3e zondag van de vasten C 2010

ZONDAGSVIERINGEN
derde zondag van de vasten C (07/03/09)

Begroeting

De vrede van God, + onze Vader,
de liefde van Jezus Christus, zijn Zoon,
en het licht van de heilige Geest,
moge over ons neerdalen als dauw uit den hoge. Amen.

Openingswoord 1

Ook vandaag spreekt Gods stem ons toe,
niet vanuit een wolk zoals vorige week,
maar van uit vuur dat niet verteert.
Hij laat zich kennen als:
Ik-ben-er-voor-jou.
De God met deze naam
ligt ten grondslag aan alle welzijn voor mensen.
Want wij, die geschapen werden naar Gods beeld,
zijn geroepen om er-te-zijn voor elkaar.

Waar wij die roep negeren
krijgen wij toch nog een nieuwe kans
zoals de vijgenboom waarover Jezus vertelt.
Een nieuwe kans
om alsnog vruchten voort te brengen.


Openingswoord 2

Wie een kans onbenut liet,
is daarom nog niet kansloos.
Niemand – wat hij of zij ook verkeerd deed –
is definitief verloren.
Altijd is er God
die wacht,
die zoekt,
die nieuwe kansen aanreikt
ook aan hen die door de goegemeente
al lang als ‘onverbeterlijk’ werden afgeschreven.
Dat leert Jezus ons met zijn parabel over de vijgenboom.

Dor en droog, al drie jaar geen vruchten meer…
omhakken dus maar.
‘Niet doen’ zegt de wijngaardenier,
‘geef die boom nog een kans.
Ik zal er extra zorg aan besteden’.
Zo is God.
Zo zouden mensen – geschapen naar zijn beeld –
ook voor elkaar moeten zijn:
aan de zwaksten, aan de schijnbaar kanslozen
extra zorg besteden,
begaan zijn met elkaars lot.
Net als God onze Schepper, elkaar nieuw leven inblazen.


Vergevingsmoment

– Goede God, we leggen voor U neer:
onze angst en onze onzekerheid.
Alles wat ons beheerst en beklemt:
onze zorgen, onze verslaving en bezitsdrang,
ons onvermogen om ons hebben en houden los te laten.
Heer, ontferm U over ons.

– Goede God, we leggen voor U neer:
onze hunker naar bevrijding,
ons verlangen naar ruimte
om ons te kunnen ontplooien,
Christus, ontferm U over ons.

– Goede God, we leggen voor U neer:
ons verlangen om voor elkaar op te komen
zoals Gij voor ons opkomt.
Dan zullen wij mensen worden
zoals door U bedoeld:
door U geroepen, door U gezonden.
Heer, ontferm U over ons.

Openingsgebed 1

God van mensen,
Gij nodigt ons uit
uw droom tot de onze te maken
en de wereld om te vormen
tot een plek waar het goed wonen is voor iedereen.
Open onze ogen voor de mogelijkheden
die Gij ons in handen hebt gegeven.
Bemoedig ons
en spoor ons aan tot nieuwe, volgehouden inspanningen
om zo ons steentje bij te dragen
tot vrijheid en vrede, geluk en welzijn voor elke mens. Amen.


Openingsgebed 2

Barmhartige God,
wijs ons de weg die ten leven leidt.
Heb geduld met ons als wij – bewust of onbewust –
ons leven zó organiseren
dat wij uw spoor bijster raken.
Laat niet toe dat wij uw goede naam onteren
door U voor te stellen als een straffende God
die genoegdoening eist
telkens wij in de fout zijn gegaan.
Maak van ons genadige mensen,
Zoals Gij voor ons genadig zijt. Amen.
naar Lammie Stel

Lezingen

In beide lezingen van vandaag gaat het over ommekeer.
De eerste lezing brengt ons het verhaal van het ‘brandend Braambos’.
De gevluchte Mozes wordt door God teruggehaald
om zijn volk uit Egypte weg te leiden.
De evangelielezing citeert een paar ‘krantenkoppen’
die toen nogal wat stof deden opwaaien.
Ook Jezus voorziet ze van zijn kritische commentaar.
Luisteren wij naar de Heer die tot ons spreekt doorheen de woorden van de Schrift.

Eerste lezing

Uit het boek Exodus

1          Mozes hoedde de kudde van zijn schoonvader Jetro,
de priester van Midjan.
Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn
en kwam hij bij de berg van God, de Horeb.
2          Toen verscheen hem de engel van de Heer,
in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik.
Mozes keek toe en zag dat de doornstruik in lichterlaaie stond
en toch niet verbrandde.
3          Hij dacht:
`Ik ga eropaf om dat vreemde verschijnsel te onderzoeken.
Hoe komt het dat die doornstruik niet verbrandt?’
4          De Heer zag hem naderbij komen om te kijken.
En vanuit de doornstruik riep God hem toe:
`Mozes, Mozes.’
Hij antwoordde: `Hier ben ik.’
5          Toen sprak de Heer:
`Kom niet dichterbij en doe uw sandalen uit,
want de plaats waar u staat is heilige grond.’
6          En Hij vervolgde:
`Ik ben de God van uw vaderen, de God van Abraham,
de God van Isaak en de God van Jakob.’
Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God op te zien.
7          De Heer sprak:
`Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien,
de jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord;
Ik ken hun lijden.
8          Ik ben afgedaald om hen te bevrijden uit de macht van Egypte.
13         Maar Mozes sprak opnieuw tot God: `Als ik nu bij de Israëlieten kom en hun zeg: ` `De God van uw vaderen zendt mij naar u”, en zij vragen:
`Hoe is zijn naam?”
Wat moet ik dan antwoorden?’
14         Toen sprak God tot Mozes:
`Ik ben die er is.’
En Hij zei:
`Dit moet u de Israëlieten zeggen:
`Hij die er is zendt mij naar u.”’
15         Bovendien zei God tegen Mozes:
`Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen:
De Heer, de God van uw vaderen, de God van Abraham,
de God van Isaak en de God van Jakob, heeft mij naar u gezonden.
Dit is mijn naam voor altijd.
Zo moet men Mij aanspreken, door alle generaties heen.
KBS Willibrord 1995


Tweede lezing (1Korintiërs 10,1-6.10-12)
Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinte

1          Vergeet dit nooit, broeders en zusters:
onze vaderen verbleven allemaal onder de wolk
en trokken allemaal door de zee;
2          zij zijn allemaal in Mozes gedoopt door de wolk en de zee;
3          zij aten allemaal hetzelfde geestelijk voedsel
4          en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank,
want zij dronken uit een geestelijke rots die met hen meetrok,
en die rots was Christus.
5          Maar in de meesten van hen heeft God geen welgevallen gehad;
immers, zij werden in de woestijn geveld.
6          Voor ons zijn deze gebeurtenissen een les
om niet naar het kwade te verlangen, zoals zij deden.
10
         En mopper niet tegen God, zoals sommigen van hen gemopperd hebben:
de verderver bracht hen om.
11         Wat hun overkwam is voor ons een voorbeeld;
het werd te boek gesteld als een waarschuwing,
omdat het einde der tijden op ons afkomt.
12         Daarom, wie meent te staan, moet oppassen dat hij niet valt.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lucas 13,1-9)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

1          Op zeker ogenblik kwamen er mensen bij Jezus
met het bericht over de Galileeërs
van wie Pilatus het bloed met dat van hun offerdieren had vermengd.
2          Hij zei daarop:
`Denkt u dat deze Galileeërs grotere zondaars zijn geweest
dan alle andere Galileeërs, omdat hun dit is overkomen?
3          Geen sprake van.
Maar als u zich niet bekeert, zult u allemaal, net als zij, omkomen.
4          Of die achttien die gedood werden toen de Siloam-toren instortte,
denkt u dat zij schuldiger zijn geweest
dan alle andere inwoners van Jeruzalem?
5          Geen sprake van.
Maar als u zich niet bekeert, zult u allemaal, net als zij, omkomen.’
6          Hij vertelde deze gelijkenis:
`Iemand had in zijn wijngaard een vijgenboom staan.
Hij kwam kijken of er vruchten aan zaten, maar vond er geen.
7          Toen zei hij tegen de wijngaardenier:
`Dit is nu al het derde jaar dat ik kom kijken
of er aan deze vijgenboom vruchten zitten, en er geen vind.
Hak hem maar om.
Waarom zou hij de grond nog verder in beslag nemen?”
8          De wijngaardenier antwoordde:
`Mijnheer, laat hem dit jaar nog staan,
zodat ik de grond eromheen kan omspitten en bemesten.
9          Wie weet draagt hij dan volgend jaar vrucht.
Zo niet, hak hem dan maar om.” ‘
KBS Willibrord 1995


Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God,
schepper en drager van al het leven,
die telkens weer mensen aanspreekt en bevrijdt.

Ik geloof in Jezus Christus, mens vol van God,
die de vijgenboom niet omhakt,
maar bemest opdat hij zou vruchten dragen;
die uit de dood van eenzaamheid en egoïsme
de mens tot leven roept tot zuster- en broederschap.

Ik geloof in de heilige Geest
die tot inkeer brengt en vergeving schenkt,
die harten opent voor elkaar,
en daarin zijn liefde zaait.

Ik geloof in de gemeenschap van mensen
die, tot leven geroepen,
in liefde willen leven
met heel Gods schepping.

Ik geloof in Gods liefde voor de mens,
trouw en verwarmend tot voorbij de dood. Amen.

Voorbeden 1

Onze persoonlijke gebedsintenties mogen we neerleggen op het altaar van de Heer en ze samen met onze gaven en dit brood en deze wijn aan Hem opdragen.

– Bidden wij voor allen die kwaad met kwaad vergelden
en een zondebok zoeken.
Dat zij zich bekeren en weet krijgen
van de barmhartigheid die zijzelf nodig hebben.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor allen die ziek zijn
of door onzekerheid gekweld.
Dat wij hen door onze betrokkenheid
levensmoed geven voor de dag van morgen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor allen die vechten met hun eigen angsten
en geen vertrouwen meer hebben in anderen.
Dat zij geraakt mogen worden
door de oprechte ogen van een ander mens.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– God, laat ons mensen worden
die zich, met niet aflatend geduld,
blijven inzetten voor een betere wereld,
en zich niet laten ontmoedigen
wanneer zichtbare resultaten uitblijven.
Laten wij bidden…

– God, laat ons mensen worden
die de hun toegemeten tijd ervaren
als een gezegende tijd om het goede te doen
zonder uitstel, zonder uitvluchten.
Laten wij bidden…

– God, laat ons mensen worden
die woorden van bevrijding spreken
en anderen steeds nieuwe kansen geven.
Alleen op die manier
gedragen wij ons als kinderen van U,
onze barmhartige Vader.
Laten wij bidden…

– God, laat ons mensen worden
die er zijn voor de anderen
zoals Gij er zijt voor ons.
Bekeer ons tot U en tot elkaar.
Laten wij bidden…
naar Gerard Kock
Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:

Gebed over de gaven 1

God van alle leven,
in het teken van brood en wijn
gedenken wij uw Zoon.
Als de hongerigen gevoed worden
en de naakten gekleed,
als het brood en de zorg
voor de zwakken worden gedeeld,
dan geven wij gestalte aan zijn boodschap.
Zegen deze gaven en onze bereidheid om Jezus’ voorbeeld te volgen,
vandaag en alle dagen die komen. Amen.


Gebed over de gaven 2

Heer onze God,
Gij zijt ons nabij gekomen als een stem, als adem en als vuur.
Gij hebt ons tot taak gegeven
ons leven uit te delen zoals dit brood,
ons leven weg te schenken zoals deze wijn.
Rond deze tafel bidden wij U:
maak ons waard uw toekomst tegemoet te gaan
door Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, Heer onze God,
om alles wat Gij voor ons zijt:
schepper en bevrijder,
herder van mensen, licht en leven.
Wij danken U omdat Gij liefde zijt,
die onze lotgenoot wil zijn,
die ons falen vergeeft en zich over ons ontfermt,
die begaan is met ons lijden en onze vreugden deelt.
Wij blijven vertrouwen op U,
ook als uw aangezicht niet wordt gezien,
uw stem niet wordt gehoord
en Gij machteloos schijnt om ons te helpen.
Met allen die uw naam hoog houden in lief en leed,
in leven en sterven, bidden wij:

Heilig, heilig, heilig …

Wij danken U, Heer onze God,
om Jezus, uw Zoon:
Hij gaf ons een teken van zijn liefde.
In Hem is uw vergeving en genezing
mens geworden.

Want Hij heeft die laatste avond brood genomen,
daarvoor dank gezegd, het gebroken,
het zijn vrienden aangereikt met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam
dat voor u gegeven wordt.”

Zo heeft Hij ook de beker genomen,
daarvoor dank gezegd,
en hem rondgegeven met de woorden:
“Drink allen hieruit,
deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Blijf dit doen tot mijn gedachtenis.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Samen komen wij tot U, God,
met dit brood en deze beker
en wij bidden U:
gedenk Hem die zich voor ons heeft gedeeld
en aanvaard dit als teken van onze toewijding.

Toen Jezus zijn werk van vrede had volbracht
hebt Gij, Vader, Hem hoog verheven
en Hem ‘ Mensenzoon ‘ genoemd.
Zend nu zijn Geest in ons midden:
een Geest die niet verdeelt maar samenbrengt.
die geloof geeft in de toekomst,
vertrouwen in de mens,
barmhartigheid en recht.

Zo kan deze wereld een koninkrijk van vrede worden
waar vreugde en toekomst is voor allen,
een wereld waar het goed is te leven
in de naam van Jezus, uw Zoon.

Door Hem danken en eren wij U, Vader,
en vervuld van zijn Geest zullen wij zijn boodschap
verder uitdragen tot het einde der tijden.
Amen.


Onze Vader

Het ‘Onze Vader’, zoals een groep christenen uit Brazilië,
dit gebed aan hun eigen situatie hebben aangepast:

Onze Vader,
Gij zijt niet op de eerste plaats onze rechter en onze Heer,
maar onze Vader,
want Gij luistert naar het roepen van uw kinderen in de verdrukking.
Die in de hemelen zijt,
waarheen wij in onze inzet de blik richten.
Uw bevrijdend optreden tegen allen
die uw naam onderdrukken, worde geheiligd.
Uw rijk kome,
uw recht kome,
om te beginnen tot de verarmden.
Uw bevrijding geschiede,
nu al als begin op aarde en later in volheid in de hemel.
Geef ons heden het dagelijks brood
dat we samen produceren en dat we samen willen eten.
Vergeef ons ons egoïsme.
Leid ons niet in de bekoring
om anderen uit te buiten en geld op te hopen.
Maar verlos ons van de wraak en de haat
tegen de boze
die ons onderdrukt en met geweld ons verdrukt. Amen.

Vredewens

Heer, Gij spreekt tot ons uw woord van vrede.
Schenk ons de durf en de moed
om de grenzen van ons eigen gelijk te overschrijden
en ons open te stellen
voor andermans roep om rechtvaardigheid.
Maak ons mild
zodat wij geven en vergeven,
en bodes worden van uw vrede voor alle mensen.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij die boodschap van vrede en solidariteit door aan elkaar.

Lam Gods

Communie

Onze God is een trouwe God.
Om bij ons te kunnen blijven gaf hij zichzelf tot voedsel
aan hen die honger hebben en dorst naar meer gerechtigheid.
Dit is het Lam Gods…
Heer, ik ben niet waardig…


Bezinning 1

Veertig dagen
slingert Pasen heen en weer
tussen gisteren en morgen,
doodswind en levensadem,
stem die doodt en stem die roept tot leven,
afgoden en de God die van je houdt.

Hij vecht vanbinnen en vanbuiten.
Hij wordt op de proef gesteld.
Hij lijdt honger en dorst.
Hij heeft het warm
en dan weer koud.
Hij struikelt en valt,
nu al, veel te vroeg.
Hij sterft aan zichzelf om te kunnen leven.
Leven kan niet zonder geboortepijn.
Het duurt soms lang,
wel veertig dagen!


Bezinning 2

De plek waar ik vandaag sta,
dat stukje wereld dat het mijne is,
vervlochten met al die mensen die ik al dan niet gekozen heb,
het kan ‘heilige grond’ worden,
het kan de plek van de aanspraak worden.
Daar dringen de vragen tot mij door
die onontkoombaar zijn:
‘Waar leef ik voor?
Wat doe ik met mijn talenten?
Waarmee vul ik mijn dagen?
Durf ik ten volle kiezen voor wat op mijn weg komt?

Het kunnen vragen zijn
waarvoor ik al jaren op de loop ga.
Op een goede dag zijn ze er toch,
beangstigend
als een brandende braamstruik in de woestijn van mijn leven.

Voor mij ligt een opdracht.
Ik heb iets te doen voor mensen,
al is het maar
een heel kleine wending geven aan deze wereld.
Niemands talent kan gemist worden,
hoeveel excuses er ook te verzinnen zijn
om er onderuit te geraken.

En als ik bij mezelf denk:
‘Dorre vijgenboom,
je hebt er tot nog toe niets van terecht gebracht’
dan is er de liefde van de tuinman,
die mij een tweede kans geeft.
Uit  “Talent aan het werk”, bezinningsboekje van Spoor Zes BD 2007


Slotgebed 1

God, Gij die er wilt zijn voor ons,
Gij hebt ons beloofd om met ons
mee te gaan op onze levensweg.
Ontsteek in ons uw vuur
opdat wij vrede brengen waar strijd heerst,
opdat wij toekomst scheppen
voor hen die geen toekomst meer zien.
Geef ons een gevoelig oor en opmerkelijke ogen
zodat wij handen en voeten kunnen geven aan uw belofte
van trouw en bevrijding. Amen.


Slotgebed 2

God, die de wereld toevertrouwt aan mensenhanden,
wij danken U voor dit samenzijn,
voor uw vertrouwen in mensen,
voor uw oproep tot vruchtbaar leven en werken.
Blijf ons toerusten met de gezindheid van Jezus,
dat wij onze ‘heilige grond’ blijven bewerken,
dat wij het niet opgeven
geen mensen aan hun lot overlaten,
dat wij bewust werken aan bevrijding in Jezus’ naam. Amen.


Zending en zegen

De Heer vroeg ons een eind te maken
aan onze zondebokkenmentaliteit,
en in plaats daarvan
zijn vuur in ons brandend te houden
en het door te geven aan de kleinen en verdrukten
die wij deze week op onze weg zullen tegenkomen.
Voor deze opdracht sterkt Hij ons met zijn zegen:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.