5e zondag door het jaar C 2010

ZONDAGSVIERINGEN
vijfde zondag C (07/02/10)

Begroeting

Van harte welkom.
Moge dit samenzijn gezegend worden
door God + die wij Vader, Moeder noemen,
Zoon en Broeder,
Geestkracht in ons midden. Amen.

Openingswoord 1

Vandaag wordt ons verteld
over mensen die geroepen worden.
Zij aarzelen, voelen zich onmachtig,
maar worden uitgetild boven hun eigen kleinheid.
Diezelfde stem die zegt: “Ga…”,
zegt ook: “Wees niet bevreesd, je kunt het, mijn genade is je genoeg.”
Petrus, Paulus en de anderen,
ze wisten zich klein genoeg
opdat God grote dingen met hen zou mogen doen…


Openingswoord 2

Soms kunnen onverwachte gebeurtenissen
ons leven een heel andere wending geven.
Vandaag horen we hoe de leerlingen dat overkwam
toen zij door de Heer  werden aangesproken.
Roeping is:
je leven laten bevragen,
de weg durven gaan
waartoe je ten diepste bent voorbestemd.
Misschien moet je aan je leven
een radicaal nieuwe wending durven geven.
Mensen ‘vangen’ bijvoorbeeld,
hen opvangen,
het voor hen opnemen,
voor hen zorg dragen.
‘Weet dan dat je er niet alleen voor staat’ zegt Jezus,
‘Ik ben er ook nog.’

Vergevingsmoment 1

– We werken hard, we hebben het druk,
en zelden vragen wij ons af
of wij echt onze roeping volgen,
of we de weg wel gaan
waartoe we ten diepste zijn bestemd.
Heer, ontferm U over ons.

– Soms lijkt het alsof ons schip
stuurloos ronddobbert op de golven van het leven.
Dan ontbreekt het ons aan gedrevenheid
om ons 100% in te zetten voor wat goed en rechtvaardig is.
Christus, ontferm U over ons.

– Misschien horen we het wel,
diep in ons binnenste,
het appel om mensenvissers te worden,
maar vaak ontbreekt ons de moed om erop in te gaan.
Heer, ontferm U over ons.

Moge de Heer onze goede intenties doorgronden,
moge Hij onze kleinheid en ons tekort aan moed vergeven
en ons blijven oproepen tot vernieuwd en geestdriftig leven. Amen.


Vergevingsmoment 2

– Velen onder ons
zoeken tastend een uitweg uit het donker,
worstelen met levensvragen of geloofstwijfels.
Zij hunkeren naar inzicht,
verlangen God te kennen.
Geef Heer, dat wij U ontdekken
en antwoord vinden op onze vragen.
Heer, ontferm U over ons.

– Soms voelen wij ons aan ons lot overgelaten
en hebben we nood aan bemoedigende mensen.
Geef Heer, dat wij zulke mensen ontmoeten
en een gemeenschap mogen vinden
die ons opvangt en draagt.
Christus, ontferm U over ons.

– Als wij dag na dag niets dan miserie kennen
of geconfronteerd worden met zware tegenslagen,
dan kijken we uit naar handen die ons vastgrijpen,
ons opvangen,
opvissen uit onze ellende.
Geef Heer, dat wij naar elkaar omzien,
elkaar optrekken uit de nood.
Heer, ontferm U over ons.

God, Gij weet dat we soms zwak en moedeloos zijn.
Neem onrust en twijfel weg uit ons hart
zodat er plaats is voor geloof en vertrouwen in U.
Laat ons bij U thuis komen. Amen.

Lofprijzing

God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis
zodat wij Hem in de ander kunnen herkennen.
Eren wij Hem in de naaste
door elkaar lief te hebben
zoals Hij van ons houdt.
Eren wij God
door op te komen voor wie snakt
naar een vreedzaam en menswaardig bestaan.

Eren wij God,
niet alleen in de hoge,
maar vooral hier op aarde.
Loven wij God
door te zorgen voor een hemel op aarde
voor allen die Hij liefheeft.
Dan zullen wij samen kunnen zingen:
Heilig de Heer,
God en schepper van deze wereld,
en zalig alle mensen in wie Hij werkelijk leeft,
in wie Hij welbehagen schept. Amen.

Openingsgebed 1

God en Vader,
open ons hart en onze geest voor uw Woord.
Moge in ons allen de gezindheid van Jezus Christus groeien.
Moge wij elkaar hoogachten en dragen.
Maak ons liever kwetsbaar dan hardvochtig,
liever machteloos en zonder aanzien
dan ontoegankelijk en hoogmoedig. Amen.


Openingsgebed 2

God,
Gij die altijd anders zijt
dan mensen vermoeden.
Wij bidden U:
spreek ons aan,
bemoedig ons door uw Woord
opdat wij vernieuwde mensen worden,
mensen naar uw hart. Amen.

Lezingen
Luisteren we naar God die ons toespreekt in de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Jesaja 6,1-2a.3-8)
Uit de profeet Jesaja

1          In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer,
gezeten op een hoge en verheven troon.
De sleep van zijn mantel vulde heel de tempel.
2        Serafs stonden boven Hem opgesteld, elk met zes vleugels.
3        Zij riepen elkaar toe:
`Heilig, heilig, heilig is de Heer van de machten;
en heel de aarde is vol van zijn heerlijkheid.’
4        De deurpinnen in de dorpels schudden van het luide geroep
en de tempel stond vol rook.
5        Ik zei:
`Wee mij! Ik ben verloren!
Ik ben een mens met onreine lippen,
ik woon onder een volk met onreine lippen
en ik heb met eigen ogen de koning, de Heer van de machten gezien!’
6        Maar één van de serafs vloog op mij af met een gloeiende kool,
die hij met een tang van het altaar had genomen,
7        hij raakte er mijn mond mee aan en sprak:
`Zie, nu dit uw lippen heeft aangeraakt,
is uw zonde verdwenen, en uw schuld bedekt.’
8        Daarop hoorde ik de stem van de Heer:
`Wie zal Ik zenden, wie zal in onze naam gaan?’
Ik antwoordde: `Hier ben ik, zend mij.’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (1 Korintiërs 15,1-11)
Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinte

1        Broeders en zusters,
ik wijs u nog eens op het evangelie dat ik u heb verkondigd,
dat u hebt aanvaard,
waarop u gegrondvest bent
2          en waardoor u ook gered wordt,
tenminste als u zich houdt aan de bewoordingen
waarin ik het u verkondigd heb;
anders zou u het geloof zonder nadenken hebben aanvaard.
3        In de eerste plaats heb ik u doorgegeven
wat ik zelf als overlevering heb ontvangen,
namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften,
4        en dat Hij begraven is,
en opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften;
5        en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de twaalf.
6        Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk,
van wie de meesten nog in leven zijn;
sommigen echter zijn gestorven.
7        Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen.
8        Het laatst van allen, als aan een misgeboorte,
is Hij ook verschenen aan míj.
9        Ik ben immers de minste van de apostelen,
niet waard om apostel te heten,
want ik heb de kerk van God vervolgd.
10       Maar door de genade van God ben ik wat ik ben,
en zijn genade voor mij is niet vruchteloos geweest.
Ik heb harder gewerkt dan alle anderen;
dat wil zeggen, niet ik, maar de genade van God met mij.
11       Maar zij of ik, wat maakt het uit?
Dit verkondigen wij, en dit hebt u geloofd.
KBS Willibrord 1995


Evangelie (Lucas 5,1-11)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

1        Toen Jezus aan het meer van Gennesaret stond
en de mensenmenigte zich om Hem verdrong
om het woord van God te horen,
2        zag Hij twee boten bij het meer liggen.
De vissers waren van boord gegaan en spoelden de netten.
3        Hij stapte in een van die boten, die van Simon,
en vroeg hem een eindje van het land af te varen.
Hij ging zitten en vanuit de boot gaf Hij de mensen onderricht.
4        Toen Hij uitgesproken was zei Hij tegen Simon:
`Vaar nu het meer op naar diep water.
Daar moeten jullie je netten uitwerpen.’
5        `Meester,’ antwoordde Simon,
`de hele nacht hebben we ons al afgetobd zonder iets te vangen.
Maar als U het zegt zal ik de netten uitwerpen.’
6        Dat deden ze en ze vingen zo’n massa vis
dat hun netten ervan scheurden.
7        Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot
om hen te komen helpen.
Die kwamen, en beide boten vulden ze tot zinkens toe.
8        Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op z’n knieën voor Jezus en zei:
`Ga weg van mij, Heer, ik ben een zondig mens.’
9        Want schrik had hem, en allen die bij hem waren, bevangen,
vanwege de vissen die ze samen gevangen hadden.
10       Zo verging het ook Jakobus en Johannes, zonen van Zebedeüs,
die met Simon samenwerkten.
Maar Jezus zei tegen Simon:
`Wees niet bang.
Voortaan zul je mensen vangen.’
11       Ze brachten de boten aan land, lieten alles achter
en volgden Hem.
KBS Willibrord 1995


Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God
die als een vader is
die begaan blijft met mij,
en met heel deze wereld van mensen.

Ik geloof in Jezus van Nazareth
die begaan was met mensen,
vooral met de gekwetste mens ,
en die aan mensen
nieuw vertrouwen gaf om te leven.

Ik geloof in zijn Geest
die mij aanzet om zorgend met mensen  om te gaan
en niet op  te geven,
om aanwezig te zijn daar waar het leven pijn doet. Amen.

Voorbeden 1

Bidden wij tot God, onze Vader,
die ons allen in het leven riep
en ons vraagt om Jezus na te volgen.

– Bidden we voor de Kerk die wij samen vormen:
mannen en vrouwen,
allemaal doodgewone mensen, van hoog tot laag,
maar allen samen: Gods Kerk.
Dat wij, ondanks persoonlijke kleinheid,
toch proberen gestalte te geven aan Jezus’ droom.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor hen die worstelen
met hun taak en hun roeping in het leven.
Dat ze vreugde vinden
in hun dienstbaar-zijn aan medemensen,
ook al vergt het heel wat inspanning.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor alle mensen van goede wil,
voor alle bouwers aan een betere wereld.
Dat ze het volhouden,
ook als tegenwerking hun deel is.
Dat ze de kracht opbrengen
om altijd steeds weer opnieuw te beginnen.
Laten wij bidden…

God, onze Vader,
Gij hebt ons geschapen,
Gij weet wat er leeft in ons hart.
Vergeef ons als we tekort schieten,
ondersteun onze goede wil.
Maak ons tot bouwers aan uw Rijk van vrede,
vandaag en alle dagen dat we leven mogen. Amen.
naar Kees Harte

Voorbeden 2

God, wij vragen U
dat wij mogen leven
met onze ogen en oren wijd open voor het mysterie,
voor het wonder in ons leven.

God, wij vragen U
dat Gij Uzelf aan ons te kennen geeft,
dat Gij ons uw nabijheid doet ervaren,
ons uw genade niet onthoudt,
en inspirerend aanwezig zijt in de Geest.

God, wij vragen U
dat het besef van zondigheid
ons tot milde mensen maakt,
die deemoedig het hoofd durven buigen,
lankmoedig en barmhartig zijn voor anderen
en radicaal in de keuze voor Jezus, onze Heer.
Johan Las

Gebed over de gaven 1

Heer, onze God,
uw Woord brengt ons samen
rond eenvoudige gaven: brood en wijn.
Moge zij, gebroken en gedeeld,
levende herinnering worden
aan de liefde die Gij ons hebt voorgeleefd
in de Mensenvisser bij uitstek:
Jezus, uw Zoon en Mens onder de mensen. Amen.


Gebed over de gaven 2

Wij staan hier voor U, Heer,
met wat brood en een beetje wijn.
Wij voelen ons dikwijls even nietig en klein,
onmachtig om de opdracht aan te kunnen
waartoe Gij ons roept.
Maar als Gij ons te eten geeft,
als Gij met ons scheep gaat,
dan wordt onze armoede overvloed,
dan  werkt ons kleinheid niet langer verlammend.
Want Gij, Heer, Gij zijt onze kracht. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U dat Gij een God van mensen zijt,
dat wij U mogen noemen: onze God en onze Vader,
dat onze toekomst in uw handen ligt,
dat deze wereld U ter harte gaat.
Gij hebt ons tot leven gewekt.
Gezegend zijt Gij, bron van al wat bestaat.
Daarom prijzen wij uw naam, Heer onze God,
en danken U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig …

Wij danken U omwille van uw veelgeliefde zoon,
die Gij geroepen en gezonden hebt
om ons te dienen en uw weg te tonen,
om aan armen uw blijde boodschap te verkondigen,
om recht te doen aan wie onrecht werd aangedaan,
om voor ons allen, het evenbeeld
en de gestalte te zijn van uw mildheid en uw trouw.

Wij danken U voor deze onvergetelijke mens,
die alles heeft volbracht wat menselijk is:
het leven en de dood.
Wij danken U dat Hij zich met hart en ziel
gegeven heeft aan deze wereld.

Want in de nacht waarin Hij werd overgeleverd,
heeft Hij het brood in zijn handen genomen.
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God, zijn Vader.
Hij heeft U dank gezegd, het brood gebroken
en aan zijn vrienden uitgedeeld met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u en allen wordt vergoten tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
zult gij dit doen tot mijn gedachtenis.”

Verkondigen wij de essentie van ons geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert
dat Gij verrezen zijt.

Daarom, Heer onze God,
stellen wij hier dit teken van ons geloof,
en daarom gedenken wij nu
het lijden en sterven van uw Zoon,
zijn opstanding uit de dood
en zijn intocht in uw heerlijkheid;
dat Hij, verheven aan uw rechterhand,
voor ons ten beste spreekt
en dat Hij komen zal om recht te doen
aan levenden en doden
op de dag die Gij hebt vastgesteld.

Zend ons uw Geest, die leven is, gerechtigheid en licht.
Gij, die het welzijn van de mensen wilt,
en niet hun ongeluk, niet hun dood,
neem alle geweld weg uit ons midden
en geef vrede op aarde
in naam van Jezus, uw zoon.
Dan zal uw naam geheiligd zijn,
Heer onze God,
door Hem en met Hem en in Hem
en in de gemeenschap van de Heilige Geest,
dit uur en alle dagen tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Richten wij ons, als broeders en zusters met elkaar verbonden,
tot onze God van Liefde met de woorden die Jezus ons heeft voorgezegd:
Onze Vader,…

Waar wij onszelf zoeken, God,
klinkt uw woord: “Gooi uw netten uit om mensen op te vangen”.
Waar uw opdracht ons zwaar valt,
zegt Gij: “Vrees niet. Ik ben met u”.
Blijf ons nabij met uw woord en uw genade
die ons tot doeners van uw boodschap maken.
Dan zullen wij vol vertrouwen mogen uitzien
naar de wederkomst van Jezus, Messias, uw Zoon.
Want van u is het koninkrijk,…


Vredewens

Als je op weg gaat,
heb dan oog voor wie klein is,
verloren en gebroken.
Loop op het ritme van de traagste,
draag wie moe is
troost wie droef is,
groet wie eenzaam is.
Wens ieder die je ontmoet vrede toe
en maak vrede in je eigen hart,
zodat je vanuit je vrede kan delen met al je tochtgenoten
en de vrede van Jezus zal met u zijn.
Laten wij dan die vrede doorgeven aan elkaar.

Lam Gods

Communie

Maak ons tot mensen, Heer,
die als zusters en broeders
het brood van deze wereld delen
en elkaar, in woord en daad, tot zegen zijn.
Sterk ons door uw voorbeeld:
uw lichaam, uw leven, gebroken en gedeeld tot voedsel voor ons allen.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Ze volgden hem, zijn stem, zijn woorden,
sinds Hij verscheen in hun bestaan
en zij Hem zomaar zeggen hoorden
de volle zee weer op te gaan.

Ze volgden Hem, ondersteboven
van wat ze daar toen zouden zien:
een wondervangst niet te geloven,
geweldiger dan ooit voordien.

Die dag is nooit meer uit te wissen.
Ze blijven zien wat daar gebeurt:
de overslaande golf van vissen
een boot die zinkt, een net dat scheurt.

Hij zegt: ze zullen mensen vangen,
en God zal weten hoe dat moet
en of dat is wat zij verlangen
en dat gelukkig maakt voorgoed.

Zij volgen Hem, Hij moet maar wijzen
waarheen, en wat de reden is,
uiteindelijk, van al hun reizen:
Hijzelf, de allergrootste vis.
Uit: De man van Nazareth, door Michel van der Plas

Bezinning 2

Laten we naar het diepe varen:
om te luisteren naar de
grote levensverhalen van kleine mensen,
met begrip voor het anders-zijn van mensen,
in alle nederigheid en met liefde.

Laten we naar het diepe varen:
om te zoeken naar de grote
wijsheidstradities van onze geschiedenis,
met volle respect voor andere godsdiensten,
in alle deemoed en met liefde.

Laten we naar het diepe varen:
om te zoeken wat ons echt en diep gelukkig maakt,
om onszelf te bevrijden van zelfgenoegzaamheid,
vol van eigen zelf en eigen volk alleen,
in alle eerlijkheid en met liefde.

Laten we naar het diepe varen:
om ongeloof en onmacht te overwinnen
en het verlaten-zijn van mensen,
dat wij God en het goede mogen vinden
in het gelaat van de andere,
in alle dankbaarheid en met liefde.
Lydia Van Hirtum

Slotgebed 1

Goede God,
Petrus en zijn maten hadden de hele nacht gevist
en niets gevangen.
Ook wij zwoegen en tobben voor uw Kerk
en vaak zijn onze netten leeg.
Sterk onze geest,
vul onze netten met jonge en oude vissen, kleine en grote,
die vrijuit mogen zwemmen in uw Rijk.
Onze kerkgemeenschap is een boot
die zijn weg zoekt in moeilijk vaarwater.
Schenk haar een goede bemanning:
vrouwen en mannen
die alle zeilen willen bijzetten
om naar uw haven uit te varen. Amen.
naar Bärbel De Groot-Kopetzky

Slotgebed 2

Zend ons uit, God,
om uw licht voor de wereld te zijn.
Kom onze kleinheid tegemoet
zoals Gij ook gedaan hebt bij Jesaja en Petrus.
Vul onze woorden met uw vriendelijk licht
dat uitnodigt tot gemeenschap,
en zeg door onze ogen velen uw vrede toe.
Dan zal uw Rijk komen,
dan zal de wereld nieuw geboren worden
overal waar mensen verwachtingsvol naar U uitkijken. Amen.


Slotgebed 3

Heer,
het is niet gemakkelijk
ons te blijven inzetten voor uw Kerk.
We zien zo weinig resultaat,
het water komt ons tot de lippen.
Geef ons de moed om vol te houden
en elke dag weer
de netten uit te gooien. Amen.
Kerk & Wereld, sept. 2009

Zending en zegen

“Mensenvissers zul je worden” zegt Jezus tot zijn vrienden.
Naar het woord en het voorbeeld van Jezus
moeten ook wij weldoend rondgaan:
zieken genezen,
voedsel geven aan wie hongeren naar gerechtigheid,
lam geslagenen weer leren lopen,
en wie gevangen zitten in zichzelf, bevrijden.
Daartoe zegene ons
+ de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.