4e zondag van de vasten C 2007

ZONDAGSVIERINGEN
4e zondag van de vasten C-jaar (18 03 2007)

Begroeting

Moge de barmhartigheid Gods – (+) Vader, Zoon en Geest –
over ons neerdalen,
nu wij hier samen zijn rond zijn tafel. Amen.

Openingswoord

Toen de jongste zoon, verloren gelopen in de wijde wereld,
uiteindelijk met een klein hartje naar huis terugkeerde,
zei de vader:
“Feest en vrolijkheid moet er zijn
want mijn zoon was dood en is weer levend;
hij was verloren, en is teruggevonden.”

Met deze parabel leert Jezus ons
dat zijn Vader ons steeds barmhartig opwacht
telkens we ons falen erkennen
en de moed opbrengen
om naar Hem terug te keren.
Laten we dit samen biddend uitspreken.

Vergevingsmoment

Wij vinden alles wat we hebben zo vanzelfsprekend
dat we er nauwelijks nog bij stilstaan
dat we zoveel mogelijkheden hebben om te genieten,
om dankbaar te zijn.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Wij oordelen zo gemakkelijk over mensen
die in onze ogen van het goede pad zijn afgedwaald.
We sluiten mensen vaak uit omwille van hun verleden.
We wanen ons zo gemakkelijk beter dan een ander.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

Wij komen zo moeilijk tot oprecht berouw.
We halen dan allerlei argumenten aan
om wat we fout deden, aannemelijk te maken.
Zo geven we God niet de kans ons hart te toetsen.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God, neem de hardheid weg uit ons hart,
en vervang die door goedheid en mededogen voor mensen. Amen.


Openingsgebed

Blijf ons nabij, God, in onze goede en kwade dagen.
Blijf naar ons uitzien
als wij U uit het oog verliezen.
Blijf naar ons toekomen
als wij naar U zoeken.
En vervul ons van vrede
als wij gehavend en berouwvol
tot U terugkeren. Amen.


Lezingen
[2 Kor. 5,17-21 ; Lc. 15,1-3.11-32]
Lezingen [Tim. 1, 12-17 ; Lc. 15, 1-3.11-32]
Openen wij ons hart voor God die ons toespreekt in de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Joz. 5, 9a. 10-12)

Uit het boek Jozua.

9        In die dagen sprak de Heer tot Jozua:
`Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld.’
10         Terwijl de Israëlieten in Gilgal gelegerd waren,
vierden zij Pasen op de veertiende dag van de maand,
in de avond, in de vlakte van Jericho.
11 En de dag na Pasen, juist op die dag,
aten zij ongezuurd brood en geroosterd graan
dat uit het land zelf afkomstig was.
12 De volgende dag hield het manna op;
ze konden nu eten wat het land opbracht.
Voortaan kregen de Israëlieten geen manna meer;
gedurende dat jaar aten zij datgene wat Kanaän opbracht.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (2 Kor. 5, 17-21)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinte.

Broeders en zusters
17 Zo is dus iemand die in Christus is, een nieuwe schepping:
het oude is voorbij, het nieuwe is er al.
18 En dit alles komt van God,
die ons door Christus met zich heeft verzoend
en ons de dienst van de verzoening heeft toevertrouwd.
19 Ja, God heeft in Christus de wereld met zich verzoend
zonder de mensen hun overtredingen aan te rekenen,
en ons heeft Hij de boodschap van de verzoening toevertrouwd.
20 Wij zijn dus gezanten van Christus,
alsof God zelf u oproept door ons woord.
Wij smeken u in Christus’ naam:
laat u met God verzoenen!
21 Hem die geen zonde heeft gekend,
heeft God voor ons tot zonde gemaakt,
opdat wij door Hem Gods gerechtigheid zouden worden.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lc., 15, 1-3. 11-32)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas.

1        In die tijd kwamen alle tollenaars en zondaars telkens naar Jezus luisteren.
2        De farizeeën en schriftgeleerden spraken daar schande van en zeiden:
`Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’
3
       Maar Hij vertelde hun deze gelijkenis:
11
`Iemand had twee zonen.
12       De jongste zei tegen zijn vader:
`Vader, geef mij mijn deel van de erfenis.’’
En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.
13       Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land,
waar hij het verkwistte in een losbandig leven.
Toen hij alles opgemaakt had,
kwam er een zware hongersnood over dat land
en ook hij begon gebrek te lijden.
15       Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de inwoners van dat land;
die stuurde hem het veld in om varkens te hoeden.
16       Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten,
maar niemand gaf hem wat.
Toen kwam hij tot zichzelf en zei:
`Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed,
en ik verga hier van de honger!
Ik ga terug naar mijn vader.
Ik zal hem zeggen:
Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;
19       ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten,
behandel me als een van uw dagloners.’’
En hij ging terug naar zijn vader.
Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd;
snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem.
`Vader,’’ zei de zoon tegen hem,
`ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;
ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten.’’
Maar de vader zei tegen zijn slaven:
`Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan,
doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten.
23       Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren,
24       want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.’’
En het feest begon.
25Maar zijn oudste zoon was nog op het land.
Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans.
26       Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was.
27       Die antwoordde:
`Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht,
omdat hij hem gezond en wel terug heeft.’’
Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen.
Daarop kwam zijn vader naar buiten
en probeerde hem tot andere gedachten te brengen.
Maar hij gaf zijn vader ten antwoord:
`Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden,
maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven
om met mijn vrienden feest te vieren.
Maar nu die zoon van u is thuisgekomen,
die uw vermogen met hoeren heeft verbrast,
hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.’’
31       Maar hij zei :
`Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou.
We moeten feestvieren en blij zijn,
want die broer van je was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.’’ ‘
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God,
schepper van hemel en aarde,
Vader van alle mensen.

Ik geloof in Jezus Christus,
die gekomen is
om te bemoedigen en te genezen,
om ons te bevrijden van alle onrecht,
om Gods vrede bij de mensen te verkondigen.

Hij heeft zich gegeven voor de wereld.
Hij is in ons midden de levende Heer.

Ik geloof in Gods Geest,
die werkzaam is
in alle mensen die er ontvankelijk voor zijn.

Ik geloof in de kerk van Christus,
die, uitgerust met de kracht van de Geest,
gezonden is om de mensen te dienen.

Ik geloof in de vergevende liefde van God,
die de macht van de zonde zal breken
in ons en in alle mensen.

Ik geloof dat de mens zal leven
van Gods leven voor altijd.

Amen.

Voorbeden

God, bezorgd als een moeder en een vader, wil dat alle mensen in zijn feest delen. Bidden wij daarom voor al wat dreigt verloren te gaan.

– Bidden wij voor allen die nieuwe wegen durven gaan
omdat hun hart zo groot is, hun liefde zo diep is.
Zegen hen, Heer, en houd hen in uw hand,
zodat ze niet bezwijken onder de pijn van onbegrip.
Laten wij bidden…
– Bidden wij voor allen die zozeer in hun zekerheden en hun gelijk gevangen zitten
dat ze hun eigen liefdeloosheid niet meer aanvoelen.
Zegen hen, Heer, en houd hen in uw hand,
zodat hun harten opengaan, en zij liefde mogen geven en ontvangen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij ook voor onszelf,
wij, die onszelf ‘christen’ noemen
maar zo vaak door dogma’s en regels in verwarring geraken.
Zegen ons, Heer, en houd ons in uw hand,
zodat wij ons leven richten op uw eerste gebod van broederlijke liefde.
Laten wij bidden…

Voor al deze intenties en voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:

Gebed over de gaven 1

Dit brood en deze wijn
zijn tekenen van bevrijding voor allen,
tekenen van onze keuze voor leven met en voor de minsten.
Maak ons beschikbaar, Heer, breekbaar als levend brood;
maak ons vloeibaar, Heer, genietbaar als tintelende wijn.
Moge dit zo zijn, dag na dag,
tot eindelijk uw dag zal aanbreken:
de dag dat allen leven vanuit uw gebod van liefde. Amen.

Gebed over de gaven 2

God en Vader,
zoals Gij uw teruggekeerde zoon naar de feesttafel leidde,
zo nodigt Gij nu ons uit aan uw tafel van brood en wijn.
Brood dat niet eetbaar is als we het niet breken en delen;
Wijn die niet te genieten is als hij slechts gedronken wordt voor eigen genoegen.
Leer ons breken en delen, God,
leer ons gemeenschap vormen en feestvieren,
leer ons thuiskomen bij elkaar,
en bij U, ons aller Vader. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, God,
om de wondere wegen
die mensen voor elkaar kunnen zijn,
voor allen die Gij gezonden hebt
om de weg te wijzen doorheen het leven,
voor uw uitnodiging om,
doorheen tekort en onvolkomenheid,
te werken aan de mens en zijn wereld.

Wij danken U om uw aanwezigheid
in goede en kwade dagen,
om de hoop en de toekomst die Gij zijt.
Wij danken U om de mens Jezus,
die ons voorgaat en nabij blijft
en wiens Geest kracht is om te leven.

Daarom willen wij U danken, God,
samen met al wat bestaat
op aarde en in de hemel.

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.

Heer onze God,
Gij zijt heilig en goed,
Gij hebt onze namen geschreven in uw hand.

Geen mens zult gij vergeten
dank zij Jezus Christus, de Zoon van uw genade,
die Gij hebt uitgezonden
om tranen te drogen
van mensen die geslagen zijn,
om het hart te helen
van mensen die gebroken zijn,
om brood te worden voor vandaag
en vrede zelf te zijn.
Wij danken U
omdat Gij ons ruimte geeft en vrijheid schept
voor heel ons leven, ten einde toe.

Want in de nacht dat Hij zijn leven gaf
nam hij brood in zijn handen,
Hij zegende en brak het
en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden:
“Neem en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.”

Ook nam Hij de beker, zegende hem,
en gaf hem aan zijn leerlingen met de woorden:
“Neem deze beker en drink hier allen uit
want dit is de beker van het nieuwe,
altijddurende verbond;
dit is mijn bloed
dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.
Blijf dit doen om mij te gedenken.”

Verkondigen wij het mysterie van ons geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert,
dat Gij verrezen zijt.

Heer onze God,
zo gedenken wij Hem
die weet wat lijden is
en de dood heeft gezien;
die Gij hebt opgewekt
en een naam gegeven hebt
hoog boven alle namen:
Jezus de Heer is Hij,
die is en blijven zal, uw rechterhand.
Door deze beker en door dit brood dat wordt gedeeld
verkondigen wij Hem totdat Hij komt.

Wij bidden U,
zend ons uw Geest,
die over deze aarde gaat
en maak ons tot een volk
dat recht doet om gerechtigheid;
maak leven en welzijn
toch groter dan oorlog en dood;
laat ons mensen zijn
die woningen bouwen voor uw stad van vrede
en breng ons thuis bij U.
Dan zal uw naam geheiligd zijn op aarde,
en uw koninkrijk zal komen door Hem en met Hem,
met uw Geest tot in eeuwigheid.
Amen.

Onze Vader

God vertrouwde zijn wereld toe aan mensenhanden.
Laten we die handen vouwen en bidden zoals Jezus ons heeft voorgebeden:
Onze Vader,…

Wees Gij onze hoop, Vader,
zodat wij het met elkaar uithouden,
elkaar beter begrijpen,
steunen,
niet laten vallen.
Breek ons open,
maak ons ontvankelijk voor de Geest van Jezus.
Dan zullen we hoopvol kunnen uitzien
naar de wederkomst van Jezus, Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk….

Vredeswens

Geef vrede, Heer, aan het hart van de mens die lijdt:
moge hij standhouden, gesterkt door hoop.
Geef vrede, Heer, aan machtzoekers en beschermers van eigen positie:
mogen zij weer vertrouwen stellen in het hart van de mens.
Geef vrede, Heer, aan ons eigen hart,
laat het aanvoelen wat goed is en recht
zodat wij elkaar beschermen tegen kwaad en onrecht.
Die vrede van de Heer, zij altijd met u.
En geven wij elkaar een hartelijke blijk van vrede en vreugde.

Lam Gods

Communie

Wij vormen allen één lichaam
omdat wij mogen eten van het éne Brood dat leven geeft.
Dat brood, die Geest, moeten wij op onze beurt verder uitde­len.
Dit is het Lam Gods dat wegdraagt…

Bezinning 1

Wacht niet tot morgen
om wie ontmoedigd is
een hand te reiken
want jij kunt nieuwe horizonten openen
en voor hen houvast zijn.

Wacht niet tot morgen
om wie zich alleen voelt
gastvrij te ontvangen
want jij kunt luisteren
en een toevertrouwd geheim bewaren.

Wacht niet tot morgen
om wie het uitstekend doet
van harte te feliciteren
want wellicht mist hij jouw aanmoediging
om in zichzelf te geloven.

Wacht niet tot morgen
om de mens te danken
die onnoembaar veel voor jou betekent
want dit woord van dank
brengt jullie dichter bij elkaar.

Wacht niet tot morgen
om elk misverstand uit te spreken
en zo mekaar weer te verstaan
want uitstel maakt de barst
onherstelbaar groot.

Wacht niet tot morgen
om het levensbrood
te breken en uit te delen
want door dat Jezusbrood
kun jij andermans honger stillen,
voorgoed.

Bezinning 2

God heeft de aarde gemaakt voor de mensen
en de mensen voor de aarde.
Zij zijn voor elkaar geschapen:
de aarde en de mensen horen bij elkaar.

God heeft de mensen gemaakt voor de mensen;
ze worden voor elkaar geboren,
ze zijn voor elkaar geschapen:
op aarde horen mensen bij elkaar.

Het was niet Gods plan dat sterke mensen rijk zijn
en rijke mensen sterk.
Het was niet zijn plan dat zwakke mensen arm zijn
en arme mensen  zwak.
Hij heeft ze voor elkaar geschapen,
ze worden voor elkaar geboren
om op aarde mens te zijn.

God wil dat mensen samen zijn met mensen,
dat ze samen wonen,
samen werken,
samen leven,
geen bedreiging zijn voor elkaar
maar elkaar beschermen
als in een tuin waar alles veilig is.

Slotgebed 1

Wij strekken onze hand naar een toekomst die niet eeuwig kan uitblijven.
Wij wedden op de kracht van alle strijders voor gerechtigheid,
van alle zoekers naar vrede.
Wij strekken onze hand uit naar U, God,
om samen uw droom tot werkelijkheid te maken:
een aarde die behoort aan allen. Amen.

Slotgebed 2

Soms, als ik ervaar dat ik een verkeerde weg heb gekozen in mijn leven,
dan hoop ik dat U toch nog op de uitkijk staat, God,
en dat U mij in de verte al ziet aankomen.
Vraag me dan niet om alles onder woorden te brengen,
maar wil me omarmen
als een liefdevolle Vader en een tedere Moeder.
Geef me alsjeblieft een nieuwe kans als ik U ontgoocheld heb.
En blijf het mij in mijn oor en in mijn hart fluisteren:
“Menslief, Ik hou van jou”.
Erwin Roosen

Zending en zegen

Wie van dwaalwegen terugkeren
worden door God ontvangen met feest en vrolijkheid.
Ook zij die menen dat ze altijd trouw Gods wegen bewandelen
worden uitgenodigd om in die blijdschap te delen.
Met die boodschap gaat ieder van ons weer zijn eigen weg.
Als wij op die weg in Zijn voetspoor lopen
zal onze God van vreugde ons zegenen:
in de naam +van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.