5e zondag door het jaar C 2016

07 02 2016

Begroeting

Van harte welkom.
Moge dit samenzijn gezegend worden
door God die wij
+ Vader, Moeder noemen,
Zoon en Broeder,
Geestkracht in ons midden. Amen.

Openingswoord 1

Soms zou je de moed erbij verliezen:
de kerken lopen leeg,
jongeren haken massaal af,
en wie op de stoel naast je zit
ziet er alweer grijzer en gerimpelder uit.

Je voelt je zoals die mannen uit het evangelie:
een hele nacht gevist,
niets gevangen.
Ze bijten niet meer.
De vissers zitten vol angst en onzekerheden.

Tot Jezus hen weer vertrouwen inspreekt:
“Gooi je netten uit…”

Vaak treedt God ons tegemoet
in eenvoudige mensen om ons heen.
Hij roept, Hij vraagt,
Hij nodigt uit om vol te houden…
vaak net op het ogenblik
dat we overwegen er de brui aan te geven.

Openingswoord 2

Soms kunnen onverwachte gebeurtenissen
ons leven een heel andere wending geven.
Vandaag horen we hoe de leerlingen dat overkwam
toen zij door de Heer werden aangesproken.
Roeping is:
je leven laten bevragen,
de weg durven gaan
waartoe je ten diepste bent voorbestemd.
Misschien moet je aan je leven
een radicaal nieuwe wending durven geven.
Mensen ‘vangen’ bijvoorbeeld,
hen opvangen,
het voor hen opnemen,
voor hen zorg dragen.
‘Weet dan dat je er niet alleen voor staat’ zegt Jezus,
‘Ik ben er ook nog.’

Vergevingsmoment 1

-God, Gij wilt dat elke mens
kansen krijgt om te leven en gelukkig te zijn.
Vergeef ons als we teveel aan onszelf denken
en te weinig bezorgd zijn
om het leven en het geluk van andere mensen.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Jezus, Gij nodigt uw leerlingen uit
om aan mensen het Bevrijdende Nieuws te brengen
van Gods liefde en trouw.
Vergeef ons als we liever zwijgen over ons geloof
en U te weinig volgen in uw goedheid en zorg voor mensen.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-God, voor U moet niemand volmaakt zijn.
Gij hebt begrip voor onze kleine kanten.
Gij blijft ons bemoedigen: ‘Wees niet bang’.
Toch is onze twijfel aan U vaak groter dan ons vertrouwen.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God, geef ons weer telkens een duwtje in de rug
als we maar flauwe christenen zijn.
vrij naar federatie Kana

Gebed om ontferming 2

Zoals de eerste christenen zijn velen van ons soms bang
om een medemens een reddende hand te reiken.
Maar Jezus zegt ons:
wees niet bang, doe het.
Omdat we die stap vaak niet durven zetten
vragen we om vergeving.

-Heel veel mensen worstelen met levensvragen,
hongeren en dorsten naar kennis, inzicht en diepgang.
Omdat wij aan hun vragen gemakkelijkheidhalve voorbijgaan:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Sommigen onder ons voelen zich overgelaten zijn aan zichzelf
en hebben nood aan vrienden,
aan een gemeenschap die hen draagt.
Maar als christengemeenschap schieten wij daarin vaak tekort:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Wij willen wel kiezen voor onze medemensen
en ons inzetten voor hun welzijn.
Maar als we het gevoel krijgen
dat onze inzet slechts een druppel is op een hete plaat
dan verflauwt onze inzet of laten we het helemaal afweten.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Moge wij in de Woorden van Jezus kracht vinden
om onze netten opnieuw uit te gooien,
mensen op te vangen
en met hen op weg te gaan. Amen.

Lofprijzing

God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis
zodat wij Hem in de ander kunnen herkennen.
Eren wij Hem in de naaste
door elkaar lief te hebben
zoals Hij van ons houdt.
Eren wij God
door op te komen voor wie snakt
naar een vreedzaam en menswaardig bestaan.

Eren wij God,
niet alleen in de hoge,
maar vooral hier op aarde.
Loven wij God
door te zorgen voor een hemel op aarde
voor allen die Hij liefheeft.
Dan zullen wij samen kunnen zingen:
Heilig de Heer,
God en Schepper van deze wereld,
en zalig alle mensen in wie Hij werkelijk leeft,
in wie Hij welbehagen schept. Amen.

Openingsgebed 1

God,
Gij die altijd anders zijt
dan mensen vermoeden.
Wij bidden U:
spreek ons aan,
bemoedig ons door uw Woord
opdat wij vernieuwde mensen worden,
mensen naar uw hart. Amen.

Openingsgebed 2

God en Vader,
open ons hart en onze geest voor uw Woord.
Moge in ons allen de gezindheid van Jezus Christus groeien.
Moge wij elkaar hoogachten en dragen.
Maak ons liever kwetsbaar dan hardvochtig,
liever machteloos en zonder aanzien
dan ontoegankelijk en hoogmoedig. Amen.

Lezingen

Elk van de drie lezingen van deze zondag
bevat een roepingsverhaal.
In de eerste lezing horen wij de roeping van Jesaja.
In het kader van zijn getuigenis over de verrijzenis
herinnert Paulus in de tweede lezing aan zijn eigen roeping.
Het evangelie brengt het verhaal van de wonderbare visvangst,
met de roeping van Petrus en van de eerste leerlingen.
Kerk in Herent

Eerste lezing (Jes., 6, 1-2a. 3-8)

Uit de profeet Jesaja

1         In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer,
gezeten op een hoge en verheven troon.
De sleep van zijn mantel vulde heel de tempel.
2     Serafs stonden boven Hem opgesteld, elk met zes vleugels.
3     Zij riepen elkaar toe:
`Heilig, heilig, heilig is de Heer van de machten;
en heel de aarde is vol van zijn heerlijkheid.’
4     De deurpinnen in de dorpels schudden van het luide geroep
en de tempel stond vol rook.
5     Ik zei:
`Wee mij! Ik ben verloren!
Ik ben een mens met onreine lippen,
ik woon onder een volk met onreine lippen
en ik heb met eigen ogen de koning, de Heer van de machten gezien!’
6     Maar één van de serafs vloog op mij af met een gloeiende kool,
die hij met een tang van het altaar had genomen,
7     hij raakte er mijn mond mee aan en sprak:
`Zie, nu dit uw lippen heeft aangeraakt,
is uw zonde verdwenen, en uw schuld bedekt.’
8     Daarop hoorde ik de stem van de Heer:
`Wie zal Ik zenden, wie zal in onze naam gaan?’
Ik antwoordde: `Hier ben ik, zend mij.’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (1 Kor., 15, 1-11)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinte

1     Broeders en zusters,
ik wijs u nog eens op het evangelie dat ik u heb verkondigd,
dat u hebt aanvaard,
waarop u gegrondvest bent
2         en waardoor u ook gered wordt,
tenminste als u zich houdt aan de bewoordingen
waarin ik het u verkondigd heb;
anders zou u het geloof zonder nadenken hebben aanvaard.
3     In de eerste plaats heb ik u doorgegeven
wat ik zelf als overlevering heb ontvangen,
namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften,
4     en dat Hij begraven is,
en opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften;
5     en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de twaalf.
6     Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk,
van wie de meesten nog in leven zijn;
sommigen echter zijn gestorven.
7     Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen.
8     Het laatst van allen, als aan een misgeboorte,
is Hij ook verschenen aan míj.
9     Ik ben immers de minste van de apostelen,
niet waard om apostel te heten,
want ik heb de kerk van God vervolgd.
10    Maar door de genade van God ben ik wat ik ben,
en zijn genade voor mij is niet vruchteloos geweest.
Ik heb harder gewerkt dan alle anderen;
dat wil zeggen, niet ik, maar de genade van God met mij.
11    Maar zij of ik, wat maakt het uit?
Dit verkondigen wij, en dit hebt u geloofd.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lc., 5, 1-11)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

1     Toen Jezus aan het meer van Gennesaret stond
en de mensenmenigte zich om Hem verdrong
om het woord van God te horen,
2     zag Hij twee boten bij het meer liggen.
De vissers waren van boord gegaan en spoelden de netten.
3     Hij stapte in een van die boten, die van Simon,
en vroeg hem een eindje van het land af te varen.
Hij ging zitten en vanuit de boot gaf Hij de mensen onderricht.
4     Toen Hij uitgesproken was zei Hij tegen Simon:
`Vaar nu het meer op naar diep water.
Daar moeten jullie je netten uitwerpen.’
5     `Meester,’ antwoordde Simon,
`de hele nacht hebben we ons al afgetobd zonder iets te vangen.
Maar als U het zegt zal ik de netten uitwerpen.’
6     Dat deden ze en ze vingen zo’n massa vis
dat hun netten ervan scheurden.
7     Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot
om hen te komen helpen.
Die kwamen, en beide boten vulden ze tot zinkens toe.
8     Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op z’n knieën voor Jezus en zei:
`Ga weg van mij, Heer, ik ben een zondig mens.’
9     Want schrik had hem, en allen die bij hem waren, bevangen,
vanwege de vissen die ze samen gevangen hadden.
10    Zo verging het ook Jakobus en Johannes, zonen van Zebedeüs,
die met Simon samenwerkten.
Maar Jezus zei tegen Simon:
`Wees niet bang.
Voortaan zul je mensen vangen.’
11    Ze brachten de boten aan land, lieten alles achter
en volgden Hem.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God
die leven geeft en leven doet.

Wij geloven in Jezus Messias,
mens geworden Woord van God,
die liefhad, de armen eerst,
en voordeed wat echt leven is.

Ik geloof in de Goede Geest,
drager van het Levende Woord,
die waait waar mensen samenzijn
en beweegt wat was verlamd.

Wij geloven in alle mensen
voor wie deze God het Leven is,
die samen Kerk willen zijn
en teken van hoop voor de wereld.

Ik geloof dat God van mij houdt
zoals ik ben en worden zal,
omdat ik het ben, uniek en enig,
eeuwig geborgen in zijn Liefde.

Wij geloven dat wij geroepen zijn
te leven naar Gods Woord
in navolging van Jezus Messias
en in de verwachting van zijn Rijk.  Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en deze gaven aan de Heer aan te bieden.

-Bidden we voor alle mensen die verantwoordelijkheid dragen in de Kerk.
Dat zij blijven vertrouwen op God,
ook als ze geen resultaten zien van hun inspanningen
om het evangelie te verkondigen.
Laten we bidden…

-Bidden we voor alle mannen en vrouwen
die ingegaan zijn op Gods oproep
om alles achter te laten in dienst van God en de mensen.
Dat zij vreugde en kracht vinden in hun ontmoeting
met U, God, en hun medemensen.
Laten we bidden…

-Bidden we voor hen die hun beroep of hun engagement als vrijwilliger
als een roeping beleven.
Dat hun getuigenis van grote inzet en liefde
velen mag inspireren om ook als gegeven mensen te leven.
Laten wij bidden…
Federatie Kana

Voorbeden 2

God,
Gij zijt een God die ons wil redden en behouden.
Daarom bidden wij vol vertrouwen.

-Bidden we voor allen die uw Stem hebben gehoord
en het aandurven hun leven een wending te geven naar U toe.
Dat zij vredemakers worden
in onze verscheurde en verdeelde wereld…
Laten wij bidden…

-Bidden we voor hen die werken in de Kerk.
Dat zij de goede woorden spreken en de gelovigen bemoedigen,
dat zij in hun woorden en daden laten zien wie Gij zijt:
één en al goedheid…
Laten wij bidden…

-Bidden we voor alle mensen van goede wil,
die dromen van een wereld waar recht telt en vrede woont.
Dat hun droom hen aanzet tot concrete daden.
Dat zij onvermoeibaar op weg blijven gaan,
bemoedigd door Hem, die roept en ook kracht geeft.
Laten wij bidden…

Heer, onze God,
laat uw Rijk van liefde komen op deze aarde.
Wil ons daarbij inschakelen als uw helpers,
als verkondigers van uw Zoon, Jezus, onze Heer. Amen.
naar federatie Kana

Gebed over de gaven 1

God,
Gij draagt en voedt de wereld,
dag na dag.
Dieper dan we durven vermoeden
zijt Gij aanwezig overal waar we gaan.
Wij danken U voor die aanwezigheid
die zo verborgen en kwetsbaar is,
zo trouw en daadwerkelijk.
Wij vertrouwen erop en leven van U
zoals wij leven van het Brood en de Wijn,
dragers van uw Aanwezigheid. Amen.

Gebed over de gaven 2

God,
om recht te doen aan uw heerlijkheid
nemen wij brood en wijn in onze handen
en bidden U:
heilig deze gaven, heilig ook ons.
Maak ons tot mensen,
die kunnen breken en delen,
die liefhebben zoals Hij,
Jezus Messias, uw Zoon, onze Heer. Amen.
naar Kerk in Herent

Tafelgebed

Wij danken U dat Gij een God van mensen zijt,
dat wij U mogen noemen: onze God en onze Vader,
dat onze toekomst in uw handen ligt,
dat deze wereld U ter harte gaat.
Gij hebt ons tot leven gewekt.
Gezegend zijt Gij, Bron van al wat bestaat.
Daarom prijzen wij uw naam, Heer onze God,
en danken U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.


Wij danken U omwille van uw veelgeliefde Zoon,
die Gij geroepen en gezonden hebt
om ons te dienen en uw weg te tonen,
om aan armen uw Blijde Boodschap te verkondigen,
om recht te doen aan wie onrecht werd aangedaan,
om voor ons allen, het evenbeeld
en de gestalte te zijn van uw mildheid en uw trouw.

Wij danken U voor deze onvergetelijke Mens,
die alles heeft volbracht wat menselijk is:
het leven en de dood.
Wij danken U dat Hij zich met hart en ziel
gegeven heeft aan deze wereld.

Want in de nacht waarin Hij werd overgeleverd,
heeft Hij het brood in zijn handen genomen.
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God, zijn Vader.
Hij heeft U dank gezegd, het brood gebroken
en aan zijn vrienden uitgedeeld met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn Lichaam voor u.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe Verbond in mijn Bloed,
dat voor u en allen wordt vergoten tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit Brood eet en uit deze Beker drinkt,
zult gij dit doen tot mijn gedachtenis.”

Verkondigen wij de essentie van ons geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert
dat Gij verrezen zijt.

Daarom, Heer onze God,
stellen wij hier dit teken van ons geloof,
en daarom gedenken wij nu
het lijden en sterven van uw Zoon,
zijn opstanding uit de dood
en zijn intocht in uw heerlijkheid;
dat Hij, verheven aan uw rechterhand,
voor ons ten beste spreekt
en dat Hij komen zal om recht te doen
aan levenden en doden
op de dag die Gij hebt vastgesteld.

Zend ons uw Geest, die Leven is, Gerechtigheid en Licht.
Gij, die het welzijn van de mensen wilt,
en niet hun ongeluk, niet hun dood,
neem alle geweld weg uit ons midden
en geef vrede op aarde
in naam van Jezus, uw Zoon.
Dan zal uw naam geheiligd zijn,
Heer, onze God,
door Hem en met Hem en in Hem
en in de gemeenschap van de Heilige Geest,
dit uur en alle dagen tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Richten wij ons, als broers en zussen met elkaar verbonden,
tot onze God van Liefde met de Woorden die Jezus ons heeft voorgezegd:
Onze Vader,…

Waar wij onszelf zoeken, God,
klinkt uw Woord: “Gooi uw netten uit om mensen op te vangen”.
Waar uw opdracht ons zwaar valt,
zegt Gij: “Vrees niet. Ik ben met u”.
Blijf ons nabij met uw Woord en uw genade
die ons tot doeners van uw Boodschap maken.
Dan zullen wij vol vertrouwen mogen uitzien
naar de wederkomst van Jezus, Messias, uw Zoon.
Want van U is het Koninkrijk,…

Vredeswens

Heer, maak dat wij vredestichters mogen zijn,
die eerder het goede bevestigen dan het kwade aanrekenen.
Moge wij, daar waar we kunnen,
de eerste stap zetten om recht en verzoening te bewerken.
Geef dat volkeren ook deze stappen zetten.
Wij bidden speciaal voor vrede in het Midden Oosten,
in Irak, Syrië en Centraal Afrika.
Wil onze Gids zijn en ga ons voor.
De vrede van de Heer zij altijd met u.
En wensen wij elkaar die Godsvrede van harte toe.

Lam Gods

Communie

Hier worden wij uitgenodigd en geroepen om Hem te volgen,
om meer en meer te worden wie wij ten diepste zijn:
het Lichaam van Christus in een wereld vol verdeeldheid.
Kom en volg de Levende Heer in ons midden.
Laat het zichtbaar worden
in het breken en delen van dit Brood.
       Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Varen naar het diepe, vissen in het diepe,
het is naar de mensen gaan in de dieperik,
het is bij mensen zijn in hun zwakte:
als ze bang zijn,
als ze gegrepen zijn door jaloezie,
als ze uit zijn op wraak,
als ze enkel bezig zijn met eigen winst,
als ze onbedachtzaam zijn.

Varen naar het diepe, vissen in het diepe,
het is de schaduwkanten van anderen en van onszelf kleiner maken,
het is de zonzijde in anderen en onszelf vergroten.

Kom, het is binnenkort veertigdagentijd:
een kans om je onmacht en ongeloof achter je te laten,
een kans om meer bij Jezus te vertoeven,
om het goede in mensen op te vissen,
om de mensen in ellende op te beuren en op te richten.

Wees niet meer bevreesd,
wees radicaler
vaar naar het diepe, vis in het diepe.
naar J.-P. Vermassen

Bezinning 2

Petrus en zijn maten
hadden de hele nacht gevist
en niets gevangen.
Ook wij zwoegen en werken voor Gods Kerk
en vaak zijn onze netten leeg.
Toch geloven we dat God elke mens roept
en onze netten wil vullen
met jonge en oude vissen, kleine en grote,
die vrijuit mogen zwemmen in Gods Rijk.
Onze Kerkgemeenschap is een boot
die zijn weg zoekt in moeilijk vaarwater.
Laten we vertrouwen geven aan God
en uitvaren met die boot mee
met alle vrouwen en mannen
die de zeilen willen bijzetten
om naar Gods haven uit te varen.
Federatie Kana

Bezinning 3

Jesaia en Petrus:
ze raken in de ban van Gods grootheid.
Ze zien toekomst in zijn Koninkrijk.
Maar tegelijk voelen ze zich klein;
ze zijn onmachtig, onrein en zondig.
Hun godservaring is echter ook een uitdaging.
Ze voelen zich medeverantwoordelijk
voor dat Rijk van recht en overvloed.
Ze worden gevangen in Gods netten
om anderen op te vangen,
om hen leven en toekomst aan te zeggen.
Met vallen en opstaan geven ze gehoor
aan hun roeping om mensen mee te laten delen
in hun vertrouwvol geloven.

Hun ideaal staat ook ons voor ogen.
Hun Godservaring en hun geroepen zijn
dagen ons uit tot navolging.
In woord en in daad mogen we
anderen tot deelgenoot maken aan ons geloven,
ons hopen en onze liefde.
Ook al voelen we ons onmondig en te klein:
Jesaia en Petrus laten ons zien,
dat God juist kleine en gewone mensen nodig heeft.
Voor kleine mensen is Hij bereikbaar.
Daarom mogen we zijn woorden, zijn handen zijn.
Het is een uitverkiezing en uitdaging tegelijk.
Wim Holterman osfs

Slotgebed 1

God van mensen,
Gij geeft altijd meer dan dat Gij vraagt.
Aan die zekerheid houden wij ons vast.
Wij bidden U:
waar Gij ons roept,
wees daar niet ver met uw genade,
waar Gij ons zendt,
trek daar met ons mee.
Dat vragen wij U door Hem,
die Gij geroepen en bevestigd hebt,
Jezus Messias, uw Zoon, onze Heer. Amen.
Kerk in Herent

Slotgebed 2

God, onze Vader,
sta ons bij om voor elkaar te worden
wat de leerlingen van uw Zoon mochten zijn:
vissers en redders van mensen.
Moge ons spreken en doen
warmte en licht, moed en verlichting betekenen
en mensen uitnodigen tot gemeenschap.
Dan zal uw Koninkrijk onder ons
gestalte krijgen.
Dan zal uw droom over de mens
werkelijkheid worden. Amen.

Zending en zegen

Elke dag opnieuw worden we opgeroepen om Jezus te volgen.
Als we er op ingaan
mogen we ons geruggensteund weten door Gods zegen
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.