3e zondag van de vasten A 2020

15 03 2020

Begroeting

De vasten is een uitgelezen tijd om aandacht te besteden
aan de zwakkeren in onze mensenwereld.
Het is het moment om onze handen en ons hart te openen
om gerechtigheid te doen geschieden
aan mensen die het op eigen houtje niet kunnen rooien.
Solidariteit is inherent aan echt christen-zijn.

Christenen worden uitgenodigd om,
op stap naar Pasen
te delen,
om op die manier aan te tonen
dat een andere wereld mogelijk is,
een wereld waarin het leven het haalt op de dood,
waarin liefde het haalt op haat,
waarin gerechtigheid het haalt op eigenbelang.

Jezus ging ons daarin voor
tot het uiterste.
Mede daardoor eindigde zijn menselijk leven op het kruis.
Zijn totale gave aan en voor ons
gedenken wij
telkens wij een kruisteken maken,
in de naam +van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

De veertigdagentijd herinnert ons
aan de veertig jaar woestijnervaring van Israël.
Doorheen verlatenheid, twijfel en opstandigheid
– zo horen we in de eerste lezing –
groeit het volk tot geloof in een God
die hen nooit in de steek laat,
die voor hen water en brood is om van te leven.

Op zijn beurt laat Jezus zich aan de Samaritaanse vrouw kennen
als Bron van Levend Water.
Deze ontmoeting leert ons
dat wie zich werkelijk openstelt voor een ander,
God zal ontmoeten.
God ontmoeten in de ander
– ook in de ander uit een verre cultuur –
is de essentie van de jaarlijkse vastenactie
die onze aandacht wil richten op de Derde Wereld.

Omdat wij al te vaak wie ons vreemd is negeren,
en dus God negeren,
vragen wij Hem om vergeving.

Openingswoord 2

Op onze tocht naar Pasen wordt er telkens weer halt gehouden op pleisterplaatsen.
De kans is groot dat je daar dan mensen tegenkomt:
bekenden of onbekenden.
Je kan er mensen ‘ont-moeten’.
Dat gebeurde ook met Jezus en de Samaritaanse bij de waterput.
Onbekenden die met elkaar in gesprek raken
en tot een diep gesprek komen,
die zelfs de kern van het leven aanraken.
Laten ook wij ons zo fundamenteel raken door een ander, door Jezus?

Vergevingsmoment 1

Wie zich werkelijk openstelt voor een ander,
zal uiteindelijk God ontmoeten in de ander
– ook in de ander uit een verre cultuur.
Dit is de essentie van de jaarlijkse vastenactie
die onze aandacht wil richten op de Derde Wereld.
Omdat wij al te vaak wie ons vreemd is negeren,
en dus God negeren,
vragen wij Hem om vergeving.

-Wij praten met mensen, we praten over mensen…
en toch ontmoeten we hen zo zelden écht.
We zijn ziende blind:
we wensen niet in te zien
dat hun overlevingsstrijd een beroep doet op onze verantwoordelijkheid.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Wij pleiten voor gerechtigheid,
beschouwen onszelf als partijgangers van de vrede…
Zo vaak zijn dat lege woorden,
want we kunnen zo moeilijk
onze ieder-voor-zich-mentaliteit loslaten.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Vreemde volkeren vinden wij boeiend:
we bezoeken hun land,
we leren hun taal, we genieten van hun muziek…
en toch blijven wij vreemden voor elkaar.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Moge God ons genadig zijn,
ons omgeven met zijn barmhartigheid
en ons te drinken geven van de bron van Levend Water. Amen.
Broederlijk Delen

Vergevingsmoment 2

Het doet ons, christenen,
elk jaar weer deugd
dat de Kerk
in de veertigdagentijd
het goede en de solidariteit
in ons tracht wakker te kriebelen,
opdat wij met Pasen
zouden kunnen opstaan als
‘een beetje méér mens, méér christen’.

-Vasten is luisteren:
de roep horen van anderen
die een beroep op ons doen,
die ons nodig hebben.
Het is luisteren naar het Woord dat Jezus tot ons spreekt
door het evangelie.
Vaak komen wij daaraan niet toe.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Vasten is versoberen:
zich vrij maken van vele dingen om
vrij te worden
voor God en de medemensen.
Vaak komen wij te weinig daaraan toe.
Daarom bidden wij:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Vasten is delen:
delen wat wij hebben,
maar ook delen wat wij zijn.
Delen van onze genegenheid
en anderen laten delen van onze talenten,
van ons opwekkend woord,
van onze troost en onze aanmoediging,
van onze vreugde en van onze tijd.
Vaak komen wij te weinig daaraan toe.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Vasten is het spoor zoeken:
het spoor van onze grote voorganger
Jezus Christus,
en dan in zíjn voetstappen op weg gaan. Amen.

Openingsgebed 1

Heer Jezus Christus,
uw leven, lijden en verrijzenis
hebben ons de ogen geopend en ons geleerd
dat Gods trouw uit­gaat naar alle mensen.
Gij roept ons op
ons hart te openen
voor elke zus of broer
die in nood is, die honger heeft of verdriet te verwerken krijgt.
Wij bidden U:
maak ons mild en gul.
Leer ons tijd, liefde en brood delen met elkaar.
Dan kan uw Rijk op aarde zichtbaar worden,
nu en altijd, en tot in uw eeuwigheid. Amen.

Openingsgebed 2

Heer God,
op weg naar Pasen houden we even halt
om bij U tot rust te komen.
Hier mogen we U naar U luisteren.
Wij kunnen met onze diepste noden en vragen steeds bij U terecht.
Gij zijt voor ons de Bron van Levend Water. Amen.
naar Thomasvieringen

Lezingen

Luisteren wij nu naar de Woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Ex., 17, 3-7)

Uit het boek Exodus

3           In die dagen leden de mensen in de woestijn hevige dorst;
zij bleven tegen Mozes morren
en zeiden: `Waarom hebt u ons weggevoerd uit Egypte
als we toch met kinderen en vee van de dorst moeten sterven?’
4           Mozes klaagde zijn nood bij de Heer:
`Wat moet ik toch doen met dit volk?
Ze staan op het punt mij te stenigen.’
5           De Heer antwoordde Mozes:
`Ga met enkelen van Israëls oudsten voor het volk uit,
neem de staf in uw hand,
waarmee u de Nijl geslagen hebt,
en ga op weg.
6           Ik zal ginds, voor uw ogen, op een rots staan, op de Horeb.
Sla op die rots: er zal water uit stromen zodat de mensen kunnen drinken.’
Mozes deed dat in het bijzijn van Israëls oudsten.
7           Hij noemde de plaats Massa en Meriba
vanwege de verwijten van de Israëlieten
en omdat zij de Heer hadden uitgedaagd door zich af te vragen:
`Is de Heer nu bij ons of niet?’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Rom. 5, 1-2, 5-8)

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,
1             
Gerechtvaardigd door het geloof
leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer.
2           Hij is het die ons door het geloof
de toegang heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan;
door Hem ook mogen wij ons beroemen
op onze hoop op de heerlijkheid van God.
5           En de hoop wordt niet teleurgesteld,
want Gods liefde is in ons hart uitgestort
door de heilige Geest die ons werd geschonken.
6           Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde tijd,
toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren.
7           Je zult je leven niet snel geven voor een rechtvaardige,
al zou misschien iemand de moed hebben
te sterven voor een goed mens.
8           God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor
dat Christus voor ons is gestorven
toen wij nog zondaars waren.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Joh., 4, 5-15, 19b-26, 39a. 40-42)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

5
           Jezus kwam bij de Samaritaanse stad Sichar,
die in de buurt ligt van het stuk grond
dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven,
6           en waar zich de Jakobsbron bevindt.
Jezus, die afgemat was van de tocht,
was bij de bron gaan zitten.
Het was ongeveer het zesde uur.
7           Een Samaritaanse vrouw kwam water putten.
Jezus sprak haar aan: `Geef Mij wat te drinken.’
8           Zijn leerlingen waren eten gaan kopen in de stad.
9           De Samaritaanse vrouw antwoordde:
`Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?’
Joden willen namelijk met Samaritanen niets te maken hebben.
10         Jezus hernam:
`Als u de gave van God kende,
als u wist wie het is die tegen u zegt: geef Mij te drinken,
dan had u Hem erom gevraagd
en Hij had u levend water gegeven.’
11         `Maar heer,’ zei de vrouw,
`U hebt niet eens een emmer en het is een diepe put.
Waar wilt U dat levende water dan vandaan halen?
12         Of bent u soms groter dan onze vader Jakob,
die ons de put heeft nagelaten en er zelf uit gedronken heeft,
evenals zijn kinderen en zijn kudden?’
13         Jezus antwoordde:
`Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst,
14         maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven,
krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel:
het water dat Ik hem zal geven,
zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.’
15 `Heer,’ zei de vrouw,
`geef mij van dat water,
dan zal ik geen dorst meer hebben
en hoef ik hier niet telkens te komen putten.’
19 `Ik zie dat U een profeet bent.
20         Onze voorouders hebben op die berg daar God aanbeden,
maar volgens jullie is Jeruzalem de plaats waar men moet aanbidden.’
21 `Geloof Me,’ zei Jezus,
`er komt een uur dat men niet meer op die berg daar
en ook niet in Jeruzalem de Vader zal aanbidden.
22         Jullie aanbidden wat je niet kent,
wij aanbidden wat we wel kennen;
de redding komt immers uit de Joden.
23 Er komt een uur, ja het is er al,
dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid:
dat zijn de aanbidders waar de Vader naar uitziet.
24 God is geest, en zij die Hem aanbidden,
moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.’
25 De vrouw antwoordde:
`Ja, er komt een Messias, dat weet ik.’
`Als die er is, zal Hij ons alles verkondigen.’
26         Daarop zei Jezus tegen haar:
`Dat ben Ik, degene die met u spreekt.’
39         Uit die stad waren vele Samaritanen in Hem gaan geloven.
40 Toen de Samaritanen naar Hem toe gekomen waren,
vroegen ze Hem bij hen te blijven.
Hij bleef daar twee dagen.
41 En nog veel meer kwamen er tot geloof door zijn woord.
42 En ze zeiden het ook tegen de vrouw:
`Nu geloven we niet meer op grond van wat jij verteld hebt;
we hebben Hem zelf gehoord en nu weten we:
dit is werkelijk de redder van de wereld.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in een God
die gerechtigheid volbrengt
in het hart van de mensen,
in het werk van de mensen.

Ik geloof  dat Hij aanwezig is
in de opbouw van het land,
waar mensen kunnen genieten van hun arbeid,
waar het volk zijn eigen lot bepaalt,
waar de laatsten de eersten zullen zijn
en de minsten het meeste gelden.

Ik geloof in de zending van Jezus
om met dat doel
mensen tot mekaar te brengen
en zelf gerechtigheid en vrede te zijn.

Ik geloof in de Geest
die alles en allen tot leven wekt,
die de strijd nooit opgeeft,
die ieder mens onrustig maakt
zolang er slachtoffers en verdrukten zijn,
zolang in de arme
het gelaat van God verborgen blijft. Amen.

Voorbeden 1

“Wie van het water drinkt dat Ik Hem zal geven,
krijgt in eeuwigheid geen dorst meer”, zegt de Heer.
Aan die bron van Levend Water mogen we onze gebedsintenties toevertrouwen.

-God, wij bidden U voor allen
die met handen en voeten gebonden zijn aan de goed­heid van anderen,
voor hen die geweld en onrecht worden aangedaan,
voor hen die altijd geduldig moeten zijn en wachten,
voor hen voor wie oorlog en onvrij­heid eeuwig duurt.
Laten wij bidden…

-Wij bidden U voor allen
die zich niet laten ontmoe­digen door rampen of andere tegensla­gen,
maar die zich blijven inzetten voor een leefbare toekomst voor elke mens.
Laten wij bidden…

-Wij bidden U voor zovele mannen en vrouwen die, waar ook ter wereld,
kleinen en verdrukten broederlijk nabij zijn
en het beste van zichzelf met hen delen.
Moge zij zich gesteund weten door onze trouw en bewondering
en door ons gebed.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

-Bidden wij voor mensen die dor en droog geworden zijn,
die niet meer kunnen geloven,
niet meer hopen.
Dat zij U mogen ontdekken, God,
als Bron van Levend Water
met de hulp van mensen die hen in uw naam nabij zijn.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor onze wereld met haar vele kale plekken,
waarop een sprietje menselijkheid soms ver te zoeken valt.
Asielzoekers die na 3 of 4 jaar of nog langer
nog steeds van het kastje naar de muur worden gestuurd
en van ons, rijke westerse landen, geen kans krijgen
om hier een normaal leven op te bouwen.
Moge wij, christenen, in deze materie onze verantwoordelijkheid opnemen
en onze stem verheffen om zulke wanpraktijken aan te klagen.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor de mensen in oorlogsgebieden
die stap voor stap, met hoop en wanhoop
het lot van hun kinderen en families
in handen trachten te nemen.
Bidden wij ook voor hen die hen daarbij proberen te helpen,
zoals bijvoorbeeld de begeleiders van Broederlijk Delen.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor onszelf,
die in deze vastentijd proberen los te komen uit onze zelfzucht,
op zoek naar Levend Water,
op zoek naar de Bron van hoop.
Laten wij bidden…
naar viering Broechem

Gebed over de gaven 1

God van alle mensen,
klein en schamel is het wat wij U aanbieden:
een beetje brood, een slok wijn.
Neem deze gaven van ons aan
als blijk van onze zorg voor elkaar.
Vorm ze om tot uw lichaam en bloed
en deel ze uit
aan allen die in U geloven,
wereldwijd. Amen.

Gebed over de gaven 2

Levengevende God,
maak ons open en ontvankelijk
zodat we uw Woord en uw liefde aannemen
zoals een kind brood ontvangt
van vader en moeder.
Laat ons wonen in uw vrede.
Laat ons kind aan huis zijn bij U,
ons leven lang tot in de eeuwigheid. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen delen
om anderen een menswaardig bestaan te verzekeren,
voor hen die hun huis gastvrij openstellen.

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen luisteren
naar het leed van anderen,
die wonden genezen
door de pijn te helpen dragen;
voor mensen die kunnen troosten.

Wij danken U, God,
voor mensen die rust en stilte brengen,
die oog hebben voor kleine dingen,
die zich verheugen in de grootheid van anderen.

Wij danken U, God,
voor mensen die hongeren naar gerechtigheid,
die lijden omwille van het onrecht
dat anderen wordt aangedaan.

Wij danken U, God,
voor mensen die mild zijn in hun oordeel,
die eerbied hebben voor het leven,
die hun hart openen voor vergeving en verzoening.

Wij danken U, God,
voor mensen die zuiver zijn in hun bedoelingen,
die oprecht zijn in hun woorden,
die trouw blijven aan hun vrienden.

Wij danken U, God,
voor mensen die zich spiegelen
aan de levenswijze van Jezus.
Met hen getuigen en loven wij U, God:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.


Geen andere zekerheid is ons gegeven, Heer God,
dan op weg te zijn naar U.
.
Ons zoeken naar U
maakt ons tot een volk onderweg.
Mensen die verdwalen worden toegesproken
door Jezus, uw Zoon,
die de Weg, de Waarheid en het Leven is.
En als wij ons nestelen in onze zelfgenoegzaamheid,
Heer, roep ons dan weer op.

Toen Jezus die laatste avond met zijn vrienden aan tafel zat
gaf Hij hun een heilig teken:
Hij nam wat brood, dankte U, Vader,
brak het, deelde het uit en zei:
“Neem en eet hiervan, dit is mijn Lichaam,
voor u gebroken, aan u toevertrouwd.”

Na de maaltijd nam Hij ook de beker, zegende die,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hieruit, dit is mijn Bloed,
mijn Levenskracht, voor u vergoten
tot vergeving van zonden,
tot verbondenheid onder mensen.
Kom samen, en doe dit telkens opnieuw,
en weet dan dat Ik bij u ben.”

Als wij dan eten van dit Brood
en drinken uit deze Beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer God,
stuur ons op weg in de Geest van Jezus, uw Zoon:
dat wij nieuwe wegen van goedheid banen,
paden van gerechtigheid en onderlinge vrede;
dat wij het leven leefbaar maken
en het puin ruimen van ons egoïsme.

Doe onder ons profeten opstaan
die het vuur van uw goedheid brandend houden,
die uw licht laten stralen,
ook in donkere momenten van ons leven.
Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn, Heer onze God,
die ons doet leven dankzij uw Geest,
hier en nu en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader

Wij, naar verhouding rijk,
zijn armzalige mensen als wij niet begrijpen
dat al wat de aarde te bieden heeft, ons door God werd geschonken
om het rechtvaardig te verdelen onder al zijn mensen­kinderen.
Bidden wij tot die liefdevolle Vader:
Onze Vader,…

Vader van alle mensen,
Gij neemt geen vrede met deze wereld
zolang nood en overvloed naast elkaar bestaan.
Gij wilt dat het anders wordt,
beter, rechtvaardiger, eerlijker.
Als wij ons allen daarvoor inzetten,
zullen we vol verwachting mogen uitzien
naar de wederkomst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het Koninkrijk…

Vredeswens

Als wij elkaar hier vrede toewensen,
dan betekent dat in de eerste plaats
dat wij iets van Gods vrede voor elkaar waarmaken.
Vrede in ons alledaagse bestaan,
maar ook de uiteindelijke vrede waartoe God ons heeft bestemd.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven we elkaar een hartelijk teken van die vrede.
vrij naar Ten Bos

Lam Gods

Communie

Zoals dit brood één is,
zo moge Gods mensheid één worden
in erkenning van alle mensenrechten,
in verwerping van alle geweld,
in gerechtigheid die het hart is van elke vrede.

Zoals dit brood gebroken wordt
en toch  brood blijft,
zo moge wij elkaar ontmoeten
in dankbaarheid om alle verscheidenheid.
Zie het Lam Gods dat álle mensen wil dragen…
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Bij de bron

Jezus zet zich neer bij de bron van Jacob.
Hij komt thuis bij zijn diepste wortels.
Daarom gaat het gesprek met de vrouw
ook niet zomaar over water.
Jezus zelf wordt een nieuwe bron.
Hij wordt water dat alle dorst verdrijft.
Mensen die zich aan die bron laven,
die krijgen leven voorgoed.
Meer nog: zij worden zelf bron van leven.
Ze geven door van wat er ten diepste
in hen is aangeboord en tot leven gekomen.

Bij de Bron van Levend Water, die Jezus is,
mogen we ons steeds weer neerzetten.
We mogen er tot rust komen,
bij onszelf thuis zijn en vrede vinden.
We mogen zien welke onze eigen bronnen zijn,
van waaruit wij leven en werken.
Als we rusten aan onze eigen bron
dan staan we in verbinding met de bron van Jezus.
Dat kan richting geven aan ons leven.
Het kan een stimulans zijn
om nieuwe wegen te zoeken,
wegen van verbondenheid met God en elkaar.
Wim Holterman osfs

Bezinning 2

Als een waterkan, gevuld met levenskrachtig water,
vergeet haar water af en toe weg te schenken,
dan zal dat water er na een tijdje groen uitzien.

Een waterkan die haar water aan anderen wegschenkt,
maar vergeet dat ze af en toe van boven moet worden bijgevuld,
zal vlug leeg zijn en geen water meer kunnen geven.

Bij een waterkan
die slechts af en toe een beetje van haar levenskrachtig water weggeeft,
zal, als ze zich van boven laat bijvullen,
dat nieuwe frisse water snel overlopen en dus verloren gaan.

Een waterkan die haar water aanwendt om de dorst van anderen te lessen
en zich daarbij steeds opnieuw laat bijvullen met vers water van boven,
zal nooit leeg geraken
en levenskrachtig water blijven schenken.

Alleen zo kan een waterkan
haar echte taak vervullen.

Slotgebed 1

Maak ons arm van geest, God.
Geef ons handen die zich openen
en een hart dat ruimte biedt.
Maak ons attent voor het recht van anderen.
Wil ons vernieuwen, God,
opdat wij ons zouden omkeren naar wie op ons wacht.
Dat vragen wij U
in naam van Hem die ons het voorbeeld gaf,
Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Slotgebed 2

God van alle leven,
ga met ons mee als wij straks deze kerk verlaten.
Blijf ons nabij als wij op zoek gaan naar het wezenlijke in ons leven,
als wij zoeken naar de weg naar vrede en gerechtigheid voor alle mensen.
Dat vragen wij U in de naam van Jezus
die zichzelf aan de Samaritaanse aanbood als Levend Water
voor alle dagen van ons leven. Amen.

Zending en zegen

Het verhaal van de ontmoeting
tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw,
leerde ons dat wij ons moeten laten aanspreken
door het verlan­gen van elke vreemdeling en van elke ontheemde
naar een menswaardig bestaan.
Dan zal er geen dorst meer zijn of honger.
Dan zal God zelf, als bron van Levend Water,
in ons midden wonen.
en zijn zegen zal op ons rusten:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.