33e zondag door het jaar A 2008

(16 11 2008 )


Begroeting

Genade en vrede van God,
+ Vader en Schepper van alle mensen,
genade en vrede van Jezus Christus, gestorven en verrezen,
genade en vrede ook van de heilige Geest, die alles nieuw zal maken. Amen.


Openingswoord 1

Met zijn parabel van de talenten
daagt Jezus ons uit
om – met alle risico’s vandien –
buiten eigen kring te treden,
om ook daar mensen te interesseren voor zijn boodschap
en om Gods Geest te laten gisten in anderen en in de hele samenleving.
Wie zijn geloof beleeft voor het heil van velen
kan, met opgeheven hoofd,
als een vermogend mens,
de Heer bij zijn wederkomst in de ogen zien.

Om de ons geschonken talenten daartoe in te zetten
deinzen we al te vaak terug.
Daarom willen wij onze God bidden
om steun en ontferming.

Openingswoord 2

In het evangelie van vandaag worden mensen geprezen
die risico’s aandurven.
Geloven houdt in dat men zich aan God durft toevertrouwen
ook als men niet bij voorbaat weet waarop het zal uitdraaien.
God houdt er niet van
dat wij de rijkdom van ons geloof oppotten, opbergen.
Hij vindt dat we die moeten laten renderen voor een betere wereld.
Ook de eerste lezing zwaait alle lof toe
aan de energieke, talentvolle vrouw en huismoeder
die van aanpakken weet.

Soms brengen wij die moed en die inzet niet op,
deinzen we ervoor terug om het met God te wagen.
Daarom bidden we Hem om steun en ontferming.

Vergevingsmoment 1

Geloven in elkaar, met elkaar, is een doe-woord,
een opdracht die nooit af is.
Het is doorgaan en volhouden – soms met velen, vaak ook alleen –
wetend dat Iemand ons is voorgegaan
en ook nu met ons blijft meegaan.

– Geloven in elkaar, is bouwen aan een familie
waarin mensen met elkaar verbonden zijn als ranken aan een wijnstok.
De kleine wordt er groot gemaakt,
de arme zalig geprezen,
en de honger naar gerechtigheid is er levenskracht.
Aan zoveel geloof komen wij, kleingelovigen, vaak niet toe.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

– Geloven in elkaar, is bouwen aan een familie
waarin het geknakte riet niet gebroken wordt.
Wie verlamd is, kan weer opstaan
en nieuwe kracht opdoen in handen en voeten
om te leven voor anderen.
Aan zoveel geloof komen wij, kleingelovigen, vaak niet toe.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.

– Geloven in elkaar, is bouwen aan een familie
die zout is in de wereld, licht in het donker,
gist in het deeg, verfrissende regen in de zomer.
Een familie die oog heeft voor Gods natuur, voor mensen langs de weg,
en gaandeweg ontdekt
dat wat voor de minste is gedaan, aan Hem is gedaan.
Aan zoveel geloof komen wij, kleingelovigen, vaak niet toe.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

God, onze Vader, neem ons bij de hand,
wees het licht dat ons levenspad verlicht,
blijf ons nabij in lief en leed,
vandaag en morgen, en alle dagen van ons leven. Amen.


Vergevingsmoment 2

– In de manier waarop we met elkaar praten,
met elkaar omgaan,
geven we onszelf.
Mogelijk geven we niet steeds het beste van onszelf.
Daarom bidden we:
Heer, ontferm U over ons.

– In de belangstelling die we voor elkaar hebben,
in de hulp die we elkaar kunnen bieden,
geven we onszelf.
Mogelijk geven we niet steeds het beste van onszelf.
daarom bidden we:
Christus, ontferm U over ons.

– We hebben elk onze talenten.
We kunnen vaak meer geven dan we voor mogelijk houden,
maar we doen er geen moeite voor.
Daarom bidden we:
Heer, ontferm U over ons.

Moge de goede God zich over ons ontfermen,
ons met elk-ander verzoenen
en ons geleiden tot het eeuwig leven. Amen
.


Lofprijzing

Eer aan God in de hoge.

Wij loven U, Vader,
scheppende kracht,
bron van liefde.
Wij loven U, Jezus Christus,
zoon van God,
Weg, Waarheid en Leven.
Wij loven U, Heilige Geest,
vuur, brandende liefdeskracht.

Eer aan God in de hoge.

Vrede op aarde
voor mensen die eenvoudig zijn,
voor mensen die zachtmoedig zijn,
voor mensen die barmhartig zijn,
voor mensen die luisteren
naar het woord van God
en het onderhouden.

Eer aan God in de hoge.

Vrede op aarde
en liefde onder alle mensen:
liefde die nieuw maakt en heelt,
liefde die hoopt en duldt,
liefde die blijft in tijd en eeuwigheid.
Amen.

Openingsgebed 1

God, Gij die ons geschapen hebt,
en zegt: ‘Je mag er zijn’,
leer ons luisteren naar uw stem.
Leer ons de talenten die Gij ons geschonken hebt,
kennen en erop vertrouwen.

Leer ze ons vrijmoedig te gebruiken
tot geluk van onszelf en onze medemensen. Amen.

Openingsgebed 2

God,
Gij die ons ogen gegeven hebt om te zien, oren om te luisteren
en een hart om lief te hebben,
doe ons inzien hoe wij met deze gaven
uw licht kunnen zijn in de wereld om ons heen.
Bemoedig ons om, in ’t groot of in ‘t klein,
te werken aan vrede.
Bemoedig ons om, met oog en hart voor mensen om ons heen,
aan uw verwachtingen te beantwoorden. Amen.

Lezingen
Luisteren wij nu naar Gods woord, ons toegesproken in de Schrift.

Eerste lezing (Spreuken 31,10-13.19-20.30-31)
Uit het boek der Spreuken

10       Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?
Haar waarde gaat die van koralen ver te boven!
11       Het hart van haar man vertrouwt op haar
en het zal hem aan winst niet ontbreken.
12       Zij brengt hem geluk, geen ongeluk,
alle dagen van haar leven.
13       Zij zoekt zorgvuldig wol en linnen uit
en werkt ermee tot genoegen van haar handen.
19       Zij strekt de handen uit naar het spinrokken
en houdt de weefspoel in haar vingers.
20       Zij opent haar hand voor de behoeftige
en strekt haar armen uit naar de misdeelde.
30       Bevalligheid is bedrieglijk, schoonheid vluchtig,
maar een vrouw die de Heer vreest, moet worden geroemd.
31       Bejubel haar om de vrucht van haar handen
en roem haar in de poorten om haar werken.
KBS Willibrord 1995


Tweede lezing
(1 Tessalonicenzen 5,1-6)
Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica

Broeders en zusters,
1        Over tijd en uur echter hoeven wij u niet te schrijven.
2        U weet zelf heel goed dat de dag van de Heer komt
als een dief in de nacht.
3        Terwijl ze zeggen:
`Er heerst vrede en veiligheid’,
juist dan overvalt hen plotseling het verderf,
zoals weeën een zwangere vrouw,
en is er geen ontkomen aan.
4        Maar u, broeders en zusters,
u leeft niet in de duisternis,
zodat de dag u als een dief zou verrassen.
5        U bent allemaal kinderen van het licht, kinderen van de dag.
Wij behoren niet aan nacht en duisternis.
6        Laten wij dan ook niet slapen als de anderen,
maar wakker blijven en nuchter zijn.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Matteüs 25,14-30)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

Jezus hield volgende gelijkenis voor:
14       Het is als met iemand die naar het buitenland ging.
Hij riep zijn slaven bij zich en vertrouwde hun zijn bezit toe.
15       Aan de een gaf hij vijf talenten,
aan een ander twee en aan een derde één,
overeenkomstig ieders bekwaamheid.
En hij vertrok naar het buitenland.
16       Degene die de vijf talenten gekregen had,
ging er meteen mee handelen en verdiende er nog vijf bij.
17       Zo verdiende ook die er twee gekregen had er nog twee bij.
18       Maar die er één gekregen had, ging een gat in de grond graven
en stopte daar het geld van zijn heer in.
19       Na lange tijd kwam de heer van die slaven terug
en hield afrekening met hen.
20       Degene die de vijf talenten gekregen had,
kwam naar voren met nog vijf talenten en zei:
`Vijf talenten, heer, had u me toevertrouwd.
Kijk, ik heb er nog vijf talenten bij verdiend.”
21       Zijn heer zei tegen hem:
`Uitstekend, goede en trouwe slaaf,
in het kleine ben je betrouwbaar geweest,
over veel zal ik je aanstellen.
Kom delen in de vreugde van je heer.”
22       Ook degene die de twee talenten gekregen had, kwam naar voren en zei:
`Twee talenten, heer, had u me toevertrouwd.
Kijk, ik heb er nog twee bijverdiend.”
23       Zijn heer zei tegen hem:
`Uitstekend, goede en trouwe slaaf,
in het kleine ben je betrouwbaar geweest,
over veel zal ik je aanstellen.
Kom delen in de vreugde van je heer.”
24       Ook degene die het ene talent had gekregen,
kwam naar voren en zei:
`Heer, ik heb u leren kennen als een streng man;
u oogst waar u niet hebt gezaaid
en u haalt binnen waar u niet hebt uitgestrooid.
25       Uit angst heb ik uw talent in de grond gestopt.
Kijk, hier hebt u uw eigendom terug.”
26       Maar zijn heer antwoordde hem:
`Slechte, lamlendige slaaf,
je wist dat ik oogst waar ik niet heb gezaaid
en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid.
27       Je had dus mijn geld op de bank moeten zetten.
Dan had ik het bij mijn komst met rente teruggekregen.
28       Neem hem daarom het talent af
en geef het aan hem die de tien talenten heeft.
29       Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden en wel overvloedig.
Maar aan degene die niet heeft,
zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft.
30       Werp die nutteloze slaaf in de uiterste duisternis.
‘ Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Spreken wij ons vertrouwen uit in God,
die ons zozeer vertrouwt
dat hij het beheer van zijn Blijde Boodschap aan ons durft toevertrouwen.

Ik geloof in God, mijn Schepper,

die man en vrouw gemaakt heeft naar zijn beeld;
die mij liefheeft als een vader
en voor mij zorgt als een moeder;
die mij troost en vergeeft
en die mij altijd de mogelijkheid geeft
opnieuw te beginnen.

Ik geloof in Jezus Christus,

die, door God gezonden, mens is geworden,
om ons nabij te zijn;
die, helend en genezend,
ons de liefde heeft voorgeleefd.

Ik geloof in de Heilige Geest,

die bezielt en vreugde brengt,
die de mensen hoop geeft,
die de bron is van mijn geloof.

Ik geloof dat de mensen elkaar nodig hebben
om samen God te dienen,
om de schepping voor iedereen leefbaar te maken
door samen te delen en in eenvoud te leven,
en zo te werken aan de komst van Gods rijk. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
al wat ons zorgen baart
en alles waarvoor we persoonlijk willen danken,
op het altaar van de Heer.
Wij bieden het Hem aan,
samen met onze gaven en dit brood en deze wijn.

– Bidden we dat wij de talenten die ons gegeven zijn,
op het spoor komen,
en op zoek gaan naar nieuwe mogelijkheden die in ons sluimeren.
Dat wij die niet zozeer aanwenden tot eigen eer en glorie,
maar ze inzetten voor het geluk van anderen.
Laten wij bidden…

– Bidden we dat wij onze talenten laten renderen
om zieken nabij te zijn.
Om te troosten waar verdriet verlamt,
om hoop te zijn voor wie machteloos wanhopen
en om kanslozen een uitweg aan te reiken.
Laten wij bidden…

– Bidden we dat wij onze talenten laten renderen
om de kloof tussen rijk en arm te dempen,
om de macht van het geweld en het geweld van de macht een halt toe te roepen,
om slaven en meesters ervan te overtuigen dat zij elkaars gelijken zijn.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– Bidden we voor mensen,
gevangen in egoïsme,
die de hun gegeven talenten slechts aanwenden
tot eigen eer en glorie.
Dat zij zich bewust worden van hun verantwoordelijkheid,
hun eigen kring doorbreken
en leren anderen van dienst te zijn met hun gaven.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor mensen
die, door omstandigheden,
geen kans hebben gekregen om hun talenten
te ontdekken of te ontwikkelen.
Dat zij zich weten los te maken van beklemmende structuren
en moedig nieuwe wegen durven gaan.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor mensen
die lijden onder honger en armoe
en vaak het noodzakelijkste missen
om menswaardig te kunnen leven.
Dat zij de aandacht krijgen
die zij verdienen
en dat anderen hun talenten beschikbaar stellen
om die nood te lenigen.
Laten wij bidden…

God,
geef dat wij, met al wat we hebben
aan gaven, mogelijkheden en talenten,
in dienst zouden staan van uw komende Rijk. Amen.
naar Gerard Kock

Voorbeden 3

– Bidden we voor hen
die hun talenten  niet of nauwelijks gebruiken
voor een stukje opbouw van de samenleving.
Mogen zij geprikkeld worden om dat wel te doen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor mensen
die niet veel verder komen dan alsmaar denken
dat ze zoveel minder talenten gekregen hebben dan anderen.
Dat zij mensen mogen ontmoeten die hen duidelijk maken
dat dit getob nergens voor nodig is.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor alle mensen
die actief zijn op het terrein van de wetenschap.
Dat zij hun talenten zo inzetten
dat zij de mensheid echt ten goede komen.
Laten wij bidden…

– Bidden we tenslotte voor onszelf.
Dat ieder van ons zijn of haar talenten
op een effectieve en originele manier mag inzetten
voor Gods Koninkrijk.
Laten wij bidden…
Bas Rentmeester en Hub Schumacher

Voor al deze intenties, en ook voor wie en wat ons persoonlijk ter harte gaan, bidden wij:

Gebed over de gaven 1

God van de schepping,
in brood en wijn gedenken wij de liefde en de overgave
waarmee Jezus gezegend was.
Aanvaard deze gaven
en maak ons in zijn geest
bezorgd om deze aarde
en toegewijd aan elkaar.
Dat vragen wij U door Hem die de aarde diende en de hemel won,
Jezus Messias, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven 2

Heer, onze God,
Gij hebt ons geschapen als mensen met ongekende talenten,
úw talenten, aan ons toevertrouwd
om ze aan te wenden in uw geest:
ten bate van elkaars welzijn en geluk.
Als blijk van onze goede wil
bieden wij U deze schaal met brood en deze beker wijn aan.
Maak ze vruchtbaar voor velen
wanneer wij dit brood breken en de beker rond reiken. Amen.


Tafelgebed

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen delen
om anderen een menswaardig bestaan te verzekeren,
voor hen die hun huis gastvrij openstellen.

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen luisteren
naar het leed van anderen,
die wonden genezen
door de pijn te helpen dragen;
voor mensen die kunnen troosten.

Wij danken U, God,
voor mensen die rust en stilte brengen,
die oog hebben voor kleine dingen,
die zich verheugen in de grootheid van anderen.

Wij danken U, God,
voor mensen die hongeren naar gerechtigheid,
die lijden omwille van het onrecht
dat anderen wordt aangedaan.

Wij danken U, God,
voor mensen die mild zijn in hun oordeel,
die eerbied hebben voor het leven,
die hun hart openen voor vergeving en verzoening.

Wij danken U, God,
voor mensen die zuiver zijn in hun bedoelingen,
die oprecht zijn in hun woorden,
die trouw blijven aan hun vrienden.

Wij danken U, God,
voor mensen die zich spiegelen
aan de levenswijze van Jezus.
Met hen getuigen en loven wij U, God:

Heilig, heilig, heilig …

Geen andere zekerheid is ons gegeven, Heer God,
dan op weg te zijn naar U.
.
Ons zoeken naar U
maakt ons tot een volk onderweg.
Mensen die verdwalen worden toegesproken
door Jezus, uw Zoon,
die de Weg, de Waarheid en het Leven is.
En als wij ons nestelen in onze zelfgenoegzaamheid,
Heer, roep ons dan weer op.

Toen Jezus die laatste avond met zijn vrienden aan tafel zat
gaf Hij hun een heilig teken:
Hij nam wat brood, dankte U, Vader,
brak het, deelde het uit en zei:
“Neem en eet hiervan, dit is mijn lichaam,
voor u gebroken, aan u toevertrouwd.”

Na de maaltijd nam Hij ook de beker, zegende die,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hieruit, dit is mijn bloed,
mijn levenskracht, voor u vergoten
tot vergeving van zonden,
tot verbondenheid onder mensen.
Kom samen, en doe dit telkens opnieuw,
en weet dan dat Ik bij u ben.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer God,
stuur ons op weg in de geest van Jezus, uw Zoon:
dat wij nieuwe wegen van goedheid banen,
paden van gerechtigheid en onderlinge vrede;
dat wij het leven leefbaar maken
en het puin ruimen van ons egoïsme.

Doe onder ons profeten opstaan
die het vuur van uw goedheid brandend houden,
die uw licht laten stralen,
ook in donkere momenten van ons leven.
Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn, Heer onze God,
die ons doet leven dank zij uw Geest,
hier en nu en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader

Bidden wij als kinderen van dezelfde Vader,
de woorden die zijn Zoon ons heeft voorgebeden:
            Onze Vader,….

Gij Heer, die ons ruimte en vrijheid gunt,
leer ons die zo gebruiken
dat wij anderen die ruimte niet ontnemen,
dat wij ieder mens op onze weg in zijn waarde laten
en hem proberen te zien met uw ogen.
Als Gij ons ontvankelijk maakt voor elkaar
zullen wij hoopvol kunnen uitzien
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
            Want van U is het koninkrijk…


Vredewens

Gij die onvermoeibaar zijt in het maken van een nieuw begin,
Gij die steeds opnieuw uw hoop vestigt op mensen,
wees met de moedelozen die niet meer durven dromen,
wees met hen die niet meer durven hopen
dat de wereld ooit nog leefbaar wordt voor al uw mensen.
Doe hen en ons weer opleven.
Doe hen en ons weer geloven
dat onheil ten goede kan worden gekeerd
als wij ons willen en durven inzetten.
Doe hen en ons weer geloven
dat Gij uw beloofde vrede zult schenken
als wij ze waarmaken, met elkaar.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij elkaar een hartelijke blijk van vrede en vreugde.


Lam Gods

Communie

Brood en wijn,
voedsel en vrede, recht op leven en menselijkheid
voor al uw mensen.
Heer, leer ons ons leven te breken en te delen.
            Heer, ik ben niet waardig…


Bezinning 1

Leven geven
is uitzicht schenken en uitzicht zijn.
Uitnodiging en antwoord,
woord en inhoud bieden.
‘Ja’ zeggen en nog veel meer
geloven, hopen en vertrouwen.

Leven geven
is dankbaar zijn om wat warmte geeft,
de wereld, de mensen, zon en maan
en zoveel meer daarbuiten.

Leven geven
is elkaar ontmoeten
in de warmte en de diepte van het hart
en geloven dat je sterven moet om te leven,
om levensadem en levenskracht te zijn.

Leven geven
is jezelf zijn
in grenzeloze liefde,
in volkomen overgave,
in grote dankbaarheid.

Bezinning 2

Het zit van binnen,
maar ik zoek het daarbuiten
en ben verbaasd
dat ik het niet vind.
Ik zoek en zoek
en roep tot God
maar er komt geen antwoord,
omdat de stilte van het grote niets
geen antwoord kent.

Pas binnen in mijzelf
hoor ik de mooiste woorden,
herken ik Gods stem,
de stem van liefde en vertrouwen,
van kracht en zekerheid.

Ik verlang de zon op mijn gezicht
maar er is weer Gods stem die zegt:
jij staat al eeuwen in het Licht
je houdt alleen je ogen dicht!

Slotgebed 1

Of je nu veel of weinig talenten hebt gekregen,
doet er eigenlijk niet toe – zegt God.
De vraag is wat je met die talenten gedaan hebt
en of je ze in dienst hebt gesteld
van het geluk van je medemensen.
Als dat zo is,
wil Ik je graag laten delen in mijn vreugde,
omdat je, op je eigen manier,
aan mijn droom van een nieuwe wereld
een gezicht
en handen en voeten hebt gegeven. Amen.
Erwin Roosen

Slotgebed 2

Heer, onze God,
aan ieder van ons hebt Gij uw gaven en talenten uitgedeeld,
uw opdracht toevertrouwd, gratis, belangeloos.
Geef dat wij de zachte krachten
wat meer aan bod laten komen
en zo de overvloedig geschonken genade
vruchten doen opbrengen
voor het echte, volle leven. Amen


Zending en zegen

De Heer vertrouwt erop dat wij de talenten
die Hij ons heeft toevertrouwd,
zullen inzetten om werk te maken
van een samenleving zoals Hij die voor ons heeft gedroomd.
Die inzet wil Hij graag zegenen:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.