4e zondag van de advent A 2007

ZONDAGSVIERINGEN
Vierde zondag van de advent A-jaar (23 12 2007)

Begroeting

De vrede van God, onze Vader +,
de liefde van Jezus Christus, zijn Zoon,
en het licht van de heilige Geest
dale over ons neer als dauw uit den hoge. Amen.

Aansteken van de vierde adventskaars

God,
bij het licht van de vierde adventskaars
leggen wij onze ja-woord
als antwoord op uw vraag
om in ons geboren te mogen worden.
Wij bidden U
dat uw naam “Ik zal er zijn”
ook zichtbaar mag worden in het werk van onze handen
en in de woorden die wij spreken.
Zo kan uw licht groeien in deze wereld,
vandaag en alle dagen. Amen.
         Aansteken van de vierde kaars.


Openingswoord

Als het gaat om het woord van God,
is het lang niet altijd van zelfsprekend
dat we daar ontvankelijk voor zijn.
De Bijbellezingen zijn immers niet altijd gemakkelijk te begrijpen,
want ze zijn al zo oud
en stammen uit een andere cultuur.
Daarenboven gebruiken ze de taal van de beeldspraak.
Nochtans wilt U, God, ons hart daarmee raken
en ons de diepgang doen inzien van wat U ons zeggen wil:
dat U ons innig liefhebt
en dat U als teken daarvan
uw Zoon wil laten mensworden.
Omdat wij vaak te weinig aandacht hebben voor die boodschap
vragen wij U om vergeving.

Vergevingsmoment

Soms zijn wij verward of verdwaald.
Laat dan uw licht schijnen, Heer,
kom tot ons met uw vergeving.
Neem al wat vrede en welzijn in de weg staat
en al wat haaks staat op uw en onze droom met mensen
van ons weg.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

Christus, bedek al wat in ons hart donker en bezwaard is
met uw liefde.
Geef ons de moed en de kracht om ons te bekeren
opdat wij zouden herleven in U.
Daarom vragen wij:
Christus, ontferm U over ons.

Heer, keer U naar ons
en kom ons ter hulp.
Zie de zovele  mensen die dolen in het duister,
zie hun goede wil, hun wanhoop, hun onmacht en hun schuld.
Zie uw mensen in deze kerk.
Wees met ons begaan.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

Openingsgebed 1

Heer, Gij weet hoe mensen zijn.
Zij blijven doof voor uw boodschap,
blind voor de tekens van uw liefde.
Toch blijft uw aanbod gelden:
Gij wilt ons nodig hebben!
Schenk ons hier en nu het geloof
en de kracht om zó te leven
dat uw Zoon ook kan geboren worden
in het hart van de mensen om ons heen. Amen.

Openingsgebed 2

God, wij zijn mensen van verlangen.
Bij duisternis zien wij uit naar licht,
bij kou naar warmte,
bij honger naar een gedekte tafel.
Evenzeer verlangen wij naar samenzijn,
naar vriendschap en verzoening,
naar weerzien na afwezigheid.
Wij danken U voor die altijd aanwezige vlam van uw liefde
die blij maakt
en die reikt naar U, vandaag en alle dagen. Amen.

Lezingen

“Een jonge vrouw zal ontvangen en een zoon baren
en zij zal hem noemen Immanuël”,
zo kondigt de profeet Jesaja aan in de eerste lezing.
In de evangelielezing horen wij dat deze belofte weldra werkelijkheid wordt
.

Eerste lezing (Jesaja 7,10-14)
Uit de Profeet Jesaja

10       Dit liet de Heer tegen Achaz zeggen:
11       ‘Vraag de Heer uw God om een teken,
uit de diepte van de onderwereld of uit de hoogte daarboven.’
12       Maar Achaz antwoordde:
‘Dat doe ik niet, ik stel de Heer niet op de proef.’
13       Daarop zei de profeet:
‘Luister, huis van David!
Is het niet genoeg om mensen te tergen,
dat u ook nog mijn God moet tergen?
14       Daarom geeft de Heer zelf een teken aan u:
Zie, de jonge vrouw is zwanger,
en zal een zoon ter wereld brengen,
en u zult hem de naam Immanuël geven.

KBS Willibrord 1995

Tweede lezing(Romeinen 1,1-7)
Begin van de brief van de heilige Paulus aan de Christenen van Rome

1              Van Paulus, dienstknecht van Christus Jezus,
door God geroepen tot apostel
en bestemd voor de dienst van het evangelie,
2        dat God eertijds door zijn profeten
in de heilige geschriften heeft aangekondigd.
3              Dat evangelie spreekt over zijn Zoon,
die naar het vlees is geboren uit het geslacht van David,
4        en die naar de heilige Geest is aangewezen
als Zoon van God in kracht,
door zijn opstanding uit de doden,
Jezus Christus onze Heer.
5        Door Hem heb ik de genade van het apostelschap ontvangen,
om ter wille van zijn naam
onder alle volken
mensen tot de gehoorzaamheid van het geloof te brengen.
6        Ook u hoort bij hen,
geroepenen van Jezus Christus!
7        Aan u allen in Rome die God liefheeft
en tot zijn heilige gemeente heeft geroepen:
Genade en vrede zij u
vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus!
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Matteüs 1,18-24)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jesus Christus volgens Matteüs

18       De herkomst van Jezus Christus was deze.
Zijn moeder Maria was verloofd met Jozef,
en voordat ze bij elkaar gingen wonen,
bleek zij zwanger te zijn van de heilige Geest.
19       Jozef, haar man, was een rechtvaardige.
Omdat hij haar niet in opspraak wilde brengen,
kwam hij op de gedachte om in stilte van haar te scheiden.
20       Terwijl hij dit overwoog,
verscheen hem in een droom een engel van de Heer,
die zei: `Jozef, zoon van David,
wees niet bang uw vrouw Maria bij u te nemen,
want wat bij haar tot leven is gewekt,
is van de heilige Geest.
21       Ze zal een zoon krijgen en u moet Hem de naam Jezus geven,
want Hij is degene die zijn volk zal redden uit hun zonden.’
22       Dit alles is gebeurd opdat vervuld zou worden
wat door de Heer bij monde van de profeet gezegd is:
23       Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren,
en ze zullen Hem de naam Immanuël geven,
wat betekent: God met ons.
24            Toen Jozef uit zijn slaap wakker werd,
deed hij zoals de engel van de Heer hem had opgedragen.
Hij nam zijn vrouw bij zich.
KBS Willibrord 1995


Geloofsbelijdenis

Ik geloof in Hem die wij noemen: Ik zal er zijn voor u.

Hij is de kern, de bron van al wat bestaat.
Op Hem wil ik mij richten
en zijn voorbeeld maken
tot de leidraad van mijn leven.

Ik geloof in Jezus.

In Hem heeft onze God een menselijk gelaat gekregen.
In Hem is de belofte van de Vader werkelijkheid geworden.
Ik geloof dat Hij niet vergeefs heeft geleefd
en niet vergeefs is gestorven,
maar dat Hij elke dag opnieuw verrijst
in mensen die zijn liefde belichamen.

Ik geloof in zijn Geest,

die ook vandaag mensen bezielt,
die hen aanzet om zijn manier van leven
tot de hunne te maken,
om de weg te gaan van breken en delen,
van goedheid en verbondenheid,
van recht en vrede,
altijd weer ten bate van iedereen.
Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze gaven en beden op het altaar van de Heer.

– Bidden wij voor mannen zoals Jozef,
bescheiden en rechtvaardig,
die zonder op te vallen doen wat moet gedaan worden:
dat zij mogen volhouden.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor vrouwen zoals Maria,
moeders die een kindje verwachten:
dat zij in alle omstandigheden van hun kinderen mogen houden.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor mensen zoals Jesaja,
profeten en zieners,
mensen met een nieuwe wereld voor ogen:
dat zij niet ontmoedigd raken bij tegenkanting
en dat zij mogen blijven ervaren dat Gij, God, hen nabij blijft.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor onszelf en onze geloofsgemeenschap:
dat wij mogen open staan voor Gods droom van een vredevolle wereld
en dat wijzelf ons daar daadwerkelijk voor mogen inzetten.
Laten wij bidden…

God, levengevende Vader,
Schepper van licht en leven,
doe uw naam eer aan in ons.
Steek uw hand naar ons uit
en maak, vandaag nog, met ons een nieuw begin. Amen.

Gebed over de gaven

God,
aanvang van alle leven,
eindbestemming van al wat is,
laat deze tafel van breken en delen
voor ons een nieuw begin zijn
van samenhorigheid en vrede,
van toewijding aan elkaar.
Voltooi in ons wat Gij begonnen zijt
in Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.


Tafelgebed

Wij danken U, barmhartige God,
omdat Gij een God van mensen zijt,
dat Gij onze God genoemd wil worden,
dat Gij ons kent bij onze namen,
en dat Gij de wereld in uw handen houdt.
Want daarom hebt Gij ons geschapen
en geroepen in dit leven:
dat wij met U verbonden zouden zijn,
wij, uw mensenvolk op aarde.

Gezegend zijt Gij,
schepper van al wat bestaat;
gezegend zijt Gij,
die ons ruimte geeft en tijd van leven;
gezegend zijt Gij om het licht in onze ogen
en om de lucht die wij ademen.

Wij danken U voor heel de schepping,
voor alle werken van uw handen,
voor alles wat Gij gedaan hebt in ons midden
door Jezus Christus, onze Heer.

Daarom huldigen wij uw naam,
Heer onze God,
en aanbidden U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig…

Wij hebben U nooit gezien, God,
maar wij mogen U wel ontmoeten
waar mensen van elkaar houden,
genade zijn voor elkaar
en uw schepping eerbiedigen.

Wij hebben U nooit gezien, God,
maar Gij geeft Uzelf aan ons,
in een medemens, in een geliefde,
in een reisgezel, in een zieke,
in Jezus, de dienaar van de wereld.

De avond voor zijn lijden en dood
zat Hij met zijn vrienden aan tafel.
Toen nam Hij brood als teken van zijn leven
brak het, deelde het rond en zei:
“Neem en eet hiervan gij allen
want dit is mijn lichaam, mijn leven,
voor u gegeven, voor u gebroken.”

Toen nam Hij de beker met wijn,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hier allen uit,
want dit is de beker van het nieuwe en eeuwige verbond.
Dit is mijn bloed dat voor u vergoten wordt
opdat het kwaad uit de wereld zou verdwijnen,
opdat er vreugde en toekomst zou zijn voor alle mensen.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Verkondigen wij de kern van ons geloof:

Heer, Jezus, wij verkondigen uw dood,
en belijden tot Gij wederkeert
dat Gij verrezen zijt.

Om dit te herdenken
blijven wij het brood breken voor elkaar,
zoals zovelen reeds voor ons deden.
Wij bidden voor de mensen
die een bijzondere plaats innemen in ons hart,
ook voor hen die van ons zijn heengegaan.
Laat uw mensen nooit verloren gaan,
bewaar hen in uw liefde,
schrijf hun namen in de palm van uw hand.

Zend uw Geest uit over uw kerk.
Geef ons hoop, God.
Geef ons vrede omwille van Jezus Christus.
Met Hem en in Hem
zijn wij uw mensen,
zijt Gij onze Vader,
nu en tot in eeuwigheid.
Amen.

Onze Vader

In het vertrouwen dat God ook bij ons terug geboren wil worden
mogen wij bidden met de woorden die zijn Zoon ons geleerd heeft:
Onze Vader…

God,
geef ons tekenen van hoop,
wanneer wij moedeloos worden bij al het geweld in deze wereld.
Laat ons mensen ontmoeten die door hun inzet laten zien
dat Gij om ons bekommerd zijt
en dat wij, als wij van goede wil zijn,
een stukje hemel op aarde voor elkaar kunnen zijn.
Dan kunnen wij hoopvol uitkijken naar de komst van uw Zoon, de Messias.
Want van U is het koninkrijk…

Vredeswens

Onnoembare God,
wij bidden U om vrede hier in ons midden en in ons hart.
Geef dat wij niet alleen ‘vrede nemen’ met het diepste van onszelf,
maar dat wij ook de mogelijkheden  zien
om stap voor stap, met vallen en opstaan,
die mens te worden die wij kunnen zijn.
Breng ons tot die vrede
die ons opent voor het diepe levensgeheim in elke mens,
zodat wij gaandeweg komen
tot vrede en gerechtigheid voor deze wereld,
waar uw aanwezigheid voelbaar en tastbaar wordt
in wat mensen, in woord en gebaar, voor elkaar kunnen zijn.
Die vrede van de Heer zij met u
en geven wij elkaar een teken van die vrede.

Communie

God wil een God voor mensen zijn,
daarom liet Hij in ons midden zijn Zoon geboren worden,
die zichzelf brak en uitdeelde
tot voedsel van ons allen.
Dit is het Lam Gods…


Bezinning 1

“Nu moet ons ventje slapen gaan”.
Elke avond hetzelfde ritueel:
staande op de grote tafel laat de kleine dreumes zich uitkleden.
Stuk voor stuk moet hij iets van zijn ‘privé’ afgeven.
Alleen vader of moeder mogen dat doen.
Zij weten zo goed waar de knopen zitten en waar het moeilijk wordt.

Een kind uitkleden… er zit iets heiligs in:
een mensenkind ontdoen van al het overtollige,
van al het bijkomstige,
totdat het kwetsbaar en weerloos zijn armpjes om u heen legt.
Een kind gereedmaken voor het altijd-weer-hetzelfde-verhaaltje-in-bed,
op weg naar altijd nieuwe dromen.

Met elk advent wil God ons uitkleden,
ons ontdoen van al het overtollige, van al het bijkomstige.
Hij alleen mag dat doen.
Hij weet waar onze knelpunten zitten;
gij rookt teveel…
gij drinkt teveel…
gij werkt teveel…
gij kletst teveel…
gij flirt teveel…
gij…
En zo heeft elk van ons aan zijn leven een stukje dat hem niet goed zit,
dat zo moeilijk is om uit te trekken.

Maar God heeft een groot respect voor onze vrijheid.
Dat is iets heiligs voor Hem.
Daarom moeten wij ons gewillig laten uitkleden door God.

En als we eenmaal zover zijn…
als we kwetsbaar en weerloos voor zijn aanschijn staan,
als we onze armen om Hem slaan
en we ons door Hem laten dragen…

dan brengt Hij ons naar de kerststal
met dat elk-jaar-opnieuw-hetzelfde-verhaal,
dat ons steeds opnieuw doet dromen.
Manu Verhulst
Bezinning 2

Hoe zouden wij waakzaam kunnen zijn,
indien Gij ons niet tot steun zoudt zijn, Heer?
Heer, leer ons attent te zijn
zodat wij dat vlammetje hoop kunnen laten oplaaien
tegen wanhoop en pessimisme in;
zodat we ons kunnen verzetten
tegen systemen van ellende en verdrukking.
Maak waakzame wachters van ons, Heer,
zodat wij uw komst bij ons niet zouden missen.

Slotgebed 1

Wees niet bevreesd.
Ze zijn er
– zegt God –
‘weg-wijzers’.
Sta er bij stil.
Engelen van mensen soms
die ruimte vragen,
die ons weg wijzen van onszelf,
die ons naar God verwijzen;
die licht werpen op wat duister is.
Engelen van mensen soms
die ‘van Godswege’
een licht werpen op Zijn genade
in onze levenssituatie.

Slotgebed 2

Gij die uw levensadem geeft aan mensen
en zonder woorden tot hen spreekt,
tot U bidden wij, Vader,
om licht voor deze wereld,
om vrede voor altijd.
Wek ons opnieuw tot leven,
doe ons kracht zijn,
geef moed en volharding opdat allen mogen leven.
Doe uw aangezicht over ons lichten.
Adem ons open.
Kom ons nabij. Amen.

Zending en zegen

Vrede is een kind dat lacht…
en geen systeem of plan dat wordt bedacht.

Vrede is een oud verhaal
dat met een ster begint,
een stal, een houten kribbe, en een kind.

Ga in vrede, op weg naar het Kind…
Moge Gods zegen ons helpen onderweg:
In de naam van + de Vader, de Zoon, en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.