3e paaszondag B 2018 p

15 april 2018        (Viering)

Handelingen van de Apostelen 3,13-15.17-19
Lucas 24, 35-48

‘Vrede zij U’

Eeuwenlang werden verrijzenisverhalen gelezen als onbetwistbare ooggetuigenverslagen. De opvatting die men destijds had van tijd en ruimte, van hemel en aarde, was zodanig dat niets een letterlijke verklaring in de weg stond. Dat is heden ten dage wel anders. Het verhaal past niet langer in ons wereldbeeld, niet als je het letterlijk interpreteert.
Bekijken we daarom de hiernamaalsverhalen eens van dichterbij. Jezus, die uit de dood is opgestaan, verschijnt aan mensen. Hierbij vallen enkele dingen op. Ten eerste: men herkent Hem niet meteen. Ten tweede: de verschijningen leiden steeds tot verbijstering en schrik. Men vreest een geest te zien of een waanidee te hebben.
En tegen die ontreddering en angst zegt Jezus steeds: ‘Vrede zij met U’: zijn paswoord. Het is zijn groet als Hij verschijnt aan zijn vrienden. Vrede is de diepste uitstraling van de Verrezene. In Hem is geen haat, geen wrok, geen vergelding te bespeuren.
Die vrede werd aangekondigd bij Jezus’ geboorte in Betlehem: ‘Vrede op aarde’. Die vrede verkondigde Jezus aan iedereen die Hem ontmoette. ‘Ga in vrede,’ wenste Hij de blinde, de dove, de lamme, de zondares… ‘Mijn vrede geef Ik u,’ sprak Hij tegen zijn leerlingen tijdens het laatste avondmaal. Deze woorden zijn een gebed geworden dat in elke eucharistieviering uitmondt in de vredewens.

Terwijl de apostelen na Jezus dood over Hem spreken, komt Hij weer in hun midden.  Wat de leerlingen toen ook ervaren mogen hebben, het deed hen in elk geval met een nieuw elan naar het leven en de verhalen van Jezus kijken. Alles wat Hij gedaan en verteld had, kreeg opeens een veel diepere betekenis. Ze hadden drie jaar lang met hem opgetrokken, ze stonden er met de neus bovenop en toch begrepen ze vaak niet wat Hij bedoelde. Als Jezus sprak over het Koninkrijk Gods, dan maakten zij onderling ruzie over wie daar dan aan zijn rechterhand mocht zitten. Als Jezus zijn lijden en dood voorspelde, dan uitte Petrus forse taal en beloofde Jezus te verdedigen.
Stilaan begint het nu echter voor zijn vrienden te dagen. Jezus bracht mensen opnieuw tot leven. Hij bood vrede, bevrijding uit dood en ziekte, uit eenzaamheid of uitsluiting, uit hopeloze situaties. Pas na zijn dood, merkten ze wat hij echt bedoeld had of, zoals Lucas het vandaag uitdrukt: toen opende Hij hun verstand om de Schriften te begrijpen. Zachtjesaan kreeg hun geloof vorm: hun hart werd ontvankelijk voor Gods woord. Uiteindelijk zullen ze niet meer kunnen stilzitten; ze zullen gaan getuigen in woord en daad. De preek van Petrus uit de eerste lezing is daarvan een bewijs. Er moet blijkbaar in het leven van een mens soms iets gebeuren, waardoor je gaat nadenken over wat belangrijk en waardevol is in het leven. Bij de apostelen rijpte het inzicht na Jezus’ dood. Zij ervaren dat Hij gestorven is en nu op een nieuwe wijze levend bij hen is. In woord en daad gaan zij voortaan van hem getuigen, door hun manier van leven. In Jezus’ doorboorde handen en voeten herkennen zij de gekwetste medemens.

Getuigen van de verrijzenis betekent: mensen ondersteuning bieden. Mensen nabij zijn wanneer zij zich door iedereen verlaten voelen. De stilte van het gebed brengen waar geen woorden meer zijn. Gods aanwezigheid present stellen, waar mensen onwaardig bejegend worden. We mogen niet voorbij gaan aan het lijden van de mens, maar we dienen naast die mens te staan. Dat is de kern van de paasboodschap waarvan ook wij getuigen moeten zijn.
‘Vrede zij U’ zegt Jezus immers ook tot ons. Achter die wens zit een diepe betekenis. Het is meer dan een wens om vrede in de wereld, waar ruzie, oorlog en geweld uitgebannen worden. Het behelst een vrede die diep in de mens zelf verankerd zit: een geestestoestand van rust en evenwicht.
Het opvallende is dat je die innerlijke vrede vaak terug vindt bij mensen die veel hebben meegemaakt, mensen die verdriet en tegenslag kenden. Daardoor juist leerden zij zich niet meer vast te klampen aan uiterlijkheden of bijkomstigheden maar hun houvast te zoeken in diepere waarden. En het is die innerlijke vrede die een mens echt vrij maakt.
Die innerlijke vrede, vrijheid en geestelijke kracht die daaruit voortvloeit, heeft in wezen te maken met geloven. Met geloven dat leven meer omvat dan een goed functionerend lichaam, dat leven vraagt om gedeeld te worden met anderen, en dit in samenhorigheid, verbondenheid, en  dienstbaarheid.
Het heeft ook te maken met geloven in God als het diepste fundament van alle leven en van alle goedheid, van zijn opdracht om in vrede te leven met elkaar.
Het is geen vrede van met rust gelaten te worden maar wel een vrede die moet uitmonden in getuigen: getuigen in woord en daad.
Kunnen wij Jezus ook zien?
Zeker en vast, in de mensen rondom ons kunnen wij Hem zien. We kunnen zomaar op een dag met mensen breken en delen: ons brood, onze vriendschap, liefde, zorgen en pijn en vooral in de kwetsbare medemens die onze hulp nodig heeft. En dan kunnen we zomaar ‘God’ ontmoeten … Amen.

Monique Van Caenegem-Suys

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.