31e zondag door het jaar A 2011

ZONDAGSVIERINGEN
eenendertigste zondag A (30/10/2011)

Begroeting

Laten we hier vandaag samenkomen
om ons leven te richten naar het Woord van de Heer.
Van harte welkom in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord 1

Wie baas is, heeft het voor het zeggen.
Zo gaat dat doorgaans in onze wereld.

Maar niet in míjn wereld – zegt Jezus:
“De grootste van u, zal uw dienaar zijn.”
M.a.w. gezagsdragers moeten zich laten gezeggen.
Hun motto moet zijn:
‘Wat kan ik voor jou doen?’
Wie met gezag is bekleed, wie een ambt uitoefent,
is geroepen tot dienstbaarheid aan de gemeenschap.
Gods wereld kent geen ‘hoger’ en geen ‘lager’:
allen zijn we elkaars broers en zussen,
kinderen van dezelfde Vader.

Openingswoord 2

We horen vandaag hoe Jezus zijn beklag doet over de kerkleiders van zijn tijd.
Ze maakten misbruik van hun geestelijk gezag.
Ze legden de mensen te zware verplichtingen op, –
verplichtingen die ze zelf niet onderhielden.
Bovendien waren ze teveel uit op eer en prestige.
“Neen”, zegt Jezus, “gezag moet ten dienste staan van hen
voor wie men verantwoordelijk is”.

Deze viering is dus een uitnodiging om te bidden
voor onze kerkleiders van vandaag:
dat ze hun gezag nederig en vooral ten dienste van de armsten uitoefenen.
Een uitnodiging ook voor ieder van ons die, hoe en waar ook,
gezag over anderen uitoefent.
Gezag zou moeten overkomen als een veilige mantel
waarin mensen zich geborgen weten.
Wij zijn daar nog lang niet aan toe
en daarom vragen we aan God en elkaar om vergeving.
naar Levensecht

Vergevingsmoment 1

Laten wij bij de aanvang van deze viering
God om vergeving vragen voor de fouten die we maakten
en voor de kansen tot goedheid die wij hebben gemist.

– Wij hebben elkaar veel meer nodig,
dan we laten blijken.
We hebben elkaar veel meer te bieden,
dan we gewoonlijk geven.
We hebben elkaar veel meer te zeggen,
dan we meestal uitspreken.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

– We kunnen elkaar veel meer troosten,
dan we beseffen.
We kunnen veel meer danken,
dan we vermoeden.
We kunnen elkaar veel meer steunen,
dan we tot nu toe deden.
Daarom bidden wij:
Christus, ontferm U over ons.


– We zouden elkaar veel meer
moeten aanmoedigen in het goede.
We zouden elkaar veel meer
moeten bewonderen in het mooie.
We zouden elkaar veel meer moeten helpen
in het moeilijke.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

Moge God zich metterdaad over ons ontfermen,
onze fouten vergeven
en ons geleiden naar het blijvende leven. Amen.


Vergevingsmoment 2

Wij hebben allen onze goede en kwade dagen.
Laten wij ons bij de aanvang van deze viering
daarom bezinnen over onze houding tot de anderen
en willen wij elkaar vergeving vragen en schenken.

– Omdat wij onvoldoende begrip opbrengen voor elkaar,
en ons te weinig inzetten voor het geluk van anderen:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

– Omdat wij, uit zwakheid of onverschilligheid,
zo vaak voorbijgaan aan wie ons oprecht liefhebben,
omdat wij vergeten dankbaar te zijn:
Christus, ontferm U over ons.

– Om alles wat we voor onze medemens
hadden kunnen doen en zijn,
om alles wat ongezegd bleef en ongedaan:
Heer, ontferm U over ons.

Laten wij elkaar vergeving schenken
en moge de barmhartige God ons in zijn liefde opnemen
en geleiden tot het eeuwig leven. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
schepper van hemel en aarde.
Hij schenkt ons leven, licht en liefde.
Hij schenkt ons zijn Zoon,
die ons bevrijdt.

Vrede op aarde onder mensen
die handen reiken van volk tot volk
en zich verzoenen met elkaar
tot een wereld zonder grenzen.

Mensen in wie Hij welbehagen heeft,
om hun inzet voor vrijheid en gerechtigheid
en om hun streven naar eerbied
voor alles wat in zijn schepping leeft.

Eer aan God in de hoge,
want Hij sluit een verbond
met de kleinen en de zwakken
en met allen die aan zijn boodschap gestalte geven.

Vrede op aarde aan alle mensen
en zalig zij die vrede stichten,
want zij worden kinderen van God genoemd.

Moge Hij welbehagen vinden in ons,
als volk onderweg,
in het voetspoor van Jezus,
onze Messias en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 1

God,
in de kern van ons geloof
schuilen krachten en mogelijkheden
die mensen van alle tijden hebben bezield.
Laat ons eeuwig jong blijven,
geef ons het lef om ons niet te laten afschrikken
door de risico’s van evangelisch leven.
Laat ons wonderen van geloof verrichten,
puttend uit U,
die, sinds tijd en eeuwigheid,
Bron zijt van alle levensgroei. Amen.

Openingsgebed 2

Je hebt maar één Heer – zegt God –
Jezus Christus.
Alleen van Hem kun je leren
authentiek als christen te leven,
vanuit je verbondenheid met Mij
die je ‘Vader’ mag noemen.
En je staat daar niet alleen voor.
Want alle mensen die in Mij geloven
zijn eigenlijk broers en zussen van je
en hebben dus dezelfde roeping als jij gekregen
om met een grote inzet en een sterke gedrevenheid
te werken aan mijn hemel op aarde
in alle kleuren van de regenboog – zegt God.
Erwin Roosen

Lezingen

In de eerste lezing krijgen de priesters van God het verwijt te horen
dat zij zich onvoldoende inzetten
om mensen te begeleiden en te helpen te leven in trouw aan het verbond.
In de evangelielezing gaat Jezus dezelfde toer op.
Hij verwijt de Schriftgeleerden en Farizeeën
dat ze zelf niet doen wat ze anderen opleggen.
Leerling van Jezus zijn is zich ten dienste stellen van de medemens
.
Laten we ons laten gezeggen door die woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Maleachi 1,14b-2,2b.8-10)
Uit de Profeet Maleachi


14bIk ben een grote koning
– zegt de Heer van de machten –
en mijn naam wordt gevreesd onder de volken.
1
        Daarom geldt voor u, priesters, dit besluit:
2        Wanneer u niet luistert
en wanneer u zich niet om de glorie van mijn naam bekommert
– zegt de Heer van de machten –
dan laat ik de vloek over u komen,
dan vervloek Ik de zegen die aan u gegeven is.
8        U echter bent van de weg afgeweken
en u hebt door uw lering velen laten struikelen;
u hebt het verbond met Levi tenietgedaan
– zegt de Heer van de machten.
9        Daarom zal Ik zorgen dat u bij het hele volk verguisd en versmaad wordt,
omdat u mijn wegen niet hebt bewandeld
en in uw lering de mensen naar de ogen hebt gezien.
10        
Hebben wij allen niet één vader?
Heeft één God ons niet geschapen?
Waarom bedriegen wij elkaar dan
en schenden wij daarmee het verbond van onze vaderen?
KBS Willibrord 1995


Tweede lezing
(1 Tessalonicenzen 2,7b-9.13)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica

Broeders en zusters,
7b         Wij zijn als weerloze kinderen onder u opgetreden,
zoals een voedster die haar kinderen koestert.
8        We waren u zo innig genegen
dat wij u graag niet alleen het evangelie van God,
maar ook ons eigen leven hadden geschonken;
zo lief was u ons geworden.
9        U herinnert zich toch, broeders en zusters,
onze moeite en inspanning.
Wij hebben u het evangelie van God verkondigd,
terwijl we dag en nacht werkten
om niemand van u op kosten te jagen.
13 En daarom danken wij God dan ook zonder ophouden,
omdat u het woord van God, dat u van ons te horen kreeg,
hebt ontvangen en het hebt aanvaard;
niet als een woord van mensen,
maar als wat het inderdaad is: het woord van God zelf,
dat ook werkzaam blijft in u die gelooft.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Matteüs 23,1-12)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

1        In die tijd zei Jezus tegen de menigte en zijn leerlingen:
2        `Op de stoel van Mozes
hebben de schriftgeleerden en de farizeeën plaatsgenomen.
3        Doe en onderhoud daarom alles wat ze u zeggen,
maar handel niet naar hun daden.
Zelf doen ze niet wat ze zeggen.
4        Ze bundelen zware en ondraaglijke lasten
en leggen die de mensen op de schouders,
maar willen er zelf geen vinger naar uitsteken.
5        Alles wat ze doen, doen ze om door de mensen gezien te worden.
Want ze maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot,
6        ze zijn uit op de ereplaats bij de maaltijden
en de voornaamste zetels in de synagogen,
7        en willen op de markt graag gegroet
en door de mensen rabbi genoemd worden.
8        Maar laat u zich geen rabbi noemen,
want één is uw meester en u bent allemaal broeders.
9        Noem ook niemand van u op aarde vader,
want één is uw Vader, die in de hemel.
10       Laat u ook geen leraar noemen,
want één is uw leraar, de Messias.
11       De grootste van u zal uw dienaar zijn.
12       Wie zich verheft, zal vernederd worden,
en wie zich vernedert, zal verheven worden.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Spreken we ons geloof uit in een menswaardige wereld
zoals God die voor ons gewild heeft.

Ik geloof dat God ons heeft geschapen
naar zijn beeld en gelijkenis
en dat daarom elke mens recht heeft
op een menswaardig bestaan.

Ik geloof in Jezus,
die, gestorven en verrezen, in ons leeft
en ons aankijkt doorheen de ogen van elke mens.

Ik geloof in de Geest
die het vuur in ons aanwakkert
tot volgehouden inzet
voor vrede en gerechtigheid.

Ik geloof dat de schepping,
niet eindigde op de zevende dag,
maar dat zij ook in onze handen is gelegd;
dat alles wat gebeurt ons aangaat,
en dat onze bijdrage onmisbaar is. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
de hunke­ringen van ons hart op de tafel van de Heer
en bidden we ook voor de gebedsintenties van onze geloofsgemeenschap.

– Omdat we geloven dat alle mensen kinderen zijn van dezelfde Vader,
bidden we dat we elkaar zouden willen leren kennen en ontmoeten
als zussen en broers – over alle verschillen van standen, cultuur of afkomst heen.
Laten wij bidden…

– Omdat we geloven dat wie groot wil zijn, dienen moet,
bidden we voor al wie leiding geeft in Kerk en samenleving.
Dat zij aan de bekoring van macht en zelfingeno­menheid kunnen weerstaan
en dat ze hun verantwoordelijkheid beleven als dienstbaar­heid
aan het welzijn van allen.
Laten wij bidden…

– Omdat we geloven dat God zich pas dan echt thuis voelt in onze mensenwereld als ook de kleinsten en de armsten tot hun recht komen,
bidden we voor die onnoembaar velen
die tot op vandaag nog steeds niet meetellen,
of erger nog worden uitgebuit.
Dat ze bondgenoten en medestanders vinden
in hun strijd voor een menswaardig bestaan.
Laten wij bidden…

– Omdat we geloven in de opdracht die de Heer ons heeft toevertrouwd,
bidden we voor elkaar om Gods Geestkracht
die ons metterdaad als christenen doet samenle­ven.
Laten wij bidden…

– Omdat we geloven dat we medeverantwoordelijkheid dragen
voor de generaties die na ons komen,
bidden we voor de kinderen die dit jaar in deze kerk werden gedoopt.
Moge zij opgroeien in een wereld
waarin Gods menslievendheid hen wordt voorgeleefd.
Laten wij bidden…


Voorbeden 2

Dat wij God mogen ontmoeten in ons dagelijks leven,
in mensen om ons heen,
daartoe willen we bidden.

– Wij bidden U, God,
dat wij U mogen tegenkomen
in hen die ons het nauwst aan het hart liggen
en met wie we dag in, dag uit, lief en leed delen.
Laten wij bidden…

– Wij bidden U, God,
dat wij uw goedheid zien
achter alle liefde en zorg
waarmee anderen ons omringen.
Dat wij – op onze beurt –
iets van uw goedheid laten voelen
aan hen die dat nodig hebben.
Laten wij bidden…

– Wij bidden U, God,
dat wij uw stem steeds horen
in elke mens die een beroep op ons doet.
Dat wij uw gelaat herkennen
achter het gezicht van mensen in nood.
Dat wij uw wil op het spoor mogen komen
en dat wij in ons leven van elke dag
die wil ten uitvoer zouden brengen.
Laten wij bidden…

Goede God,
leer ons eenvoud en rechtvaardigheid,
maak ons vol liefde en zo goed als Gij.
Dan mogen wij bij U te gast zijn
nu en in eeuwigheid. Amen.
naar Gooi & Sticht

Gebed over de gaven 1

Heer, wij bieden U brood en wijn aan.
Deze gaven drukken onze bereidheid uit om U te dienen met daden.
Geef ons een hart dat de wereld liefheeft,
dat de wereld wil helpen omvormen tot de nieuwe aarde en de nieuwe hemel,
waarin eenieder tot zijn recht komt
en waarin uw liefde leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.


Gebed over de gaven 2

God, Gij zijt de ene Vader van alle mensen.
Op uitnodiging van uw Zoon
zitten wij, als uw kinderen, rond deze tafel.
Voed ons en sterk ons.
Scherp onze honger aan naar wat waar is en echt.
Doe ons leven vanuit uw Geest
die ons, in dienende liefde, geeft aan elkaar.
Wij vragen het U in Jezus’ naam. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, barmhartige God,
omdat Gij een God van mensen zijt,
dat Gij onze God genoemd wil worden,
dat Gij ons kent bij onze namen,
en dat Gij de wereld in uw handen houdt.

Want daarom hebt Gij ons geschapen
en geroepen in dit leven:
dat wij met U verbonden zouden zijn,
wij, uw mensenvolk op aarde.

Gezegend zijt Gij,
schepper van al wat bestaat;
gezegend zijt Gij,
die ons ruimte geeft en tijd van leven;
gezegend zijt Gij om het licht in onze ogen
en om de lucht die wij ademen.

Wij danken U voor heel de schepping,
voor alle werken van uw handen,
voor alles wat Gij gedaan hebt in ons midden
door Jezus Christus, onze Heer.

Daarom huldigen wij uw naam,
Heer onze God,
en aanbidden U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig …

Wij hebben U nooit gezien, God,
maar wij mogen U wel ontmoeten
waar mensen van elkaar houden,
genade zijn voor elkaar
en uw schepping eerbiedigen.

Wij hebben U nooit gezien, God,
maar Gij geeft Uzelf aan ons,
in een medemens, in een geliefde,
in een reisgezel, in een zieke,
in Jezus, de dienaar van de wereld.

De avond voor zijn lijden en dood
zat Hij met zijn vrienden aan tafel.
Toen nam Hij brood als teken van zijn leven
brak het, deelde het rond en zei:
“Neem en eet hiervan gij allen
want dit is mijn lichaam, mijn leven,
voor u gegeven, voor u gebroken.”

Toen nam Hij de beker met wijn,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hier allen uit,
want dit is de beker van het nieuwe en eeuwige verbond.
Dit is mijn bloed dat voor u vergoten wordt
opdat het kwaad uit de wereld zou verdwijnen,
opdat er vreugde en toekomst zou zijn voor alle mensen.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Verkondigen wij de kern van ons geloof:

Heer, Jezus, wij verkondigen uw dood,
en belijden tot Gij wederkeert
dat Gij verrezen zijt.

Om dit te herdenken
blijven wij het brood breken voor elkaar,
zoals zovelen reeds voor ons deden.
Wij bidden voor de mensen
die een bijzondere plaats innemen in ons hart,
ook voor hen die van ons zijn heengegaan.
Laat uw mensen nooit verloren gaan,
bewaar hen in uw liefde,
schrijf hun namen in de palm van uw hand.

Zend uw Geest uit over uw Kerk.
Geef ons hoop, God.
Geef ons vrede omwille van Jezus Christus.
Met Hem en in Hem
zijn wij uw mensen,
zijt Gij onze Vader,
nu en tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Gezonden als vormgevers van Gods menslievendheid willen wij bidden
dat zijn droom met de mensen werkelijkheid mag worden,
dat zijn koninkrijk mede door onze handen geboren mag worden,
dat zijn wil mag geschieden op aarde zoals in de hemel.
Onze Vader,…

Wanneer wij biddend en zegenend omgaan met elkaar,
elkaars lasten dragen, elkaars vreugden delen,
en geloven dat God het zo heeft bedoeld
toen Hij destijds de mensenwereld schiep,
zullen wij vol vertrouwen mogen uitzien naar de wederkomst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredewens

Open deuren die ‘welkom’ roepen
brengen mensen bij elkaar,
brengen mensen dichter bij God.
Als wij aandacht hebben voor wat ons met elkaar verbindt
in plaats van ons blind te staren op onderlinge verschillen,
als wij zorg hebben voor elkaar,
oog en hart hebben voor ieders behoeften,
kan Gods vrede in ons midden groeien –
Gods vrede, die geen grenzen verdraagt
en scheidsmuren sloopt.
Die Godsvrede zij altijd met u.
En geven wij elkaar een teken van vrede en vriendschap

Lam Gods

Communie

Toen Jezus zich brak tot voedsel voor deze wereld
maakte Hij geen onderscheid tussen hoog en laag.
Hij geeft zich ‘zomaar’, gratuite gave aan elkeen.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Als mens gelovig in het leven staan
is delen
is samen op weg gaan:
uw liefde is mijn liefde,
uw vreugde is mijn geluk,
uw hoop is mijn wens,
uw toekomst is mijn zorg.

Als mens gelovig in het leven staan
is delen
is samen op weg gaan:
uw pijn is mijn pijn,
uw verdriet is mijn traan,
uw strijd is mijn strijd,
uw heengaan is mijn leegte.

Als mens gelovig in het leven staan
is delen
is samen op weg gaan:
gedragen in liefde,
geborgen in goedheid,
gesteund in trouw,
gevoed in vertrouwen in Hem die onze Heer is.

Als mens gelovig in het leven staan
is delen
is samen op weg gaan:
onze dood is niet langer dood,
onze dood is de zorg van de Heer, zijn traan,
onze dood doet Hem sterven.
Zijn dood doet ons leven,
verrijzen voor altijd,
de dood voorbij.
naar Piet Capoen


Bezinning 2

Mijn God,
ik hoef niet naar de hemel te klimmen
om met U te spreken
en bij U vreugde te vinden.
Ik moet mijn stem niet verheffen
om met U te praten.
Al fluisterde ik heel zacht,
Gij hoort me reeds:
want Gij zijt in mij,
ik draag U in mijn hart.

Om U te zoeken
heb ik geen vleugels nodig,
ik heb me enkel stil te houden,
in mezelf te kijken,
me niet te verwijderen van een zo hoge Gast.

Als bij mijn broeder,
mijn beste vriend,
mag ik bij U vertoeven, U zeggen wat mij kwelt,
U vragen mij te helpen.
Ik weet dat Gij mijn God en Vader zijt
en ik – hoe onwaardig ook – uw kind.

Slotgebed 1

Gij die onze, en dus mijn Vader wilt zijn,
geef dat ik mijn mond pas open
na zelf geluisterd te hebben naar uw woord.
Dat ikzelf de eerste voet zet op de wegen
die ik anderen mag wijzen.
Dat ik niemand lasten op de schouders leg
die ik zelf niet wil dragen.
Dat ik nooit uw woorden ontkracht
of met mijn eigen woorden vervals,
en dat ik, wanneer ik anderen voorga,
U niet voor de voeten loop.
Want we hebben allemaal maar één Vader
en dat bent U.
We hebben maar één leraar
en dat is Jezus Christus. Amen.
Kees Pannekoek


Slotgebed 2

God die ons nabij zijt,
Gij leeft dieper in ons
dan wij in onszelf.
Gij kent de hunker van ons hart
naar een groot geluk,
dat we maar niet vinden.

Gij doorgrondt hart en nieren
en kent ons in onze diepste verborgenheid.
Gij weet wat ons het meest ontbreekt
in ons tastend zoeken
naar een leven van volkomenheid.

Maak ons hart ontvankelijk
voor de ontmoeting met U die Liefde zijt.
Wat onmogelijk lijkt, wordt mogelijk:
we worden heel gelukkige mensen
die elkaar tot zegen zijn. Amen.

Zending en zegen

Laten we van hier weggaan
meer om te dienen dan om gediend te worden,
meer om te geven dan om te nemen,
meer voor de anderen dan voor onszelf.
Als we op die manier in het leven willen staan
wil God ons van harte zegenen: + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.