4e paaszondag A 2014

11 mei 2014  (Viering)

Roepingenzondag
De Kerk heeft roepingenzondag verbonden aan het evangelie van de Goede Herder. Een parabel die  mensen oproept als goede herders  te zorgen voor de Kerkgemeenschap. N.a.v. die wereldbiddag voor roepingen schreef paus Franciscus in een pastorale brief: ‘Durf u te laten raken door de genade van God en besef dat God ons niet in de steek laat.’ Dat doet me denken aan het evangelie van 2 weken terug, het evangelie over de zogezegde ‘ongelovige’ Thomas. Thomas voelde zich teleurgesteld en in de steek gelaten door zijn Heer. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen moet hij wellicht gedacht hebben en daarom was zijn devies: eerst zien en dan geloven. Ik denk dat heel veel mensen zich hierin herkennen als het erop aan komt een engagement op te nemen in en voor de Kerk. Laat de Kerk, en in de eerste plaats de herders van die Kerk, maar eerst eens laten zien dat ze als een goede herder zorgt voor iedereen, zeker voor de zwaksten. De laatste 45 jaar immers kenden we de Kerk, het instituut Kerk, vooral door haar vele geboden en verboden, door de macht van een aantal curieleden die oer-behoudsgezind zich telkens weer tegen elke verandering verzetten. Kerkleiders die met verstand, warmte en zorg daadwerkelijk hun nek uitstaken voor de armen, die kenden we quasi niet meer. Woorden wekken en voorbeelden trekken, maar er waren voor jonge mensen nog weinig voorbeelden waaraan ze zich konden optrekken. En dus roepingen? Door de jaren heen is dit hier in het Westen een ouderwets begrip geworden, zonder nog veel inhoud. Roepingen zijn er – in onze ogen en onze contreien – al jaren niet meer. Het vuur en de spirit van de Kerk zijn grotendeels gedoofd. Vaticanum II had zoveel hoopvolle verwachtingen gewekt, maar toen die niet werden ingelost, integendeel zelfs, toen verlieten – in het begin van de jaren 70 –  jonge enthousiaste religieuzen, maar ook gewone gelovigen, massaal de Kerk. Het was trouwens geen louter Westers fenomeen. Denk maar aan de bevrijdingstheologie die na het concilie een nieuwe wind deed opwaaien in Zuid-Amerika. Maar na de moord op aartsbisschop Romero in 1980, koos de officiële Kerk weer de kant van de rijken en werd de bevrijdingstheologie een mes in de rug gestoken… We voelden ons teleurgesteld, verloren. En toch…toch hoopten we in ons hart nog altijd op een soort wonder, hoopten we dat geloven en christen zijn weer weerklank mochten vinden in de wereld van vandaag. Het visioen van de goede herder dan toch niet helemaal vervaagd? Op 13 maart 2013 klonk er op het Sint-Pietersplein: “Habemus papam”. Natuurlijk keken we eventjes spannend uit wie het zou worden, maar het bleek een totaal onbekende te zijn. De verrassing was compleet toen we hoorden dat de nieuwe paus voor de naam van ‘Franciscus’ had gekozen en dat voor een jezuïet! Nu ruim een jaar later bent u paus Franciscus, geen onbekende meer, integendeel iedereen kent u. Niet omdat u grootse redevoeringen houdt of spectaculaire reizen maakt, maar omdat u door uw vriendelijkheid, eenvoud en oog voor de armen, de harten van alle mensen hebt geraakt, zowel van gelovigen en als van niet-gelovigen. Non-conformistisch en glimlachend hebt u komaf gemaakt met het beeld van een statige kerkvorst door spontaan een gehandicapt kind in uw armen te nemen, door een jongetje op uw heilige stoel te laten zitten en een ander jongetje te laten spelen met uw ‘pauselijk potske’. Dat u aanwezig was op de Wereldjongerendagen in Rio, daar keek niemand van op. Dat hoort zo voor een paus. Maar de hele wereld zat stom van verrassing en verbazing te kijken naar uw onaangekondigd en hartverwarmend bezoek aan de vluchtelingen op het eiland Lampedusa, met uw niet mis te verstane boodschap aan Europa, maar ook aan de hele wereld, dat zo ’n toestanden niet kunnen en niet mogen in onze maatschappij van vandaag. Op de dag van de mensenrechten hebt u alle aanwezigen op het Sint-Pietersplein laten scanderen dat honger een onrecht is en dat elke mens recht heeft op brood. En wie in ’s hemelsnaam verzint het om zijn verjaardag te vieren met 4 daklozen! Telkens weer laat u – heel doodgewoon – zien hoe u elke mens beschouwt als een uniek schepsel Gods, hoe u een hart hebt voor elke mens die u ontmoet. U zette de wereld van Rome met een paar simpele gebaren en met een glimlach in een handomdraai op zijn kop. Dat u ons op die 13e maart aansprak als fratelli e sorelle, broers en zussen, was geen mooipraterij. U neemt ons allemaal au sérieux: wij zijn samen Gods volk onderweg. Bewijs: u gaf ondertussen aan de bisschoppen over de hele wereld de opdracht om – ter voorbereiding van de bisschoppensynode in oktober – hun gelovigen te vragen naar hun mening over het huwelijk en het gezin, hoe zij denken over homo’s en lesbiennes, over geloofsopvoeding. Ook met die gegevens wilt u aan de slag gaan en niet enkel en alleen met de meningen van een reeks kamergeleerden die vaak vervreemd zijn geraakt van het dagelijkse leven van de meeste mensen. Bij de benoeming in januari van 16 nieuwe kardinalen was het meer dan opvallend dat de meerderheid van hen deze keer niet uit Europa kwam, maar uit de andere werelddelen, meestal uit gebieden waarvan hun stem ondervertegenwoordigd was in het beleid van de Kerk. De meest in het oog springend waren de kardinalen uit Burkina Fasso en Haïti, beide behorend tot de armste landen ter wereld. Ook de grote kuis in de Vaticaanse bank hebt u in gang gezet. In woord en daad oog en oor hebben voor de armen, de mensen met minder kansen, mensen die met een scheef oog bekeken worden, dat blijkt door uw optreden ineens weer ‘waardevol en inspirerend’ aan te voelen. In de harde wereld van het economisch denken van de laatste 50 jaar, in de steeds groter wordende kloof tussen rijk en arm, herkennen jong en oud, gelovigen en niet-gelovigen in uw levensstijl hun hunker naar eenvoud, echtheid en vooral meer rechtvaardigheid. In minder dan een jaar tijd werd u daarom door verschillende media uitgeroepen tot ‘man van het jaar’. Zelfs het New Yorkse mannenblad ‘Esquire’ riep u uit tot ‘best geklede man van het jaar’, niet omwille van uw schitterend rode schoenen of met hermelijn beklede capes – want die draagt u niet – maar omwille van uw keuze voor eenvoudige kledij, waarmee u uw zorg voor de armen onderstreept en uitdraagt. Christen-zijn, echt christen-zijn heeft weer kleur en klank gekregen. Dat het evangelie eindelijk weer voor velen wereldwijd een ‘Blijde en Bevrijdende Boodschap’ kan worden en zijn, dat is mede grotendeels dankzij u. Op die 13e maart vorig jaar, vroeg u ons voor u te bidden en wij willen dat graag doen, van harte zelfs. Want niet zonder fierheid kunnen we vandaag zeggen: ‘Habemus papam’, we hebben een herder, een goede herder. Dank u wel, broeder Franciscus.
Gerda Huys

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.