3e paaszondag C 2007

ZONDAGSVIERINGEN
derde paaszondag C-jaar (22 04 2007)

Begroeting

Van harte welkom vandaag in deze viering.
Jezus is daadwerkelijk in ons midden,
ook al zien wij Hem niet met onze ogen,
maar wij herkennen Hem in het symbool van het kruis:
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.


Openingswoord 1

Vandaag horen wij een dubbelverhaal:
dat van de wonderbare visvangst en
dat over de aanstelling van Petrus als leider over de Kerk.
Jezus bevestigt nog eens zijn blijvende aanwezigheid
en draagt Petrus op
om naar de mensen om te zien
met de zorg en de aandacht die Hijzelf aan mensen besteedde.
Dat is een gevaarlijke karwei, weet Jezus,
want zijn optreden werd immers door de machtigen dodelijk afgewezen.
Maar toch hebben Petrus en de zijnen
aan Jezus’ oproep gevolg gegeven.
Dankzij hun inzet, en later die van anderen,
heeft Jezus’ bevrijdend woord ook ons bereikt.

Openingswoord 2

In deze viering gaat het over de nacht van Petrus.
Bedoeld zijn niet alleen die lange donkere uren op het meer
dat hij vruchteloos zat te wachten
bij zijn lege netten.
Bedoeld is ook en vooral die eerste weken ná Pasen,
die voor Petrus de kleur hadden van de nacht:
angst en moedeloosheid
hebben ertoe geleid dat hij er de brui aan gaf.
Dat bleef zo tot Jezus hem persoonlijk aanpakte
en hem op de man af vroeg:
Simon, hebt gij Mij lief?
En toen voltrok zich het wonder.
Als het er op aankwam om voor Jezus te getuigen,
liep Petrus van dat moment af voorop,
vrank en vrij, soms zelfs onstuimig.

Ook in ons mensen,
vandaag en hier bijeen,
kan dit wonder gebeuren.
De Heer kan ook ons verleden louteren.
Hij wil ook ons vergeven als wij Hem verloochend hebben.
Laat dat wonder over je heen komen.
Dan kunnen wij samen vreugde delen
en samen vieren dat we de Heer herkennen in ons midden.

Vergevingsmoment

Wij dromen van een wereld vol liefde en geluk voor iedereen.
Maar wij schieten vaak tekort om daaraan gestalte te geven.
Daarom vragen wij U en elkaar om begrip en vergeving.

Heer, wij willen een wereld opbouwen van liefde,
maar wij klampen ons vast aan onze zelfgenoegzaamheid.
Daarom bidden wij om vergeving:
Heer, ontferm U over ons.

Christus, wij beroepen ons op de naastenliefde
als wij ons tekort gedaan voelen,
maar zelf zijn wij zo weinig bereid
ons voor elkaar in te zetten.
Daarom bidden wij om vergeving:
Christus, ontferm U over ons.

Heer, uw liefde roept ons op
om een hart te hebben voor iedereen
maar vaak sluiten wij ons op
in ons eigen, al te kleine wereldje.
Daarom bidden wij om vergeving:
Heer, ontferm U over ons.

Moge de Vader, bron van alle liefde,
zich in zijn barmhartigheid over ons ontfermen,
onze zonden vergeven
en ons in liefdevolle verbondenheid
geleiden tot het eeuwig leven. Amen.

Lofprijzing

Laten wij de Heer loven en prijzen
en dankbaar zijn voor zijn schepping
waarin Hij ons geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis.
Danken wij Hem
voor het licht van zon, maan en sterren,
voor de pracht van bloemen en planten,
voor het wisselen van de seizoenen
en voor alle leven hier op aarde.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.

Laten wij de Heer loven en prijzen
omdat Hij zijn zoon heeft gezonden,
die ons de werkelijke waarden van het leven
heeft kenbaar gemaakt
en ons de weg heeft getoond naar het eeuwig leven.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.

Laten wij de Heer loven en prijzen
in alle mensen die zich met hart en ziel inzetten
voor het geluk en het welzijn van medemensen,
voor de verdere uitbouw van zijn schepping,
voor het blijven uitdragen van zijn boodschap,
voor een wereld van vrede, zonder haat of tweedracht.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.

Laten wij de Heer loven en prijzen:
voor het geluk dat we mogen vinden in zoveel kleine dingen:
de glimlach van een kind,
een onverwacht teken van liefde,
een luisterend oor,
voor een gebaar van troost,
een woord van dank,
en het warme gevoel bij intens geluk.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.


Openingsgebed

Verrezen Heer,
Gij roept ons tot nieuw leven.
Gij daagt ons uit om
vertrouwde zekerheden los te laten,
onze blik te verruimen en nieuwe wegen in te slaan, naar Uw voorbeeld.
Wij danken U, omdat Gij ons daarbij niet aan ons lot overlaat.
Houd onze ogen open voor de weg
die leidt naar Uw wereld,
en ontsluit ons hart voor Uw woorden van leven,
opdat wij, zoals anderen vóór ons,
herders en beschermers zouden worden van het geluk van anderen. Amen.

Lezingen(Hand. 5,27b-32.40b-41; Joh. 21,1-19)

Luisteren wij dan nu naar de Heer, die ons toespreekt doorheen de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Hand. 5, 27b-32. 40b-41)
Uit de Handelingen van de apostelen.

27       Op een dag vroeg de hogepriester aan de apostelen:
28       `Hebben we u niet ten strengste verboden
onderricht te geven met een beroep op de naam van Jezus?
Toch is Jeruzalem door uw toedoen vol van uw leer;
u wilt zeker het bloed van die man op ons laten neerkomen?’
29       Daarop gaf Petrus namens de apostelen ten antwoord:
`God moet men meer gehoorzamen dan de mensen.
30       De God van onze vaderen heeft Jezus tot leven gewekt,
die u vermoord had door Hem aan een kruis te hangen.
31       Hem heeft God een hoge plaats gegeven
aan zijn rechterhand als leidsman en redder,
om Israël te bekeren en het zijn zonden te vergeven.
32       Wij zijn daarvan de getuigen,
samen met de heilige Geest,
die God gegeven heeft aan wie Hem gehoorzamen.’
40       De hogepriester verbood het hun om te verkondigen
met een beroep op de naam van Jezus,
en lieten hen vrij.
41       Zij verlieten het Sanhedrin,
blij dat ze waardig bevonden waren om vanwege die naam
smadelijk behandeld te worden.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Apok., 5, 11-14)
Uit de Openbaring van de apostel Johannes

11       Terwijl ik, Johannes, keek,
hoorde ik de stemmen van talloze engelen rondom de troon
en de dieren en de oudsten;
hun getal was tienduizenden tienduizendtallen
en duizenden duizendtallen;
12       en zij riepen luid:
`Waardig is het lam dat geslacht werd,
de macht en de rijkdom,
de wijsheid en de kracht,
de eer en de heerlijkheid en de lof te ontvangen.’
13       En elk schepsel in de hemel en op de aarde
en onder de aarde en in de zee,
en alles wat daarin is hoorde ik roepen:
`Aan Hem die zetelt op de troon
en aan het lam lof en eer en heerlijkheid
en kracht tot in alle eeuwigheid!’
14       En de vier dieren zeiden:
`Amen’,
en de oudsten vielen in aanbidding neer.
KBS Willibrord 1995

Evangelie
(Joh., 21, 1-19)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Johannes.

1        Jezus heeft zich nog eens aan zijn leerlingen geopenbaard,
bij het Meer van Tiberias.
Dit geschiedde als volgt.
2        Bij elkaar waren: Simon Petrus, Tomas die ook Didymus genoemd wordt, Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs
en nog twee andere leerlingen.
3        Simon Petrus zei tegen hen:
`Ik ga vissen.’
`Dan gaan wij mee’, antwoordden ze.
Ze gingen dus op weg en klommen aan boord,
maar die nacht vingen ze niets.
4        Toen het intussen morgen was geworden, stond Jezus aan de oever,
maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was.
5        Hij riep hun toe:
`Vrienden, hebben jullie soms iets te eten?’
`Nee’, riepen ze terug.
6        `Werp dan het net uit, rechts van de boot,’ zei Hij,
`daar zul je wel iets vinden.’
Ze wierpen het net uit, en er zat zo’n massa vis in
dat ze niet meer bij machte waren het op te halen.
7        Daarop zei de leerling van wie Jezus hield tegen Petrus:
`Het is de Heer.’
Nauwelijks had Simon Petrus gehoord `Het is de Heer’,
of hij schortte zijn kiel op
– het enige wat hij aan had –
en sprong in het water,
8        terwijl de andere leerlingen met de boot kwamen
– ze waren niet ver meer uit de kust, slechts een tweehonderd el –
en het net met de vissen achter zich aan sleepten.
9        Toen ze aan land waren gestapt,
zagen ze dat er een houtskoolvuur was aangelegd,
met vis erop en brood ernaast.
10       Jezus zei tegen hen: .
`Breng wat van de vis die jullie zojuist gevangen hebben.’
11       Simon Petrus ging dus weer aan boord
en sleepte het net aan land.
Het zat vol grote vissen, honderddrieënvijftig stuks,
en ondanks die enorme hoeveelheid scheurde het net niet.
12       Daarna zei Jezus: `Kom nu en eet.’
Geen enkele leerling durfde Hem te vragen: `Wie bent U?’
Ze wisten nu dat het de Heer was.
13       Toen nam Jezus het brood en gaf het hun, en zo ook de vis.
14       Dit was de derde keer dat Jezus zich aan zijn leerlingen openbaarde
sinds zijn opwekking uit de doden.
15       Toen ze gegeten hadden vroeg Jezus aan Simon Petrus:
`Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief, meer dan de anderen hier?’
`Ja, Heer,’ zei hij,
`U weet dat ik van U houd.’
Daarop zei Jezus: `Zorg dan voor mijn kudde.’
16       Nogmaals vroeg Hij: `Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?’
`Ja, Heer,’ zei hij, `U weet dat ik van U houd.’
Daarop zei Jezus: `Wees dan een herder voor mijn schapen.’
17       Nog een derde keer vroeg Hij:
`Simon, zoon van Johannes, houd je van Mij?’
Het deed Petrus pijn dat Hij hem voor de derde keer vroeg
of hij van Hem hield, en hij zei:
`Heer, U die alles weet, U beseft toch wel dat ik van U houd.’
Daarop zei Jezus: `Zorg dan voor mijn schapen.
18       Waarachtig, Ik verzeker je:
als jongeman deed je zelf je gordel om en je ging de weg die je zelf wilde;
als je oud bent zul je je armen uitstrekken en je gordel laten omdoen,
en je zult een weg gaan die je zelf niet wilt.’
19       Hiermee kondigde Hij aan
door wat voor dood Petrus God zou verheerlijken.
En na deze voorspelling zei Hij tegen hem:
`Volg Mij.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Mag ik u uitnodigen om,
even vrijmoedig als Petrus,
te getuigen van de verrezen Heer.

Ik geloof in God,

niet zichtbaar, niet tastbaar,
maar toch aanwezig in elke mens.

Ik geloof in Jezus,

omdat hij hoopvolle woorden sprak,
maar ook omdat Hij doorheen lijden, dood en verrijzenis,
Weg, Waarheid en Leven is.

Ik geloof in de Geest,

bron van hoop en toekomst voor elke mens
die met ons op weg gaat
naar een hoopvolle toekomst
ook doorheen de moeilijke momenten van het leven.

Ik geloof in de verrijzenis van de mens,

ik geloof dat echt mens-zijn mogelijk is
omdat God ons tot nieuw leven roept
omwille van de liefde die sterker is dan de dood.
Amen.

Voorbeden

Onze God is barmhartig en laat zijn mensen nooit in de steek.
Daarom mogen wij onze persoonlijke gebedsintenties aan Hem toevertrouwen.

– Heer, wij bidden U voor alle mensen
die door lijden en verdriet van hun stuk gebracht worden;
voor alle mensen die niet meer weten waar zij het moeten zoeken;
dat de kracht van de Verrezene hen mag begeleiden en behoeden voor wanhoop.
Laten wij bidden…

– Heer, geef ons kerkmensen,
die warmte uitstralen, hoop wekken en uw Kerk maken tot een gastvrij huis.
Laten wij bidden…

– Heer, geef herders aan uw kerk, geduldige vissers,
met netten die niet scheuren,
vissers die luisteren en spreken met aandacht
voor de taal en de gevoeligheden van deze tijd,
die bestand zijn tegen ontgoochelingen en sterkte vinden bij U en bij elkaar.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor ouders en kinderen,
voor leerlingen en leerkrachten,
voor mannen en vrouwen,
voor christenen en moslims,
voor autochtonen en allochtonen.
Dat zij leren mogen dat het geloof in Gods liefde
in staat is alle verschillen te overbruggen – hoe moeilijk dat soms ook mag lijken.
Laten wij bidden…

– Bidden wij dat het vieren van de eucharistie geen loos gebaar zou zijn,
maar ieder van ons mag helpen groeien in liefde en menselijkheid,
in de gezindheid van Jezus de Christus.
Laten wij bidden…

Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:

Gebed over de gaven 1

Heer, onze gemeenschappelijke maaltijd
bestaat niet uit brood en vis bij een vuurtje op het strand,
maar uit brood en wijn,
op een altaartafel.
Maar even wonderbaarlijk als daar op het strand
is uw aanwezigheid hier in ons midden.
Aanvaard dit brood en deze wijn en deel het met ons
als teken dat het leven de dood heeft overwonnen
in Jezus van Nazareth, onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven 2

God en Vader, in het breken van het brood
herkenden de leerlingen uw Zoon Jezus.
Laat ook ons de Heer herkennen
die voor ons
voedsel is voor onderweg
op onze weg door het leven. Amen.


Tafelgebed

Wij danken U, Heer onze God,
om alles wat Gij voor ons zijt:
schepper en bevrijder,
herder van mensen, licht en leven.
Wij danken U omdat Gij liefde zijt,
die onze lotgenoot wil zijn,
die ons falen vergeeft en zich over ons ontfermt,
die begaan is met ons lijden en onze vreugden deelt.
Wij blijven vertrouwen op U,
ook als uw aangezicht niet wordt gezien,
uw stem niet wordt gehoord
en Gij machteloos schijnt om ons te helpen.
Met allen die uw naam hoog houden in lief en leed,
in leven en sterven, bidden wij:

Heilig, heilig, heilig…

Wij danken U, Heer onze God,
om Jezus, uw zoon:
Hij gaf ons een teken van zijn liefde.
In Hem is uw vergeving en genezing
mens geworden.

Want Hij heeft die laatste avond brood genomen,
daarvoor dank gezegd, het gebroken,
het zijn vrienden aangereikt met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam
dat voor u gegeven wordt.”

Zo heeft Hij ook de beker genomen,
daarvoor dank gezegd,
en hem rondgegeven met de woorden:
“Drink allen hieruit,
deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Blijf dit doen tot mijn gedachtenis.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Samen komen wij tot U, God,
met dit brood en deze beker
en wij bidden U:
gedenk Hem die zich voor ons heeft gedeeld
en aanvaard dit als teken van onze toewijding.

Toen Jezus zijn werk van vrede had volbracht
hebt Gij, Vader, Hem hoog verheven
en Hem ‘ Mensenzoon ‘ genoemd.
Zend nu zijn Geest in ons midden:
een Geest die niet verdeelt maar samenbrengt.
die geloof geeft in de toekomst,
vertrouwen in de mens,
barmhartigheid en recht.

Zo kan deze wereld een koninkrijk van vrede worden
waar vreugde en toekomst is voor allen,
een wereld waar het goed is te leven
in de naam van Jezus, uw Zoon.

Door Hem danken en eren wij U, Vader,
en vervuld van zijn Geest zullen wij zijn boodschap
verder uitdragen tot het einde der tijden.
Amen.

Onze Vader

Wij bidden om mensen met allerlei talenten,
die de boodschap van bevrijding en hoop gestalte geven.
Wij bidden om leiderschap dat ontvankelijk en stimulerend is.
Wij bidden met de woorden, die we door de eeuwen heen ontvingen
:
Onze Vader…

Vandaag en morgen heeft de Heer meer dan ooit mensen nodig
die zonder om te zien willen uitgaan naar anderen
om voor hen Zijn brood te breken,
om voor hen Zijn woord te spreken van liefde, verwachting en eeuwig leven.
Zo kunnen wij hoopvol uitzien naar de komst van Jezus, Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…


Vredeswens

Vanaf de oever roept Iemand
van wie veel mensen denken dat Hij monddood is
en voor altijd uitgepraat.
Hij zegt iets merkwaardigs:
gooi je net, je leven over een heel andere boeg,
wees getuige van hoop en liefde.
Dan zullen wij uitgroeien tot Zijn volk van vrede.
En die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij elkaar een hartelijk teken van vrede.

Lam Gods

Communie

Telkens weer werd Jezus herkend aan het breken van het brood.
Mogen ook wij Hem herkennen als Hij tot ons zegt:
Vrede zij u, kom aan tafel
want Ik breek mijzelf tot voedsel voor u.
Heer, Ik ben niet waardig…

Bezinning

Ik wil wel komen, Heer,
maar of ik U kan volgen
weet ik niet.
Uw ritme van leven
is immers gans anders
dan het mijne.

Ik wil wel komen, Heer,
maar of ik alles achterlaten kan,
weet ik niet.
Uw kijk op de dingen
is immers veel radicaler
dan de mijne.

Ik wil wel komen, Heer,
maar of ik echt liefhebben kan,
weet ik niet.
Uw liefde om de mensen
is veel ruimer
dan de mijne.

Ik wil wel komen, Heer,
maar of ik trouw kan blijven,
weet ik niet.
Uw woord van trouw
is goddank veel sterker
dan het mijne.
                   Lambert Van Herk en Denise Nickman

Slotgebed 1

Hoed mijn schapen;
draag zorg voor kwetsbaar leven.
Dat was Jezus’ opdracht aan Petrus en de zijnen.
Die opdracht van toen
mogen wij vandaag tot de onze maken,
opdat de wereld van vandaag en morgen
wordt wat Jezus ervan hoopte:
een wereld van mensen
die behoeders willen zijn van elkaars geluk en vrede.

Slotgebed 2

Vandaag vraag Ik het ook aan jou – zegt God:
Hou je van Mij? Zie je Mij graag?
En wordt die liefde voor Mij ook zichtbaar in je liefde voor anderen,
in het bijzonder voor armen en kleinen?
Je moet niet te snel antwoorden,
Ik zal het je nog wel eens vragen
en Ik zal vooral naar je manier van leven kijken:
hoe je zorg draagt voor je medemensen
en hoe teder je met anderen omgaat.
Ik vraag geen onmogelijke dingen van je,
alleen dat je liefhebt, in mijn naam en met mijn hart.
Alleen zo kun je in de voetsporen van mijn Zoon gaan
en ‘mens van liefde’ worden.                                                        Erwin Roosen

Zending en zegen

“Volg Mij.” Zo luidde het laatste woord van onze evangelielezing.
Die woorden van toen gelden tot op vandaag.
Moge God ons zegenen, opdat wij, door Hem uitgezonden,
zouden getuigen van Zijn manier van leven:
in de naam + van de vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.