3e zondag van de vasten C 2019

24 03 2019

Begroeting

De vrede van God, + onze Vader,
de liefde van Jezus Christus, zijn Zoon,
en het Licht van de H. Geest,
moge over ons neerdalen als dauw uit den hoge. Amen.

Openingswoord 1

Op deze derde zondag van de Veertigdagentijd
verschijnt God aan Mozes in een doornstruik,
die in lichterlaaie staat en toch niet verbrandt.
En wij horen de parabel van de vijgenboom,
die geen vruchten draagt en toch niet wordt omgehakt,
maar een nieuwe kans krijgt.
Gods Woord  – zo blijkt – is een Woord van behoud en zorg.
naar Kerk in Herent

Openingswoord 2

Op deze derde zondag van de Veertigdagentijd
horen wij Gods ware naam: ‘Ik zal er zijn!’.
Wij leren ook Gods ware aard kennen:
veeleisend en grootmoedig tegelijk.
Als goede Wijngaardenier wil God vruchten zien,
maar de boom die nog geen vruchten draagt,
blijft wel gespaard en krijgt een nieuwe kans.
Kerk in Herent

Gebed om ontferming 1

-Heer, ieder van ons probeert wel het goede te doen,
maar het lukt ons niet altijd.
Dan zijn we teleur gesteld en geven het na korte tijd al gauw op.
Om ons tekort aan doorzettingsvermogen,
vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus, overal waar Gij zijt langs gekomen,
hebt Gij om gezien naar mensen die zwak waren.
Gij hebt hen nieuwe kansen aangeboden,
een nieuwe start zodat zij hun leven weer konden opnemen.
Dikwijls genoeg zijn we zozeer bezig met onszelf
dat we anderen, in nood, niet of nauwelijks opmerken.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer, Gij zijt veeleisend:
Gij wilt dat alles vrucht draagt.
Maar Gij zijt ook barmhartig:
Gij hebt geduld gehad met de vijgenboom,
Liet hem de kans alsnog vrucht te dragen,
mits extra zorg.
Als wij niet lukken, komen we vaak met verontschuldigingen
en verwachten van een ander geduld.
Zelf zijn we voor een ander niet zo barmhartig en geduldig
en wrijven vaak zout in de wonde in plaats van te helpen.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God, leer ons mild te zijn en hulpvaardig,
zodat uw Rijk kan groeien. Amen.

Gebed om ontferming 2

De Veertigdagentijd is ons gegeven
als kans om te helen wat gebroken is,
om samen te brengen wat verdeeld is.
Vragen we God om inzicht en vergeving,
om kracht tot ommekeer.

-Vernieuw ons inzicht, God, telkens weer,
om te geloven dat Gij er altijd zult zijn,
om van U te houden
en in het voetspoor van Jezus de weg te gaan naar leven voor iedereen.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Vernieuw ons inzicht, God, telkens weer,
om te zien wat er gebeurt in onze samenleving,
om de kant te blijven kiezen van kwetsbare en uitgesloten mensen,
om ten diepste gemeenschap te zijn.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Vernieuw ons inzicht, God, telkens weer,
om te zien dat de aarde onze drang naar consumptie niet aankan,
om een halt toe te roepen aan de roofbouw
die leidt naar klimaatsverandering en opwarming,
om het tij te keren.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Moge de Heer van het Verbond ons bewegen
om aandacht en mildheid te schenken
aan allen met wie wij verbonden leven. Amen.

Openingsgebed 1

Heer, onze God,
Gij weet wat er omgaat in iedere mens.
Gij kijkt in de diepte van ieders hart.
Gij kent ons pogen en ons falen.
Gij zijt een God van groot geduld.
Laat ons door inkeer en gebed,
door bekering en broederlijk delen,
mensen worden naar uw hart.
Schenk ons uw Geest, die leven geeft. Amen.

Openingsgebed 2

God,
Gij wilt aanwezig zijn
waar mensen samenkomen om U te vinden.
Wij bidden U:
openbaar ons wie Gij zijt
en laat Jezus voor ons zijn zoals Mozes was voor zijn volk,
Hij die ons leidt naar uw land
waar uw Woord gerechtigheid schept. Amen.
naar Kerk in Herent

Lezingen

In beide lezingen van vandaag gaat het over ommekeer.
De eerste lezing brengt ons het verhaal van het ‘brandend braambos’.
De gevluchte Mozes wordt door God teruggehaald
om zijn volk uit Egypte weg te leiden.
De evangelielezing citeert een paar ‘krantenkoppen’
die toen nogal wat stof deden opwaaien.
Ook Jezus voorziet ze van zijn kritische commentaar.
Luisteren wij naar de Heer die tot ons spreekt
doorheen de Woorden van de Schrift.

Eerste lezing 1

Uit het boek Exodus

1           Mozes hoedde de kudde van zijn schoonvader Jetro,
de priester van Midjan.
Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn
en kwam hij bij de berg van God, de Horeb.
2           Toen verscheen hem de engel van de Heer,
in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik.
Mozes keek toe en zag dat de doornstruik in lichterlaaie stond
en toch niet verbrandde.
3           Hij dacht:
`Ik ga eropaf om dat vreemde verschijnsel te onderzoeken.
Hoe komt het dat die doornstruik niet verbrandt?’
4           De Heer zag hem naderbij komen om te kijken.
En vanuit de doornstruik riep God hem toe:
`Mozes, Mozes.’
Hij antwoordde: `Hier ben ik.’
5           Toen sprak de Heer:
`Kom niet dichterbij en doe uw sandalen uit,
want de plaats waar u staat is heilige grond.’
6           En Hij vervolgde:
`Ik ben de God van uw vaderen, de God van Abraham,
de God van Isaak en de God van Jakob.’
Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God op te zien.
7           De Heer sprak:
`Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien,
de jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord;
Ik ken hun lijden.
8           Ik ben afgedaald om hen te bevrijden uit de macht van Egypte.
13         Maar Mozes sprak opnieuw tot God: `Als ik nu bij de Israëlieten kom en hun zeg: ` `De God van uw vaderen zendt mij naar u”, en zij vragen:
`Hoe is zijn naam?”
Wat moet ik dan antwoorden?’
14         Toen sprak God tot Mozes:
`Ik ben die er is.’
En Hij zei:
`Dit moet u de Israëlieten zeggen:
`Hij die er is zendt mij naar u.”’
15         Bovendien zei God tegen Mozes:
`Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen:
De Heer, de God van uw vaderen, de God van Abraham,
de God van Isaak en de God van Jakob, heeft mij naar u gezonden.
Dit is mijn naam voor altijd.
Zo moet men Mij aanspreken, door alle generaties heen.
KBS Willibrord 1995

Eerste lezing 2

Uit het boek Exodus 3, 1-8a.13-15

Als Mozes uit Egypte wegvlucht, komt hij in een totaal vreemde omgeving terecht.
Hij heeft geluk en wordt opgenomen in de familie van een priester
.
Op een dag trekt hij rond met hun kuddes, maar is met zijn gedachten ver weg. De ellende van zijn volksgenoten, onderdrukt en uitgebuit door de Egyptenaren, laat hem niet los.
Hij voelt een vuur van verlangen om hen te bevrijden.

Plots overvalt hem een sterk visioen.
Een doornstruik vlakbij hem vat zonder aanleiding vuur.
Een heel intens licht verspreidt zich. Maar de struik verbrandt niet. Mozes heeft nog niet door dat hierin voor hem een boodschap zit
en wil het fenomeen van dichterbij onderzoeken.
Als aan de grond genageld blijft hij staan als hij zijn naam hoort roepen: “Mozes! Mozes!”
Ontroerd antwoordt hij: “Ik luister.”
Een diepe kracht, sterker dan hijzelf, dringt zich op.
Dit moet van God komen.
En de stem gaat verder: “Kom niet dichterbij, Mozes,
en trek je sandalen uit, want dit is heilige grond waar je staat.”
Heilige grond is een plaats waar iets heel belangrijks gebeurt.
Nu bedekt Mozes zijn gezicht en wordt zich helemaal bewust
van de roeping door God om zijn volk uit Egypte weg te leiden.
Er overvalt hem echter twijfel.
“Stel dat ik naar mijn volk ga, wat moet ik zeggen
als ik bij hen aankom?
Als ik zeg dat U, de God van hun voorouders, mij stuurt,
zullen ze vragen naar uw naam.”
Toen kwam als antwoord: “Ik ben degene die er altijd is,
die er altijd voor jullie zal zijn.”
Hendrik Van Moorter
Catechesehuis

Tweede lezing (1Kor., 10, 1-6, 10-12)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinthe

1           Vergeet dit nooit, broeders en zusters:
onze vaderen verbleven allemaal onder de wolk
en trokken allemaal door de zee;
2           zij zijn allemaal in Mozes gedoopt door de wolk en de zee;
3           zij aten allemaal hetzelfde geestelijk voedsel
4           en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank,
want zij dronken uit een geestelijke rots die met hen meetrok,
en die rots was Christus.
5           Maar in de meesten van hen heeft God geen welgevallen gehad;
immers, zij werden in de woestijn geveld.
6           Voor ons zijn deze gebeurtenissen een les
om niet naar het kwade te verlangen, zoals zij deden.
10
         En mopper niet tegen God, zoals sommigen van hen gemopperd hebben:
de verderver bracht hen om.
11         Wat hun overkwam is voor ons een voorbeeld;
het werd te boek gesteld als een waarschuwing,
omdat het einde der tijden op ons afkomt.
12         Daarom, wie meent te staan, moet oppassen dat hij niet valt.
KBS Willibrord 1995

Evangelie
(Lc., 13, 1-9)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

1           Op zeker ogenblik kwamen er mensen bij Jezus
met het bericht over de Galileeërs
van wie Pilatus het bloed met dat van hun offerdieren had vermengd.
2           Hij zei daarop:
`Denkt u dat deze Galileeërs grotere zondaars zijn geweest
dan alle andere Galileeërs, omdat hun dit is overkomen?
3           Geen sprake van.
Maar als u zich niet bekeert, zult u allemaal, net als zij, omkomen.
4           Of die achttien die gedood werden toen de Siloam-toren instortte,
denkt u dat zij schuldiger zijn geweest
dan alle andere inwoners van Jeruzalem?
5           Geen sprake van.
Maar als u zich niet bekeert, zult u allemaal, net als zij, omkomen.’
6           Hij vertelde deze gelijkenis:
`Iemand had in zijn wijngaard een vijgenboom staan.
Hij kwam kijken of er vruchten aan zaten, maar vond er geen.
7           Toen zei hij tegen de wijngaardenier:
`Dit is nu al het derde jaar dat ik kom kijken
of er aan deze vijgenboom vruchten zitten, en er geen vind.
Hak hem maar om.
Waarom zou hij de grond nog verder in beslag nemen?”
8           De wijngaardenier antwoordde:
`Mijnheer, laat hem dit jaar nog staan,
zodat ik de grond eromheen kan omspitten en bemesten.
9           Wie weet draagt hij dan volgend jaar vrucht.
Zo niet, hak hem dan maar om.” ‘
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

We krijgen van God steeds opnieuw de kans
om het over een andere, betere boeg te gooien
en vruchtbaar te worden voor anderen.
Laten wij samen ons geloof in die God belijden.

Ik geloof in God,
Schepper en Drager van al het leven,
die telkens weer mensen aanspreekt en bevrijdt.

Ik geloof in Jezus Christus, Mens vol van God,
die de vijgenboom niet omhakt,
maar bemest opdat hij zou vruchten dragen;
die uit de dood van eenzaamheid en egoïsme
de mens tot leven roept, tot zuster- en broederschap.

Ik geloof in de heilige Geest
die tot inkeer brengt en vergeving schenkt,
die harten opent voor elkaar,
en daarin zijn Liefde zaait.

Ik geloof in de gemeenschap van mensen
die, tot leven geroepen,
in liefde willen leven
met heel Gods schepping.

Ik geloof in Gods Liefde voor de mens,
trouw en verwarmend tot voorbij de dood. Amen.

Voorbeden 1

Onze gebedsintenties mogen we neerleggen op het altaar van de Heer
en ze samen met onze gaven en dit brood en deze wijn aan Hem aanbieden.

-God, wij bidden U voor allen
die met handen en voeten gebonden zijn aan de goedheid van anderen,
voor wie geweld en onrecht worden aangedaan,
voor hen die altijd geduldig moeten zijn en wachten,
voor hen voor wie oorlog en onvrijheid eeuwig duren.
Laten wij bidden…

-In U, God, voelen wij ons verbonden
met alle ontwikkelingswerkers en -werksters
die zich niet laten ontmoedigen door rampen en andere tegenslagen,
maar zich blijven inzetten voor een leefbare toekomst voor iedereen.
Laten wij bidden…

-Wij bidden U, God, voor zovele mannen en vrouwen die,
waar ook ter wereld, kleinen en verdrukten broederlijk nabij zijn
en het beste van zichzelf met hen delen.
Moge zij zich gesteund weten door onze trouw en bewondering,
en door ons gebed.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

-God, laat ons mensen worden
die zich, met niet aflatend geduld,
blijven inzetten voor een betere wereld
en zich niet laten ontmoedigen
wanneer resultaten uitblijven.
Laten wij bidden…

-God, laat ons mensen worden
die de hun toegemeten tijd ervaren
als een gezegende tijd om het goede te doen
zonder uitstel, zonder uitvluchten.
Laten wij bidden…

-God, laat ons mensen worden
die woorden van bevrijding spreken
en anderen steeds nieuwe kansen geven.
Alleen op die manier
gedragen wij ons als kinderen van U,
onze barmhartige Vader.
Laten wij bidden…

-God, laat ons mensen worden
die er zijn voor de anderen
zoals Gij er zijt voor ons.
Bekeer ons tot U en tot elkaar.
Laten wij bidden…
naar Gerard Kock

Voorbeden 3

-Open onze ogen en ons hart,
nabije en getrouwe God,
opdat we uw oproep herkennen in de mensen rondom ons:
in de armen die steun en bijstand behoeven,
in de zieken die geduld en begrip vragen,
in onze kinderen en jongeren die nood hebben aan aandacht en openheid,
in de mensen die dag-in-dag-uit met ons samenleven
en ons uitnodigen echt met hen mee te leven.
Laten wij bidden…

-Geef ons de kracht en de moed,
nabije en getrouwe God,
om ons daadwerkelijk in te zetten voor uw Rijk
opdat we echt vruchten zouden dragen:
in onze aandacht voor elkaar,
in ons broederlijk en zusterlijk delen met iedereen.
Laten wij bidden…

-Geef ons het inzicht en het vertrouwen,
nabije en getrouwe God,
om te aanvaarden dat Gij ongrijpbaar zijt
en dat uw wil vaak niet overeenstemt met de onze.
Dat dit ons niet mag verlammen tot gelatenheid en apathie,
maar ons zou stimuleren om nog geestdriftiger te bouwen aan uw Rijk.
Laten wij bidden…

Wij vragen U dit alles door Jezus Christus, uw Zoon,
Voorganger en Voortrekker op de weg naar uw Rijk. Amen.
naar Jean-Paul Pinxten

Gebed over de gaven 1

Gastheer van alle mensen,
God, overal aanwezig waar gastvrijheid is,
doe ons inzien dat elke mens moet kunnen genieten
van de overvloed, door U geschapen.
Herinner ons eraan, steeds opnieuw,
dat wij die met elkaar te delen hebben,
zoals Gij U uitdeelt aan ieder van ons.
Dit brood en deze beker wijn zijn hiervan het teken.
Laat ons, in alles wat wij geven en ontvangen,
uw vrijgevigheid herkennen
vandaag en al onze dagen. Amen.

Gebed over de gaven 2

God, Gij die gezegd hebt: “Ik zal er zijn”,
Gij die ons kent
en ons bij onze naam roept,
aanvaard deze gaven,
symbool van onze gemeenschappelijke inzet
om voor elkaar vrucht te dragen
naar het voorbeeld van Jezus, uw Zoon en onze Broeder. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, Heer, onze God,
om alles wat Gij voor ons zijt:
Schepper en Bevrijder,
Herder van mensen, Licht en Leven.
Wij danken U omdat Gij Liefde zijt,
onze Lotgenoot wilt zijn,
die ons falen vergeeft en zich over ons ontfermt,
die begaan is met ons lijden en onze vreugden deelt.
Wij blijven vertrouwen op U,
ook als uw aangezicht niet wordt gezien,
uw stem niet wordt gehoord
en Gij machteloos schijnt om ons te helpen.
Met allen die uw naam hoog houden in lief en leed,
in leven en sterven, bidden wij:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.


Wij danken U, Heer onze God,
om Jezus, uw Zoon:
Hij gaf ons een teken van uw Liefde.
In Hem is uw vergeving en genezing
mens geworden.

Want Hij heeft die laatste avond brood genomen,
daarvoor dank gezegd, het gebroken,
het zijn vrienden aangereikt met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn Lichaam
dat voor u gegeven wordt.”

Zo heeft Hij ook de beker genomen,
daarvoor dank gezegd,
en hem rondgegeven met de woorden:
“Drink allen hieruit,
deze beker is het nieuwe Verbond in mijn Bloed
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Blijf dit doen tot mijn gedachtenis.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Samen komen wij tot U, God,
met dit Brood en deze Beker
en wij bidden U:
gedenk Hem die zich voor ons heeft gedeeld
en aanvaard dit als teken van onze toewijding.

Toen Jezus zijn werk van vrede had volbracht
hebt Gij, Vader, Hem hoog verheven
en Hem ‘ Mensenzoon ‘ genoemd.
Zend nu zijn Geest in ons midden:
een Geest die niet verdeelt maar samenbrengt.
die geloof geeft in de toekomst,
vertrouwen in de mens,
barmhartigheid en recht.

Zo kan deze wereld een Koninkrijk van vrede worden
waar vreugde en toekomst is voor allen,
een wereld waar het goed is te leven
in de naam van Jezus, uw Zoon.

Door Hem danken en eren wij U, Vader,
en vervuld van zijn Geest zullen wij zijn Boodschap
verder uitdragen tot het einde der tijden. Amen.

Onze Vader

Wij, die naar verhouding rijk zijn,
zijn armzalige mensen als wij niet begrijpen
dat al wat de aarde te bieden heeft, ons door God werd geschonken
om het rechtvaardig te verdelen onder al zijn mensen­kinderen.
Bidden wij tot die liefdevolle Vader:
            Onze Vader…

Vader van alle mensen,
Gij neemt geen vrede met deze wereld
zolang nood en overvloed naast elkaar bestaan.
Gij wilt dat het anders wordt,
beter, rechtvaardiger, eerlijker.
Als wij ons daarvoor met z’n allen inzetten,
zullen we vol verwachting mogen uitzien
naar de wederkomst van Jezus Messias, uw Zoon.
            Want van U is het Koninkrijk…

Vredeswens

Heer, Gij spreekt uw Woord van vrede tot ons.
Schenk ons de durf en de moed
om de grenzen van ons eigen gelijk te overschrijden
en ons open te stellen
voor andermans roep om rechtvaardigheid.
Maak ons mild
zodat wij geven en vergeven,
en bodes worden van uw vrede voor alle mensen.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij die boodschap van vrede en solidariteit door aan elkaar.

Lam Gods

Communie

Brekend en delend heeft God met ons een Verbond gesloten.
Hij gaf zichzelf tot Voedsel
opdat wij onszelf zouden delen tot voedsel voor alle hongerigen.
Dit is het Lam Gods….
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

God is geen wereldvreemde God.
Hij is mensen nabij.
Hij hoort hun noodkreet,
heeft weet van hun lijden.
Een God van mensen is Hij,
van Abraham, van Isaäk en Jacob,
een God van ieder van ons.
Hij kent ons lijden en onze zorgen
en ziet met geduld naar ons om.
Hij draagt ons het kwaad niet na.
In ons zoekt Hij bondgenoten
om bevrijding te brengen,
om de banden los te maken
die mensen beknellen.
Onze God is uit
op vrijheid en vrede,
op geluk voor iedereen.
Niet met grote macht verschijnt Hij,
maar Hij daalt af
om ons weg te leiden
uit onze ellende.
Hij laat ons verstaan
dat de grond, waarop wij staan,
heilig is.
Ter plekke wil Hij,
dat er een vuur in ons ontbrandt:
een heilig vuur dat niet verteert,
maar verwarmt en energie geeft.
Namens Hem mogen we nabij zijn aan mensen
die lijden aan het leven.
Hij roept ons op
tot bevrijdende solidariteit.
Mede door ons
is Hij mensen nabij.
Wim Holterman osfs

Bezinning 2

Hak mij niet om,
al bleef ik als vijgenboom reeds jaren zonder vruchten.
Gun mij nog vier seizoenen de tijd
dat ik mij naar het licht omkeer.

Een herfst vraag ik,
die mij van mijn eigenwaan geneest.
Een winter om te sterven als zaad,
gehoorzaam in de grond.
En als de lente komt,
bekleed mij dan met bloesems,
een witte mantel,
even maar,
waarvan ik mij ontdoe
als Gij met zomerzon mijn goede wil beloont.

Pluk dan mijn vruchten één voor één
en vergeet het jarenlange wachten.
uit: Hoe gij bestaat, verwondert mij

Bezinning 3

Vasten
is zich samen voor de kar spannen
op weg naar de horizon
waar de zon schijnt
ook voor mensen
achter die horizon.

Vasten
is de weg banen
voor een nieuwe Kerk
die zich naar mensen spoedt
in plaats van een Kerk
die op haar mensen wacht!

Vasten
is zichtbaar op weg gaan
en weten:
we gaan verder
en steeds opnieuw en verder
vol van hoop
de ongebaande wegen
die Hij die ons voorging.
Hilde Welffens

Bezinning 4

Als een vijgenboom staan wij geplant
in de wijngaard van Gods Liefde.
Er is water genoeg, dat leven geeft.
Er is zon genoeg, die bloeien doet.
En toch brengen wij soms geen vruchten voort
en leven we zo weinig vanuit de hoop en het vertrouwen
in Gods nabijheid en kracht,
zodat Gods Liefde en Zorg voor mensen
in ons niet zichtbaar wordt.
Waarom blijft die vijgenboom geplant
die het leven niet in zich heeft?
Als God ons niet had geplant
dan waren wij al lang uitgerukt en vergeten.
Maar Hij besteedt aan ons zijn beste Zorg en wacht…
en wacht totdat wij ons bekeren
en wij dan volop leven geven.
Federatie Kana

Slotgebed 1

God, die de wereld toevertrouwt aan mensenhanden,
wij danken U voor dit samenzijn,
voor uw vertrouwen in mensen,
voor uw oproep tot vruchtbaar leven en werken.
Blijf ons toerusten met de gezindheid van Jezus,
zodat wij onze ‘heilige grond’ blijven bewerken,
zodat wij het niet opgeven
en geen mensen aan hun lot overlaten,
zodat wij bewust werken aan bevrijding in Jezus’ naam. Amen.

Slotgebed 2

De veertigdagentijd is een tijd bij uitstek
om in je eigen hart te kijken – zegt God –
en om na te gaan of je geloof in Mij vruchtbaar wordt
in je aandacht en je zorg voor je medemensen, wereldwijd.
Mocht dat niet zo zijn
dan wil Ik je uitnodigen de akker van je hart om te spitten
en open te stellen voor mijn Liefde,
want alleen liefde maakt je mooi, héél mooi!
En misschien… draag je dan volgend jaar vrucht.
Ik hoop het – zegt God – en Ik wacht erop!
Erwin Roosen

Zending en zegen

Laten wij van hier weggaan in het spoor van de Barmhartige.
Laten we elke dag opnieuw
écht delen met elkaar:
niet van onze overschot,
maar van al wat de aarde voortbrengt.
Die zin voor rechtvaardigheid wil God van harte zegenen:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.