5e zondag door het jaar A 2020 p

09/02/2020  (Mt., 5, 13-16)

Je bent meer waard dan je vermoedt – doe er iets mee !

Op deze zondag maar ook de volgende zondagen komt het evangeliewoord uit de Bergrede uitgesproken door die Jezus van Nazareth. Het zal blijken dat deze Bergrede veel meer is dan de voor ons bekende “zaligsprekingen” maar eigenlijk een samenvatting inhoudt van het levensprogramma van Jezus de Christus. Hier vonden zijn leerlingen toen en hopelijk ook wij vandaag een handleiding om de realisatie van Gods droom met zijn mensen , wij dus , waar te maken. Hier komen wij als gelovigen te weten hoe onze spirituele ruggengraat van ons bestaan er zou dienen uit te zien. Het gaat dus steeds in ons gelovig-zijn over onze taak er dan ook zelf iets mee te doen in het leven en het niet enkel over te laten aan onze geburen.
Geloven of gelovig-zijn is en blijft een levenshouding en dus meer dan een aanwezigheid in het kerkgebouw gedurende een uurtje in de week. Vandaag reikt Jezus ons twee beelden aan : gij zijt het zout der aarde en gij zijt het licht van de wereld … Voor de mensen in Zijn tijd levensnoodzakelijke elementen daar de levensomstandigheden helemaal anders waren dan vandaag : geen diepvriezers, geen permanent brandende straatverlichtingen die ons de weg tonen in de duisternis van de nacht.
Vul zelf maar in waar je allemaal zout voor gebruikt : het reinigt , het kruidt , het conserveert. In het oude Testament vinden we verschillende verwijzingen naar de noodzakelijkheid om het gebruik van zout te rechtvaardigen. In het boek Leviticus wordt zelfs gewag gemaakt van in de tempel bij de brandoffers zout als smaakmaker toe te voegen om het verbond tussen God en mens te bezegelen.
Wanner Jezus ons opdraagt vandaag “zout der aarde te zijn” roept dat dus een hele rits aan betekenissen op : zout geeft een smaak aan de aardappelen ( denk maar even terug aan de film van “de Witte van Zichem “ voor diegenen die hem nog kennen ) , het geeft een dieptedimensie aan het voedsel zoals zovele kruiden. Zout doorbreekt als het ware de dagdagelijkse sleur, het maakt van hetgeen vanzelfsprekend is iets wonderlijks en moois zelfs iets dat spreekt van God. Het beeld van een pittig levenskruid daagt ons uit om in onze manier van leven smaak te leggen voor medemensen.
Dit beeld roept christenen op om mensen te zijn die de smaak van het leven in zich hebben, als het ware mensen te zijn die goesting hebben om de smaak van het leven te delen met anderen, die de vele uitdagingen van de wereld niet uit de weg gaan om Gods droom van een wereld van vrede én liefde én te realiseren én voor te leven. Van ons wordt gevraagd het niet enkel te houden bij grote discussies of vergaderingen over ons geloof of religie maar in de mate van het mogelijke in de kleine dingen van elke dag zelf de handen uit de mouwen te steken en het evangelie voor te leven en ons gelovig-zijn te beleven.
Het tweede beeld gaat over het licht : jullie zijn het licht van de wereld, stop het niet weg maar plaats het op een staander en verlicht je ganse omgeving. Het beeld van het Licht speelt reeds vanaf het scheppingsverhaal een belangrijke plaats in de oud-testamentische teksten: God is de Schepper van het Licht in de wereld en hij verlangt dat wij licht blijven verkiezen boven duisternis. Herinner u de vele beelden over Christus als het Licht van de wereld en het kwade als het kind van de duisternis.
Ook dit beeld vinden we terug in de eerste lezing uit Jesaja. Jesaja die de mensen uitnodigt tot goede werken om zo zelf licht te zijn voor de ander. Hier is de stap naar de zaligsprekingen uit het begin van de Bergrede maar een kleine stap : wie kan zalig of gelukkig genoemd worden, alleen hij/zij die voor anderen van betekenis wordt. Of met andere woorden gezegd: het wordt maar licht als de medemens geholpen wordt en zo de aanwezigheid van God voelt in een wereld waar iedereen een menswaardige plaats heeft: ook vluchtelingen, kinderen, zieken en kortom jong en oud.
De ware kracht van het christendom ligt niet in reglementen, geboden en verboden maar in de kracht van de Liefde die telkens opnieuw verwijst naar God als Schepper van al wat leeft. Heel het evangelie is één kreet om begaan te zijn met de mensen naast ons, om niet af te haken door te zeggen dat het toch allemaal niets uithaalt. Het enige wat echt helpt zijn de werken van barmhartigheid die ons op het spoor brengen van God die een God is van alle mensen en die blijft dromen van een rechtvaardige wereld zonder oorlog , zonder jaloezie … Maar hier vrees ik dat onze wereldpolitici nog niet aan toe zijn of toch : blijven hopen , blijven geloven dat de Liefde uiteindelijk sterker is dan de dood. Hebben we dat vorige zondag ook niet uitdrukkelijk gevoeld met het feest van Lichtmis: in elk kind geboren uit liefde tussen mensen blikt een Licht in de wereld en geeft ons de kracht om dit Licht van Godswege verder uit te dragen !
Wij kunnen niets anders dan blijven vragen om dus zelf zout te zijn als smaakmaker in het leven of zelf licht te zijn voor anderen.  Of misschien met andere woorden is het goed om vanuit deze viering gestuurd te worden met de opdracht : we hebben de goesting gekregen om voor een ander smaakmaker te zijn door zelf te stralen als een helder licht zodat een ander ons toefluistert : je ziet er stralend uit !
Luc Dekelver – diaken
g door het jaar

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.