3e zondag van de vasten A 2014

23 maart 2014

Begroeting

Genade en vrede van God, onze Heer.
Moge de kracht van zijn Geest ons nabij zijn
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

Vandaag gaan de twee Schriftverhalen over water.
In de woestijn is water een kostbaar goed.
Het wordt als een godsgeschenk beschreven:
God die water uit de rots laat stromen
om zijn dorstig volk te redden.
In het evangelie verzekert Jezus ons
dat Hij ons levend water zal aanbieden
als wij erom vragen.
Zijn wij daartoe bereid?

Openingswoord 2

Veertigdagentijd, woestijntijd.
In de eerste lezing horen we dat de Israëlieten,
– na de aanvankelijke opluchting uit Egypte weg te zijn -,
zich toch een rooskleuriger toekomst hadden voorgesteld:
waarom kan het niet vlotter en gemakkelijker?
Moeten ze hier dan in de woestijn omkomen van honger en dorst?
Eigenlijk een louter materiële vraag
waarop ze dadelijk van Mozes en God een concrete oplossing eisen.
In het evangelie horen we de vraag van de Samaritaanse
naar spirituele honger en dorst:
de vraag naar Levend Water dat haar geestelijk blijvend kan voeden.
Veertigdagentijd om zelf eens stil te staan bij de dorst van mensen:
de materiële dorst van miljoenen mensen in de Derde Wereld
en de geestelijke dorst van elke mens naar aandacht
en naar antwoorden op zovele fundamentele vragen.

Vergevingsmoment 1 

-Heer,
er zijn heel wat mensen die vervreemd zijn van zichzelf en van anderen.
Zij voelen zich eenzaam,
Schijnbaar hebben ze niemand om zich aan op te trekken.
Als wij voor hen geen levend water zijn,
Heer, ontferm U dan over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus,
er zijn heel wat mensen die zich de laatste jaren hebben afgekeerd
van U en van de Kerk
omdat die Kerk nu niet bepaald een voorbeeld is.
Als ons gedrag soms aanleiding geeft tot een negatieve kijk,
Christus, ontferm U dan over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer,
er zijn heel wat mensen die U erkennen als Levend Water,
maar onzeker op zoek gaan naar medemensen
die met hen mee op stap willen gaan op de weg die Gij toont.
Als wij hen aan hun lot overlaten of hen aan de kant laten staan,
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. 

Heer, kom ons tegemoet met uw barmhartigheid
en help ons consequent te leven naar het voorbeeld van Jezus, uw Zoon. Amen.

Vergevingsmoment 2

-Heer, ook wij morren vaak
dat we dorst hebben naar nog meer materiële welstand,
terwijl we niets tekort hebben.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus,
niet alleen in de Derde Wereld,
maar ook in onze welvaartsmaatschappij leven steeds meer mensen
aan de rand van de samenleving.
Uit gemakzucht lopen we in een wijde boog om hen heen
in plaats van naar hen toe te gaan,
zoals Gij ons hebt voorgedaan.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer,
zelfs in deze veertigdagentijd brengen wij vaak de moed niet op
om echt naar U te zoeken als de uiteindelijke Bron voor ons leven.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God,
neem ons bij de hand
om ons, met een extra duwtje in de rug,
naar U te leiden. Amen.

Openingsgebed 1

Heer Jezus Christus,
uw leven, lijden en verrijzenis
hebben ons de ogen geopend en ons geleerd
dat Gods trouw uit­gaat naar alle mensen.
Gij roept ons op
ons hart te openen
voor elke zus of broer
die in nood is, die honger heeft of verdriet te verwerken krijgt.
Wij bidden U:
maak ons mild en gul.
Leer ons tijd, liefde en brood delen met elkaar.
Dan kan uw Rijk op aarde zichtbaar worden,
nu en altijd, en tot in uw eeuwigheid. Amen.

Openingsgebed 2

Heer, vaak zoeken wij U vergeefs,
schijnt leven en toekomst uitzichtloos.
Leer ons uw Zoon ontdekken
in de mensen rondom ons,
in de christengemeenschap, in deze eucharistieviering.
Laat ons vrede brengen,
laat ons een duidelijker teken worden van uw liefde
die alle mensen bij U uitnodigt voor altijd. Amen.

Openingsgebed 3

Heer Jezus,
onze dorst is zo groot,
dorst naar dingen
die onbelangrijk zijn.
Help ons
te komen bij ons diepste verlangen
dat vaak verborgen is
onder de kleine drukte van elke dag,
onder zorgen
voor mensen en materie.
Breng ons
bij ons verlangen naar U,
de enige die onze dorst
kan lessen,
de enige die onze honger
kan stillen,
de enige die ons door en door kent.

En zeg ons dan
zoals destijds aan de Samaritaanse
bij de put:
‘Ik heb levend water voor jou!
Geloof Mij: de Vader zoekt jou.
Ik ben degene op wie je zo wacht,
Ik ben het naar wie je zo tracht.
Ik heb levend water voor jou!’.
naar Iny Driessen

Lezingen

Luisteren wij nu naar de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Ex., 17, 3-7)

Uit het boek Exodus

3           In die dagen leden de mensen in de woestijn hevige dorst;
zij bleven tegen Mozes morren
en zeiden: `Waarom hebt u ons weggevoerd uit Egypte
als we toch met kinderen en vee van de dorst moeten sterven?’
4           Mozes klaagde zijn nood bij de Heer:
`Wat moet ik toch doen met dit volk?
Ze staan op het punt mij te stenigen.’
5           De Heer antwoordde Mozes:
`Ga met enkelen van Israëls oudsten voor het volk uit,
neem de staf in uw hand,
waarmee u de Nijl geslagen hebt,
en ga op weg.
6           Ik zal ginds, voor uw ogen, op een rots staan, op de Horeb.
Sla op die rots: er zal water uit stromen zodat de mensen kunnen drinken.’
Mozes deed dat in het bijzijn van Israëls oudsten.
7           Hij noemde de plaats Massa en Meriba
vanwege de verwijten van de Israëlieten
en omdat zij de Heer hadden uitgedaagd door zich af te vragen:
`Is de Heer nu bij ons of niet?’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing
(Rom. 5, 1-2, 5-Smilie: 8)

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,
1             
Gerechtvaardigd door het geloof
leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer.
2           Hij is het die ons door het geloof
de toegang heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan;
door Hem ook mogen wij ons beroemen
op onze hoop op de heerlijkheid van God.
5           En de hoop wordt niet teleurgesteld,
want Gods liefde is in ons hart uitgestort
door de heilige Geest die ons werd geschonken.
6           Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde tijd,
toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren.
7           Je zult je leven niet snel geven voor een rechtvaardige,
al zou misschien iemand de moed hebben
te sterven voor een goed mens.
8           God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor
dat Christus voor ons is gestorven
toen wij nog zondaars waren.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Joh., 4, 5-15, 19b-26, 39a. 40-42)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

5
           Jezus kwam bij de Samaritaanse stad Sichar,
die in de buurt ligt van het stuk grond
dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven,
6           en waar zich de Jakobsbron bevindt.
Jezus, die afgemat was van de tocht,
was bij de bron gaan zitten.
Het was ongeveer het zesde uur.
7           Een Samaritaanse vrouw kwam water putten.
Jezus sprak haar aan: `Geef Mij wat te drinken.’
8           Zijn leerlingen waren eten gaan kopen in de stad.
9           De Samaritaanse vrouw antwoordde:
`Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?’
Joden willen namelijk met Samaritanen niets te maken hebben.
10         Jezus hernam:
`Als u de gave van God kende,
als u wist wie het is die tegen u zegt: geef Mij te drinken,
dan had u Hem erom gevraagd
en Hij had u levend water gegeven.’
11         `Maar heer,’ zei de vrouw,
`U hebt niet eens een emmer en het is een diepe put.
Waar wilt U dat levende water dan vandaan halen?
12         Of bent u soms groter dan onze vader Jakob,
die ons de put heeft nagelaten en er zelf uit gedronken heeft,
evenals zijn kinderen en zijn kudden?’
13         Jezus antwoordde:
`Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst,
14         maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven,
krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel:
het water dat Ik hem zal geven,
zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.’
15 `Heer,’ zei de vrouw,
`geef mij van dat water,
dan zal ik geen dorst meer hebben
en hoef ik hier niet telkens te komen putten.’
19 `Ik zie dat U een profeet bent.
20         Onze voorouders hebben op die berg daar God aanbeden,
maar volgens jullie is Jeruzalem de plaats waar men moet aanbidden.’
21 `Geloof Me,’ zei Jezus,
`er komt een uur dat men niet meer op die berg daar
en ook niet in Jeruzalem de Vader zal aanbidden.
22         Jullie aanbidden wat je niet kent,
wij aanbidden wat we wel kennen;
de redding komt immers uit de Joden.
23 Er komt een uur, ja het is er al,
dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid:
dat zijn de aanbidders waar de Vader naar uitziet.
24 God is geest, en zij die Hem aanbidden,
moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.’
25 De vrouw antwoordde:
`Ja, er komt een Messias, dat weet ik.’
`Als die er is, zal Hij ons alles verkondigen.’
26         Daarop zei Jezus tegen haar:
`Dat ben Ik, degene die met u spreekt.’
39         Uit die stad waren vele Samaritanen in Hem gaan geloven.
40 Toen de Samaritanen naar Hem toe gekomen waren,
vroegen ze Hem bij hen te blijven.
Hij bleef daar twee dagen.
41 En nog veel meer kwamen er tot geloof door zijn woord.
42 En ze zeiden het ook tegen de vrouw:
`Nu geloven we niet meer op grond van wat jij verteld hebt;
we hebben Hem zelf gehoord en nu weten we:
dit is werkelijk de redder van de wereld.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God
die met mensen op weg gaat,
die van mensen houdt,
die mensen aan mensen toevertrouwt,
die ons Jezus zijn Zoon gezonden heeft.

Ik geloof in de verrezen Christus.
Naar zijn voorbeeld
moeten wij voor elkaar dienstbaar zijn.

Ik geloof in zijn droom:
mensen gelukkig maken
in een wereld van vriendschap en liefde voor elkaar.

Ik geloof in de Geest die ons tot liefde roept.
Hij schenkt ons aan elkaar als licht en hoop,
als brood en wijn,
als dank en vergeving.
Hij roept ons samen in de gemeenschap van de Kerk. Amen.

Voorbeden 1

Dat God voor ons een bron van Levend Water mag zijn,
daartoe willen we bidden.

-Als wij verkrampt zijn,
vastzitten aan het oude vertrouwde
en slechts op zeker durven spelen,
week ons dan los, God,
uit onze bekrompenheid en maak ons nieuw.
Laten wij bidden…

-Als wij verdord zijn,
slechts op onszelf betrokken
en niet langer naar anderen toegekeerd,
besproei ons dan, God,
met de dauw van uw genade
en doe ons weer omkijken naar elkaar.
Laten wij bidden…

-Als wij zoekend zijn,
hunkerend naar zin en toekomst,
weest Gij dan, God,
de bron waaruit wij mogen drinken,
die ons water ten leven schenkt.
Laten we bidden…

-Wij willen U ook bidden om sterkte voor onze zieken,
om kracht voor al wie lijdt,
voor de intenties van ieder van ons.
Laten wij bidden…

God, bron van leven,
wees voor ons de heldere stroom
die ons laaft, verfrist en vernieuwt tot eeuwig leven. Amen.

Voorbeden 2

-Bidden we voor mensen die op zoek zijn naar veiligheid
in voorschriften en vaste gewoonten
en die op de rand van de waterput zitten.
Dat hun levensbronnen niet opdrogen
en dat ze zichzelf steeds nieuwe levenskansen gunnen.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor alle mensen die gewetensvol naar de waarheid zoeken,
naar een nieuwe inspiratie voor hun leven.
Dat ze die niet zoeken bij droge of troebele bronnen,
maar bij het levend water dat wij elkaar te drinken geven.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor al die oprechte mensen die de waarheid anders beleven dan wij,
al de Samaritanen van vandaag.
Dat ze dicht bij de bron van hun leven blijven
en beseffen dat welke waarheid ook,
koud en kil is,
als ze niet door de liefde wordt gedragen.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor onszelf.
Dat we steeds bereid zouden zijn elkaar echt te ontmoeten,
bereid ook om te getuigen van Hem die Levend Water is voor elke mens.
Laten wij bidden…
naar Levensecht

Gebed over de gaven 1

God, Vader van elke mens,
eenvoudige gaven bieden wij U aan:
een beetje brood en wat wijn.
Wereldwijd zijn zij symbool
van uw Boodschap en uw liefde voor ons,
maar tegelijkertijd ook teken van onze bereidheid
om, als christen, naar uw voorbeeld te breken en te delen.
Heilig ze,
zodat wij samen kunnen bouwen aan uw Rijk
van vrede en gerechtigheid. Amen.

Gebed over de gaven 2

God, Gij die ons zegent en bewaart,
wij danken U voor dit brood en deze wijn,
voor de manier waarop Gij – telkens weer –
symbolisch in ons midden komt.
Aanvaard deze gaven
en wees voor ons Water uit de rots,
Woord tot leven, Brood voor al uw mensen. Amen.

Tafelgebed 1

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen delen
om anderen een menswaardig bestaan te verzekeren,
voor hen die hun huis gastvrij openstellen.

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen luisteren
naar het leed van anderen,
die wonden genezen
door de pijn te helpen dragen;
voor mensen die kunnen troosten.

Wij danken U, God,
voor mensen die rust en stilte brengen,
die oog hebben voor kleine dingen,
die zich verheugen in de grootheid van anderen.

Wij danken U, God,
voor mensen die hongeren naar gerechtigheid,
die lijden omwille van het onrecht
dat anderen wordt aangedaan.

Wij danken U, God,
voor mensen die mild zijn in hun oordeel,
die eerbied hebben voor het leven,
die hun hart openen voor vergeving en verzoening.

Wij danken U, God,
voor mensen die zuiver zijn in hun bedoelingen,
die oprecht zijn in hun woorden,
die trouw blijven aan hun vrienden.

Wij danken U, God,
voor mensen die zich spiegelen
aan de levenswijze van Jezus.
Met hen getuigen en loven wij U, God:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.


Geen andere zekerheid is ons gegeven, Heer God,
dan op weg te zijn naar U.
.
Ons zoeken naar U
maakt ons tot een volk onderweg.
Mensen die verdwalen worden toegesproken
door Jezus, uw Zoon,
die de Weg, de Waarheid en het Leven is.
En als wij ons nestelen in onze zelfgenoegzaamheid,
Heer, roep ons dan weer op.

Toen Jezus die laatste avond met zijn vrienden aan tafel zat
gaf Hij hun een heilig teken:
Hij nam wat brood, dankte U, Vader,
brak het, deelde het uit en zei:
“Neem en eet hiervan, dit is mijn lichaam,
voor u gebroken, aan u toevertrouwd.”

Na de maaltijd nam Hij ook de beker, zegende die,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hieruit, dit is mijn bloed,
mijn levenskracht, voor u vergoten
tot vergeving van zonden,
tot verbondenheid onder mensen.
Kom samen, en doe dit telkens opnieuw,
en weet dan dat Ik bij u ben.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer God,
stuur ons op weg in de geest van Jezus, uw Zoon:
dat wij nieuwe wegen van goedheid banen,
paden van gerechtigheid en onderlinge vrede;
dat wij het leven leefbaar maken
en het puin ruimen van ons egoïsme.

Doe onder ons profeten opstaan
die het vuur van uw goedheid brandend houden,
die uw licht laten stralen,
ook in donkere momenten van ons leven.
Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn, Heer onze God,
die ons doet leven dank zij uw Geest,
hier en nu en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Tafelgebed 2 ( alternatief)

Een eucharis­tisch gebed, zoals dat gebeden wordt door christenen in Afrika.

O God, Vader van onze voorouders,
Vriend in ons midden,
uw kinderen komen hier bij u.
Hier is uw voedsel.
Hier is uw drank.
Ze zijn van U voordat ze van ons zijn.
Wij vieren nu feest,
maar het is om dank te zeggen.
Wij danken God.

O God, wij en onze voorouders,
de vaderen van ons volk,
danken U en zijn verheugd.
Dit voedsel zullen wij eten tot uw eer.
Deze drank zullen wij drinken tot uw eer.

Wij danken U voor het leven dat Gij ons schenkt.
Wij danken U voor de vrijheid die Gij ons schenkt.
Wij danken U voor de vrede die Gij ons schenkt.
Wij danken U voor Hem die de straf droeg die wij verdienden,
voor Hem aan wie de straf toeviel die ons vrede bracht.

Vader, zend de Geest van Leven,
de Geest van macht en vruchtbaarheid,
spreek met zijn adem uw Woord over deze gaven.
Maak ze tot het levend Lichaam en het Levensbloed
van Jezus, onze Broeder.
Geef ons, die eten en drinken in uw aanwezigheid,
leven en macht
en vruchtbaarheid naar ziel en lichaam.
Geef ons ware broederschap met uw Zoon.

In de nacht van zijn lijden
sprak Hij dank voor het brood
dat Hij in zijn handen hield.
Dit brood deelde Hij met zijn vrienden
met de woorden:
Neem en eet dit, gij allen:
dit is mijn lichaam
dat voor u zal worden overgeleverd.

Toen deelde Hij drank met hen en zei:
Neem en drink dit, gij allen:
het is mijn bloed,
het bloed van het broederpact
dat vandaag begint en eeuwig duurt.
Dit bloed zal worden vergoten
voor u en voor alle mensen
tot vergeving van de zonden.
Doe dit en denk aan Mij.

Verkondigen wij het mysterie van ons geloof:

Heer, Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert
dat Gij verrezen zijt.

Heer, Gij zijt Verrijzenis en Leven.
Gij, Kruisdood zijt hier!
Gij, Verrijzenis zijt hier!
Gij, Hemelvaart zijt Hier!
Gij, Geest van Levensmedicijn zijt hier!

Vader, schenk ons leven door Maria,
grote Moeder van alle mensen.
Maak ons tot verwanten en broeders van al haar zonen,
van alle voorouders en vaderen van uw volk,
van onze paus Franciscus,
en van onze bisschop,
van de levenden en van de levende doden,
van de ongeboren kinderen,
in Jezus,
die gezalfd is met de Levensmedicijn.

En gij, ons gebed,
Gebed uit een ver verleden,
gij, aloud Woord, gesproken door de Vader,
gij, wiens adem de Geest is,
Gebed van voorouders,
gij wordt nu gesproken! Amen, Amen, Amen.

Onze Vader

Wij, naar verhouding rijk,
zijn armzalige mensen als wij niet begrijpen
dat al wat de aarde te bieden heeft, ons door God werd geschonken
om het rechtvaardig te verdelen onder al zijn mensen­kinderen.
Bidden wij tot die liefdevolle Vader:
Onze Vader,…

Vader van alle mensen,
Gij neemt geen vrede met deze wereld
zolang nood en overvloed naast elkaar bestaan.
Gij wilt dat het anders wordt,
beter, rechtvaardiger, eerlijker.
Als wij ons allen daarvoor inzetten,
zullen we vol verwachting mogen uitzien
naar de wederkomst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk,…

Vredeswens

Heer God,
laat uw vrede opborrelen in ons hart
als een bron van levend water.
Zo kunnen wij elkaar opfrissen
en omvormen
tot één grote liefdesgemeenschap.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En laten wij dan aan elkaar ook laten zien
dat wij bron van levend water willen zijn.

Lam Gods

Communie

Zoals dit brood één is,
zo moge Gods mensheid één worden
in erkenning van alle mensenrechten,
in verwerping van alle geweld,
in gerechtigheid die het hart is van elke vrede.

Zoals dit brood gebroken wordt
en toch  brood blijft,
zo moge wij elkaar ontmoeten
in dankbaarheid om alle verscheidenheid.
Zie het Lam Gods dat álle mensen wil dragen…
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Wij kunnen er niet aan voorbijgaan.

Zolang we met velen, elk jaar,
werken aan
armoede uitsluiten,
zolang heeft onze wereld reden van bestaan.

Zolang wij met velen werken en bidden
voor huizen en plekken
waar alle mensen geborgen kunnen zijn,
zolang heeft onze wereld reden van bestaan.

Zolang wij door onze inzet
armen laten ervaren
dat God ook van hen houdt,
zolang heeft onze wereld reden van bestaan.

En zolang wij ons groeperen,
actie voeren
en hameren op een beter armoedebeleid,
zolang heeft onze wereld reden van bestaan.

Bezinning 2

Het gesprek bij de bron

In een onooglijk gebied,
– ergens tussen Galilea en Jeruzalem,
met de dood voor ogen –
ontspint zich een gesprek
tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw.
Eerst ging het over alledaags water,
later over de bron van leven.
Het gewone levensnoodzakelijke
krijgt door de woorden van Jezus
een uiterst diepe betekenis.
Hijzelf wordt tot de bron
waaruit mensen kunnen putten.
Meer nog: Jezus boort in mensen
nieuwe levengevende bronnen aan.

Het gesprek van Jezus en de Samaritaanse
kan in ons de vraag doen opborrelen:
welke is onze bron, waaruit leven wij?
Wat is in ons leven echt belangrijk
en wat geeft er richting aan?
Zittend bij de bron
mogen we in gesprek gaan met onszelf.
We mogen de woorden van Jezus
door ons heen laten gaan
als levend en verfrissend water.
Het geeft nieuw zicht op ons leven,
richting en toekomst voor elk van ons.
Wim Holterman osfs

Bezinning 3

Bij de bron

Jezus zet zich neer bij de bron van Jacob.
Hij komt thuis bij zijn diepste wortels.
Daarom gaat het gesprek met de vrouw
ook niet zomaar over water.
Jezus zelf wordt een nieuwe bron.
Hij wordt water dat alle dorst verdrijft.
Mensen die zich aan die bron laven,
die krijgen leven voorgoed.
Meer nog: zij worden zelf bron van leven.
Ze geven door van wat er ten diepste
in hen is aangeboord en tot leven gekomen.

Bij de Bron van levend water, die Jezus is,
mogen we ons steeds weer neerzetten.
We mogen er tot rust komen,
bij onszelf thuis zijn en vrede vinden.
We mogen zien welke onze eigen bronnen zijn,
van waaruit wij leven en werken.
Als we rusten aan onze eigen bron
dan staan we in verbinding met de bron van Jezus.
Dat kan richting geven aan ons leven.
Het kan een stimulans zijn
om nieuwe wegen te zoeken,
wegen van verbondenheid met God en elkaar.
Wim Holterman osfs

Slotgebed 1

Weet je het nog, vorige week? – vraagt God.
Hoe Ik je uitnodigde met Mij de berg op te gaan
en te ervaren dat Ik je ‘nieuw leven’ geef?
Datzelfde kan elke dag gebeuren.
Ook jij kan ‘levend water’ zijn voor de mensen om je heen,
net zoals Jezus dat was voor de Samaritaanse.
Misschien heb je het gemerkt in de voorbije weken:
dat mensen die jou ontmoeten ‘nieuw leven’ vonden,
of omgekeerd: dat jij ‘nieuw leven’ vond bij anderen.
Misschien ook niet.
Je hebt nog enkele weken de tijd om ‘nieuw’ te worden,
op je paasbest.
Erwin Roosen

Slotgebed 2

Heer, maak het stil in ons,
zoals bij de bron,
zodat ik verwonderd kan staan over de kracht van het leven
dat in U zijn oorsprong vindt.
Maak het stil in ons
en laat mij vrienden ontmoeten
die mij, in uw naam,
‘levend water’ aanreiken,
opdat ikzelf een kleine waterdrager zou worden
in onze grote, dorre wereld. Amen.

Slotgebed 3

God,
Gij hebt uw Zoon Jezus naar de wereld gestuurd
om Levend Water te zijn voor alle mensen.
Hij zorgde ervoor
dat de vrouw bij de put tot nieuw leven kwam.
Doe zo ook met ons, God.
Laat ons uw Woorden verstaan,
zodat ons leven
dat soms een dorre woestijn lijkt,
tot een bron van leven wordt.
Een bron waaruit iedereen putten kan.
Dat vragen wij U voor vandaag en alle dagen van ons leven. Amen.

Zending en zegen

Laten wij van hier weggaan in het spoor van de Barmhartige.
Laten wij elke dag opnieuw
écht delen met elkaar,
niet van onze overschot,
maar van al wat de aarde voortbrengt.
Die zin voor rechtvaardigheid wil God van harte zegenen:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Kategorie(n): Zondagsvieringen

Comments are closed.