3e zondag door het jaar C 2022 p

Preek 3e zondag jaar-C   (Lc.1,1-4 + 4,14-21)

Goede Vrienden,
Sommigen onder u zullen het al wel gemerkt hebben: het gaat hier om twee verschillende uittreksels die bij een eerste zicht weinig verband met elkaar hebben. De samenstellers van onze liturgische teksten maken hier een sprongetje: eerst gaat het over de inleiding van het Lucasevangelie en dan volgt een stukje uit hoofdstuk vier over de thuiskomst van Jezus na zijn tocht door de woestijn.

Als Lucas, vriend en reisgenoot van Paulus, zowat rond de jaren 80 na Christus, besluit de verhalen over Jezus te boek te stellen, staat het moreel van de christelijke gemeenschap op een laag pitje. De Joodse vrijheidsstrijders hadden een smadelijke nederlaag geleden en, opperste ramp, de Romeinen hadden de tempel in Jeruzalem tot op de grond afgebroken. Bij vele christenen, zowel Joden als niet–Joden was de moed hun in de schoenen gezonken: waar bleef die Jezus? Hij had toch beloofd terug te keren!

Lucas, belezen intellectueel met een perfecte kennis van het Grieks en Latijn, begrijpt dat het volk meer leiding nodig heeft. Als arts is hij uit op genezing en hij verwoordt in zijn inleiding een oprecht zoeken naar woorden waar een mens op bouwen kan. Hij draagt zijn boek veelbetekenend op aan Theofilus. We weten niet wie Theofilus was, misschien een belangrijk persoon, maar de naam kan ook symbolisch zijn: Theofilus = vriend van God. Het kan dus ook zijn dat Lucas bedoelt zijn boek op te dragen aan alle vrienden en vriendinnen van God.

Hij besluit dus alles neer te schrijven en, om zijn verhaal zo bevattelijk mogelijk te maken, geeft hij het weer als een soort reisverhaal.
Lucas neemt ons nu het komende jaar als het ware bij de hand, met als doel dat we meer van de Heer gaan weten en dus meer van Hem gaan houden. Hij geeft ons verhalen voor onderweg, verhalen om het uit te houden wanneer het leven zwaar is, verhalen waar je warm van wordt!

En zo belanden we hier bij de thuiskomst van Jezus in Nazareth, na zijn verblijf in de woestijn. Zijn reputatie als een zeer bijzonder predikant en als genezer was hem vooraf gegaan en in Nazareth waren ze nieuwsgierig, maar ook trots dat ze van hem dorpsgenoot waren. Denk maar even aan de thuiskomst van een sportman of –vrouw die in zijn geboortedorp  aankomt  met een gouden olympische medaille, of een wereld-kampioenschap!

Wanneer Jezus, na het lezen van een tekst van Jesaja, over de komst van de Messias, het woord neemt om de tekst te duiden, is het dan ook muisstil in de synagoge; alle ogen waren op Hem gericht. Hij  leest:
“De Geest van de Heer rust op mij;
daartoe heeft Hij mij gezalfd.
Om aan armen de goede boodschap te brengen
Om te zorgen voor gevangenen, blinden en verdrukten …”
De mensen horen bekende woorden, zij hebben ze vaker gehoord. En wanneer Jezus nu maar zegt dat het mooie woorden zijn die de profeet daar eeuwen geleden voor zijn volk sprak, dan is er niets aan de hand en kunnen de godsdienstige leiders instemmend knikken …
Maar dan komt het verrassende: Jezus zegt: “Deze woorden zijn vervuld: het wordt hier en nu waar, voor jullie eigen ogen.”  En opeens is iedereen klaarwakker – en kwaad! Ze willen best horen dat het wellicht nog eens wat wordt met Gods bedoelingen. Maar zò vlakbij en direct en gezegd door een zoon van een schrijnwerker uit hun eigen dorp! Dat is te veel van het goede! En volgende week zullen we in de evangelielezing vernemen hoe het verder afloopt met deze confrontatie …

De boodschap van Jezus is dan ook wel zeer concreet. Met de woorden van Jesaja verklaart Hij zichzelf tot Messias. Hij is gekomen om aan armen het goede nieuws te vertellen zoals ook wij kunnen doen voor Sasel of een ander goed werk. Hij is gekomen om de blinden het gezicht te geven zoals ook wij mensen die het niet meer zien zitten kunnen helpen. Hij is gekomen om gevangenen te verlossen, zoals ook wij ons kunnen inzetten voor Amnesty International. Hij is gekomen voor de opvang van de vluchtelingen; een probleem dat heden ten dage van ieder van ons de aandacht en de bekommernis verdient. Want de grenzen sluiten staat diametraal tegen elke christelijke opvatting.

En zo moet ook hier en nu, in onze Witte Kerk, in onze gemeenschap, het Schriftwoord in vervulling gaan. En het zal verder gaan, in de liturgische maaltijd die we zo meteen samen zullen vieren; het zal verder gaan in de mate dat wij straks meer oor hebben voor de Blijde Boodschap, ook nadat we in dit kerkgebouw niet meer zullen samenkomen.

Maar het gaat hier ook niet alleen om het horen van het Godswoord, maar ook om bezield te geraken door Gods Geest en alzo de woorden te kunnen omzetten in daden.
Dat moeten daarom geen grote heldendaden zijn. Een beetje meer vreugde scheppen rondom ons, door daadwerkelijk recht te laten geschieden, door geweld uit te bannen, door haat te laten varen, door eerlijk te zijn en trouw, recht door zee …

“Geen woorden maar daden” zongen we vroeger in de jeugdbeweging. Dat was, in de wereld van toen allemaal veel gemakkelijker, maar NU is het VEEL MEER NODIG dan toen!

Paul Caroen o.p.

 

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.