5e zondag door het jaar C 2022

06 02 2022

Begroeting

Van harte welkom.
Moge dit samenzijn gezegend worden
door God die wij
+ Vader, Moeder noemen,
Zoon en Broeder,
Geestkracht in ons midden. Amen.

Openingswoord 1

Vandaag wordt ons verteld
over mensen die geroepen worden.
Zij aarzelen, voelen zich onmachtig,
maar worden uitgetild boven hun eigen kleinheid.
Diezelfde stem die zegt: “Ga…”,
zegt ook: “Wees niet bevreesd, je kunt het, mijn genade is je genoeg.”
Petrus, Paulus en de anderen…
ze wisten zich klein genoeg
opdat God grote dingen met hen zou mogen doen…

Openingswoord 2

Soms zou je de moed erbij verliezen:
de kerken lopen leeg,
jongeren haken massaal af,
en wie op de stoel naast je zit
ziet er alweer grijzer en gerimpelder uit.

Je voelt je zoals die mannen uit het evangelie:
een hele nacht gevist,
niets gevangen.
Ze bijten niet meer.
De vissers zitten vol angst en onzekerheden.

Tot Jezus hen weer vertrouwen inspreekt:
“Gooi je netten uit…”

Vaak treedt God ons tegemoet
in eenvoudige mensen om ons heen.
Hij roept, Hij vraagt,
Hij nodigt uit om vol te houden…
vaak net op het ogenblik
dat we overwegen er de brui aan te geven.

Gebed om ontferming 1

-Velen onder ons
zoeken tastend een uitweg uit het donker,
worstelen met levensvragen of geloofstwijfels.
Zij hunkeren naar inzicht,
verlangen God te kennen.
Geef Heer, dat wij U ontdekken
en antwoord vinden op onze vragen.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Soms voelen wij ons aan ons lot overgelaten
en hebben we nood aan bemoedigende mensen.
Geef Heer, dat wij zulke mensen ontmoeten
en een gemeenschap mogen vinden
die ons opvangt en draagt.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Als we dag na dag niets dan miserie kennen
of geconfronteerd  worden met zware tegenslagen,
dan kijken we uit naar handen die ons vastgrijpen,
die ons opvangen en opvissen uit onze ellende.
Geef Heer, dat wij naar elkaar omzien,
elkaar optrekken uit de nood.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God, Gij weet dat we soms zwak en moedeloos zijn.
Neem onrust en twijfel weg uit ons hart
zodat er plaats is voor geloof en vertrouwen in U.
Laat ons bij U thuis komen. Amen.

Gebed om ontferming 2

Wellicht herkennen we ons
in de woorden van Petrus:
“Heer, ik ben een zondig mens”
en beseffen we dat we Gods ontferming nodig hebben.

-Heer, wie zijn zondigheid erkent
kan bij U terecht.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-In kleine mensen stelt Gij vertrouwen,
Gij zendt hen als mensenvissers op weg.
Vergeef ons als wij al te gemakzuchtig
andere wegen gaan.
Daarom vragen wij:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Teveel mensen vallen door de mazen van het net.
Vergeef ons als wij geen netten uitgooien
om die mensen op te vangen.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Moge wij de Heer op zijn Woord geloven,
en ons laten opvangen in zijn net van Liefde,
zodat Hij ons kan meenemen ten leven. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge.

Wij loven U, Vader,
scheppende Kracht,
Bron van liefde.
Wij loven U, Jezus Christus,
Zoon van God,
Weg, Waarheid en Leven.
Wij loven U, Heilige Geest,
Vuur, brandende Liefdeskracht.

Eer aan God in de hoge.

Vrede op aarde
voor mensen die eenvoudig zijn,
voor mensen die zachtmoedig zijn,
voor mensen die barmhartig zijn,
voor mensen die luisteren
naar het Woord van God
en het onderhouden.

Eer aan God in de hoge.

Vrede op aarde
en liefde onder alle mensen:
liefde die nieuw maakt en heelt,
liefde die hoopt en duldt,
liefde die blijft in tijd en eeuwigheid. Amen.

Openingsgebed 1

God en Vader,
open ons hart en onze geest voor uw Woord.
Moge in ons allen de gezindheid van Jezus Christus groeien.
Moge wij elkaar hoogachten en dragen.
Maak ons liever kwetsbaar dan hardvochtig,
liever machteloos en zonder aanzien
dan ontoegankelijk en hoogmoedig. Amen.

Openingsgebed 2

Heer, onze God, telkens weer roept Gij ons op
om de veilige oever te verlaten
en van wal te steken,
om in de volle zee van het leven
mensen die dreigen te verdrinken,
op te vangen.
Gij weet dat wij bang en onrustig worden
als Gij ons zendt
waar wij geen gebaande wegen vinden,
waar het vooraf niet zeker is
of onze inspanningen zullen renderen.
Wij bidden U om het nodige vertrouwen
zodat wij onze netten durven uitgooien
op het Woord van Jezus, uw Zoon en onze Broeder. Amen.

Lezingen

In de eerste lezing horen we de roeping van Jesaja.
In het kader van zijn getuigenis over de verrijzenis
refereert Paulus naar zijn eigen roeping.
Het evangelie brengt het verhaal van de wonderbare visvangst,
met de roeping van Petrus en van de eerste leerlingen.
Zo worden ook wij herinnerd aan onze roeping.
Laten we samen luisteren naar die Woorden uit de Schrift.

Eerste lezing (Jes., 6, 1-2a. 3-8)

Uit de profeet Jesaja

1              In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer,
gezeten op een hoge en verheven troon.
De sleep van zijn mantel vulde heel de tempel.
2          Serafs stonden boven Hem opgesteld, elk met zes vleugels.
3          Zij riepen elkaar toe:
`Heilig, heilig, heilig is de Heer van de machten;
en heel de aarde is vol van zijn heerlijkheid.’
4          De deurpinnen in de dorpels schudden van het luide geroep
en de tempel stond vol rook.
5          Ik zei:
`Wee mij! Ik ben verloren!
Ik ben een mens met onreine lippen,
ik woon onder een volk met onreine lippen
en ik heb met eigen ogen de koning, de Heer van de machten gezien!’
6          Maar één van de serafs vloog op mij af met een gloeiende kool,
die hij met een tang van het altaar had genomen,
7          hij raakte er mijn mond mee aan en sprak:
`Zie, nu dit uw lippen heeft aangeraakt,
is uw zonde verdwenen, en uw schuld bedekt.’
8          Daarop hoorde ik de stem van de Heer:
`Wie zal Ik zenden, wie zal in onze naam gaan?’
Ik antwoordde: `Hier ben ik, zend mij.’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing
(1 Kor., 15, 1-11)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinthe

1           Broeders en zusters,
ik wijs u nog eens op het evangelie dat ik u heb verkondigd,
dat u hebt aanvaard,
waarop u gegrondvest bent
2              en waardoor u ook gered wordt,
tenminste als u zich houdt aan de bewoordingen
waarin ik het u verkondigd heb;
anders zou u het geloof zonder nadenken hebben aanvaard.
3           In de eerste plaats heb ik u doorgegeven
wat ik zelf als overlevering heb ontvangen,
namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften,
4           en dat Hij begraven is,
en opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften;
5           en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de twaalf.
6           Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk,
van wie de meesten nog in leven zijn;
sommigen echter zijn gestorven.
7           Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen.
8           Het laatst van allen, als aan een misgeboorte,
is Hij ook verschenen aan míj.
9           Ik ben immers de minste van de apostelen,
niet waard om apostel te heten,
want ik heb de kerk van God vervolgd.
10         Maar door de genade van God ben ik wat ik ben,
en zijn genade voor mij is niet vruchteloos geweest.
Ik heb harder gewerkt dan alle anderen;
dat wil zeggen, niet ik, maar de genade van God met mij.
11         Maar zij of ik, wat maakt het uit?
Dit verkondigen wij, en dit hebt u geloofd.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lc., 5, 1-11)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

1           Toen Jezus aan het meer van Gennesaret stond
en de mensenmenigte zich om Hem verdrong
om het woord van God te horen,
2           zag Hij twee boten bij het meer liggen.
De vissers waren van boord gegaan en spoelden de netten.
3           Hij stapte in een van die boten, die van Simon,
en vroeg hem een eindje van het land af te varen.
Hij ging zitten en vanuit de boot gaf Hij de mensen onderricht.
4           Toen Hij uitgesproken was zei Hij tegen Simon:
`Vaar nu het meer op naar diep water.
Daar moeten jullie je netten uitwerpen.’
5           `Meester,’ antwoordde Simon,
`de hele nacht hebben we ons al afgetobd zonder iets te vangen.
Maar als U het zegt zal ik de netten uitwerpen.’
6           Dat deden ze en ze vingen zo’n massa vis
dat hun netten ervan scheurden.
7           Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot
om hen te komen helpen.
Die kwamen, en beide boten vulden ze tot zinkens toe.
8           Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op z’n knieën voor Jezus en zei:
`Ga weg van mij, Heer, ik ben een zondig mens.’
9           Want schrik had hem, en allen die bij hem waren, bevangen,
vanwege de vissen die ze samen gevangen hadden.
10         Zo verging het ook Jakobus en Johannes, zonen van Zebedeüs,
die met Simon samenwerkten.
Maar Jezus zei tegen Simon:
`Wees niet bang.
Voortaan zul je mensen vangen.’
11         Ze brachten de boten aan land, lieten alles achter
en volgden Hem.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof door alle twijfel heen
dat Gij de Schepper zijt van alle leven.

Ik geloof door alle twijfel heen
dat Gij zoveel liefde hebt voor de mens,
dat Gij met geen dood genoegen neemt.

Ik geloof door alle twijfel heen
dat Gij de mens opnieuw laat geboren worden
en door het duister heen
in het Licht brengt.

Ik geloof met alle hoop die in mij is
dat Gij ons geschonken hebt aan elkaar:
om elkaar te behoeden,
te beschermen
en tot vrede te brengen.

Ik geloof met alle hoop die in mij is
dat Gij door mensen heel menselijk
tot ons wilt komen.

Dat Gij ons telkens weer doet herboren worden
en de hoop in ons doet groeien
dat de dag van vrede komt
waarop er geen dood meer zal zijn,
geen oorlog noch geweld.
Ik geloof in de voltooiing van de wereld
wanneer wij allen in liefde zullen samenleven. Amen.

Marinus van de Berg

Voorbeden 1

-God, wij vragen U
dat wij mogen leven
met onze ogen en oren wijd open voor het mysterie,
voor het wonder in ons leven.
Laten wij bidden…

-God wij vragen U
dat Gij Uzelf aan ons te kennen geeft,
dat Gij ons uw nabijheid doet ervaren,
ons uw genade niet onthoudt,
en inspirerend aanwezig zijt in de Geest.
Laten wij bidden…

-God, wij vragen U
dat het besef van eigen tekortschieten
ons tot milde mensen maakt
die deemoedig het hoofd durven buigen,
lankmoedig en barmhartig zijn voor anderen
en radicaal in de keuze voor Jezus, onze Heer.
Laten wij bidden…
            Johan Las

Voorbeden 2

Leggen wij onze gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en deze gaven aan de Heer aan te bieden.

Bidden wij tot God, onze Vader,
die ons allen in het leven riep
en ons vraagt om Jezus na te volgen.

-Bidden we voor de Kerk die wij samen vormen:
mannen en vrouwen,
allemaal doodgewone mensen, van hoog tot laag,
maar allen samen Gods Kerk.
Dat wij, ondanks persoonlijke kleinheid,
toch proberen gestalte te geven aan Jezus’ droom.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor hen die worstelen
met hun taak en hun roeping in het leven.
Dat ze vreugde vinden
in hun dienstbaar-zijn aan medemensen,
ook al vergt het heel wat inspanning.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor alle mensen van goede wil,
voor alle bouwers aan een betere wereld.
Dat ze het volhouden,
ook als tegenwerking hun deel is.
Dat ze de kracht opbrengen
om altijd maar weer opnieuw te beginnen.
Laten wij bidden…

God, onze Vader,
Gij hebt ons geschapen,
Gij weet wat er leeft in ons hart.
Vergeef ons als we tekortschieten,
ondersteun onze goede wil.
Maak ons tot bouwers aan uw Rijk van vrede,
vandaag en alle dagen dat we leven mogen. Amen.
 naar Kees Harte

Gebed over de gaven 1

Heer Jezus,
in deze symbolische gaven bieden wij onszelf aan:
brood – teken van kracht en sterkte,
wijn – verwijzend naar vreugde en geluk.
Op uw Woord willen wij, als mensenvissers,
anderen opvangen en nabij zijn,
en uw kracht en uw vreugde
aan hen doorgeven. Amen.

Gebed over de gaven 2

God,
om recht te doen aan uw heerlijkheid
nemen wij brood en wijn in onze handen
en bidden U:
heilig deze gaven, heilig ook ons.
Maak ons tot mensen,
die kunnen breken en delen,
die liefhebben zoals Hij,
Jezus Messias, uw Zoon, onze Heer. Amen.
naar Kerk in Herent

Tafelgebed

Wij danken U, Heer onze God,
om alles wat Gij voor ons zijt:
Schepper en Bevrijder,
Herder van mensen, Licht en Leven.
Wij danken U omdat Gij Liefde zijt,
die onze Lotgenoot wil zijn,
die ons falen vergeeft en zich over ons ontfermt,
die begaan is met ons lijden en onze vreugden deelt.
Wij blijven vertrouwen op U,
ook als uw aangezicht niet wordt gezien,
uw stem niet wordt gehoord
en Gij machteloos schijnt om ons te helpen.
Met allen die uw naam hoog houden in lief en leed,
in leven en sterven, bidden wij:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.


Wij danken U, Heer onze God,
om Jezus, uw Zoon:
Hij gaf ons een teken van zijn liefde.
In Hem is uw vergeving en genezing
mens geworden.

Want Hij heeft die laatste avond brood genomen,
daarvoor dank gezegd, het gebroken,
het zijn vrienden aangereikt met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn Lichaam
dat voor u gegeven wordt.”

Zo heeft Hij ook de beker genomen,
daarvoor dank gezegd,
en hem rondgegeven met de woorden:
“Drink allen hieruit,
deze beker is het nieuwe Verbond in mijn Bloed
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Blijf dit doen tot mijn gedachtenis.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Samen komen wij tot U, God,
met dit Brood en deze Beker
en wij bidden U:
gedenk Hem die zich voor ons heeft gedeeld
en aanvaard dit als teken van onze toewijding.

Toen Jezus zijn werk van vrede had volbracht
hebt Gij, Vader, Hem hoog verheven
en Hem ‘ Mensenzoon ‘ genoemd.
Zend nu zijn Geest in ons midden:
een Geest die niet verdeelt maar samenbrengt.
die geloof geeft in de toekomst,
vertrouwen in de mens,
barmhartigheid en recht.

Zo kan deze wereld een koninkrijk van vrede worden
waar vreugde en toekomst is voor allen,
een wereld waar het goed is te leven
in de naam van Jezus, uw Zoon.

Door Hem danken en eren wij U, Vader,
en vervuld van zijn Geest zullen wij zijn Boodschap
verder uitdragen tot het einde der tijden. Amen.

Onze Vader

Richten wij ons, als broers en zussen met elkaar verbonden,
tot onze God van Liefde met de Woorden die Jezus ons heeft voorgezegd:
Onze Vader,…

Waar wij onszelf zoeken, God,
klinkt uw Woord: “Gooi uw netten uit om mensen op te vangen”.
Waar uw opdracht ons zwaar valt,
zegt Gij: “Vrees niet. Ik ben met u”.
Blijf ons nabij met uw Woord en uw genade
die ons tot doeners van uw Boodschap maken.
Dan zullen wij vol vertrouwen mogen uitzien
naar de wederkomst van Jezus, Messias, uw Zoon.
Want van U is het Koninkrijk,…

Vredeswens

God van liefde,
zoals een moeder haar kinderen loslaat en toch bijeenhoudt,
zo brengt ook Gij ons samen tot uw ene volk
dat Gij omgeeft met tederheid en zorgzame liefde.
Wees voelbaar in ons midden aanwezig,
overtuig ons van de zachte kracht van uw vrede,
opdat wij op onze beurt
uw vrede voor elkaar voelbaar en beleefbaar zouden maken.
Die zachte kracht van Gods vrede zij altijd met u.
En wensen wij elkaar die Godsvrede van harte toe.

Lam Gods

Communie

Hier worden wij uitgenodigd en geroepen om Hem te volgen,
om meer en meer te worden wie wij ten diepste zijn:
het Lichaam van Christus in een wereld vol verdeeldheid.
Kom en volg de Levende Heer in ons midden.
Laat het zichtbaar worden
in het breken en delen van dit Brood.
            Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Heb ook jij de hele week gezwoegd
– bij nacht en ontij -,
met duizend en één dingen bezig?
En was ook voor jou het resultaat
weinig of niets?

En toch leeft ook in jou het verlangen
dat er méér mogelijk is dan je zelf vermoedt.

Je zit in ’t zelfde troosteloze schuitje
als die Petrus:
“hard gewerkt, niets gevangen”.

Maar misschien heb je, net zoals diezelfde Petrus,
ook gezegd:
“Sorry Heer,
ik ben niet waard dat Gij het voor mij opneemt.
Ik dacht teveel aan mezelf,
te vlug, te radicaal dichtgeklapt,
te weinig in U geloofd.
Teveel gedacht aan ‘vissen vangen’,
te weinig aan ‘mensen opvangen’.
Teveel aan ‘vissen’
en te weinig aan ‘opvissen’.”

Bezinning 2

Soms benijd ik die visser Simon Petrus.
Hij stond met lege handen,
maar vertrouwde op uw Woord, Jezus.
Hij durfde varen naar diepe wateren.
Hij vond de kant van de boot
waar hij zijn netten moest uitgooien
om terug te komen met volle handen,
temidden van mensen.
Ach Jezus,
leer mij vertrouwen op uw Woord
als mijn handen leeg voelen,
als ik bang ben te mislukken,
als ik diepgang ben verloren
en niet meer weet
welke kant te kiezen.
Bezoek dan mijn boot, Jezus,
spreek uw Woord,
laat mijn vertrouwen in U groeien.
Ik zou zo graag met volle handen
in de branding van de mensenzee staan.
Ik zou zo graag,
in de alledaagsheid van gewone dingen,
uw Woord,
uw richting willen voelen en bewaken met open handen.
naar Ida Guetens

Slotgebed 1

Heer,
het is niet gemakkelijk
ons te blijven inzetten voor uw Kerk.
We zien zo weinig resultaat,
het water komt ons tot aan de lippen.
Geef ons de moed om vol te houden
en elke dag weer
de netten uit te gooien. Amen.
Kerk & Wereld

Slotgebed 2

Net zoals Jezus het vroeg aan Simon Petrus
zo wil Ik het ook aan jou vragen – zegt God:
dat je samen met Mij naar het diepe vaart
om mijn droom voor de wereld en voor de mensen die er wonen
in de stilte te ontdekken.
Ik hoop dat je het enthousiasme vindt
om op mijn Woord de netten uit te gooien
en met heel je hart
‘leerling’ te worden,
bereid om alles achter te laten
omdat je in je binnenste
een parel hebt ontdekt
die niemand je kan afnemen:
mijn Vriendschap en tedere Liefde -zegt God.
Erwin Roosen

Zending en zegen

“Mensenvissers zul je worden” zegt Jezus tot zijn vrienden.
Naar het Woord en het voorbeeld van Jezus
moeten ook wij weldoend rondgaan:
zieken genezen,
voedsel geven aan wie hongeren naar gerechtigheid,
lam geslagenen weer leren lopen,
en wie gevangen zitten in zichzelf, bevrijden.
Daartoe zegene ons
+ de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.