3e paaszondag C 2010

ZONDAGSVIERINGEN
derde paaszondag C (18/04/2010)

Begroeting

Van harte welkom vandaag in deze viering.
Jezus is daadwerkelijk in ons midden,
ook al zien wij Hem niet met onze ogen,
maar wij herkennen Hem wel in het symbool van het kruis:
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.


Openingswoord 1

In de eerste lezing staan Petrus en de zijnen
voor de Hoge Raad terecht
omdat ze het spreekverbod dat hun was opgelegd,
overtreden hebben.
“Sorry, heren van de Hoge Raad,
maar over Jezus kunnen wij niet zwijgen”, is hun reactie.

Dat is een duidelijk antwoord
aan al wie beweren dat godsdienst privé-zaak is.
Leven volgens het evangelie
is geen louter binnenskamerse zielsaangelegenheid
maar heeft wel degelijk ook te maken
met de manier waarop wij invulling geven
aan onze persoonlijke relaties
én met onze standpunten op het publieke forum
in kwesties waar rechtvaardigheid en menswaardigheid in het geding zijn.

Openingswoord 2

De dood van Jezus
had de toekomstverwachtingen van de leerlin­gen compleet onderuit gehaald.
Dat recent vrouwengeleuter over zoiets als een ‘verrijzenis’
had de verwarring alleen maar groter gemaakt.
Blijven zeuren en zuchten met de handen in de schoot
had ook geen zin.
Dus… streep eronder.
“Ik ga vissen”, zegt Petrus.
“O.K., wij gaan mee”, zeggen de anderen.

Maar ook dat wordt een fiasco.
Geïrriteerd en slecht geluimd roeien ze terug naar de wal…

Staat hun Jezus daar!
“Steek maar terug van wal, en doe het eens op mijn manier:
gooi jullie netten eens uit aan de rechterkant.”
Een droomvangst!

Zou het niet kunnen dat het rendement van ons leven zou stijgen
als wij het inrichten op de manier die Jezus aangeeft?


Openingswoord 3

In een vertrouwelijk onderonsje na de wonderbare visvangst
zegt Jezus tot Petrus:
“Zorg voor mijn mensen,
vis hen op telkens ze dreigen weg te zinken.”
Een opdracht die ook wij ter harte moeten nemen
als mensen rondom ons
verzinken in de donkere duisternis
van onmacht en verdriet,
van moedeloosheid,
van het niet meer zien zitten.

Vergevingsmoment 1

– Heer,
het is niet eenvoudig
om in de drukte van elke dag uw stem te horen,
om onmiddellijk rekening te houden met uw oproep en erop in te gaan.
Al te dikwijls schuiven we U opzij.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

– Christus,
vaak klinkt uw Boodschap te radicaal in onze oren,
want ze vraagt een grondige verandering van houding
tegenover onze medemens en tegenover materieel bezit.
Al te dikwijls gaat ons dat te ver.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.

– Heer,
Gij hebt aan uw apostelen gevraagd
om hun netten over een andere boeg te gooien.
Het werd een wonderbare visvangst,
een veel grotere buit dan ze ooit hadden durven dromen.
Als Gij ons vraagt onze vooroordelen opzij te zetten,
vertrouwen we er te weinig op
dat we zo kunnen groeien in medemenselijkheid en christelijke naastenliefde.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

Vergevingsmoment 2

Zorg dragen voor mensen
is ruimte scheppen tot echt samenleven,
is samen op weg durven gaan,
jij en ik, hoe verschillend ook.

– Als ik mij opsluit in het verleden
en wat gebeurd is, blijf herkauwen,
dan sluit ik het leven op,
dan is er geen ruimte voor echte liefde en vriendschap.
Heer, ontferm U over ons.

– Als ik mensen opsluit in het verleden
en wat er mis ging, blijf herhalen,
dan sluit ik het samenleven af,
dan is verbondenheid en samenhorigheid onmogelijk.
Christus, ontferm U over ons.

– Als ik niet aanspreekbaar ben
voor woorden van vergeving en vertrouwen,
dan blijf de deur naar die nieuwe ruimten
voor samenleven en zorg voor elkaar, gesloten.
Heer, ontferm U over ons.

Je laten raken door woorden met toekomst
opent het leven,
opent wegen naar morgen
om samen te gaan. Amen.

Lofprijzing

Laten wij de Heer loven en prijzen
en dankbaar zijn voor zijn schepping
waarin Hij ons geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis.
Danken wij Hem
voor het licht van zon, maan en sterren,
voor de pracht van bloemen en planten,
voor het wisselen van de seizoenen
en voor alle leven hier op aarde.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.

Laten wij de Heer loven en prijzen
omdat Hij zijn zoon heeft gezonden,
die ons de werkelijke waarden van het leven
heeft kenbaar gemaakt
en ons de weg heeft getoond naar het eeuwig leven.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.

Laten wij de Heer loven en prijzen
in alle mensen die zich met hart en ziel inzetten
voor het geluk en het welzijn van medemensen,
voor de verdere uitbouw van zijn schepping,
voor het blijven uitdragen van zijn boodschap,
voor een wereld van vrede, zonder haat of tweedracht.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.

Laten wij de Heer loven en prijzen:
voor het geluk dat we mogen vinden in zoveel kleine dingen:
de glimlach van een kind,
een onverwacht teken van liefde,
een luisterend oor,
voor een gebaar van troost,
een woord van dank,
en het warme gevoel bij intens geluk.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.


Openingsgebed 1

God,
Gij nodigt ons uit om zorgzaam met elkaar om te gaan.
Geef dat wij zo begaan zijn met mensen om ons heen,
dat wij die woorden durven spreken
die mensen weer hoop geven,
die hen doen geloven in het leven,
die hen geluk en harmonie doen hervinden
nu, en morgen en alle dagen. Amen.

Openingsgebed 2

Goede God, wij zijn vandaag hier bij U samengekomen.
Bange mensen zijn wij vaak,
die zich klein voelen tegenover de dagelijkse realiteit.
Sommigen zijn tegen muren aangelopen,
anderen voelen zich buitengesloten,
weer anderen zijn voortdurend op zoek….
Allemaal zijn we erg bezig
met onze eigen bekommernissen
dat wij vaak niet meer zien hoe Gij bij ons wilt zijn.
Gij staat voor ons klaar met uw liefde die ons kan optillen.
Gij hebt ons door Jezus laten zien
dat Gij er zomaar voor ons wilt zijn.
Maak ons los van onze menselijke krampachtigheid
en geef ons weer de moed
om, op uw woord, onze netten terug uit te gooien
en de toekomst hoopvol  en zonder vrees tegemoet te zien. Amen.
naar Broechem


Lezingen
Luisteren wij dan nu naar de Heer,
die ons toespreekt doorheen de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Handelingen 5,27b-32.40b-41)
Uit de Handelingen van de apostelen

27         Op een dag vroeg de hogepriester aan de apostelen:
28         `Hebben we u niet ten strengste verboden
onderricht te geven met een beroep op de naam van Jezus?
Toch is Jeruzalem door uw toedoen vol van uw leer;
u wilt zeker het bloed van die man op ons laten neerkomen?’
29         Daarop gaf Petrus namens de apostelen ten antwoord:
`God moet men meer gehoorzamen dan de mensen.
30         De God van onze vaderen heeft Jezus tot leven gewekt,
die u vermoord had door Hem aan een kruis te hangen.
31         Hem heeft God een hoge plaats gegeven
aan zijn rechterhand als leidsman en redder,
om Israël te bekeren en het zijn zonden te vergeven.
32         Wij zijn daarvan de getuigen,
samen met de heilige Geest,
die God gegeven heeft aan wie Hem gehoorzamen.’
40         De hogepriester verbood het hun om te verkondigen
met een beroep op de naam van Jezus,
en lieten hen vrij.
41         Zij verlieten het Sanhedrin,
blij dat ze waardig bevonden waren om vanwege die naam
smadelijk behandeld te worden.
KBS Willibrord 1995


Tweede lezing (Apokalyps 5,11-14)
Uit de Openbaring van de apostel Johannes

11         Terwijl ik, Johannes, keek,
hoorde ik de stemmen van talloze engelen rondom de troon
en de dieren en de oudsten;
hun getal was tienduizenden tienduizendtallen
en duizenden duizendtallen;
12         en zij riepen luid:
`Waardig is het lam dat geslacht werd,
de macht en de rijkdom,
de wijsheid en de kracht,
de eer en de heerlijkheid en de lof te ontvangen.’
13         En elk schepsel in de hemel en op de aarde
en onder de aarde en in de zee,
en alles wat daarin is hoorde ik roepen:
`Aan Hem die zetelt op de troon
en aan het lam lof en eer en heerlijkheid
en kracht tot in alle eeuwigheid!’
14         En de vier dieren zeiden:
`Amen’,
en de oudsten vielen in aanbidding neer.
KBS Willibrord 1995


Evangelie (Johannes 21,1-19)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Johannes

1          Jezus heeft zich nog eens aan zijn leerlingen geopenbaard,
bij het Meer van Tiberias.
Dit geschiedde als volgt.
2          Bij elkaar waren: Simon Petrus, Tomas die ook Didymus genoemd wordt, Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs
en nog twee andere leerlingen.
3          Simon Petrus zei tegen hen:
`Ik ga vissen.’
`Dan gaan wij mee’, antwoordden ze.
Ze gingen dus op weg en klommen aan boord,
maar die nacht vingen ze niets.
4          Toen het intussen morgen was geworden, stond Jezus aan de oever,
maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was.
5          Hij riep hun toe:
`Vrienden, hebben jullie soms iets te eten?’
`Nee’, riepen ze terug.
6          `Werp dan het net uit, rechts van de boot,’ zei Hij,
`daar zul je wel iets vinden.’
Ze wierpen het net uit, en er zat zo’n massa vis in
dat ze niet meer bij machte waren het op te halen.
7          Daarop zei de leerling van wie Jezus hield tegen Petrus:
`Het is de Heer.’
Nauwelijks had Simon Petrus gehoord `Het is de Heer’,
of hij schortte zijn kiel op
– het enige wat hij aan had –
en sprong in het water,
8          terwijl de andere leerlingen met de boot kwamen
– ze waren niet ver meer uit de kust, slechts een tweehonderd el –
en het net met de vissen achter zich aan sleepten.
9          Toen ze aan land waren gestapt,
zagen ze dat er een houtskoolvuur was aangelegd,
met vis erop en brood ernaast.
10         Jezus zei tegen hen: .
`Breng wat van de vis die jullie zojuist gevangen hebben.’
11         Simon Petrus ging dus weer aan boord
en sleepte het net aan land.
Het zat vol grote vissen, honderddrieënvijftig stuks,
en ondanks die enorme hoeveelheid scheurde het net niet.
12         Daarna zei Jezus: `Kom nu en eet.’
Geen enkele leerling durfde Hem te vragen: `Wie bent U?’
Ze wisten nu dat het de Heer was.
13         Toen nam Jezus het brood en gaf het hun, en zo ook de vis.
14         Dit was de derde keer dat Jezus zich aan zijn leerlingen openbaarde
sinds zijn opwekking uit de doden.
15         Toen ze gegeten hadden vroeg Jezus aan Simon Petrus:
`Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief, meer dan de anderen hier?’
`Ja, Heer,’ zei hij,
`U weet dat ik van U houd.’
Daarop zei Jezus: `Zorg dan voor mijn kudde.’
16         Nogmaals vroeg Hij: `Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?’
`Ja, Heer,’ zei hij, `U weet dat ik van U houd.’
Daarop zei Jezus: `Wees dan een herder voor mijn schapen.’
17         Nog een derde keer vroeg Hij:
`Simon, zoon van Johannes, houd je van Mij?’
Het deed Petrus pijn dat Hij hem voor de derde keer vroeg
of hij van Hem hield, en hij zei:
`Heer, U die alles weet, U beseft toch wel dat ik van U houd.’
Daarop zei Jezus: `Zorg dan voor mijn schapen.
18         Waarachtig, Ik verzeker je:
als jongeman deed je zelf je gordel om en je ging de weg die je zelf wilde;
als je oud bent zul je je armen uitstrekken en je gordel laten omdoen,
en je zult een weg gaan die je zelf niet wilt.’
19         Hiermee kondigde Hij aan
door wat voor dood Petrus God zou verheerlijken.
En na deze voorspelling zei Hij tegen hem:
`Volg Mij.’
KBS Willibrord 1995


Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God
die als een vader is
en begaan blijft met mij
en met heel deze wereld.

Ik geloof in Jezus van Nazareth
die begaan was met mensen,
vooral met de gekwetste mens,
en die aan mensen
nieuw vertrouwen gaf om te leven.

Ik geloof in zijn Geest
die mij aanzet
om zorgend met mensen om te gaan
en niet op te geven om aanwezig te zijn
daar waar het leven pijn doet. Amen.

Voorbeden 1

Bidden we tot de God van alle leven,
Hij die toekomst opent,
altijd weer.

– Bidden wij voor allen die verantwoordelijkheid dragen in Kerk en wereld.
Dat zij het echte welzijn van allen in het oog houden.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor de velen
die in onze dagen op zoek zijn
naar houvast en geborgenheid.
Dat zij bezorgde mensen mogen ontmoeten
die hun weg willen meegaan.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor ons hier tezamen.
Dat wij niet voorbijgaan
aan mensen die vragen om hulp en aandacht
maar ons daadwerkelijk om hen bekommeren.
Laten wij bidden…

God,
laat ons zorgzame mensen zijn
die anderen opnemen in de kring van het leven
opdat er geborgenheid mag zijn voor elke mens. Amen.

Voorbeden 2

Verblijd en gesterkt door Gods woord,
bidden wij nu vol vertrouwen.

– Blijf bij ons, Heer,
spreek ons aan,
en leer ons luisteren naar U en naar elkaar.
Dan zullen wij U herkennen
wanneer Gij U tot ons wendt.
Laten wij bidden…

– Blijf bij ons, Heer,
neem deel aan ons leven,
en leer ons lief en leed te delen met elkaar.
Dan zullen wij U herkennen
bij het breken van het brood.
Laten wij bidden…

– Blijf bij ons, Heer,
maak ons deelgenoot aan  uw leven
en leer ons geven aan wie tekortkomen.
Dan zal de wereld ons herkennen
als uw navolgers.
Laten wij bidden…

Heer,
leer ons nieuwe wegen gaan
en laat ons anderen voorgaan op de weg naar U.
Dan zal de wereld
delen in de verrijzenis van Jezus,
uw Zoon en onze Heer. Amen.


Voorbeden 3

Heer, de apostelen vingen 153 vissen in hun netten.
Uw Kerk omvat ook minstens evenveel soorten mensen.
Wij brengen vaak weinig begrip op
voor mensen die anders zijn dan wij.
Toch zijn wij allemaal uw mensen.
Daarom bidden wij.

– Voor de conservatieven in onze Kerk,
recht in de leer van Rome.
Zo radicaal en consequent eerlijk
dat wij er ons ongemakkelijk bij voelen.
Ook zij zijn één van die 153.
Laten wij hen respecteren en voor hen bidden…

– Voor hen die resoluut kiezen voor de armen,
die zich kunnen vinden in de bevrijdingstheologie
en een autoritaire kerkstructuur niet meer zien zitten.
Ook zij zijn één van de 153.
Laten wij hen respecteren en voor hen bidden…

– Voor de progressieven in onze Kerk
die vinden dat de kerkleiding aan de tekens van deze tijd voorbij gaat.
Daarom willen zij op stap gaan met de gelovigen zelf,
op het ritme van de plaatselijke geloofsgemeenschap,
eerder dan de klemtoon te leggen op de universaliteit.
Ook zij zijn één van die 153.
Laten wij hen respecteren en voor hen bidden…

– Voor de vele vrouwen die zich met hart en ziel inzetten
voor Jezus’ Boodschap van liefde en solidariteit,
maar die zich door de Kerk niet au sérieux genomen voelen
als het op verantwoordelijkheid en erkenning aankomt.
Ook zij zijn één van die 153.
Laten wij hen respecteren en voor hen bidden…
vrij naar Buizingen

Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:


Gebed over de gaven 1

God van alle leven,
in het teken van breken en delen
blijft uw Zoon herkenbaar als de Levende onder ons.
Moge wij met deze gaven
die boodschap van blijvend leven doorgeven
vandaag en alle dagen die ons gegeven zijn. Amen.
naar André Janssen


Gebed over de gaven 2

God, onze Vader,
geef ons elke dag opnieuw brood om van te eten,
wijn om te drinken
en mensen die de gaven die Gij hun hebt gegeven,
gebruiken om uw droom van vrede en gerechtigheid te verwezenlijken.
naar Buizingen


Tafelgebed

Wij danken U, Heer onze God,
om alles wat Gij voor ons zijt:
schepper en bevrijder,
herder van mensen, licht en leven.
Wij danken U omdat Gij liefde zijt,
die onze lotgenoot wil zijn,
die ons falen vergeeft en zich over ons ontfermt,
die begaan is met ons lijden en onze vreugden deelt.
Wij blijven vertrouwen op U,
ook als uw aangezicht niet wordt gezien,
uw stem niet wordt gehoord
en Gij machteloos schijnt om ons te helpen.
Met allen die uw naam hoog houden in lief en leed,
in leven en sterven, bidden wij:

Heilig, heilig, heilig …

Wij danken U, Heer onze God,
om Jezus, uw zoon:
Hij gaf ons een teken van zijn liefde.
In Hem is uw vergeving en genezing
mens geworden.

Want Hij heeft die laatste avond brood genomen,
daarvoor dank gezegd, het gebroken,
het zijn vrienden aangereikt met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam
dat voor u gegeven wordt.”

Zo heeft Hij ook de beker genomen,
daarvoor dank gezegd,
en hem rondgegeven met de woorden:
“Drink allen hieruit,
deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Blijf dit doen tot mijn gedachtenis.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Samen komen wij tot U, God,
met dit brood en deze beker
en wij bidden U:
gedenk Hem die zich voor ons heeft gedeeld
en aanvaard dit als teken van onze toewijding.

Toen Jezus zijn werk van vrede had volbracht
hebt Gij, Vader, Hem hoog verheven
en Hem ‘ Mensenzoon ‘ genoemd.
Zend nu zijn Geest in ons midden:
een Geest die niet verdeelt maar samenbrengt.
die geloof geeft in de toekomst,
vertrouwen in de mens,
barmhartigheid en recht.

Zo kan deze wereld een koninkrijk van vrede worden
waar vreugde en toekomst is voor allen,
een wereld waar het goed is te leven
in de naam van Jezus, uw Zoon.

Door Hem danken en eren wij U, Vader,
en vervuld van zijn Geest zullen wij zijn boodschap
verder uitdragen tot het einde der tijden. Amen.


Onze Vader

Wij bidden om mensen met allerlei talenten,
die de boodschap van bevrijding en hoop gestalte geven.
Wij bidden om leiderschap dat ontvankelijk en stimulerend is.
Wij bidden met de woorden, die we door de eeuwen heen ontvingen:
Onze Vader…

Vandaag en morgen heeft de Heer meer dan ooit mensen nodig
die zonder om te zien willen uitgaan naar anderen
om voor hen zijn brood te breken,
om voor hen zijn woord te spreken van liefde, verwachting en eeuwig leven.
Zij leren ons hoopvol uit te zien naar de komst van Jezus, Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…


Vredewens

Vanaf de oever roept Iemand
van wie veel mensen denken dat Hij monddood is
en voor altijd uitgepraat.
Hij zegt iets merkwaardigs:
gooi je net, je leven over een heel andere boeg,
wees getuige van hoop en liefde.
Dan kunnen wij uitgroeien tot zijn volk van vrede.
En die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij elkaar een hartelijk teken van vrede.

Lam Gods

Communie

Telkens weer werd Jezus herkend aan het breken van het brood.
Moge ook wij Hem herkennen als Hij tot ons zegt:
vrede zij u, kom aan tafel
want Ik breek mijzelf tot voedsel voor u.
Heer, ik ben niet waardig…


Bezinning 1

Wachten op de zon
en tussen grijze nevels
speuren naar het licht,
nog nooit gezien.

Wachten op de zon
en op de nieuwe dag.
Want leven is nooit gisteren,
is alleen vandaag.

Wij leven tussen nacht en dageraad,
niet meer geborgen in de nacht
en nog niet verwarmd,
nog niet gevoed.

Aarde is zo vreemd,
wij hebben haar
tot slaaf gemaakt,
schijnbaar onderdanig.

God is niet meer onder ons.
Wij hebben Hem
zo hoog verklaard
en veel te ver van ons vandaan.

Maar als het morgen wordt,
de zon verblindend helder,
de aarde verrassend nieuw,
zal God aan de oever staan
– een houtskoolvuur met vis erop –
de honger en de kou voorbij.

Nu nog wachten op de zon
en tussen zoveel twijfels en probeersels
speuren naar het licht,
nog nooit gezien.
Manu Verhulst

Bezinning 2

God, hemelse Vader,
steeds opnieuw hoor ik hoe Jezus dat ook aan mij vraagt:
“Hou je van Mij?”
En als ik denk met heel mijn leven
een antwoord klaar te hebben,
dan vraagt Hij het opnieuw
en moet ik mijn antwoord vaak inslikken,
omdat ik er toch niet helemaal zeker van ben.
Open daarom mijn hart.
Leer mij van U en van Jezus te houden
en mij door U te laten beminnen.
En geef mij ook de durf om uw liefde voor mij
en mijn liefde voor U
een concreet gelaat te geven
in de zorg voor armen en kleinen.
Erwin Roosen

Slotgebed 1

Goede God,
wij danken U voor Jezus, uw Zoon.
Ze zeggen dat Hij na zijn dood gezien werd door zijn leerlingen.
Hij is verrezen, zeggen ze.
En wij mogen geloven
dat Hij midden onder ons is
als wij proberen te leven zoals Hij.
Leer ons geloven, God,
zodat wij kunnen leven met groot vertrouwen in Hem,
en help ons dat geloof ook te realiseren in daden,
en zo mee te bouwen worden aan uw rijk van vrede. Amen.


Slotgebed 2

Getrouwe God,
in Jezus de Verrezene zijt Gij ons tegemoet gekomen,
hebt Gij ons aangesproken, dit uur.
Zijn boodschap daagt ons uit
om het over een andere boeg te gooien.
Vernieuw en verjong ons
en schenk uw Kerk een nieuwe lente.
Dat zij gedragen mag worden
door liefde voor U en voor elkaar.
Dat zij gekenmerkt mag worden
door onderlinge zorg en verantwoordelijkheid.
Dat zij mag toegroeien naar een toekomst bij U. Amen.

Zending en zegen

“Volg Mij.” Zo luidde het laatste woord van onze evangelielezing.
Die woorden van toen gelden tot op vandaag.
Moge God ons zegenen, opdat wij, door Hem uitgezonden,
zouden getuigen van zijn manier van leven:
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.