3e zondag door het jaar A 2014

26januari 2014     (Viering)                                                                                             

Geroepen worden

Jezus begint Zijn prediking, Zijn verkondiging, op een plaats waar je het niet verwacht. Niet in de heilige stad Jeruzalem, maar in Galilea, land in de marge. ‘Gewest der heidenen’ zo wordt het genoemd, zowel door Jesaja in de eerste lezing als door Matteüs in het evangelie.
Jezus begint Zijn prediking, Zijn verkondiging, bij mensen waarvan je het niet verwacht. Niet bij de toenmalige intelligentsia, de Farizeeën, maar allereerst tussen de zondaars en bij een paar vissers, die Hij aantreft in hun gewone, dagelijkse leven.
Die keuze kenmerkt zijn hele verdere leven. Hij zal het altijd opnemen voor hen die door de gevestigde machten niet voor vol worden aangezien. Voor hen die aan de rand leven of naar de rand verbannen worden. Voor hen die het moeilijk hebben met zichzelf en met hun omgeving.
Jezus begint Zijn prediking, Zijn verkondiging, niet met een eenvoudige boodschap. Niet met iets vanzelfsprekends, iets dat gemakkelijk in het gehoor ligt, maar met een indringende oproep, een appél. `Bekeer u, want het koninkrijk der hemelen is ophanden.’

Voor Jezus start daar, in het land van de heidenen, bij de gewone mensen, een nieuwe fase in Zijn leven. Hij begint te prediken en roept leerlingen om zich heen. Dat roepen van de leerlingen wordt bij Matteüs heel beeldend beschreven in zijn evangelie!

“Zo ook in de Sint-Andrieskerk te Antwerpen waar de blikvanger bij uitstek wel de wondermooie preekstoel is. Die prachtige beeldengroep vertelt het verhaal van de roeping van de patroonheilige Andreas en diens broer Petrus. Het evangelie van Matteüs getrouw, worden beide vissers te midden van hun werk door Jezus aangesproken en weggeroepen om Hem te volgen en voortaan ‘mensenvisser’ te zijn. Zonder dralen, maar nog vol verbazing over zo’n oproep verlaten zij hun netten. Dit moet beide vissers zo hebben aangegrepen dat ze bereid waren hun opgebouwde zekerheden los te laten en in te gaan op de uitdaging: `Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken.’
Verbluffend aan dit kunstwerk is de realistische weergave van de personages, hun gelaatsuitdrukking, hun vangst, hun werkmateriaal en dat in een onovertroffen decor. Artistiek gezien kan Jezus moeilijk nog dichter bij de mensen staan dan hier.”*
Ik raad u allen aan om de afbeelding van deze preekstoel eens op te zoeken via het internet én beter nog, hem eens ter plaatse te gaan bezichtigen wanneer u daar in de buurt bent.

Ikzelf woonde in deze Sint-Andriesparochie van bij mijn geboorte tot ik huwde. Wekelijks ging Ik met mijn ouders, zus en broer naar deze kerk. Voor het Tweede Vaticaans Concilie was het de gewoonte dat bij de homilie de priester de preekstoel opging en al de parochianen hun stoel daar naar toe keerden. Voor mij als klein meisje toen een aangenaam moment, niet enkel omdat er op dat ogenblik wat actie was, maar vooral omdat ik dan mijn ogen de kost kon geven aan dat prachtige, levensgroot tafereel onder die preekstoel. Wat de priester daarboven verkondigde, begreep ik toen nog niet ten volle maar ik voelde mij des te meer aangetrokken door dat beeldhouwwerk, week na week.
Misschien heb ik toen net als de apostelen Andreas en Petrus het wenkende gebaar van Jezus opgemerkt en zijn roepende stem gehoord. Want beste mensen, wij worden allemaal geroepen. In de praktijk gaat het natuurlijk om een geleidelijk proces. Die roeping vind je al doende en gaandeweg. En het mooie is dat je daarin ook zélf gevonden wordt. Als je zo naar die innerlijke stem luistert, ontdek je steeds meer wie je bent en wat je moet gaan doen. Je komt zo tot je diepste bestemming.

En Jezus vraagt wanneer Hij voorbijkomt: `Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken.’ Jezus beseft maar al te goed dat Hij zijn werk niet alleen aankan! Hij heeft heel veel mensen nodig om Zijn blijde boodschap in de wereld te verankeren. Daarom begint Hij bij de stoere vissers. Niet bij de Farizeeën en schriftgeleerden die orde op zaken brengen en wetten interpreteren, wel bij de mannen die weet hebben van storm op zee, van wat storm in het leven van mensen kan aanrichten.

En als Jezus over ‘het vissen van mensen’ spreekt, bedoelt Hij dan niet, ‘hoe wij mensen kunnen opvissen’ wanneer zij in de storm van hun leven dreigen te verdrinken? Wanneer zij niet meer weten van welk hout pijlen te maken?…

Zo zien we dat steeds meer mensen zich actief inzetten om ook een klein beetje mensenvisser te worden. Door goedheid, luisterbereidheid, doortastendheid en goed bestede middelen halen zij mensen uit de ellende en geven hen terug hoop. Zou het dat zijn wat Jezus als opdracht aan zijn leerlingen, en dus ook aan ons, gaf? En zou het ook van ons goede mensenvissers kunnen maken?

Wie leerling wil zijn, zal met mensen bezig zijn. Dat zal het eerste agendapunt zijn van de christen. Niet één of ander politiek programma, niet één of ander prestigevertoon, niet één of ander economisch project. Nee, mensen optrekken, mensen ophalen, mensen bijstaan. Dat onderscheidt de ware christen. Amen.

Monique Van Caenegem-Suys

*naar Wikipedia

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.