3e paaszondag A 2014

04 05 2014

Begroeting

Welkom.
Wij worden uitgenodigd door de Heer van eeuwig leven
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

‘Zij herkenden Hem aan het breken van het brood’,
horen we vandaag in het evangelie.
Mensen werden getroffen
door Jezus’ warme woorden en zijn gebaar van breken en delen.
Hij deelde zijn liefde en zijn leven met wie Hij tegenkwam.
Vandaag wil Hij – zo mogen wij geloven –
ook ons nabij zijn.
In tekens van brood en woorden van leven,
wil Hij zijn vriendschap van harte met ons delen.

Openingswoord 2

Het verhaal van de Emmaüsgangers dat we vandaag in het evangelie horen
is ook ons verhaal,
het verhaal van elke mens…
Voortdurend zijn ook wij onderweg
van Jeruzalem naar Emmaüs en omgekeerd…
Soms zijn we ontgoocheld
en leeft er in ons binnenste alleen maar kilte en verdriet.
Hopelijk ontmoeten we dan mensen die naar ons verhaal willen luisteren
en die hun leven met ons willen delen.
Zij kunnen ons hart opnieuw vullen met warme vreugde.
En misschien kunnen wij dat zelf ook bij anderen doen.
Misschien kunnen wij een beetje zoals Jezus zijn
en met heel ons hart luisteren naar het levensverhaal van mensen.
We kunnen met hen gaan aanzitten aan de tafel van de vriendschap
en brood en leven delen,
zodat ze opnieuw vreugde vinden.
naar Claire Boelens

Vergevingsmoment

-Heer, Gij gaat met ons mee op onze levensweg,
maar wij herkennen U niet.
Naar uw Goede Boodschap luisteren we vaak niet.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus, Gij spreekt ons aan in de uitgestotene en de zieke.
Gij steekt uw hand naar ons uit in de arme die om brood vraagt.
Wij blijven er dikwijls onbewogen bij.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer, Gij laat U aan ons kennen
in enthousiaste christenen en sociaal bewogen mensen.
Maar wij laten ons door hen niet gemakkelijk raken.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Lofprijzing

Met God willen wij samen zijn,
in zijn dienst willen wij leven,
zijn woord willen wij spreken,
zijn wil vervullen,
zijn naam aanroepen.

Allen zullen erkennen, God,
dat Gij voor ons vrede zijt,
recht doet en vreugde brengt,
zorgt en heelt, omdat in U alle heil is.

De aarde geeft haar grondstoffen,
mensen produceren goederen,
maar uw zegen, God,
begeleidt onze handen.

Allen moeten het horen, God,
en beseffen dat Gij zorg draagt voor de mens. Amen.

Ope­ningsgebed 1

Open ons hart God,
voor woorden van warmte ooit gesproken door Hem
die uw Licht voor de wereld was.
Laat Jezus’ Woorden in ons midden tot leven komen
opdat wij, erdoor geraakt, voor elkaar gaan voelen
wat Hij voor mensen voelde,
opdat wij met vreugde zouden navolgen
wat Hij ons hartverwarmend heeft voorgeleefd. Amen.

Openingsgebed 2

Wij zoeken U, God,
zoals iemand naar woorden zoekt
voor wat onzegbaar is.
Als wij het diepste uitspreken
dat ons ter harte gaat,
noemen wij dan niet uw naam?
Als wij zwijgen
omdat we geen woorden vinden,
komt Gij dan niet in ons aan het woord?
God,
die ons zo vreemd zijt
en toch zo vertrouwd,
dichter bij ons dan wij bij onszelf zijn,
maak ons aandachtig voor uw aanwezigheid.
Dat vragen wij U voor vandaag en alle dagen. Amen.
naar Thomasvieringen

Lezingen

Luisteren we nu naar het Woord uit de Schrift.

Eerste lezing (Hand., 2, 14. 22-28)

Uit de Handelingen van de Apostelen

14         Op de dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren,
verhief zijn stem en sprak hen als volgt toe:
`Joden, inwoners van Jeruzalem, dit moet u allen weten,
luister aandachtig naar mijn woorden!
22         Jezus de Nazoreeër is u van Godswege aangewezen
door machtige daden, wonderen en tekenen,
die God door Hem in uw midden heeft verricht, zoals u zelf weet.
23         Volgens Gods vastgestelde plan en met zijn voorkennis
is Hij uitgeleverd en hebt u Hem door de hand van wetteloze mensen
aan het kruis geslagen en omgebracht.
24         Maar God heeft Hem laten opstaan
door een eind te maken aan de weeën van de dood,
want het was onmogelijk dat Hij door de dood werd vastgehouden.
25         David zegt immers over Hem:
Steeds hield ik mij de Heer voor ogen,
want Hij staat mij terzijde opdat ik niet zou wankelen.
26         Daarom verheugde zich mijn hart en jubelde mijn tong,
ja, ook mijn lichaam zal op die verwachting een huis bouwen,
27         want U zult mijn leven niet overlaten aan het dodenrijk
en U zult uw heilige geen bederf laten zien.
28         U hebt mij wegen ten leven gewezen
en U zult mij overstelpen met vreugde in uw nabijheid.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (1 Petr., 1, 17-21)

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,
17
         Degene die u als Vader aanroept,
is ook de onpartijdige rechter over al onze daden;
heb daarom ontzag voor Hem,
zolang u hier in ballingschap leeft.
18         U weet dat u niet door vergankelijke dingen, zoals goud en zilver,
bent verlost uit het zinloze bestaan
dat u van uw vaderen hebt geërfd.
19         U bent verlost door het kostbaar bloed van Christus,
het lam zonder vlek of gebrek,
20         dat uitverkoren was vóór de grondlegging van de wereld,
maar pas op het einde van de tijden is verschenen,
omwille van u.
21         Door Hem gelooft u in God,
die Hem uit de doden heeft opgewekt
en Hem de heerlijkheid gegeven heeft;
daarom is uw geloof in God tevens hoop op God.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lc., 24, 13-35)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

13
        Twee van de leerlingen waren op weg naar het dorp Emmaüs,
dat zestig stadiën van Jeruzalem ligt.
14            Ze spraken met elkaar over alles wat voorgevallen was.
15         Terwijl ze met elkaar in discussie waren,
voegde Jezus zelf zich bij hen en liep met hen mee.
16         Maar hun ogen waren niet bij machte Hem te herkennen.
17 Hij sprak tot hen:
`Waarover lopen jullie zo druk met elkaar te praten?’
Met sombere gezichten bleven ze staan.
18         Een van hen, die Kleopas heette, gaf Hem ten antwoord:
`Bent U dan de enige inwoner van Jeruzalem
die niet weet wat daar de afgelopen dagen is gebeurd?’
19         `Wat dan?’ vroeg Hij.
Ze zeiden Hem:
`Wat er gebeurd is met Jezus van Nazareth.
Hij was een profeet,
machtig in woord en daad in de ogen van God
en van heel het volk.
20         Onze hogepriesters en leiders hebben Hem overgeleverd
om Hem ter dood te laten veroordelen,
en ze hebben Hem zelfs gekruisigd.
21            En wij hadden zo gehoopt dat Hij het was
die Israël zou verlossen,
maar inmiddels is het al de derde dag sinds dat gebeurd is.
22         Wel hebben enkele vrouwen uit onze kring ons versteld doen staan.
Die waren vanmorgen vroeg naar het graf gegaan
23         en toen ze zijn lichaam daar niet aantroffen,
kwamen ze terug met het verhaal
dat ze ook nog een verschijning hadden gehad van engelen
die zeiden dat Hij leeft.
24         Een paar van ons zijn toen naar het graf gegaan
en het bleek zo te zijn als de vrouwen gezegd hadden,
maar Hem hebben ze niet gezien.’
25         Toen zei Hij tot hen:
`Wat zijn jullie toch onverstandig en traag van begrip
als het gaat om het geloof in alles wat de profeten hebben gezegd!
26         Moest de Messias niet zo lijden en dan zijn heerlijkheid binnengaan?’
27         En Hij legde hun uit
wat in heel de Schrift op Hemzelf betrekking had,
te beginnen bij Mozes en alle Profeten.
28         Toen ze bij het dorp kwamen waar ze moesten zijn,
deed Hij alsof Hij verder wilde gaan.
29         Maar met aandrang vroegen ze:
`Blijf bij ons, want het is bijna avond
en de dag loopt al ten einde.’
Toen ging Hij mee naar binnen om bij hen te blijven.
30         Eenmaal met hen aan tafel nam Hij het brood,
sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun.
31         Nu gingen hun de ogen open en ze herkenden Hem,
maar meteen was Hij uit hun gezicht verdwenen.
32         Ze zeiden tegen elkaar:
`Was het niet hartverwarmend zoals Hij onderweg met ons sprak
en de Schriften voor ons opende?’
33         Meteen stonden ze van tafel op en gingen terug naar Jeruzalem;
daar vonden ze de elf en hun metgezellen bijeen.
34         Die zeiden:
`Waarachtig, de Heer is opgewekt, aan Simon is Hij verschenen.’
35         Toen vertelden zij wat er onderweg was gebeurd
en hoe ze Hem hadden herkend bij het breken van het brood.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in de God van het Verbond
wiens naam luidt: ‘Ik ben er voor jou’.
Altijd opnieuw nodigt Hij ons uit
om zijn woord van liefde en leven
ter harte te nemen.

Van bij de aanvang van de schepping
gaat Hij als een Vader met ons op weg,
naast ons in goede momenten,
ons dragend als het moeilijk wordt.

Ik geloof in Jezus
die van zichzelf kon en mocht zeggen: ‘Ik ben de Weg’.

Hij ging op weg met zijn leerlingen,
met armen en eenvoudigen,
met zieken en gezonden.
Hij was de reisgezel op weg naar Emmaüs
en op de weg terug naar Jeruzalem.
Hij is ook onze reisgezel,
een vriend onderweg,
de betrouwbare gids op de weg ten leven.

Ik geloof in de Geest,
de stille, ongeziene kracht op onze levensweg.
Hij houdt Gods licht in ons brandend.

Ik geloof in de gemeenschap van mensen
die samen op weg gaat,
die blijft geloven in breken en delen.
Ik geloof dat de weg terug van Emmaüs naar Jeruzalem,
de weg ten leven is.

Voorbeden 1

God, wij willen leven met open ogen voor uw aanwezigheid.
Daarom durven wij ons tot U richten.

-Bidden we voor allen die het wachten moe zijn
en teleurgesteld het bijltje erbij neergooien.
Dat er nieuwe hoop in hun hart mag worden gezaaid
door gebaren van troost en woorden van bemoediging.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor allen die vreemdeling zijn.
Dat wij de kans zouden grijpen om met elkaar in gesprek te gaan,
zodat wij in elkaar uw aanwezigheid mogen ontdekken, Heer.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor onszelf.
Dat wij het leven zo met elkaar zouden delen
dat niemand in de verdrukking geraakt
en wij als paasmensen kunnen getuigen van Jezus’ verrijzenis.
Laten wij bidden…
vrij naar Levensecht

Voorbeden 2

Bidden wij tot de Verrezen Heer.

-Bidden wij voor hen die het verrezen leven van de Heer
verkondigen en herkenbaar maken.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor mensen die ontgoocheld zijn in hun verwachtingen.
Dat zij blijven uitzien naar nieuwe hoop.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor ons allen hier bijeen.
Dat we blije getuigen mogen zijn van zijn verrijzenis
en van de trouw aan zijn belofte ons nabij te blijven.
Laten wij bidden…

Liefdevolle God,
blijf ons nabij
wanneer wij, naar het voorbeeld van uw Zoon Jezus,
ons leven breken en delen voor de anderen.
Dat vragen wij U door Jezus, onze Broeder en Tochtgenoot. Amen.
naar Claire Boelens

Gebed over de gaven

‘Toen ze bij het dorp kwamen waar ze moesten zijn,
deed Hij alsof Hij verder wilde gaan.
Maar met aandrang vroegen ze:
“Blijf bij ons, want het is bijna avond
en de dag loopt al ten einde.”
Toen ging Hij mee naar binnen om bij hen te blijven.
Eenmaal met hen aan tafel nam Hij het brood,
sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun.
Nu gingen hun de ogen open en ze herkenden Hem.’
God en Vader,
wij hopen en bidden
dat ook wij uw verrezen Zoon mogen herkennen
in dit brood en deze beker,
en ook in de mensen
met wie wij doorheen het leven op weg gaan,
vandaag en morgen,
telkens weer, tot het einde van onze dagen. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, heilige en sterke God.
De wereld draagt Gij in uw hand
en Gij waakt over alle mensen.
Gij brengt ons bijeen in deze gemeenschap
om uw Woord te horen
en met toegewijd geloof
te treden in het spoor van uw Zoon.
Hij is de weg die leidt naar U,
Hij is de waarheid,
geen andere waarheid maakt ons vrij.
Hij is het leven dat ons van vreugde vervult.
Wij danken U voor de liefde
die Gij ons toedraagt in Jezus Christus.
Wij voegen onze stem bij het gezang der engelen
en prijzen uw heerlijkheid.

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.


Hemelse Vader,
met eerbied noemen wij uw naam.
Altijd zijt Gij met ons op weg
en dichter dan wij durven dromen,
zijt Gij bij ons
wanneer uw Zoon ons samenbrengt
rond deze tafel
waar wij uw liefde vieren met brood en beker.

Zoals eens op de weg naar Emmaüs
ontsluit Hij nu voor ons de Schrift
en wij herkennen Hem
bij het breken van het brood.

Daarom bidden wij, almachtige God:
beadem met uw Geest dit brood en deze wijn
zodat Jezus Christus in ons midden komt
met de gaven van zijn lichaam en zijn bloed.

Want op de avond voor zijn lijden
nam Hij onder de maaltijd brood
en sprak tot U het dankgebed.
Hij brak het brood en gaf het aan zijn leerlingen
terwijl Hij zei:
“Neem en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn lichaam
dat voor u gegeven wordt.”

Zo nam Hij ook de beker met wijn
en sprak opnieuw het dankgebed.
Hij gaf hem aan zijn leerlingen en sprak:
“Neem deze beker en drink hier allen uit
want dit is de beker van het nieuwe,
altijddurende verbond;
dit is mijn bloed
dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.”

Verkondigen wij het mysterie van ons geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert,
dat Gij verrezen zijt.

Oneindig goede Vader,
wij vieren de gedachtenis van onze verzoening
en wij verkondigen de liefde die Gij ons betoont.
Uw Zoon is door het lijden en de dood gegaan,
en, tot nieuw leven opgewekt,
is Hij ingetreden in uw heerlijkheid.
Zie met genegenheid neer op dit offer
en herken erin uw eigen Zoon
die zijn leven heeft gegeven
en zijn bloed vergoten
opdat voor alle zoekers
de weg naar U, Vader, geopend en begaanbaar zij.

Barmhartige God,
laat de Geest van Jezus in ons wonen
en vervul ons met uw liefde.
Sterk ons door de gaven
van zijn lichaam en zijn bloed
en maak nieuwe mensen van ons
opdat wij op Jezus zouden lijken.

Bescherm onze paus en onze bisschop,
leer alle gelovigen van uw Kerk
de tekenen van deze tijd verstaan
en maak hen trouw in de beleving van uw evangelie.

Maak ons herbergzaam van hart
voor alle mensen rondom ons;
dat wij, delend in hun vragen en hun pijn,
in hun vreugden en hun hoop,
hen de weg tonen die naar uw liefde leidt.

Erbarm U, Vader,
over onze broeders en zusters
die in de vrede van Christus
naar U zijn teruggekeerd,
en over alle gestorvenen
waarvan Gij alleen het geloof hebt gekend.
Breng hen tot het licht van de verrijzenis.

En als ook onze weg ten einde loopt,
neem ons dan op in uw huis,
waar plaats is voor velen.
Schenk ons de vervulling
van onze levenslange hoop:
overvloedig leven in uw heerlijkheid.

Laat ons toe in de gemeenschap van de heiligen;
dat wij met Maria, de Maagd en Moeder Gods,
met uw apostelen en martelaren,
en al de anderen die U genegen zijn,
dankbaar uw naam aanbidden
en U prijzen door Jezus Christus, onze Heer.

Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn,
Heer, onze God, almachtige Vader,
in de eenheid van de Heilige Geest,
hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Als de zon ondergaat en het duister wordt,
als we ontgoocheld zijn en geen hoop meer hebben,
ook dan blijft God ons nabij.
Ook dan mogen wij bidden:
Onze Vader,…

Moge ons hart branden wanneer de Schriften ons ontsloten worden.
Laat ons aanschuiven aan de tafel die de Heer ons bereidt.
Dan zullen wij gevoed worden met Gods Geest
en Geest-driftig uitzien naar de wederkomst van Jezus, Messi­as, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredeswens

Heer, Jezus Christus,
zacht, haast onopgemerkt hebt Gij vrede gebracht
in de harten van uw bedroefde leerlingen.
Open ook onze ogen voor uw aanwezigheid in ons leven.
Keer ons om,
zet ons weer op weg om uw enthousiaste leerlingen te worden
en uw vrede verder uit te dragen.
De vrede van de Heer zij altijd met U.
En geven wij elkaar een hartelijk teken van die vrede.

Lam Gods

Communie

Toen de Emmaüsgangers Hem vroegen om bij hen te blijven
ging Hij met hen mee naar binnen.
Terwijl Hij met hen aanlag
nam Hij brood, sprak de zegen uit,
brak het en reikte het hun toe.
Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem.
Dit is het Lam Gods…

Bezinning 1

Een lange wandeling.
Ooit, eens, ergens onderweg, zo tussen Jeruzalem en Emmaüs.
En we praten en we praten.
Maar waarover praten we eigenlijk?
Over alles wat er met ons is gebeurd.
Over onze twijfels en ons ongeloof,
over alle veranderingen en moeilijkheden.
We praten over de leegheid in deze tijd,
over de pijn van ziekte en lijden.
Over dit soort zaken praten we onderweg.
Het maakt ons vermoeid, bedrukt, gedemotiveerd, gefrustreerd,
want wat haalt het allemaal nog uit?

Wij zijn als die twee leerlingen,
ooit, eens, ergens onderweg, zo tussen Jeruzalem en Emmaüs.
En we praten en we praten.
Maar dan ontmoeten we iemand,
zomaar iemand,
een vreemde die een tijdje meeloopt.
Iemand die aanspreekt,
Iemand die de ogen opent,
Iemand die zich kenbaar maakt in breken en delen.
Het is eigenlijk heel spannend,
zo’n ontmoeting met een tochtgenoot.
Eerst niet begrijpen, dan verstaan.
Iemand die ons in vuur en vlam zet, ons hart doet branden.

Wanneer je iemand ontmoet,
ooit, eens, ergens onderweg, zo tussen Jeruzalem en Emmaüs,
dan word je een blik gegund in een andere wereld.
Dan mag je mee delen in de vreugde,
in de zorgen of het verdriet,
in de hoop van een ander, in zijn of haar dromen.
Wanneer je iemand ontmoet,
mag je God ontdekken in het verhaal van de ander.
Ontmoeten is steeds opnieuw
op weg gaan en onderweg de ander ontdekken.
Net zoals ooit, eens, ergens, zo tussen Jeruzalem en Emmaüs.

Bezinning 2

Zo gaan mensen ook vandaag met elkaar op weg.
Niets bijzonders,
niets speciaals.
Doodgewone mensen,
alledaagse gebeurtenissen:
lief en leed, geluk en ongeluk, angst en twijfel…
Doodgewone mensen die klagen en hopen,
die elkaar vertellen wat hen bezig houdt.
Die ervaringen delen
en ze laten bezinken tot ze helder worden op de bodem van de herinnering.
Mensen die intreden in elkaars verhaal worden samenhorig.
Ze dragen elkaar op de weg van mens naar medemens,
van vreemdeling naar vriend.
Verbondenheid wordt kracht die niet te breken is.
Zo gaan mensen ook vandaag de weg van het leven.
Thomasvieringen

Bezinning 3

Twee mensen onderweg,
ontgoocheld en verbitterd.
Hun idealen kapot geslagen.
De dood van hun held
was een streep door hun rekening.
Alles waar ze van gedroomd hadden:
het is een grote desillusie.
Ze gaan terug naar het oude vertrouwde,
hun eigen huis en haard.

Op hun levensweg ontmoeten ze
– niets vermoedend – een vreemdeling.
Hij opent hen opnieuw de ogen,
Hij doet een nieuw vuur in hen branden.
Bij het breken van het brood
weten ze het zeker:
die vreemdeling is de Verrezen Heer.
Hij doet hen opstaan
en naar Jeruzalem teruggaan.
Een nieuwe toekomst gaat voor hen open.

Wij zijn die mensen onderweg.
Soms voelen we ons gebroken,
niet in staat om verder te gaan.
Juist dan kunnen er mensen
in ons leven komen, onverwacht,
die ons een nieuw perspectief bieden.
Mensen, die toekomst aanreiken
en ons doen opstaan.
Ze breken en delen hun leven met ons.
Van vreemdeling worden ze vriend
en verwijzen naar de Verrezen Jezus
die leeft midden onder ons.
Wim Holterman ofsf

Slotgebed 1

Heer, Jezus Christus,
Gij gaat met ons mee op weg
en in het breken van het brood
hebben wij U herkend.
Wij bidden U:
blijf bij ons, ook als het avond wordt.
Moge wij met U door het leven gaan
en eenmaal delen in uw heerlijkheid. Amen.

Slotgebed 2

God,
wij zijn voortdurend onderweg
van Jeruzalem naar Emmaüs,
op zoek naar plaatsen
waar het brood van het leven gebroken en gedeeld wordt
en naar mensen
in wie wij Jezus kunnen ontmoeten.
Op zulke momenten
wordt het weer warm in ons hart
en ervaren wij een intense vreugde.
Laat ook ons luisteren
naar het verhaal van kleine mensen
en laat ons een vuurwerk van tederheid ontsteken in hun binnenste. Amen.
naar Thomasvieringen

Zending en zegen

Laten we samen met anderen, reisgenoten,
op weg gaan
om te getuigen van de Verrezen Heer.
Bemoedig elkaar
en moge wij daarbij verzekerd zijn van Gods zegen
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.