3e zondag van de advent C 2006

Zondagsvieringen Werkgroep liturgie Schilde

Derde zondag van de advent jaar C (17 12 2006)

0ntsteken Adventskaars

Hier mogen we even op adem komen,
en elkaar eraan herinneren
dat wij samen op weg zijn, op weg naar het Kind.
Als teken dat zijn geboorte nakend is
en dat wij daar verlangend naar uitzien
steken wij de derde kaars van onze adventskrans aan.
         Priester gaat kaars aansteken.

Begroeting 1

Verheug U, want de Heer is ons nabij!
Hij nodigt ons uit in zijn huis,
aan zijn tafel, in de naam van
+ de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Begroeting 2

Van harte welkom.
Ik vind het fijn u allen weer te ontmoeten rond de tafel van de Heer.
Moge Hij dit samenzijn zegenen:
+ in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

In die tijd stelden de mensen Johannes de vraag:
“Wat moeten we doen?”
Johannes gaf heel concrete antwoorden,
inspelend op ieders persoonlijke situatie.
Niet iedereen zal gelukkig geweest zijn met wat hij of zij te horen kreeg.
En toch, aldus Johannes,
is dat de enige manier om klaar te staan
als, na mij, diegene komt,
die groter en sterker is dan ik.

Die sterkere, waarover Johannes het heeft,
hoopt weldra te mogen geboren worden onder ons.
Maken we ons hart klaar om Hem te ontvangen.

Openingswoord 2

Op de derde zondag van de advent
lopen wij elk jaar opnieuw
aan tegen de figuur van Johannes de Doper.
Op weg naar Kerstmis
nodigt hij ons uit tot een radicale voorbereiding
op de komst van het nabije Godsrijk.

Dat Godsrijk is niet iets
dat zomaar uit de hemel komt vallen, neen,
de realisatie ervan hangt mee af van onze inzet.
Daartoe roept Johannes ons op.
Ingaan op die uitnodiging veronderstelt bekering,
vraagt bezinning op onze manier van leven
wanneer wij onszelf ‘gelovigen’ durven noemen.

Vandaar dat het goed is dat wij deze samenkomst beginnen
met een moment van stilte en inkeer.

Vergevingsmoment

Wij dromen van een wereld vol liefde en geluk voor iedereen.
Maar wij schieten vaak tekort om daaraan gestalte te geven.
Daarom vragen wij U en elkaar om begrip en vergeving.

Heer, wij willen een wereld opbouwen van liefde,
maar wij klampen ons vast aan onze zelfgenoegzaamheid.
Daarom bidden wij om vergeving:
Heer, ontferm U over ons.

Christus, wij beroepen ons op de naastenliefde
als wij ons tekort gedaan voelen,
maar zelf zijn wij zo weinig bereid
ons voor elkaar in te zetten.
Daarom bidden wij om vergeving:
Christus, ontferm U over ons.

Heer, uw liefde roept ons op
om een hart te hebben voor iedereen
maar vaak sluiten wij ons op
in ons eigen, al te kleine wereldje.
Daarom bidden wij om vergeving:
Heer, ontferm U over ons.

Moge de Vader, bron van alle liefde,
zich in zijn barmhartigheid over ons ontfermen,
onze zonden vergeven
en ons in liefdevolle verbondenheid
geleiden tot het eeuwig leven.

Amen.

Openingsgebed 1

Gij God, die voor ons Vader, Moeder, Kind wil zijn,
wij willen hier uitspreken dat wij bereid zijn
de levenswarmte van Jezus’ menslievendheid uit te dragen.
Zijn Geest willen we tot de onze maken.
En daarom durven wij tot U zeggen:
ja, wij willen samen Kerk zijn zoals Gij die droomt.
Ja, wij willen luisterend oor zijn
voor de vragen en bekommernissen van wie ons levenspad kruisen;
een zorgzaam oog hebben voor zwakken, zieken, eenzamen,
voor wie arm zijn, of op de vlucht, hoe dan ook.
Ja, wij willen samen een hartelijke kerk vormen
waar iedereen zich mag thuis voelen
en waarvan Gij de hartslag zijt.
Moge uw Geest de stuwkracht zijn van onze zending. Amen.

Openingsgebed 2

Heer, heel uw schepping is uitdrukking
van uw bekommernis om de mens.
Doe ons, in al wat wij geven en wat ons gegeven wordt,
uw gaven zien.
Heb geduld met onze aarzelingen en onze vergissingen.
Breek niet wat in ons is geknakt;
doof niet wat in ons nog smeult,
maar kom ons tegemoet en help ons,
door Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.


Lezingen [Fil. 4,4-7; Lc. 3,10-18]
Luisteren wij dan nu naar God die ons toespreekt in de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Sef. 3,14-18a)

Uit de profeet Sefanja.

14
Jubel, dochter van Sion!
Juich, Israël.
Verheug u en wees blij met heel uw hart,
dochter van Jeruzalem!
15 De Heer heeft uw vonnis tenietgedaan,
Hij heeft uw vijanden weggejaagd.
De koning van Israël, de Heer, Hij is binnen uw muren:
u hebt geen kwaad meer te vrezen.
16 Op die dag zal men tegen Jeruzalem zeggen:
`Wees niet bang, Sion;
laat uw handen niet verslappen.
17 De Heer uw God is binnen uw muren,
een reddende held.
Hij zal zich verheugen in vreugde om u
en zijn liefde stilzwijgend laten blijken.
Hij juicht uit vreugde over u.’
KBS Willibrord 1995.

Tweede lezing (Fil. 4,4-7)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Filippi.

Broeders en zusters,
4 Verheug u altijd in de Heer.
Nog eens: verheug u!
5 Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn.
De Heer is nabij.
6 Wees niet bezorgd,
maar laat al uw wensen bij God bekend worden
door te bidden en te smeken
en door een dankgebed te zeggen.
7 En de vrede van God,
die alle begrip te boven gaat,
zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.
KBS Willibrord 1995.

Evangelie (Lc. 3, 10-18)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas.
10       Eens vroegen de mensen aan Johannes de Doper:
`Wat moeten wij dan doen?’
Hij gaf hun ten antwoord:
`Wie twee stel kleren heeft,
moet delen met iemand die niets heeft,
en wie te eten heeft,
moet hetzelfde doen.’
12       Ook tollenaars kwamen zich laten dopen en zeiden:
`Meester, wat moeten wij doen?’
13       Tegen
hen zei hij:
`Vorder niet meer dan u is voorgeschreven.’
Ook soldaten stelden hem de vraag:
`En wij, wat moeten wij doen?’
Tegen hen zei hij:
`Pers niemand geld af, ook niet onder valse voorwendsels,
maar wees tevreden met uw soldij.’
15       Het volk leefde in gespannen verwachting,
en allen vroegen zich af of Johannes niet de messias was,
maar Johannes gaf hun allen ten antwoord:
`Ik doop u met water.
Maar er komt iemand die krachtiger is dan ik;
ik ben te min om de riem van zijn sandalen los te maken.
Hij zal u dopen in heilige Geest en vuur.
De wan heeft Hij in zijn hand
om zijn dorsvloer op te ruimen;
het graan verzamelt Hij in zijn schuur,
maar het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur.’
Zo en op vele andere manieren
verkondigde hij met klem aan het volk
de goede boodschap.
KBS Willibrord 1995.

Geloofsbelijdenis

Spreken wij ons geloof uit in God, die ons oproept
om in woord en daad van zijn boodschap te getuigen.

Ik geloof in Hem die wij noemen: Ik zal er zijn voor u.

Hij is de kern, de bron van al wat bestaat.
Op Hem wil ik mij richten
en zijn voorbeeld maken
tot de leidraad van mijn leven.

Ik geloof in Jezus.

In Hem heeft onze God een menselijk gelaat gekregen.
In Hem is de belofte van de Vader werkelijkheid geworden.
Ik geloof dat Hij niet vergeefs heeft geleefd
en niet vergeefs is gestorven,
maar dat Hij elke dag opnieuw verrijst
in mensen die zijn liefde belichamen.

Ik geloof in zijn Geest,

die ook vandaag mensen bezielt,
die hen aanzet om zijn manier van leven
tot de hunne te maken,
om de weg te gaan van breken en delen,
van goedheid en verbondenheid,
van recht en vrede,
altijd weer ten bate van iedereen. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst onze persoonlij­ke gebedsintenties op het altaar van de Heer om ze samen met uw gaven en deze gaven aan de Heer op te dragen.

Bidden we  voor hen die niet meegeteld worden,
die niemand zijn, op wie niemand zit te wachten,
dat zij hun geloof in de mens niet verliezen als zij telkens weer worden afgewezen. Moge Gods belofte van trouw gestalte krijgen in mensen met open armen,
in mensen die licht brengen in andermans duister­nis.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor de kerken,
dat zij Gods boodschap van liefde en gastvrijheid zó verkon­digen
dat zij blij in de oren klinkt van armen, daklozen en vluchtelingen;
dat zij díe mensen zoeken en in de armen sluiten,
die door niemand worden gezocht;
dat zij vindplaatsen worden van Gods komend Rijk.
Laten wij bidden…

– Bidden wij ook voor onszelf,
dat wij de moed opbrengen om tot in de verste uithoeken van onze ziel te kijken. Vragen wij aan het komende kerstkind
dat het ons hart openbreekt en ons inspireert
om mee te bouwen aan meer warmte en rechtvaardigheid in deze wereld.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

Omdat wij geloven in de kracht van Jezus Messias, uw Zoon, die de Sterkere is,
daarom bidden wij tot U, Heer onze God:

– Geef ons de heilige Geest,
dat wij ons kerkelijk samenkomen
niet zouden zien als een vervanging
van onze verantwoordelijkheid in deze wereld,
maar dat ons samenzijn juist ten goede zou komen
aan het heiligste in uw schepping:
elke mens-naar-uw-beeld.
Laten wij bidden…

– Geef ons de daadkrachtige Geest:
om ons meer dan dubbel bezit
daadwerkelijk te laten renderen
van wie te kort komen;
om meer vertrouwen in úw sterkte
dan in de kracht van het geld,
van de macht of van het geweld;
om liever eerlijk te zijn dan slim,
liever eenvoudig dan ondoorzichtig,
liever naïef dan wantrouwend.
Laten wij bidden…

– Geef ons de ware Geest,
zodat wij, die ons voorbereiden op het kerstfeest,
ons niet verliezen in bijkomstigheden,
maar ons openstellen voor allen
die zich afgeschreven voelen, doelloos en leeg,
mensen naar wie niemand omziet.
Dat wij onszelf niet afsluiten voor hen
voor wie Kerstmis ongeloofwaardig is geworden en koud;
dat wij bij hen blijven met onze aandacht,
met ons oor en met ons hart.
Laten wij bidden…

Gebed over de gaven 1

Gij God, die voor ons Vader, Moeder, Kind wil zijn,
wij erkennen dat ook wij besmet zijn met de microbe van hebben en houden,
van produceren en consumeren.
Wij bidden U:
verlos ons van de waan van ieder-voor-zich.
Maak ons één in breken en delen,
ook met hen,
die zich doorgaans moeten voeden
met de kruimels die van onze tafels zijn gevallen.
Wij vragen u dit,
in naam van Hem, die zichzelf brak en uitdeelde
tot voedsel voor allen, Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven 2

Levende God,
zoals wij in deze gaven
ons leven willen delen met U,
zo, en niet anders,
willen wij omgaan met mensen,
dichtbij en verder van ons weg.
Dan zal de Blijde Boodschap gehoor vinden,
uw koninkrijk zichtbaar worden,
duurzaam tot in eeuwigheid. Amen.

Tafelgebed

God, hoe wonderlijk zijn de wegen die Gij met ons gaat.
Gij roept ons bij onze naam om medemens te zijn,
om schouder aan schouder de weg van het leven te gaan,
om te groeien naar uw beeld en gelijkenis.

Wij danken U voor allen
die ons woorden van hoop en vrede toespreken,
die ons nabij blijven in uren van angst en onzekerheid,
in uren van pijn en eenzaamheid,
die met ons meegaan
en ons doen groeien tot nieuwe levenskracht.

Wij danken U
voor al het goede en het geluk dat wij mogen ervaren,
voor wat ons mild en hoopvol stemt,
voor wat ons nieuwe perspectieven aanreikt,
voor wat onze diepste levenskrachten aanspreekt.
Daarom richten wij ons tot U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig …

Gij die telkens weer de mens bezielt,
Gij die telkens weer geroepen wordt bij wieg en graf,
bij rouwen en bij ‘ houden van ‘,

Naar U wordt uitgezien als naar een hemel die ons wacht:
Jezus Christus,
die zich als brood voor de wereld heeft geschonken.

Toen de wereld Hem niet meer aanvaardde,
zijn stem niet meer gehoord mocht worden,
zijn genezende aanwezigheid verdwijnen moest,
heeft Hij ten afscheid brood genomen,
het gebroken en gezegd:
“Dit ben ik, mijn leven, mijn droom,
u in handen gegeven,
opdat er leven mag zijn voor iedereen.”

Hij heeft de beker genomen
en doorgegeven met de woorden:
“Neem deze van mij over en drink eruit,
mijn bloed voor u vergoten, een nieuw begin.
Blijf dit doen om mij niet te vergeten.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Wij bidden,
open ons hart
voor de vragende aanwezigheid van mensen,
open onze ogen,
opdat wij het zoeken van mensen zouden zien,
open onze oren,
opdat wij het diepste verhaal van mensen zouden horen.
Geef dat wij ons zo bewust mogen worden
dat breken en delen het geheim is van samen-leven.

Zo komen wij op het spoor van Jezus,
die mensen doet opstaan uit onmacht en verlamming,
en bouwen wij mee aan een wereld
waar ruimte is voor iedereen,
waar mensen met elkaar de weg van het leven gaan.

Wij bidden voor hen
die een stuk levensweg met ons zijn meegegaan,
voor hen die op ons rekenen,
voor hen die naast ons staan
en ons bemoedigen.
Wij gedenken ook hen
van wie wij afscheid hebben genomen;
ook al zijn zij gestorven,
zij blijven tot ons spreken en ons inspireren.

Beziel ons met uw Geest,
boetseer ons tot mensen voor mensen,
evenbeelden van uw zorg om alles en allen.
Maak onze handen vrij
en leer ons brood breken, wereldwijd;
leer ons hoop schenken
aan de mensen van nu en morgen.

Geef dat het zichtbaar is dat wij uw mensen zijn,
levende wezens van tastbare liefde,
van voelbare toekomst,
van een levende God.

Door Hem en met Hem en in Hem…

Onze Vader 1

Uw naam willen wij heiligen, God;
tot uw barmhartigheid willen wij bidden met de woorden die ons door Jezus in de mond werden gelegd:

Onze Vader,…

Zeggen wij dank om Hem die mensenkind werd, nieuwe hoop voor deze wereld.
Zeggen wij dank om Hem die muren openbreekt en grenzen uitwist.
Zeggen wij dank om Hem die het eerste begin is van een nieuwe wereld,
die als eerste stappen zette op een nieuwe weg.
Als wij bereid zijn in die voetstappen te treden
zullen wij vol vertrouwen mogen uitzien naar de komst van Jezus Messias,
uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk,…

Onze Vader 2

Het ‘Onze Vader’, zoals een groep christenen uit Brazilië,
dit gebed aan hun eigen situatie hebben aangepast:

Onze Vader,
U bent niet op de eerste plaats onze rechter en onze Heer,
maar onze Vader,
want U luistert naar het roepen van uw kinderen in de verdrukking.

Die in de hemelen zijt,
waarheen wij in onze inzet de blik richten.

Uw bevrijdend optreden tegen allen
die uw naam onderdrukken, worde geheiligd.

Uw rijk kome,
uw recht kome,
om te beginnen tot de verarmden.

Uw bevrijding geschiede,
nu al als begin op aarde en later in volheid in de hemel.

Geef ons heden het dagelijks brood
dat we samen produceren en dat we samen willen eten.

Vergeef ons ons egoïsme.

Leid ons niet in de bekoring
om anderen uit te buiten en geld op te hopen.

Maar verlos ons van de wraak en de haat
tegen de boze
die ons onderdrukt en met geweld ons verdrukt. Amen.

Vredeswens

Schenk ons moed en vertrouwen, Heer,
om elkaar de hand te reiken,
elkaar vast te houden over alle verschillen heen.
Dan zullen ook wij mogen dromen
van een land waar onrecht is uitgewist
waar tweedracht verleden tijd is,
waar vluchtelingen zich thuis mogen voelen,
tochtgenoten naar uw Rijk van vrede.
Op weg naar dat Land zij
de vrede van de Heer altijd met u.
En wensen wij die Godsvrede toe aan elkaar.

Lam Gods

Communie

God geeft zichzelf tot voedsel
om de steppen en woestijnen van ons leven
te laten openbloeien tot vlakten vol voedzame weiden voor velen.
Kom, en schuif aan aan zijn tafel
en eet van het levende brood dat Hij ons aanbiedt.
Zie het Lam Gods…
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Die ene kaars
op koperen kandelaar
is warmer
en heeft meer gevoel
dan duizend neonlichten
in de stad.

Een kaarsvlam
in een stille kerk
staat in de plaats
van wat in elk gebed
onzegbaar blijft:
het speels verlangen
naar mysterie
en het voortdurend reiken
naar wat niet bereikbaar is.

De binnenste warmte
van de vlam
is dat beetje goede wil
dat onder ’t rukken
van de wind
zich plooit en pluimt
maar standhoudt
en toch vaardig blijft.

En als het avond wordt
en eenzaamheid
de ruimte van ons leven vult
dan zal die ene kaars
op koperen kandelaar
een lichtpunt
in het donker zijn
en heel ons leven
met deemstering omhullen
als met een mantel
die beschermt, beschut
en toch bereikbaar brengt
wat nooit bereikbaar bleek.
Manu Verhulst

Bezinning 2

Er was een tijd
dat de mensen in de korte dagen
bij het schemerlicht
en bij het halfopen deksel van de kachel
niets anders deden
dan verlangen:
een oeroud verlangen naar de lente
en het lengen van de dagen.

Nu scheppen wij iets van dezelfde sfeer
met schemerlicht en gekleurde kaarsen.
Maar ons verlangen is zoveel meer,
reikt zoveel verder
dan de lente en het lengen van de dagen.

Wij verlangen
in de duistere berichten van de laatste dagen
naar een land en naar een leven
zonder angst en zonder leugen.
Laat morgen al het duister opgehelderd zijn,
de diepste oorzaken ervan bekend,
de juiste besluiten gevallen
en oordelen geveld,
zodat ons land gezond herademt.

Er zit in elke duisternis een eigen dynamiek.
Onweerstaanbaar groeit de morgen uit de nacht,
de lente uit de winter.
Zo heeft God zijn schepping uitgedacht.

Diezelfde rusteloze dynamiek
zit in de verdwazing van de mensen.
Onweerstaanbaar groeien bij elke ongerechtigheid
een onbehagen en een weerstand
en die rebelse wil
om eindelijk en voorgoed gerechtigheid te maken.

Wij bidden om advent,
om Licht dat groter is dan het licht van mensen
en om liefde uit den hoge,
mooier dan de lente.
Manu Verhulst


Slotgebed 1

Gij God, die voor mensen Vader, Moeder, Kind wil zijn,
onze wereld wacht op uw woord;
ons vaak harteloos bestaan snakt om uw zegen;
mensen, ontdaan en ontluisterd,
zien uit naar uw bevrijding.
Maak ons, door de geboorte van uw Zoon,
tot nieuwe mensen,
tot doeners van het goede nieuws dat Gij waakt over uw volk,
altijd en tot in eeuwigheid. Amen.

Slotgebed 2

Rechtvaardige God,
Gij verwacht van ons
dat wij uw woord naar eer en geweten onderhouden.
Wij bidden U:
breng ons meer en meer tot de waarachtige eredienst
zoals Gij die bedoeld hebt:
dat wij delen met wie niets heeft,
dat wij niet méér vragen dan voor ons is vastgesteld,
dat wij ons eigenbezit niet vergroten
ten koste van anderen of van de gemeenschap.
Zo mogen wij, door elkaar recht te doen,
gaan delen in uw gerechtigheid.
Dat vragen wij U
door Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Zegen

Op onze tocht als boodschappers van daadwerkelijke vrede en gerechtigheid
wil God ons begeleiden met zijn zegen:
+ in de naam van de Vader…

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.