Lichtmis A 2014

2 febr. 2014 (Viering)

De grondwet van het christendom
(Mt. 5,1-12a)

Gelukkig de armen… Gelukkig die honger hebben… Gelukkig de mensen die verdriet hebben…
Wie feliciteert er nu armen?? Geen zinnig mens haalt het in z’n hoofd om hongerlij­ders of mensen die ver­driet hebben, proficiat toe te wensen.
Jezus doet dit blijkbaar wel. Dat leert ons iets over het ver­schil tussen wat mensen appreciëren en wat Hij de moeite waard acht. Het zegt ons iets over Jezus, over zijn specifie­ke voorkeuren, over Gods voorkeuren dus – want Jezus feliciteert hier namens God.

En daarmee zitten wij bij de kern van ons geloof. Het is niet toevallig dat de Bergrede, waarvan deze gelukwensen het eerste deel vormen, wel eens de ‘grondwet van het chris­tendom’ wordt genoemd. En omdat er met een grondwet niet te sjoemelen valt, moeten we maar eens goed nagaan wat de inhoud ervan is, of ons die nu vreemd in de oren klinkt of niet.

In het Nieuwe Testament vinden we twee versies van deze rare gelukwensen. Die van  Mattheus die vandaag aan het woord is, en een in het Lucasevangelie. Tussen die twee is er nogal wat verschil. Hebben wij, christenen, ons dan te schikken naar twee grond­wet­ten?

Bij Lucas (6,20-23) richt Jezus zich tot de materieel-armen, tot de mensen die honger lijden of groot verdriet te verwerken hebben. Uiteraard is Jezus wel zó menselijk dat hij armen niet gaat gelukwensen omwille van hun ellende. Hij wenst ze goede moed toe omdat God zich hun lot wil aantrekken. Zijn Blijde Boodschap luidt: “Niemand houdt met jullie rekening? Daar komt veran­dering in. God gaat zich ermee be­moeien. Hij wil een einde maken aan jullie mens­ont­eren­de situa­tie.”

En hoe wil God dat doen? Door ‘geen discriminatie’ in te schrij­ven in de grondwet van zijn Rijk. Non-discriminatie moet realiteit worden – zo laat Hij de armen weten – doordat de bezitters – in ’t groot (denk aan het rijke westen), en in ’t klein (u en ik dus) – hun bezit, hun grondstoffen, hun kennis enz. delen met wie niets of niet voldoende bezitten. Op die manier krijgt iedereen de beschikking over het nodige om menswaardig te kunnen leven. Zo wil Hij de scheiding wegvlakken tussen rijk en arm. Een scheiding die – als je om je heen kijkt – een grondwetsar­ti­kel lijkt te zijn in het rijk van de mensen.

In de versie van Mattheus, de versie die ik daarnet heb voorgelezen, richt Jezus zich met zijn gelukwensen niet tot de materieel-armen maar tot wie arm van geest zijn; Hij richt zich niet tot de honge­rigen maar tot hen die hongeren en dorsten naar de ge­rechtig­heid. Hier hebben Jezus’ gelukwensen niet de bijklank van een belofte, zoals bij Lucas, maar het karak­ter van een oproep, van een opdracht:
Je bent op de goede weg als je arm van geest bent,
-als je het over een ander boeg gooit en je bezit­ters­mentali­teit aflegt;
-als je weet dat wat je bezit, niet ècht jouw ei­gen­dom is; als je beseft dat je er slechts de rentmeester van bent. Wat aan jou is toevertrouwd is een deel van wat de Scheppende God beschik­baar heeft gesteld voor allen. Het werd in jouw handen gelegd om het te beheren. Met zorg, zoals onze God het bedoeld heeft: met een bezorgd oog voor wie te weinig heeft.
Je bent op de goede weg als je hongert en dorst hebt naar gerechtigheid,
-als het onrecht en het kwaad in de wereld je pijn doet;
-als je werkelijk probeert iets te doen tegen din­gen zoals machtsmisbruik, sfeermake­rij en roddel die het leven van medemensen onleefbaar kunnen maken.
En doe je dat niet, schik je je niet naar de grondwet van het Godsrijk, dan ben je in dat Godsrijk niet op je plaats. Daar helpt geen paternosteren aan. Aldus Mattheus.
Een wel heel andere benadering dan wat er bij Lucas staat.

Heeft het christendom dan twee grondwetten? Neen dus. Beide sluiten op elkaar aan zoals een dekseltje op zijn potje: Zij die, volgens Mattheus, door Jezus worden gelukgewenst, zijn­ zij op wie God rekent om de armsten, de kleinsten en de zwaksten – over wie het bij Lucas ging – aan den lijve te laten voelen dat Gods voorkeurliefde naar hen uitgaat.
Beide evangelisten hebben het dus over één en dezelfde grond­wet: de wet van de liefde-in-de-praktijk, de wet die discrimi­natie verbiedt, want onze God duldt geen discriminatie. Onder geen enkele vorm.
Marc Christiaens o.p.

 

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.