3e zondag van de advent A 2010

ZONDAGSVIERINGEN
derde zondag advent A (12/12/2010)

Begroeting

Hij die komt, nodigt ons uit rond zijn tafel
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.


Ontsteken van de derde adventskaars 1

Op weg naar Kerstmis willen we uitkijken
naar kleine tekenen van hoop,
die ons vertellen dat het Rijk van God
– ondanks alles – zich onder ons doorzet.
Met onze derde adventskaars willen we aangeven
dat wij bereid zijn
om het licht van Kerstmis te ontvangen en uit te dragen.
kaars aansteken

Ontsteken van de derde adventskaars 2

Heer,
in de wereld van vandaag roept Gij ons op
om getuige te zijn van het Licht.
De derde kaars die wij aansteken
is de kaars van onze solidariteit en betrokkenheid.
Vervul ons met aandacht voor de minste medemens
en help ons te geloven dat, waar mensen elkaar dragen,
Gij midden onder ons aanwezig zijt.
kaars aansteken

Openingswoord 1

Wie is Hij, die wij met Kerstmis verwachten?
Wie is die Heer die komen zal?
Of om het met de woorden van Johannes de Doper te zeggen:
‘Zijt Gij de komende
of moeten wij een ander verwachten?’
Op die vraag antwoordt Jezus:
“Hoor, kijk en trek uw conclusies!
Aan de armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd!”

Behoren wij tot die armen aan wie de Blijde Boodschap besteed is?
Of  laten wij, feestvierend, de echte Boodschap van Kerstmis langs ons heen gaan?
Als we meer bezig zijn met kerstfeest dan met Kerstmis
doen we er goed aan God om vergeving te bidden.

Openingswoord 2

Op deze derde zondag van de advent
worden we in onze verwachting geruggensteund
door het kleurrijke visioen van Jesaja.
Hij schildert de tekenen van de nieuwe tijd,
waarin het onmogelijke mogelijk wordt.
De nieuwe tijd die in Jezus is begonnen
en die door ons moet worden verder gezet.
Een realistische droom waarmaken,
daartoe zijn we immers onderweg.

Maar soms vraagt dat meer tijd en meer engagement
dan we bereid zijn te geven.
Omdat we zo vaak vinden
dat de anderen maar aan Gods droom moeten werken,
bidden wij om vergeving.


Openingswoord 3

Advent moet een tijd zijn die onrustig maakt,
een tijd van uitzien naar de geboorte van de Heer,
een tijd van omzien naar de arme,
een tijd van geloven dat de liefde het ooit zal winnen van de haat,
dat ooit het recht zal zegevieren.

Advent moet een tijd zijn van profeten
die uitzien naar de geboorte van de Messias,
naar de komst van Hem die omziet naar de verdrukte
en opkomt voor het recht van de zwakke.

Advent moet een tijd zijn waarin wij, net als de profeten,
schreeuwen dat het niet langer kan
dat van kleinen wordt geprofiteerd,
een tijd waarin wij, waakzaam en vol vertrouwen,
uitzien naar de komst van de Koning van vrede,
een tijd waarin wij geloven dat Hij komen zal,
de Messias die door God beloofd werd.

Vergevingsmoment 1

– Voor al die keren dat wij onze deur gesloten hielden,
geen aandacht hadden,
niet in beweging te krijgen waren,
vragen wij om ontferming:
Heer, ontferm U over ons.

– Voor al die keren dat onze woorden onherbergzaam waren,
hard, vol verdoken minachting en vooroordelen,
vragen wij om ontferming:
Christus, ontferm U over ons.

– Voor al die keren dat zieken en armen uit onze omgeving
zich hebben gestoten aan onze muren van onbegrip en wantrouwen,
vragen wij om ontferming:
Heer, ontferm U over ons.

Vergevingsmoment 2

Keren wij ons tot Hem die God-met-ons wil zijn voor elk van ons.

– Wat moeten wij doen?
Een gemeenschap zijn die geloofwaardig is,
die verontwaardigd durft te zijn over de armoede,
die durft te kiezen voor verandering en solidariteit…
Als wij dat niet zijn,
Heer, ontferm U over ons.

– Wat moeten wij doen?
Beseffen dat het niet gaat om wat we zouden kunnen doen,
maar om de noodzaak van eensgezind en daadwerkelijk
een bondgenootschap te vormen
tegen systemen van onrecht en onmenselijkheid…
Als wij dat niet beseffen,
Christus, ontferm U over ons.

– Wat moeten wij doen?
Delen met wie niets heeft,
stem geven aan wie niet gehoord wordt,
mee tekenen aan de toekomst van elk kind.
Als wij dat niet doen,
Heer, ontferm U over ons.

God-met-ons, geef dat wij naar het voorbeeld van Jezus
niemand uitsluiten, nergens en nooit,
door Christus onze Heer. Amen.

Openingsgebed 1

Heer, onze God,
wij bidden U,
leer ons het onderscheid
tussen bijkomstigheden
en datgene waarover het met Kerstmis echt gaat.
Help ons en help onze Kerken om
– zoals Johannes de Doper –
te getuigen van Jezus, uw Zoon,
de Komende,
die te midden van mensen
wil geboren worden
en met ons wil zijn en blijven
alle dagen tot in eeuwigheid. Amen.

Openingsgebed 2

Heer,
bereidwillig hebt Gij U aangepast aan ons mens-zijn
en ons daarom uw Zoon geschonken.
Vervul ons met vertrouwen en geduld
om steeds naar U te verwijzen
in alles wat wij zeggen en doen.
Schenk ons uw Geest,
zodat wij voor elke medemens
een bron worden van hoop,
van liefde en grootmoedigheid. Amen.

Openingsgebed  3

Goede Vader, wij willen uw kinderen zijn
en wonen in uw huis van vrede en geluk.
Samen met U willen wij dromen van een wereld
waarin alle mensen menswaardig en gelukkig kunnen leven.
Daag ons uit en wijs ons de weg,
om te doen wat goed is
om van deze wereld een stukje paradijs te maken.
Help ons om iedere dag meer in de voetstappen te treden van Jezus,
uw Zoon en onze Heer. Amen.
naar Pastonet

Lezingen

En luisteren we nu naar de lezingen uit de Schrift.
We horen een hoopvolle Jesaja en een weifelende Johannes de Doper.

Eerste lezing (Jesaja 35,1-6a.10)
Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt de Heer:
1        Laat de woestijn en het dorre land zich verheugen,
de wildernis jubelen en bloeien,
2        weelderig bloeien als de krokus;
laat haar uitbundig juichen en jubelen.
Zij wordt getooid met de glorie van de Libanon,
de luister van Karmel en Saron.
Dan zal men de glorie van de Heer zien,
de luister van onze God.
3        Geef de zwakke handen weer kracht,
maak de bevende knieën sterk.
4        Zeg tegen iedereen die radeloos is:
`Houd moed, wees niet bang, hier is uw God,
Hij brengt de wraak mee, de goddelijke vergelding,
Hij komt u redden.’
5        Dan worden de ogen van de blinden geopend
en de oren van de doven geopend.
6a       Dan danst de kreupele als een hert
en juicht de tong van de stomme.
10
      De verlosten van de Heer keren terug;
met gejubel zullen zij Sion binnenkomen,
hun hoofd met eeuwige vreugde gekroond.
Blijdschap en vreugde zullen hun tegemoetkomen,
droefheid en gezucht zullen wegvluchten.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing
(Jacobus5,7-10)
Uit de brief van de apostel Jacobus

Broeders en zusters,

7        Heb geduld tot de komst van de Heer.
De boer die uitziet naar de kostelijke vrucht van zijn land,
kan alleen maar geduldig wachten,
totdat in de herfst en het voorjaar de regen valt.
8        U moet ook geduldig zijn, en moedig,
want de komst van de Heer is dichtbij.
9        Broeders en zusters, klaag elkaar niet aan;
anders valt u zelf onder het oordeel.
Denk eraan: de rechter staat al voor de deur.
10       Broeders en zusters,
neem een voorbeeld aan de lijdzaamheid
en het geduld van de profeten,
die gesproken hebben in de naam van de Heer.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Matteüs 11,2-11)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jesus Christus volgens Matteüs

2        Toen Johannes in de gevangenis hoorde
over de daden van de Messias,
liet hij Hem bij monde van zijn leerlingen vragen:
3        `Bent U het die komen zou,
of hebben we een ander te verwachten?’
4        Jezus gaf hun ten antwoord:
`Ga Johannes vertellen wat u hoort en ziet:
5        Blinden zien weer en kreupelen lopen,
melaatsen worden rein en doven horen,
doden staan op
en aan armen wordt de goede boodschap verkondigd.
6        Gelukkig degene die geen aanstoot aan Mij neemt.’
7        Toen ze vertrokken,
begon Jezus tegen de mensen over Johannes te spreken:
`Waarom bent u naar de woestijn gegaan?
Om naar riet te kijken dat beweegt met de wind?
8        Waarom ging u dan?
Om iemand in verfijnde kleren te zien?
Mensen die verfijnde kleren dragen,
vind je in de paleizen van de koningen.
9        Maar waarom ging u dan?
Om een profeet te zien?
Ja, zeg Ik u, zelfs meer dan een profeet.
10       Hij is het over wie geschreven staat:
Zie, Ik zend mijn bode voor U uit,
om voor U de weg te banen.
11       Ik verzeker u, onder hen die uit vrouwen geboren zijn,
is er niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper.
Maar de kleinste in het koninkrijk der hemelen is groter dan hij.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Mag ik u uitnodigen
getuigenis af te leggen van uw geloof in Jezus, onze Messias.

Ik geloof in God die de wereld heeft bestemd
voor het geluk van de mensen.
Hij nodigt ons uit om deel te hebben aan zijn liefde.

Ik geloof in Jezus Christus,
die aan de liefde van God
gestalte heeft gegeven.

Hij heeft zich ingezet om mensen te bevrijden.
Hij is hierin zo ver gegaan dat
Hij er zijn leven voor heeft gegeven.

Ik geloof dat zijn Geest nog steeds
mensen blijft bezielen
en oproepen om de weg van de liefde te gaan.

Ik geloof in mensen die in zijn voetsporen treden
en die hun daden richten naar wat Hij heeft voorgeleefd.
Zij zijn het zout der aarde.
Zij zijn het licht der wereld.

Tot die gemeenschap van mensen wil ik behoren
want ik wil meebouwen aan Gods eigen droom:
‘Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
waar het goed is om te leven voor allen’. Amen.

Voorbeden 1

Wenden wij ons vol vertrouwen tot de Heer
en leggen wij Hem alles voor wat ons hart beroert.
Bieden wij Hem, samen met dit brood en deze wijn,
onze gaven, onze vragen en onze beden aan.

– Te gemakkelijk wordt er in onze samenleving veralgemeend
en gegoocheld met grote woorden
– denk maar aan ‘oorlog tegen het terrorisme’-
waarbij, ongenuanceerd, hele bevolkingsgroepen tot zondebok worden gemaakt
en elementaire vrijheden van de mens worden ingeperkt.
Heer, geef dat we de gave des onderscheids niet verleren,
en dat we onze stem blijven verheffen
tegen alle vormen van ongeoorloofde verdachtmaking.
Laten wij bidden…

– Kansarmen, werklozen, vreemdelingen
worden overladen met negatieve vooroordelen
en op die manier sociaal geïsoleerd.
Heer, leer ons, in uw spoor,
deze mensen te benaderen op een positieve manier,
zodat ze meer kansen krijgen
om zich te ontplooien en zich in ons midden te integreren.
Laten wij bidden…

– Tal van mensen zetten zich spontaan en belangeloos in
in buurten, in het verenigingsleven, in parochies en geloofsgemeenschappen.
Hoe vaak moeten zij niet opboksen tegen vooroordelen…
Heer, maak dat wij hun inzet waarderen
en dat wij onze tong driemaal in onze mond ronddraaien
voor we hen met kritiek overladen.
Laten wij bidden…


Voorbeden 2

– Bidden wij in goed vertrouwen om Gods zegen
over de wereld van vandaag en morgen.
Dat zijn licht mag doorbreken.
Dat Gods menslievendheid gestalte mag krijgen in mensen,
mensen die op hun beurt licht worden voor hun omgeving.
Laten wij bidden…

– Bidden wij in goed vertrouwen om Gods zegen
over hen die nooit echte kansen kregen,
die, door hun verleden getekend, nooit zichzelf konden zijn.
Dat ze stem krijgen, gehoor vin­den, beluisterd worden,
zodat ze tot hun recht komen
en weer met het hoofd rechtop door het leven kunnen gaan.
Laten wij bidden…

– Bidden wij in goed vertrouwen om Gods zegen
over wie in onze samenleving gediscri­mineerd worden:
slachtoffers van seksisme, van racisme, van religieuze discriminatie.
Dat ze ruimte krijgen om zichzelf te zijn of te worden.
Laten wij bidden…

Voorbeden 3

Bidden we tot de komende Heer:

– Voor de mensen
die in hun manier van optreden
bevrijding brengen.
Laten wij bidden…

– Voor degenen
die de menselijke gebrokenheid
met mildheid tegemoet treden.
Laten wij bidden…

– Voor mannen en vrouwen in de zorgsector en de mantelzorg
die het leed van anderen helpen verlichten.
Laten wij bidden…

– Voor allen die blijven strijden
tegen tekortkomingen en gebreken.
Laten wij bidden…

– Voor onszelf
die opgeroepen worden
elkaars broosheid te verdragen.
Laten wij bidden…

God van alle mensen,
Gij zendt uw Zoon als redder voor zieken en gekwetsten.
Zijn woord klinkt opbeurend,
zijn gebaar is genezend.
Sterk ons
om met Hem
de zwakke mens te helpen en nabij te zijn.
Wij vragen het U, in Jezus’ naam. Amen.

Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:

Gebed over de gaven 1

Heer, onze God,
aanvaard in brood en beker
het teken van onze goede wil om,
naar uw voorbeeld,
ons leven te delen met mensen,
dicht om ons heen
en verder van ons weg.
Zo willen wij
aan armen de Blijde Boodschap verkondigen,
opdat uw Koninkrijk zichtbaar kan worden,
vandaag en altijd tot in eeuwigheid. Amen.


Gebed over de gaven 2

Brood.
Levensnoodzakelijk,
even nodig als warmte en tederheid,
als omarmen en bevestigen.
Wijn.
Om levensvreugde en verbondenheid te vieren,
even nodig als hoop en vertrouwen,
als aanvaard worden en toekomst krijgen.
Brood en wijn.
Tekens van Hem die gezegd heeft:
“Ik zal er zijn voor u.”

Tafelgebed

Hoe moeten wij U danken, Vader,
voor het geluk dat ons geopenbaard werd
in Jezus, uw Zoon.
Met Hem willen wij U danken
dat Gij uw boodschap verkondigd hebt
aan de kleinen en de eenvoudigen.
Met Hem willen wij U danken
dat Gij voor ons toekomst opent
en ons leven, hoop en uitzicht geeft.
Daarom loven en prijzen wij U
en noemen U:

Heilig, heilig, heilig …

Barmhartige Vader,
wij danken U voor Jezus Christus,
die één van ons geworden is.

Na zijn dood
hebben zijn leerlingen erkend
dat zijn Geest aanwezig is
overal waar liefde woont,
overal waar mensen in elkaar durven geloven,
overal waar mensen vergeving schenken
en elkaar de hand reiken.

Zij hebben begrepen dat Jezus met hen meeging
als zij met elkaar dezelfde weg gingen.
Zij hebben Hem herkend, Vader,
bij het breken van het brood
toen zij maaltijd hielden
om Jezus’ liefde onder elkaar levend te houden.

In de nacht waarin Hij werd overgeleverd
heeft Hij hun immers een teken gegeven
van zijn liefde tot het uiterste.

Aan tafel nam Hij brood in zijn handen, dankte U,
brak het en deelde het uit aan zijn vrienden
met de woorden:
“Neem en eet hiervan,
want dit is mijn lichaam,
dat voor u gebroken wordt.”

Toen nam Hij ook de beker, dankte U,
en reikte hun de beker aan met de woorden:
“Drinkt allen hiervan
want dit is de beker van het nieuwe verbond,
bezegeld met mijn bloed,
dat voor U en voor allen vergoten wordt.
Eet van dit brood, en drink uit deze beker om Mij te gedenken.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Trouw aan Jezus’ woord, Vader,
breken wij hier dit brood
en danken U voor deze beker.
Wij gedenken al wat Jezus ons heeft voorgeleefd
en maken zijn voorbeeld tot het onze.

Gedenk in uw goedheid allen die ons zijn voorgegaan.
Zij leven in onze gedachten,
maar, meer nog, zijn zij levend bij U.

Laat uw Geest rusten op deze gaven.
Dat deze heilige symbolen
ons mogen spreken van Jezus’ dood die tot leven wekt,
dat wij mogen openstaan
voor alles wat Jezus ons geleerd heeft,
dat wij vervuld mogen worden van zijn liefde.
Dan zal er vreugde zijn op aarde,
vrijheid en vrede in Jezus’ naam.

Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn,
Heer onze God, almachtige Vader,
in de eenheid van de Heilige Geest,
hier en nu, en tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Als kinderen van éénzelfde Vader
mogen wij samen bidden zoals zijn Zoon ons heeft voorgebeden:
Onze Vader….

Beweeg ons hart tot verzoening,
zet ons aan tot daden van solidariteit,
dan kunnen wij hoopvol uitzien naar de komst van Jezus Messi­as, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk en de kracht…

Vredewens

Heer, Jezus Christus,
wij zien uit naar liefde en vrede.
Laat uw boodschap van vrede
ons inspireren om te breken
in plaats van steeds maar rijkdom te vergaren.
Dan zal uw vrede komen
in ons midden en over alle mensen.
Die Godsvrede zij altijd met u.
En geven we elkaar een blijk van vrede en solidariteit.

Lam Gods

Communie 1

God geeft zichzelf tot voedsel
om de steppen en de woestijnen van ons leven
te laten open bloeien
tot vlakten vol lelies.
Kom, en schuif aan aan zijn tafel
en eet van het levende brood dat Hij ons aanbiedt.
Zie het Lam Gods….


Communie 2

Het is gemakkelijk om een stuk brood te breken en te delen.
Maar moeilijker wordt het als het om je leven gaat.
Toch is dit de vraag van Jezus,
en dat
elke dag opnieuw.
Maar het kan, omdat Hij het ons voordeed.
Dit is het Lam Gods…
naar Oppuurs

Bezinning 1

Ooit liep een toerist in de woestijn.
Hij zag een woestijnbewoner
die met zijn oor tegen de grond lag te luisteren.

‘Wat doe je?’ vroeg de toerist.
‘Zie je het niet?’ antwoordde de woestijnbewoner,
‘Ik luister naar de woestijn,
ze zou zo graag een bloeiende tuin zijn.’

Advent is luisteren naar mensen in woestijnen
en hun kreet horen om te willen leven.

Advent is Jezus laten geboren worden
in élke mens
en zo woestijnen laten bloeien.


Bezinning 2

Zie je het ook
dat mensen die verblind waren door zorgen
of door het najagen van ‘Nooit Genoeg’,
weer zien waar het echt op aankomt
en ernaar gaan leven?
Weet dan dat Gods Rijk hier aan het gebeuren is
en vertel het verder.

Zie je het ook
dat mensen die verlamd waren door een negatief zelfbeeld
of door wonden van ’t verleden,
beetje bij beetje opstaan,
zelfvertrouwen krijgen,
en op weg gaan om mee te bouwen aan gemeenschap?
Vertel het verder
dat Hij die komen zal, hier aan het gebeuren is.

Zie je het ook
dat mensen die als melaats werden uitgesloten
en nergens bij hoorden,
een medemens gevonden hebben
bij wie ze mogen thuiskomen in solidariteit?
Vertel het verder
dat Hij die heet ‘Ik zal er zijn’ hier aan het gebeuren is.

Hoor je ook
dat aan armen de Blijde Boodschap wordt aangezegd:
een woord van bemoediging,
een gebaar van vriendschap,
een roep om rechtvaardigheid,
een actie tegen uitsluiting,
een teken van breken en delen?
Vertel het verder
en doe mee met samen-leven
waar de Verrezene gebeurt in levende lijve.


Bezinning 3

Advent moet meer zijn
dan koopjesweken en drukke voorbereiding
op hét familiefeest van het jaar,
waarbij het passend is en billijk
om ook de armen niet te vergeten.
Op die manier bevestig je de armen alleen maar in hun armoede.

Advent moet een tijd worden die onrustig maakt:
het durven zien van zoveel uitsluiting
door mensen als jij en ik.
Advent moet een oproep worden
om grondig iets te veranderen bij onszelf,
in onze gemeenschap,
in de grote samenleving.

Kerstmis mag geen feestelijk eindpunt zijn
maar moet veeleer een begin worden
van een nieuwe manier van leven,
waarbij “Ik-zal-er-zijn-voor-u”
in mensen zichtbaar wordt.

Een nieuw begin
van een lange weg van ommekeer en solidariteit,
van er zijn voor anderen,
in de eerste plaats voor allen
die buitenspel worden gezet.

Zo wordt God pas echt ‘God-met-ons’.

Slotgebed 1

Goede God,
Gij verwacht van ons geen bruut geweld om de wereld beter te maken.
Gij wacht op onze goede wil en veel doorzettingsvermogen
om ons elke dag weer opnieuw in te zetten voor onze medemens.
Zend ons naar elkaar om uw droom waar te maken. Amen.

Slotgebed 2

Heer, onze God,
we dromen van een nieuwe wereld,
een wereld waar mensen andere wegen gaan,
waar de kronkelpaden van zelfzucht
en onechtheid verlaten worden,
waar mensen rechte wegen bewandelen
van menslievendheid, van lotsverbondenheid
en vertrouwen in elkaar.
Geef dat we de moed opbrengen
om eerst in eigen hart te kijken
en dat we durven ingaan
op de oproep van Johannes de Doper
om te bouwen
aan een grotere waarachtigheid in ons leven. Amen.

Zending en zegen 1

Op onze tocht als boodschappers van
daadwerkelijke vrede en gerechtigheid
wil God ons begeleiden met zijn zegen:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.


Zending en zegen 2

Moge wij hier vandaan gaan met heel wat vitaminen
om de komende week echt te delen met mekaar
en ook met hen die het met minder moeten stellen.
Moge wij daarbij hulp krijgen van onze Heer met zijn zegen:
+ de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Oppuurs

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.