4e zondag van de vasten A 2011

ZONDAGSVIERINGEN
vierde zondag van de vasten A (3/04/2011)


Begroeting

Welkom op deze vierde zondag van de vasten.
We kunnen van deze veertigdagentijd iets waardevols maken
door ons samen te herbronnen en samen te bidden:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord 1

We weten het allemaal,
we hebben het zelf ook al zo dikwijls ervaren:
als je eenmaal op een bepaalde manier naar iemand of iets kijkt,
dan is het heel moeilijk om je daarvan los te maken.
Je bent op een bepaalde manier ‘blind’ voor een andere kijk of mening.
Zo was het ook met de Farizeeën in Jezus’ tijd.
In hun ogen kon Híj, een jongen uit Nazareth,
de Mensenzoon niet zijn.
Zij waren ziende blind.
En wij,
zien wij
God nog wel?
Misschien moeten ook wij leren zien met nieuwe ogen,
zodat wij over enkele weken gevoelig kunnen zijn
voor het nieuwe licht van Pasen.
vrij naar Bas Rentmeester en Huub Schumacher

Openingswoord 2

Jezus toont zich vandaag als het levenslicht,
het Licht van de wereld.
Waar mensen gevangen zitten in de duisternis van het kwaad,
van onderdrukking of armoede
wil de Heer licht brengen, verzoening, recht en vrede.
Dit zien is een levenskunst.
‘Het zit van binnen’ zegt men wel eens.
Deze diep-menselijke schoonheid
wordt niet altijd gezien door de omgeving,
zo horen we ook in de lezingen.
Dat zien we ook in de wereld van vandaag.


Vergevingsmoment 1

God wil onze ogen uitwrijven zodat wij kunnen zien
waar wij tekortgeschoten zijn tegenover Hem en tegenover elkaar
.

– Omdat wij ons blind staren op een cultuur
die ons doet geloven
dat onze welvaart kan groeien tot in eeuwigheid.
Heer, ontferm U over ons.

-Omdat wij ons blind staren op de buitenkant van de dingen
en overdreven veel aandacht besteden aan onszelf.
Christus, ontferm U over ons.


– Omdat wij ons blind staren op geld en bezit
en dit ons zo verhindert om de medemens in nood te zien.
Heer, ontferm U over ons.

Moge de barmhartige God onze goede wil zien,
ons genezen en ons geleiden naar zijn licht. Amen.

Vergevingsmoment 2

Omdat wij beseffen hoe moeilijk het is
om elkaar kansen te geven in het leven,
willen we eerst bidden en vragen om vergeving,
vergeving aan God en aan elkaar.

– We vragen U om vergeving Heer,
voor de vele keren dat wij anderen verdriet deden
en alleen aan onszelf dachten.
Heer, ontferm U over ons.

– We vragen U om vergeving Heer,
voor al die keren dat wij vergaten dankbaar te zijn
voor de zon, de regen, de bloemen en de vruchten, een glimlach, een traan, een handdruk en een zoen, een liefdevol woord.
Christus, ontferm U over ons.

Wij vragen vergeving Heer
voor al die keren dat wij vergaten
ons het lot van zieken, eenzamen en verstoten mensen aan te trekken.
Heer, ontferm U over ons.

Moge de Goede God zich over ons ontfermen,
onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven. Amen.

Openingsgebed 1

Heer, onze God,
Gij neemt geen vrede met deze wereld
waar nood en overvloed naast elkaar bestaan.
Gij wilt dat het anders wordt,
dat wij de wereld anders maken,
beter, veel beter.

Beziel ons met uw Geest van dienstbaarheid en respect
voor het goede van deze aarde,
voor alle mensen op deze wereld.
Maak ons daartoe nederig en vindingrijk
in het doen van uw liefde.
Geef ons vertrouwen in uw Geest die waait waar Hij wil,
vertrouwen in de toekomst die onze opdracht is.
Gij, die een God van mensen zijt,
Gij, die de God van onze toekomst zijt. Amen.

Openingsgebed 2

God, onze Vader,
wij weten dat Gij niemand uit uw liefde uitsluit.
Vermeerder ons geloof,
zodat wij U blijven vinden in onze geloofsgemeenschap,
ook al vertoont zij vele gebreken.
De Geest die Gij beloofd hebt,
blijft haar leiden,
ook al merken wij dat niet altijd zo duidelijk.
Zo wordt Gij voor ons de bemoedigende zekerheid
die ons doet leven vanuit uw beloften. Amen.

Lezingen

Laat ons samen luisteren naar de woorden uit de Schrift.

Eerste lezing (1 Samuël 16, b.6-7.10-13a)
Uit het eerst boek Samuël

1        De Heer sprak tot Samuël:
Vul een hoorn met olie:
Ik zend u naar Isaï de Betlehemiet,
want een van zijn zonen heb Ik voor het koningschap bestemd.’
6        Toen zij aankwamen, viel zijn blik op Eliab en hij dacht:
`Die daar voor de Heer staat is ongetwijfeld zijn gezalfde!’
7        Maar de Heer zei tegen Samuël:
`Ga niet af op zijn voorkomen of zijn rijzige gestalte; hem wil Ik niet.
Want God ziet niet zoals een mens ziet;
een mens kijkt naar het uiterlijk,
maar de Heer kijkt naar het hart.’
10       Zo stelde Isaï zeven van zijn zonen aan Samuël voor,
maar Samuël zei tegen Isaï:
`Geen van hen heeft de Heer uitverkoren.’
11       Daarop vroeg hij aan Isaï: `Zijn dat al uw jongens?’
Hij antwoordde:
`Alleen de jongste ontbreekt; die hoedt de schapen.’
Toen zei Samuël tegen Isaï:
`Laat die dan halen, want we gaan niet aan tafel voordat hij hier is.’
12       Isaï liet hem dus halen.
De jongen was rossig, had mooie ogen en een prettig voorkomen.
Nu zei de Heer: `Hem moet u zalven: hij is het.’
13       Samuël nam dus de hoorn met olie
en zalfde hem te midden van zijn broers.
Vanaf die dag was de geest van de Heer over David.
KBS Willibrord 1995


Tweede lezing (Efesiërs 5,8-14)

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze

Broeders en zusters,
8
        Eens was u duisternis,
maar nu bent u licht door uw verbondenheid met de Heer.
Leef als kinderen van het licht,
9        want de vrucht van het licht kan alleen maar zijn:
goedheid, gerechtigheid, waarheid.
10       Probeer te ontdekken wat de Heer welgevallig is.
11       Neem geen deel aan de onvruchtbare praktijken van de duisternis,
stel ze liever aan de kaak.
12       Want wat deze mensen in het geheim uitvoeren,
is zo schandelijk dat men er maar beter niet over kan spreken.
13       Alles wat door het licht aan de kaak wordt gesteld, wordt openbaar.
14       En alles wat openbaar wordt, is licht.
Daarom wordt gezegd:
Ontwaak, slaper, sta op uit de doden,
en Christus zal over u stralen.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Johannes 9,1. 6-9.13-17.34-38)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

1
        In die tijd zag Jezus een man die al vanaf zijn geboorte blind was.
6        Hij spuwde op de grond,
maakte wat slijk van zand en speeksel
en streek dat op de ogen van de blinde.
7        Daarna zei Hij tegen hem:
`Vooruit, ga u wassen in het Siloambad.’ (Siloam wil zeggen: gezondene.)
De man ging ernaartoe, waste zich en kwam ziende terug.
8        Zijn buren en degenen die hem voordien vaak hadden gezien
hij was namelijk een bedelaar – zeiden:
`Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?’
9        `Inderdaad’, zeiden sommigen.
`Welnee,’ zeiden anderen, `maar hij lijkt er wel op.’
Maar hijzelf zei: `Toch wel, ik ben het.’
13       Ze brachten de man die blind geweest was bij de farizeeën.
14       Nu was de dag waarop Jezus slijk had gemaakt en zijn ogen had geopend,
een sabbat.
15       Daarom stelden ook de farizeeën hem de vraag
hoe het kwam dat hij nu kon zien.
Hij antwoordde:
`Hij deed wat slijk op mijn ogen,
ik heb me gewassen en nu zie ik.’
16       `Zo iemand komt niet van God,’ oordeelden sommige farizeeën,
`want Hij houdt de sabbat niet.’
Anderen merkten op:
`Maar hoe zou een zondaar zulke tekenen kunnen verrichten?’
Kortom, er was verdeeldheid onder hen.
17                Ze richtten zich toen opnieuw tot de blinde:
`Wat denk jij ervan? Hij heeft toch je ogen geopend!’
`Dat Hij een profeet is’, antwoordde hij.
34       Toen voeren ze tegen hem uit:
`Wat? Jij die vanaf je geboorte een en al zonde bent, jij wilt ons de les lezen?’
En ze gooiden hem eruit.
35       Jezus hoorde dat ze hem eruit gegooid hadden,
en toen Hij hem teruggevonden had, zei Hij:
`Gelooft u in de Mensenzoon?’
36       Hij antwoordde:
`Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.’
37       Toen zei Jezus:
`U hebt Hem ontmoet: het is degene die met u spreekt.’
38       `Heer, ik geloof’, zei hij,
en hij wierp zich voor Hem neer.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Een blinde gelooft in de zon,
niet omdat hij ze ziet, maar omdat hij ze voelt.
Moge we ooit zó in God kunnen geloven.
Die hoop willen we nu samen uitspreken.

Ik geloof in God die met mensen op weg gaat,
die van mensen houdt,
die mensen aan mensen toevertrouwt,
die ons Jezus heeft gezonden.

Ik geloof in de verrezen Christus.
Naar zijn voorbeeld moeten wij voor elkaar dienstbaar zijn.
Ik geloof in zijn droom mensen gelukkig te maken
in een wereld van vriendschap, van recht en van gerechtigheid.

Ik geloof in de Geest die ons tot verbondenheid oproept.
Hij schenkt ons aan elkaar als licht en hoop,
als brood en wijn, als dank en vergeving.

Hij roept ons samen in de gemeenschap van de Kerk.
Hij blijft ons trouw, over de grenzen van de dood heen. Amen.

Voorbeden 1

Naast dit brood en deze wijn, en naast uw gaven,
leggen we ook de intenties neer waarvoor we God persoonlijk willen bidden.

– Bidden wij voor regeringsleiders.
Dat zij mogen zien en inzien
wat deze wereld werkelijk ten goede komt
en dat het welzijn van alle mensen hen ter harte mag gaan.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor hen die verantwoordelijkheid dragen in de Kerken.
Dat zij het nodige respect aan de dag leggen voor de eigenheid van eenieder
en dat ze mensen mogen bemoedigen en stimuleren in de groei van hun geloof.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor onze geloofsgemeenschap.
Dat wij elkaar niet uit het oog verliezen,
maar oog en oor zouden hebben
voor de diepste noden van onze medemensen.
Dat wij niet zouden vergeten dat God ons blijft tegemoet komen
in eenvoudige mensen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij tenslotte voor onszelf.
Dat we zouden blijven openstaan voor God in ons leven
en dat we bereid zouden zijn onze medemensen te zien met de ogen van Gods hart.
Laten wij bidden…
naar Jean Paul Pinxten


Voorbeden 2

– Bidden we voor mensen die hardnekkig vasthouden aan eigen gelijk
en zich vastklampen aan hún mening, hún bezit, hún positie.
Dat God hun gemoed mag verzachten.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor mensen die als blinden door het leven gaan
en nooit echt en waarachtig hebben leren zien.
Dat God hen mag helpen tot inzicht te komen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor onszelf,
vaak vol vragen waarop geen antwoord komt.
Dat God ons langs de weg die Hij kiest,
op zijn spoor zou brengen.
Laten wij bidden…
naar Levensecht

Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:

Gebed over de gaven

Heer, onze God,
in dit brood en deze wijn,
biedt Gij U aan
als ons voedsel voor onderweg,
als medicijn
die ons genezen wil van onze selectieve blindheid en doofheid,
van het krampachtig vasthouden aan onszelf.
Brood en wijn,
tekenen van verbondenheid en eenheid,
symbolen van gegeven zijn aan elkaar,
zoals Jezus zich geeft aan ons. Amen.

Tafelgebed

Gezegend zijt Gij, God,
begin en einde,
bron van liefde en vreugde.

Wij danken U
omdat Gij altijd weer bij ons zijt
door de werken van uw handen.

Gij geeft ons brood om van te leven,
bewogen mensen om ons heen,
een wereld waarin wij voor elkaar
liefde en vreugde mogen zijn.

Gij geeft ons ook uw Zoon, Jezus Christus.
Midden onder ons heeft Hij geleefd.
Hij was mens voor anderen:
ten volle een bewogen mens.

Hij nodigde ons uit om in beweging te komen
en naar mensen toe te gaan
zoals Hij heeft gedaan.

Aan blinden gaf Hij het vermogen
de bloemen en de mensen te zien
en alles wat goed en hoopvol is in deze wereld.
Aan stommen gaf Hij de kracht
een woord van goedheid te spreken.
Aan armen schonk Hij een rijker hart.
Gevangenen werden van zichzelf bevrijd.
Mislukten reikte Hij de hand.
Ontmoedigden werden door Hem getroost.

Bij Hem voelde iedereen zich aanvaard.
Die laatste avond van zijn leven
was zijn verlangen om blijvend mens bij de mensen te zijn
zo sterk dat Hij brood in zijn handen heeft genomen,
zijn ogen opsloeg naar U, God zijn Vader,
Hij dankte U,
brak het brood en deelde het uit aan zijn vrienden
en zei:
“Neem het en eet,
dit ben Ik voor u.”

Hij nam ook de beker,
dankte zijn Vader opnieuw, en zei:
“Neem deze beker en drink hieruit.
Dit is de beker van ons verbond,
mijn bloed,
vergoten tot vergeving van de zonden,
tot verbondenheid tussen u en Mij
en tussen ons en alle mensen.
En telkens gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt, ben Ik met u.”

Verkondigen wij het hart van ons geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert,
dat Gij verrezen zijt.

Vader, zo is uw Zoon in ons midden aanwezig
in dit herdenkend samenzijn
waar we, Hem gedenkend,
eten van zijn Brood en drinken uit zijn Beker .

Zijn Geest blijft onder ons wonen.
Daarom bidden wij vandaag tot U:
wees met ons, uw Kerk van bewogen mensen,
onderweg in deze wereld.
Draag zorg voor allen,
laat geen mens verloren gaan
die U met een oprecht hart zoekt.

Denk ook aan hen die gestorven zijn .
Ontvang hen met liefde in uw huis.

Help ons uw Zoon voor elkaar aanwezig te stellen
in het breken en delen van onze tijd en ons bezit,
in onze aandacht en betrokkenheid
rijkelijk en mild aan iedereen besteed.
Help ons niemand te kwetsen.
Geef dat wij niemand uitsluiten
en menswaardige levensruimte creëren voor elke mens.

Dan zullen wij kunnen geloven en getuigen
dat Jezus in ons midden leeft.

Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn Heer, onze God, barmhartige Vader,
in de eenheid van de heilige Geest
hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen

Onze Vader

Moge wij,
telkens als we ons biddend richten tot God, onze Vader,
ons herbronnen aan het voorbeeld van zijn Zoon.
Laten wij daarom samen bidden:

Onze Vader,
graag zouden wij in deze wereld
uw naam geheiligd zien.
Mochten steeds meer mensen U kennen
als God-met-ons.
Uw Rijk kome!
Een rijk van liefde, vrede en gerechtigheid.
Uw wil geschiede,
want Gij wilt dat wij gelukkige mensen zijn,
die zich inzetten voor de anderen.
Wij vragen U om het dagelijks brood,
om het nodige voedsel voor wie honger heeft
en om de moed ons voedsel te delen.
Vergeef ons onze schuld,
want dikwijls zijn wij onverschillig voor uw liefde.
Leer ons de anderen vergeving schenken,
steeds opnieuw, zonder bitterheid.
Leid ons weg uit de bekoring
van hoogmoed en onoprechtheid.
En verlos ons van het kwade.
Want Gij zijt de vrede en de vreugde,
de kracht en de heerlijkheid
tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Vader, genees onze blindheid
en richt onze ogen op U en op elkaar.
Doe ons inzien
waardoor vrede in onze wereld geblokkeerd wordt.
Leer ons uw weg gaan van vrede en rechtvaardigheid,
van eenheid en solidariteit met de zwakken.
Dan zullen wij samen kunnen uitkijken
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredewens

Wij bidden om vrede, God,
om vrede die elk mensenhart tot rust brengt,
vrede die onze wereld doet herademen.
Wij bidden om die vrede
die ons werd toegezegd door Jezus, uw Zoon en uw Vredesbode.
Moge zijn vrede altijd met u zijn.
En wensen wij elkaar die vrede van harte toe.

Lam Gods

Communie

Vijf broden, twee vissen,
Hij brak ze
en deelde,
deelde tot allen verzadigd waren.
Wie dorst heeft, hij kome tot Mij
en Ik zal hem te drinken geven.
Gelukkig wij die genodigd zijn aan de maaltijd die de Heer heeft bereid.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Mooie dingen zien.
Dat kun je alleen als je vanbinnen in je geest en je hart vrij bent geworden,
ontspannen en open.
Als je tot rust bent gekomen.
Met de voet op het gaspedaal zie je alles oppervlakkig en vluchtig.
Met je hoofd begraven in zakencijfers, je hart in dwaze begeerten,
zie je niets meer.
Dan wordt alles saai en vervelend.

Mooie dingen zien.
Dat is geen seriewerk.
Sta je niet verstomd als je plots in de gaten krijgt
dat een appelboom en een perenboom naast elkaar staan
met hun voeten in dezelfde grond
en dat de appelboom met al het voedsel dat hij uit de grond haalt appels maakt
en de perenboom met datzelfde alleen maar peren produceert?
Appels en peren uit dezelfde grond
zijn zo verschillend van vorm, van kleur, van geur en van smaak.
Fantastisch.
Maar wie ziet het?

Het is hoog tijd dat de mensen weer andere ogen krijgen.
Ogen om mooie dingen te zien.
Maar daarom moet wellicht eerst het hart veranderen.
Heer, geef ons nieuwe ogen en een nieuw hart
om de wonderen te zien en gelukkig te zijn.
naar Phil Bosmans


Bezinning 2

Jij bent een wonder,
ik ben een wonder,
maar we zien het niet meer.
We lopen elkaar voorbij,
gehuld in jeans en confectiegedachten.
Ik kijk jou niet aan en jij kijkt mij niet aan.

We gaan ieder ons eigen gangetje.
We laten ons leven beheersen door lawaai en vervuiling.
We staan beschreven in kaartsystemen.
Ik heb een fiche over jou,
en jij over mij,
maar jou zelf ken ik niet meer.

We gaan aan het leven voorbij.
We komen maar uit die verstikking los
als jij over mijn muurtje mag kijken,
en ik over het jouwe.
Wanneer we elkaar opnieuw in de ogen gaan kijken
en woorden gaan spreken van warmte en begrip,
dan zullen we elkaar ontdekken
en zullen we opnieuw het wonder zien
dat jij en ik enig zijn,
en waardevol.

Bezinning 3

Probeer het eens:
anders om te gaan met je tijd.
Tijdrovende dingen afbouwen
om tijd vrij te hebben
voor wat zolang al bleef liggen.

Probeer het eens:
anders om te gaan met je geld.
Geldopslorpende dingen loslaten
om geld vrij te hebben
voor wat je meer mens maakt.

Probeer het eens:
anders om te gaan met God.
Godverwensende woorden afbouwen
om woorden te spreken
die vertrouwen geven.

Misschien zal je na 40 dagen
een houvast vinden om
hiermee verder te gaan.
Probeer het toch eens!
Antoon Vandeputte

Slotgebed

God en Vader,
soms zijn wij ziende blind.
Wij denken begaan te zijn met de noden en de zorgen van mensen,
maar eigenlijk zijn wij meer bezig met de gedachten en de woorden daarrond,
dan met ons hart of met onze inzet.
Help ons om de daad bij het woord te voegen
en goed te luisteren naar de anderen
zodat wij hen werkelijk kunnen helpen in hun noden.
Dat vragen wij U omdat wij zo Jezus willen navolgen,
die ons erop wijst
dat wij onze ogen moeten openen voor onze medemens. Amen.
naar: Zien met je hart

Zending en zegen

Moge God die ons nabij is,
ons zegenen om licht te zijn voor elkaar
en ons begeleiden op nieuwe wegen
naar vrede en een menswaardige toekomst voor iedereen,
in de naam  + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.