4e zondag van de vasten C 2019

31 03 2019

Begroeting

‘Kom binnen. Feest moet er zijn!’
Dat zijn woorden die God vandaag tot ons richt.
De God die voor ons is: + Vader, Zoon en H. Geest.
Monique Suys

Openingswoord 1

Vandaag luisteren wij naar de bekende parabel
van de verloren zoon of – beter – van de barmhartige vader.
In wie van de twee broers je jezelf het meest herkent,
– in de rebelse avonturier of in de brave Hendrik, –
dat doet er eigenlijk weinig toe.
God blijft naar ieder van ons uitzien
en sluit ons in zijn liefdevolle armen als we naar Hem terugkeren.
Welke levenskeuzes we ook maken,
het belangrijkste is dat we thuiskomen bij de Vader.
Dat is een reden om feest te vieren.

Openingswoord 2

We krijgen vandaag de parabel van ‘De verloren zoon’ te horen,
die we misschien beter
de parabel van ‘De barmhartige vader’ zouden noemen.
Want die vader is zo vol liefde,
dat hij aan zijn zoon
– ondanks het verdriet dat die hem heeft aangedaan –
het gevoel van ‘welkom thuis’ wil geven.
Een parabel over u en mij,
en over onze God.

Wellicht is voor u en mij
de tijd gekomen
om een ommekeer te maken
terug naar onze God, die ons opwacht.

Gebed om ontferming 1

-Heer, niettegenstaande we onszelf christenen noemen,
gaan we toch dikwijls wegen op die niet de uwe zijn.
Gij laat ons begaan en dwingt ons niet,
maar staat ons telkens weer geduldig op te wachten.
Omdat we vaak eigenwijs zijn, vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus, Gij hebt ontelbare keren aan mensen die in de fout gingen,
vergeving geschonken,
zonder enig verwijt,
met alleen de boodschap:
doe het in de toekomst beter.
Zo mild gedragen wij ons meestal niet tegenover anderen.
Daarom vragen wij:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer, ons leven is inderdaad niet altijd allemaal rozengeur en maneschijn,
maar in feite hebben we niets tekort.
Toch zijn we vaak jaloers op anderen die eens iets extra te beurt valt.
We klagen zo gemakkelijk, veel meer dan dankbaar te zijn.
Daarom vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God, leer ons wat milder te zijn
en dankbaarder. Amen.

Gebed om ontferming 2

-Vaak kwetsen we elkaar,
lopen we anderen omver,
om, doordrammend, onze eigen weg te gaan.
Dan telt enkel onze keuze en houden we geen rekening met de anderen.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Bijna even vaak ondervinden we
dat die ingeslagen weg toch niet het geluk geeft
waarvan we droomden.
Nog moeilijker is het om dit dan openlijk toe te geven en terug te keren,
om een nieuw begin te willen maken,
omdat we weten dat heel wat van onze medemensen ons falen
niet zomaar vergeten en vergeven.
Om ons tekort aan moed, vragen wij:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-God, de vader liet zijn zoon zijn verontschuldigingen niet uitspreken.
Hij sluit hem liefdevol in zijn armen en richt voor hem een feest aan.
Blijkbaar kon de andere zoon
– en ook wij vaak – zulke mildheid moeilijk verstaan,
wringt dat bij hem en bij ons.
Maar Gods liefde behoudt het initiatief,
ook in bekering en vergeving.
Om ons tekort aan inzicht in ware liefde, vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God, laat deze parabel ons dagelijks inspireren
om onze tekorten te erkennen en mild te zijn voor die van anderen. Amen.

Openingsgebed 1

God, die ieder van ons door en door kent,
Gij weet dat er in ons
een onweerstaanbaar verlangen leeft
om onze ‘eigen baas’ te zijn,
om ervoor te zorgen dat het ons zo goed mogelijk gaat.
En daarom nemen we nogal eens afstand van U.
Maar Gij hebt tijd,
Gij wacht met goddelijk geduld
tot wij ons hart weer voor U openen.
Daarom zijn wij zo dankbaar, Vader,
dat wij, nadat wij onszelf zijn tegengekomen
in de woestijn van eenzaamheid,
opnieuw mogen thuiskomen bij U.
Gij ontvangt ons met open armen
en maakt ons leven opnieuw tot een feest
waar wij met iedereen samen aan tafel mogen zitten,
brekend en delend,
naar het voorbeeld van Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 2

God van alle leven,
wij danken U om wat Gij ons hebt gegeven:
de aarde en haar vruchten, genoeg om van te leven,
de liefde en de zorg van anderen
bij wie wij mogen thuis komen.
Wij danken U boven alles om uw nooit aflatende nabijheid en mildheid.
Blijf naar ons uitzien, ook als wij menen andere wegen te moeten gaan.
Laat ons uiteindelijk thuiskomen bij U. Amen.

Lezingen

Het gaat in onze lezingen over ‘feesten’.
Eindelijk aangekomen in het Beloofde Land
kunnen de Israëlieten daar hun eerste Paasfeest vieren
met de opbrengst van het land.
In het evangelie horen we:
‘Mijn zoon was dood en is weer levend geworden’.
Reden genoeg voor de vader om een feestmaal aan te richten.

Eerste lezing (Joz. 5, 9a. 10-12)

Uit het boek Jozua

9           In die dagen sprak de Heer tot Jozua:
`Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld.’
10         Terwijl de Israëlieten in Gilgal gelegerd waren,
vierden zij Pasen op de veertiende dag van de maand,
in de avond, in de vlakte van Jericho.
11 En de dag na Pasen, juist op die dag,
aten zij ongezuurd brood en geroosterd graan
dat uit het land zelf afkomstig was.
12 De volgende dag hield het manna op;
ze konden nu eten wat het land opbracht.
Voortaan kregen de Israëlieten geen manna meer;
gedurende dat jaar aten zij datgene wat Kanaän opbracht.
KBS Willibrord 1995

Eerste lezing 2

Uit het boek Jozua 5, 9-12

Na 40 jaar zwerven door de woestijn staat het volk op het punt om het Beloofde Land binnen te trekken. Het gebeurt onder leiding van Jozua, die Mozes opvolgde na diens dood.
Het is een vereenvoudigd verhaal van hoe twaalf rondtrekkende herdersstammen verenigd raken in één land. Een langdurig en ingewikkeld proces.
Maar daar gaat het de schrijvers van dit boek niet om.
Ze willen aan de hand van die geschiedenis tonen hoe God zijn volk altijd trouw is en het volk en zijn leiders vaak ontrouw zijn.

In de volgende verzen wordt de trouw van God bezongen.
Jozua zegt: ”Vandaag heeft God de schande van onze slavernij in Egypte uitgewist. Nooit zullen wij dit nog moeten meemaken.
Dat belooft Hij.”

Het is de periode van het paasfeest.
En de dag nadat ze het paasfeest hebben gevierd,
genieten ze reeds van de vruchten van hun nieuwe land.
Ze eten brood en geroosterd graan van hun oogst
en nooit zullen ze nog manna moeten eten zoals in de woestijn.

Hendrik Van Moorter
Catechesehuis

Tweede lezing (2 Kor. 5, 17-21)

Uit de tweede brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinthe

Broeders en zusters
17 Zo is dus iemand die in Christus is, een nieuwe schepping:
het oude is voorbij, het nieuwe is er al.
18 En dit alles komt van God,
die ons door Christus met zich heeft verzoend
en ons de dienst van de verzoening heeft toevertrouwd.
19 Ja, God heeft in Christus de wereld met zich verzoend
zonder de mensen hun overtredingen aan te rekenen,
en ons heeft Hij de boodschap van de verzoening toevertrouwd.
20 Wij zijn dus gezanten van Christus,
alsof God zelf u oproept door ons woord.
Wij smeken u in Christus’ naam:
laat u met God verzoenen!
21 Hem die geen zonde heeft gekend,
heeft God voor ons tot zonde gemaakt,
opdat wij door Hem Gods gerechtigheid zouden worden.
KBS Willibrord 1995

Evangelie
(Lc., 15, 1-3. 11-32)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

1           In die tijd kwamen alle tollenaars en zondaars telkens naar Jezus luisteren.
2           De farizeeën en schriftgeleerden spraken daar schande van en zeiden:
`Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’
3
          Maar Hij vertelde hun deze gelijkenis:
11
`Iemand had twee zonen.
12         De jongste zei tegen zijn vader:
`Vader, geef mij mijn deel van de erfenis.”
En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.
13         Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land,
waar hij het verkwistte in een losbandig leven.
14         Toen hij alles opgemaakt had,
kwam er een zware hongersnood over dat land
en ook hij begon gebrek te lijden.
15         Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de inwoners van dat land;
die stuurde hem het veld in om varkens te hoeden.
16         Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten,
maar niemand gaf hem wat.
17         Toen kwam hij tot zichzelf en zei:
`Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed,
en ik verga hier van de honger!
18         Ik ga terug naar mijn vader.
Ik zal hem zeggen:
Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;
19         ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten,
behandel me als een van uw dagloners.”
20         En hij ging terug naar zijn vader.
Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd;
snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem.
21            `Vader,” zei de zoon tegen hem,
`ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;
ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten.”
22         Maar de vader zei tegen zijn slaven:
`Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan,
doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten.
23         Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren,
24         want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.”
En het feest begon.
25         Maar zijn oudste zoon was nog op het land.
Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans.
26         Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was.
27         Die antwoordde:
`Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht,
omdat hij hem gezond en wel terug heeft.”
28         Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen.
Daarop kwam zijn vader naar buiten
en probeerde hem tot andere gedachten te brengen.
29         Maar hij gaf zijn vader ten antwoord:
`Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden,
maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven
om met mijn vrienden feest te vieren.
30         Maar nu die zoon van u is thuisgekomen,
die uw vermogen met hoeren heeft verbrast,
hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.”
31         Maar hij zei :
`Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou.
32         We moeten feestvieren en blij zijn,
want die broer van je was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.” ‘
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God,
Schepper van hemel en aarde,
Vader van alle mensen.

Ik geloof in Jezus Christus,
die gekomen is
om te bemoedigen en te genezen,
om ons te bevrijden van alle onrecht,
om Gods vrede bij de mensen te verkondigen.

Hij heeft zich gegeven voor de wereld.
Hij is in ons midden de levende Heer.

Ik geloof in Gods Geest,
die werkzaam is
in alle mensen die er ontvankelijk voor zijn.

Ik geloof in de Kerk van Christus,
die, uitgerust met de kracht van de Geest,
gezonden is om de mensen te dienen.

Ik geloof in de vergevende liefde van God,
die de macht van de zonde zal breken
in ons en in alle mensen.

Ik geloof dat de mens zal leven
van Gods leven voor altijd. Amen.

Voorbeden 1

Laten wij bidden tot God,
die steeds met open armen op ons wacht.

-Bidden we voor de Kerk.
Dat zij barmhartig openstaat
voor allen die haar trouw bleven,
maar ook voor hen die haar,
– omwille van welke reden ook, maar vooral uit ontgoocheling –
de rug toekeerden.
Dat zij hen niet verkettert zodat geen terugkeer meer mogelijk is.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor allen die recht moeten spreken.
Dat zij mild en voorzichtig zijn.
Dat zij oog hebben voor het goede in elke mens,
maar vooral zoeken naar elke mogelijkheid
om nog toekomst te geven,
zonder anderen in gevaar te brengen.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor allen die zo gemakkelijk anderen veroordelen.
Dat zij zich spiegelen aan het voorbeeld van de Vader,
die mild is en vergevingsgezind.
Laten wij bidden….

-Bidden we voor onszelf.
Dat we de moed zouden opbrengen op onze stappen terug te keren
als we dwaalwegen zijn opgegaan.
Laten wij bidden…

Goede God,
vaak gaan wij kortzichtig onze eigen weg,
maar altijd bewijst Gij ons uw barmhartigheid,
altijd mogen wij bij U terugkomen,
altijd wacht Gij ons op met open armen.
Leer ons daarin meer en meer te lijken op U. Amen.
vrij naar Kerk in Herent

Voorbeden 2

-God, Gij kent de onmacht en de weigerachtigheid van ons hart.
Telkens weer wijken wij uit
naar het land van egoïsme.
We gaan onze eigen wegen.
Maar telkens ook weer ervaren wij
dat dit gedroomde land niet onze echte thuis is.
Gij houdt in ons de heimwee wakker naar het echte geluk,
naar vriendschap en genegenheid, geloof en vertrouwen.
Moge wij gehoor geven aan die Stem.
Laten wij bidden…

-Wij willen U danken omdat Gij op elk ogenblik op ons wacht
en uitkijkt naar de minste blijk van onze goede wil.
Gij zijt niet enkel een gevende God, maar ook een vergevende God.
Geef ons de moed om telkens weer op weg te gaan
vanuit ons egoïsme naar dienstbaarheid,
vanuit onze zelfzekerheid  naar geloof en vertrouwen.
Doe ons de vreugde ervaren van een nieuw begin,
en leer ons ook anderen dit te gunnen.
Laten wij bidden…
naar Paul Schreurs

Gebed over de gaven

Heer, laat ons een stukje brood zijn
voor mensen die op thuiskomst hopen.
Laat ons een beker wijn zijn
voor hen die dorsten naar vrede en gerechtigheid.
Dan kunnen wij samen, als broers en zussen,
aan uw tafel zitten. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, God,
om de wondere wegen
die mensen voor elkaar kunnen zijn,
voor allen die Gij gezonden hebt
om de weg te wijzen doorheen het leven,
voor uw uitnodiging om,
doorheen tekort en onvolkomenheid,
te werken aan de mens en zijn wereld.

Wij danken U om uw aanwezigheid
in goede en kwade dagen,
om de Hoop en de Toekomst die Gij zijt.
Wij danken U om de Mens Jezus,
die ons voorgaat en nabij blijft
en wiens Geest kracht is om te leven.

Daarom willen wij U danken, God,
samen met al wat bestaat
op aarde en in de hemel.

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.

Heer, onze God,
Gij zijt heilig en goed,
Gij hebt onze namen geschreven in uw Hand.

Geen mens zult Gij vergeten
dankzij Jezus Christus, de Zoon van uw genade,
die Gij hebt uitgezonden
om tranen te drogen
van mensen die geslagen zijn,
om het hart te helen
van mensen die gebroken zijn,
om Brood te worden voor vandaag
en Vrede zelf te zijn.
Wij danken U
omdat Gij ons ruimte geeft en vrijheid schept
voor heel ons leven, ten einde toe.

Want in de nacht dat Hij zijn leven gaf
nam hij brood in zijn handen,
Hij zegende en brak het
en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden:
“Neem en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt.”

Ook nam Hij de beker, zegende hem,
en gaf hem aan zijn leerlingen met de woorden:
“Neem deze beker en drink hier allen uit
want dit is de beker van het nieuwe,
altijddurende Verbond;
dit is mijn Bloed
dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.”

Verkondigen wij het mysterie van ons geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert,
dat Gij verrezen zijt.

Heer, onze God,
zo gedenken wij Hem
die weet wat lijden is
en de dood heeft gezien;
die Gij hebt opgewekt
en een naam gegeven hebt
hoog boven alle namen:
Jezus, de Heer, is Hij,
die is en blijven zal, uw Rechterhand.
Door deze Beker en door dit Brood dat wordt gedeeld
verkondigen wij Hem totdat Hij komt.

Wij bidden U,
zend ons uw Geest,
die over deze aarde gaat
en maak ons tot een volk
dat recht doet om gerechtigheid;
maak leven en welzijn
toch groter dan oorlog en dood;
laat ons mensen zijn
die woningen bouwen voor uw stad van vrede
en breng ons thuis bij U.
Dan zal uw naam geheiligd zijn op aarde,
en uw Koninkrijk zal komen door Hem en met Hem,
met uw Geest tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

God vertrouwde zijn wereld toe aan mensenhanden.
Laten we die handen vouwen en bidden zoals Jezus ons heeft voorgebeden:
Onze Vader,…

Wees onze hoop, Vader,
zodat wij het met elkaar uithouden,
elkaar beter begrijpen,
steunen,
niet laten vallen.
Breek ons open,
maak ons ontvankelijk voor de Geest van Jezus.
Dan zullen we hoopvol kunnen uitzien
naar de wederkomst van Jezus, Messias, uw Zoon.
Want van U is het Koninkrijk….

Vredeswens

Vrede neem je niet, maar geef je.
Wie vrede ontvangt,
kan op zijn beurt vrede doorgeven.
Jezus heeft gezegd:
“Mijn vrede geef Ik u”.
Laten we, zijn voorbeeld indachtig,
elkaar van harte vrede toewensen.

Lam Gods

Communie

“Alles wat ik heb is van jou!”
zei de vader tegen zijn oudste zoon.
Dat is ook Jezus’ Boodschap aan ons:
zelfs zijn leven wil Hij aan ons doorgeven.
Heer, ik ben niet waardig …

Bezinning 1

Het gebeurt nog elke dag:
kinderen lopen van huis weg,
lappen de ouderlijke raad aan hun laars,
bouwen hun eigen leventje
en lopen in zeven sloten tegelijk.

Het gebeurt nog elke dag:
mensen hebben hun straf uitgezeten,
horen de gevangenisdeur
achter zich dichtvallen
en vinden nergens een open deur,
niemand die vergeeft en vergeet.

Het gebeurt nog elke dag:
omwille van de eer
en de goede naam van de familie
worden broers en zussen afgeschreven,
geschrapt van de verjaardagskalender.

Het gebeurt nog elke dag:
mensen proberen een weg te zoeken,
doen domme dingen en verdwalen.
Ze zoeken barmhartige vaders,
maar vinden slechts ‘enghartige’ broers.
naar Peer Verhoeven

Bezinning 2

In dat aloude verhaal
van de vader met zijn twee zonen
herkennen we ons misschien
zowel in de jongste
als in de oudste zoon.
We noemen het meestal het verhaal
van de verloren zoon, die terugkeerde,
ten einde raad,
en een nieuwe kans kreeg.
Maar we worden ook uitgenodigd om ons
te herkennen in de vader:
ons hart te openen voor anderen
die ons pijn en verdriet deden,
bezorgd opdat het hen goed zou gaan,
op de uitkijk staan tot we hen opnieuw ontmoeten,
zonder oordeel of wrok
en echt blij zijn omdat die zoon, die medemens,
die broer terugkeerde.
Federatie Kana

Bezinning 3

Wij gaan ongebaande wegen,
op zoek naar eigenheid.
We moeten zélf gaan,
zélf onze richting zoeken.
Met wat geluk staan we sterk.
Soms zijn we de weg kwijt.
We lopen andere goden na.
We worden verblind
door schittering en schone schijn.
Er is veel moed nodig
om op onze schreden terug te keren.
Onze angst is: gezichtsverlies.
We vinden het gemakkelijker
om met de stroom mee te drijven.
En toch: als we verloren zijn,
is er Iemand die op ons wacht,
met open armen en een open hart.
Iemand, die geen deuren sluit
en niemand afschrijft.
Zo is God: steeds in afwachting
tot een feest van verzoening.
Dat geeft aan ons leven
een goddelijk perspectief.
Aan het eind van onze doodlopende weg
wacht God en blijft ons accepteren.

Dat geeft lucht en ruimte,
die we ook elkaar mogen gunnen.
Want wij zijn toch zijn mensen,
geroepen en uitgedaagd
om zo goed als God te zijn.
Wim Holterman osfs

Slotgebed 1

Wat je ook gedaan hebt
en welke wegen je ook ingeslagen bent,
als je terug naar ‘huis’ wilt komen,
weet dan dat Ik je sta op te wachten
en dat je welkom bent bij Mij – zegt God.
Ik wil je omarmen en liefhebben, net zoals voorheen,
omdat je mijn kind bent én blijft, wat er ook gebeurt.
Alhoewel je Mij hebt pijn gedaan
en Mij hebt ontgoocheld,
toch wil Ik je een nieuwe kans geven
en opnieuw een toekomst voor je openen.
Ik wil je laten delen in de warmte van mijn hart
en Ik hoop dat je ook zelf barmhartig kunt zijn voor anderen.
Alleen op die manier maak je duidelijk dat Ik jouw Vader ben!
Erwin Roosen

Slotgebed 2

God, Gij gunt ons de ruimte
eigen wegen te gaan,
ook al zijn ze de uwe niet.
Maar intussen blijft Gij wel op de uitkijk staan,
klaar om ons in uw armen te sluiten
want altijd mogen wij naar U terugkeren.
Gij zijt een God van barmhartigheid,
van vrede en verzoening.
In uw armen ontvangen wij de kracht
om een nieuw begin te maken.
Dank U, Heer,
Gij zijt er altijd voor ons. Amen.
naar Iny Driesen

Zending en zegen

God is barmhartig.
Hij wacht op ons en ziet ons van in de verte.
Dit te mogen beseffen
kan ons vernieuwd naar Pasen doen toeleven.
Daartoe zegene ons
onze milde God: + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.