33e zondag door het jaar C 2016 p

13 november 2016            (Viering)

Blijven vertrouwen, ook in moeilijke tijden
(Lc. 21,5-19)
Het verhaal over de verwoesting van de tempel met alle verschrikkingen daar omheen en de daaraan gekoppelde oproep om ondanks alles trouw te blijven, is een vooruitblik op de periode die voorafgaat aan het aanbreken van het einde der tijden. Voor dit verhaal heeft Lucas inspiratie gezocht bij zijn collega Marcus. Maar er is wel een opmerkelijk verschil. Marcus dacht dat het einde der tijden vlak voor de deur stond, dat met de komst van Jezus die eindtijd was ingeleid. Ook Paulus leefde in de verwachting van de nabije eindtijd. Lucas schrijft zijn evangelie twintig jaar later. Hij heeft intussen begrepen dat het einde der tijden niet zo nabij was als Marcus dacht. Hij schuift die eindtijd door naar de toekomst om ruimte te scheppen voor de Kerk waaraan hij later zijn tweede boek zal wijden,, de Handelingen van de Apostelen.

Maar, zo zegt Lucas ons, de kerk zal het niet gemakkelijk hebben. Vóór het einde der tijden aanbreekt zal zij harde noten te kraken hebben. Zij zal geconfronteerd worden met:
– dwalingen en valse Christussen;
– strijd van volk tegen volk, van koninkrijk tegen koninkrijk;
– aardbevingen, pest en andere verschrikkelijke dingen;
– mensen zullen gevangen genomen worden en voor koningen gesleept omwille van Jezus’ Naam;
– er zijn er die door hun eigen ouders, zussen en broers, door bloedverwanten en vrienden overgeleverd zullen worden;
– sommigen zullen zelfs ter dood worden gebracht;
– velen zullen voorwerp zijn van haat en spot…
Tot zover Lucas’ beschrijving van de tijd waarin de Kerk te leven heeft. Tot zover dus een typering van onze tijd, de tijd waarin wij Kerk hebben te zijn.
En onze evangelist zit er niet zover naast als we de krant openslaan of het televisienieuws volgen. Dagelijks een opstapeling van berichten over oorlog, terrorisme, vluchtelingen, discriminatie, aardbevingen, en noem maar op. Blijkbaar is er in al die eeuwen niet zoveel veranderd onder de zon. Het is misschien zelfs nog erger geworden, want Lucas roept een tijdgeest op, maar onze nieuwsmedia hebben het over feiten. En iedereen kan deze dagelijkse rampenlijst nog aanvullen met persoonlijke problemen, die niet de koppen van de krant halen.
Moeilijke tijden dus, zowel in ons persoonlijk leven, op wereldvlak, als op kerkelijk vlak.

Tegen die achtergrond waarschuwt Jezus ons voor paniek en wanhoop. Hij troost en spoort ons aan tot standvastig­heid: “Het zal voor u uitlopen op getuigenis”, zegt Hij. Als we christen willen zijn, moeten we het zijn in deze tijd en in deze wereld, in deze Kerk, in onze concrete situatie. Als we hier en nu geen daadwerkelijk christen zijn, dan zijn we het nergens.
De plaats en de tijd waarin we leven kunnen we niet kiezen. We kunnen wel kiezen of we in onze tijd Christus willen beleven of niet. En willen wij het doen, dan mogen we ons in geen geval laten ontmoedigen want “Ik zal u taal en wijsheid geven” zegt Jezus. En “geen haar van uw hoofd zal verloren gaan”.
Op dit woord mogen we vertrouwen, in alle omstandigheden, zelfs als we aan het einde van de toekomst menen te staan en de dood in de ogen zien.

Een voorbeeld van dat vertrouwen gaf ons Martin Luther King, destijds de grote voor­vechter van gelijke burgerrechten voor de zwarten in de Verenigde Staten, die twee dagen voor hij vermoord werd het volgende schreef:
We hebben moeilijke dagen voor de boeg,
maar ach, ik geef er niet om,
want ik ben boven op de berg geweest,
ik heb in de verte gekeken en heb het beloofde land gezien.
Wellicht zal ik het niet samen met u bereiken,
maar ik wilde u vandaag wel verzekeren
dat wij als één volk het land zullen bereiken.
Daarom ben ik gelukkig vandaag,
ik vrees geen mens:
mijn ogen hebben immers de glorie gezien,
onze verlossing, waarvoor God borg staat.
Twee dagen later werd Martin Luther King doodgeschoten.

Maar we moeten niet altijd de dramatische toer opgaan. Daarom tot slot nog een verhaaltje over onze paus Franciscus. Op een avond – hij was nog maar pas paus gekozen – lag hij te woelen in dat vreemde Vaticaanse bed, en de problemen waarmee hij in de loop van de dag geworsteld had, spookten door zijn hoofd.
Eindelijk viel hij in slaap met de gedachte: “Ach, daarover moet ik me niet het hoofd breken, dat zijn zorgen voor de paus… die is niet voor niets paus geworden”.
Kort daarop schiet hij opnieuw wakker: “Verdorie, het is waar, ik ben nu de paus. Ik kan dus die problemen niet van mij wegschuiven!” Het angstzweet brak hem uit en van slapen was geen sprake meer. Hij ging rechtop zitten en vroeg zich bang af wat hij morgen tegen bisschop X zou moeten zeggen… en wat hij aan die ambassadeur moest antwoorden die hem kwam spreken namens de president van ik weet niet welk land…
Plots drong het tot hem door dat een paus toch maar een medewerker is van Jezus Christus; dié is toch de eigenlijke Herder van de Kerk. Met een zucht van verlichting schoof hij opnieuw tussen de lakens en weldra viel hij in een diepe zorgeloze slaap in de overtuiging dat hij zich van de dag van morgen niets moest aantrekken. De Heer moest zelf maar zijn problemen oplossen en hem, zijn medewerker, op het juiste moment de nodige taal en wijsheid geven.

Ook dat is geloven: temidden van de dagelijkse zorgen er op vertrouwen dat de Heer grootse dingen doet, zelfs terwijl de paus slaapt…
Marc Christiaens o.p.

 

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.