4e zondag door het jaar B 2018 p

28 jan. 2018             (Viering)

Hij sprak met gezag !                                                                                                Mc 1, 21-28

Deze lezing brengt ons terug naar de tweede generatie na de tijdsgenoten van Jezus.
Kleine groepen Christenen, ook niet-joden, komen samen in vieringen, meestal ten huize van een voorganger.  Verschillende keren al heeft men bij Marcus aangedrongen om de verhalen over Jezus op te schrijven. “Want Jezus sprak met gezag !” zegt men, “maar wij missen dat gezag in de vieringen,  het zou goed zijn indien wij de verhalen die over Jezus de ronde doen konden voorlezen .”
En Marcus krabt in zijn haar, want hij is geen veelschrijver maar zijn hoofdbekommernis is en blijft  de boodschap van Jezus zo goed mogelijk uit te dragen. En hij wil wel op dat verzoek ingaan, maar zich wel beperken tot het essentiële van het Jezusverhaal  (zijn evangelie is het kortste van de vier). En dus begint zijn evangelie met hoe Jezus met zijn verkondiging startte.

Met zijn eerste vier zojuist aangeworven medewerkers vestigde Jezus zich in Kafarnaüm. Dat was in die dagen een belangrijk havenstadje, kruispunt van verschillende handelsroutes. Zoals het hoort, begeeft Jezus zich de eerstvolgende sabbat naar de eredienst in de synagoge. In de Joodse eredienst is het gebruikelijk dat, na de Bijbellezing, iemand van de aanwezigen het woord mag nemen om de voorgelezen tekst te becommentariëren. Van die gelegenheid maakt Jezus gebruik om zijn boodschap te verkondigen. De aanwezigen kijken wat vreemd naar Hem op, want die nieuwe inwoner kennen ze nog niet. En wat blijkt: die eerste toespraak van Jezus zorgt voor heel wat opschudding!

In onze evangelietekst vertelde Marcus niet WAT Jezus toen heeft gezegd, enkel HOE Hij onderricht gaf: “Hij onderrichtte hen als iemand met gezag”. Hoe kan dat? Jezus was toch maar de zoon van een timmerman uit een klein boerengat ergens in een onderontwikkeld streek. Hoe kon Hij gezag uitstralen in de synagoge, geconfronteerd met schriftgeleerden (de theologen van toen) die de Torah uit het hoofd kenden? Blijkbaar verraste Jezus zijn toehoorders met een betoog dat inhoudelijk helemaal anders klonk dan het discours dat men van de schriftgeleerden gewend was. Hij verkondigde ‘een nieuwe leer’, schrijft onze evangelist, en deed dat met grote overtuigingskracht, met gezag dus. Hoe moeten we dat verstaan ?

De overgrote meerderheid van de toehoorders in de synagoge waren eenvoudige mensen, die meestal niet konden lezen noch schrijven. Na een week van hard zwoegen en veel miserie kwamen ze op de sabbatdag luisteren naar de schriftgeleerden die de Torah afdreunden met zijn 613 leefregels: “Je mag dit niet en je mag dat niet, maar je moet dit en je moet dat…” Een eindeloze opsomming van verboden en geboden, die bij de eenvoudige gelovigen steeds meer schuldgevoel inhamerden want voor hen waren die strikte regels vaak nauwelijks toepasbaar.
En aan dat publiek komt Jezus nu vertellen: “Mensen, jullie hoeven je niet schuldig te voelen als je al die regeltjes niet kunt onthouden of niet kunt opvolgen. Ik schaf ze niet af, maar zij zijn uiteindelijk maar bijzaak! Hoofdzaak is dat je God lief hebt als een vader, en dat je de naaste lief hebt als jezelf!” De mensen geloofden hun oren niet, ze hingen aan zijn lippen. Het betoog van Jezus klonk als een bevrijding! Er zal zeker nogal wat geroezemoes door de synagoge zijn gegaan.

En dan plots wordt dat geroezemoes overstemd door luid gekrijs. Een man begint te schreeuwen en wild met zijn armen te zwaaien. Voor de meeste aanwezigen is hij geen onbekende: dat is die man waarvan gezegd wordt dat hij bezeten is van een kwade geest. Zijn protest richt zich tegen die nieuwlichterpraat die de vertrouwde joodse geloofsdogma’s van tafel veegt. Hij gaat agressief tekeer in de hoop dat de anderen met zijn protest zullen instemmen.
Maar Jezus blijft ijzig kalm en zet de man op zijn plaats. Tegen die kalmte is onze oproerstoker niet opgewassen. De kracht die van Jezus uitgaat dwingt hem tot overgave. Het publiek is diep onder de indruk, enerzijds omdat Jezus het lef heeft het strakke keurslijf van de Torah-regelgeving te relativeren en het protest daartegen de mond te snoeren, en anderzijds omdat Hij een bevrijdende liefdesboodschap verkondigt die hen blij maakte en hoop gaf.
Meer dan waarschijnlijk ging de grote meerderheid van de aanwezigen opgelucht naar huis, verlost van dat wekelijks aangeprate schuldbesef. En met het goede voornemen om in de toekomst vaker naar die Jezus te gaan luisteren als de kans zich voordeed. Heel anders moet de tempelclerus zich gevoeld hebben. Die bleef met een flinke kater achter. Hun wrevel tegenover Jezus is blijven voortduren: tijdens de drie volgende jaren zullen ze Jezus blijven aanvallen. Uiteraard zal er ook een aantal toehoorders geweest zijn die niet van plan waren iets aan hun levenswijze te veranderen en het bij de bestaande tradities hielden, en Jezus voorgoed de rug toekeerden.

Wat Jezus verkondigde, en de overtuigingskracht die ervan uitging, dwong zijn toehoorders dus tot het maken van een keuze. Laat je je door zijn boodschap en zijn gezag aanspreken, dan mag je leven in de blijheid en vrijheid waarin Hij ons voorging. Wie niet voor Hem koos, bleef de gevangene van geboden en verboden.

Wij zijn inmiddels, na meer dan 2000 jaar, in een totaal andere wereld terecht gekomen, Maar aan de noodzaak om te kiezen om Jezus te volgen of om Hem niet te volgen, kan ook vandaag geen mens ontsnappen. Wij hebben gekozen om mee zijn weg te gaan, anders zaten wij hier niet samen. Brengen wij ook de moed op om anderen te helpen, de juiste keuze te maken?
Wensen wij het elkaar toe!                                                                                                                     Paul Caroen

 

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.