk lichaam levend maken
door de kracht van zijn Geest, die in u woont.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Joh. 11, 3-7. 17. 20-27. 33b-45)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

3
           De zusters van Lazarus stuurden Jezus de boodschap:
`Heer, hier is iemand ziek, iemand van wie U houdt.’
4           Toen Jezus dit hoorde, zei Hij:
`Deze ziekte loopt niet uit op de dood,
maar op de verheerlijking van God,
want de Zoon van God moet erdoor verheerlijkt worden.’
5           Jezus hield veel van Martha, van haar zuster en van Lazarus.
6           Jezus hoorde dus van zijn ziekte;
toch bleef Hij nog twee dagen waar Hij was.
7           Daarna pas zei Hij tegen zijn leerlingen:
`Kom, we gaan weer naar Judea.’
17         Bij de aankomst van Jezus
bleek Lazarus al vier dagen in het graf te liggen.
20         Martha, die gehoord had dat Jezus op komst was,
was Hem tegemoet gegaan;
Maria was thuisgebleven.
21         Martha zei tegen Jezus:
`Heer, als U hier geweest was, zou mijn broer nooit gestorven zijn.
22         Maar ik weet zeker dat U ook nu nog alles aan God kunt vragen
en dat Hij het U zal geven.’
23         `Je broer zal opstaan’, verzekerde Jezus haar.
24         `Dat weet ik,’ zei Martha,
`hij zal opstaan bij de opstanding op de laatste dag.’
25         `Ik ben de opstanding en het leven’, zei Jezus.
`Wie in Mij gelooft mag dan wel sterven, toch zal hij leven;
26         en iedereen die leeft en in Mij gelooft,
zal in eeuwigheid niet sterven.
Geloof je dat?’
27         `Ja Heer,’ antwoordde Martha,
`ik geloof vast dat U de Messias bent, de Zoon van God,
degene die in de wereld komen zou.’
34 `Waar hebt u hem neergelegd?’ vroeg Hij.
`Komt u maar kijken, Heer’, zeiden ze.
35         Jezus begon te huilen,
36         zodat de Joden zeiden:
`Hij moet wel veel van hem gehouden hebben!’
37         Maar sommigen merkten op:
`Had Hij dan niet kunnen zorgen dat hij niet doodging?
Hij heeft toch ook de ogen van de blinde geopend?’
38         Er ging een huivering door Jezus heen toen Hij bij het graf kwam.
Het was een grot, die met een steen was afgesloten.
39         `Neem die steen weg’, beval Hij.
Marta, de zuster van de gestorvene, zei:
`Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen!’
40         Jezus antwoordde:
`Heb Ik je niet gezegd dat je de heerlijkheid van God zult zien
als je maar gelooft?’
41         Toen nam men de steen weg.
Jezus sloeg de ogen op en bad:
`Vader, Ik dank U dat U Mij aanhoord hebt.
42         Voor Mij stond het vast dat U Mij altijd aanhoort,
maar Ik spreek zo met het oog op al die mensen hier,
opdat ze mogen geloven dat U Mij gezonden hebt.’
43         Na dit gebed riep Hij met luide stem:
`Lazarus, kom naar buiten!’
44         En de dode kwam naar buiten,
zijn voeten en handen gebonden met zwachtels
en zijn gezicht in een doek gewikkeld.
`Maak hem los,’ beval Jezus, `en laat hem gaan.’
45         Van de Joden die naar Maria toe waren gegaan
en gezien hadden wat Hij gedaan had,
gingen velen in Hem geloven.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in Hem die heet:
‘Ik zal er zijn voor allen, niemand uitgesloten’.

Hij is de kern, de bron van onze solidariteit.
Op Hem wil ik mijn inzet afstemmen
en zijn naam maken tot rode draad van mijn leven.

Ik geloof in Jezus,
het levende verzet tegen iedere uitsluiting.

In Hem heeft onze God handen en voeten gekregen.
In Hem is zijn naam werkelijkheid geworden.
Ik geloof dat Hij niet vergeefs heeft geleefd
maar dat Hij elke dag opnieuw verrijst
in mensen die vandaag
zijn solidariteit met de uitgestotenen belichamen.

Ik geloof in zijn Geest,

die ook vandaag mensen bezielt en aanzet
om zijn manier van leven tot de hunne te maken,
en de weg te gaan van breken en delen,
van goedheid en verbondenheid,
van recht en vrede,
altijd weer ten bate van de minsten.

Ik geloof in Hem die heet:
‘Ik zal er zijn voor u’,

en ik weet: Hij is te doen. Amen.

Voorbeden 1

-Bidden we om kracht tot opstanding en bevrijding.
Dat we tekens van hoop mogen zijn
voor mensen die hun houvast dreigen te verliezen.
Laten wij bidden…

-Bidden we om kwaliteit van leven:
om oprechte bekommernis om anderen, ook wereldwijd.
Om inzet die mensen met elkaar verzoent
en de vrede in deze wereld dichterbij brengt.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor onze zieken,
voor mensen die in gevaar verkeren,
voor vereenzaamde mensen,
voor hen die werden afgeschreven.
Laten wij bidden…

Heer, onze God,
laat uw Woorden in hun volheid tot ons doordringen.
Schud ons wakker,
wek ons op
zodat we, in het voetspoor van Jezus,
uw Rijk een stapje dichterbij brengen. Amen.

Voorbeden 2

Laten wij bidden tot Hem
die als geen ander met het lot van de mensen is begaan,
onze God van leven.

-Bidden we voor allen die in mensonwaardige omstandigheden moeten leven
omdat ze opgejaagd zijn, uitgehongerd, ongeneeslijk ziek,
vernederd of gemarteld.
Laten we bidden…

-Bidden we voor hen die het leven niet meer aankunnen
omdat ze geen uitkomst meer zien voor hun problemen.
Laten we bidden…

-Bidden we voor kinderen en volwassenen zonder toekomst.
Voor hen die heel hun leven lang al
achter de mazen van het net vissen.
Laten we bidden…

God,
geef hoop en toekomst aan onze wereld.
Bewaar ons in geloof en vreugde door Christus, onze Heer. Amen.

Voorbeden 3

-Bidden we voor mensen zonder hoop,
voor allen die – kleingekregen door de omstandigheden –
geen toekomst meer zien.
Dat zij begrijpende mensen mogen ontmoeten
die hen bij de hand nemen
en hen doen opstaan ten leven.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor mensen die rouwen
omdat zij wie hun dierbaar is, moeten missen:
een partner, een kind, ouders, vriend of vriendin.
Dat zij geduldige mensen mogen ontmoeten
die hun de tijd gunnen om de lange weg te gaan
van dodelijk verdriet naar opstaan ten leven.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor mensen, waar ook ter wereld,
die worden miskend en gediscrimineerd
vanwege hun aard, kleur, geloof of politieke overtuiging.
Dat zij moedige mensen mogen ontmoeten
die het voor hen opnemen,
die hun leren te geloven in zichzelf
en hen doen opstaan ten leven.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor onszelf.
Dat wij onszelf in deze veertigdagentijd
door meer vertrouwen in Jezus en zijn Boodschap,
vernieuwen en opstaan ten leven.
Laten wij bidden…

Goede God,
Gij roept ons weg uit elke dood.
Doe ons gaandeweg steeds meer delen
in het leven en de verrijzenis van Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.
 Gerard Kock

Gebed over de gaven 1

God en Vader,
Gij zit niet op een hoge troon
maar laat U vinden in brood,
zo onopvallend en gewoon,
zo voedzaam en onmisbaar.
Geef ons ogen die U kunnen herkennen
in alle brood,
in al uw mensen.
Geef ons de kracht om in U te geloven
en van U te getuigen in woord en daad. Amen.

Gebed over de gaven 2

Vader van alle Leven,
al delen wij soms brood in tranen,
al smaakt wijn soms bitter,
toch roept Gij ons telkens weer op in Jezus’ naam
om te geloven dat dit brood en deze beker eeuwig en goed leven beloven
als wij delen en breken wie wij zijn,
wat wij kunnen.
Doe ons begrijpen hoe Gij bevrijding en nieuw leven wilt zijn,
hier en nu, en alle dagen. Amen.
naar Broederlijk Delen

Tafelgebed

God, onze Heer en Vader,
wij zijn hier bijeen om U te danken,
te loven en te prijzen.
Bij U begint het leven en de liefde;
alles wat wij hebben
hebt Gij ons geschonken.

Gij kent ons, Gij houdt van ons.
Gij zijt de schepper,
Gij zijt het begin en het einde van alles.

Uw Zoon is mens geworden.
Hij heeft ons geleerd wie Gij zijt.
Samen met Jezus Christus en met elkaar
zijn wij hier om tot U te bidden.

Wij danken U voor heel de aarde:
voor de bergen en de bomen,
voor de zon en de zee,
voor alles wat er groeit en bloeit;
voor het leven en de liefde,
voor de mensen hier en overal.

Alle mensen zijn op weg naar U,
naar uw geluk en vrede voor altijd.
Daarom bidden wij samen:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.

Gij die ons de aarde geeft om te bewonen,
Gij weet dat wij tekort schieten
in het verwezenlijken van vrede en gerechtigheid.
Toch roept Gij ons op
om recht te doen en goed te zijn.
Wij bidden voor hen die het meest weerloos zijn:
kinderen, armen, mishandelde en hongerige mensen,
vluchtelingen, zieken en stervenden,
voor mensen zonder toekomst
en voor allen die groot lijden moeten dragen.

Niet voor de dood, maar voor het leven
hebt Gij ons gemaakt.
Zend ons uw Geest,
geef ons de kracht
om beter mens te worden;
dat wij geen leegte najagen,
geen waarheid ontvluchten,
uw naam niet vergeten en uw wil volbrengen.
Wij willen het brood van deze wereld
delen met elkaar
en al het kwaad dat ons wordt aangedaan vergeven
opdat uw Rijk kome.

Wij richten onze ogen op Jezus van Nazareth,
die uw naam geheiligd heeft,
uw wil volbracht;
die brood en wijn voor ons geworden is,
voedsel en vreugde,
vergeving van zonden.

Die in de nacht van zijn lijden en dood
brood genomen heeft,
het brak en aan zijn vrienden uitdeelde met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”
Zo nam Hij ook de beker, sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u en allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer,
laat de Geest van uw goedheid
onder ons blijven verder leven.
Moge uw leven en dood
ons helpen ook onszelf te geven
en nooit moedeloos te worden.
Mogen wij allen eens opgenomen worden
in het rijk van uw goedheid, vrede en vreugde.

Gij hebt het immers gezegd, Heer,
en wij geloven U,
dat Gij ons nooit verlaat.
Door Christus, met Christus en in Christus
bieden wij U dit dankoffer aan
in de gemeenschap van uw Kerk
zoals Gij het hebt gewild
vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Jezus leerde ons levenwekkende woorden waarmee wij mogen bidden
tot zijn Vader die ook onze Vader wil zijn:
Onze Vader,…

Leer ons leven, Vader, als nieuwe mensen
die de oude vertrouwde dingen
verstaan met een nieuw hart,
een hart
dat in elk goed woord, in elke goede daad,
het wonder erkent dat leven heet.
Dan zullen wij vol vertrouwen kunnen uitzien
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk,….

Vredeswens

Heer Jezus,
Gij hebt ons de weg naar vrede voorgeleefd.
In woorden en tekens hebt Gij ons duidelijk gemaakt
dat leven in harmonie en eenheid mogelijk is.
Help ons te bouwen aan die vrede
die onze wereld een mensvriendelijker gezicht kan geven.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
Geven wij elkaar een hartelijke blijk van onze vredeswil.

Lam Gods

Communie

Brood breken en wijn ronddelen
is een profetisch gebaar van Gods aanwezigheid onder ons,
van God met ons, van God voor ons.
Gelukkig zijn wij die genodigd zijn
aan de maaltijd die de Heer voor ons heeft bereid:
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Het leven is een vraag, een uitnodiging, een wenk
om er iets van te maken dat de moeite waard is.
Zeg maar ja tegen het leven.

Het leven is een uitdaging, een opdracht om meer mens te worden
en vrede en geluk waar te maken.
Zeg maar ja tegen het leven.

Het is een kans, een aanbod, een risico van liefde,
een graven naar de diepte, een scheppen van ruimte
waar het goed is om te leven.
Zeg maar ja tegen het leven.

Het is ook een lange weg, van gisteren naar morgen,
van ik naar wij,
een tocht met velen waar géén achterblijven mag.

Het leven is jong op weg gaan met geloof, hoop en liefde
en gaan zover men kan.
Het is geloven door en door…
Zeg maar ja tegen het leven.
naar tekst uit ‘Tussen gisteren en morgen’ van Ward Bruyninckx

Bezinning 2

God,
we zingen liedjes over de dood.,
we maken er soms grapjes over.
Want doodgaan hoort toch gewoon
bij het leven?

Maar het lachen verstomt
als er in onze eigen omgeving
iemand sterft van wie wij houden.
God, dat is schrikken.
Dat mág toch gewoon niet
dat iemand zomaar
uit ons leven verdwijnt.
Dan klampen wij ons vast
aan woorden uit de bijbel,
die vertellen over een mens
die opstond uit de dood.
Maar het is zo ongewoon…
We weten er niet goed raad mee.

Geef dat wij beseffen
dat er tussen hemel en aarde
meer is dan wij kunnen zien.
Dat onze grenzen
niet úw grenzen zijn.
Dat wij in leven en sterven
geborgen zijn in uw hand.
naar Greet Brokerhof-van der Waa

Bezinning 3

Geraakt

In onze wereld is veel leed.
Ouders kennen pijn:
hun kinderen gaan andere wegen
dan die welke zij zich hadden gewenst.
Kinderen weten niet waar naartoe.
Hun ouders zijn gescheiden.
Ze worden opgevoed zonder geborgenheid.
Er zijn mensen zonder werk.
Ze voelen zich minderwaardig.
Ze hebben het gevoel
niet meer bij te dragen
aan onze samenleving.
In onze wereld is er het leed
van armoede, van eenzaamheid.
We mogen en we kunnen
onze ogen er niet voor sluiten.
Pijn en lijden om het leven
dragen we met ons mee
als een ongewilde erfenis.

Jezus wordt tot op het bot geraakt
door de dood van zijn vriend.
Hij neemt het lijden van de omstanders
tot zich en lijdt mee.
Hij is solidair, een echte naaste.
Daardoor komt er verandering
in de doodse grafstemming.
Hij is verrijzenis, leven.

Geraakt door het lijden van de wereld
wordt ook onze solidariteit gevraagd.
Zoals Jezus leven bracht,
zo mogen ook wij leven worden.
Ons naaste-zijn kan anderen opwekken,
nieuwe toekomst schenken.
Christenen zijn ‘geraakte’ mensen,
die laten zien wie God is.
Wim Holterman osfs

Slotgebed

God van levenden,
waar mensen vastgelopen zijn
roept Jezus op tot een nieuw begin:
“Sta op en kom naar buiten”.
Wij bidden U:
leid ons naar het ware leven
dat Gij aan allen wilt schenken.
Dit vragen we U door Jezus, onze Broeder en Tochtgenoot. Amen.
naar 4-ingen

Zending en zegen

Moge de God van Leven ons bij de hand houden,
ons oprichten uit alles wat ten dode is en geen toekomst biedt.
Moge Hij, als een betrouwbare Gids,
ons voorgaan op de weg van vrede en gerechtigheid.
Moge die God van Leven ons zegenen:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.