30e zondag door het jaar A 2020 p

Het hoogste gebod of de kern van de zaak.       (Mt 22, 34-40)

God liefhebben, met heel mijn hart, met heel mijn ziel, met heel mijn verstand en met al mijn krachten …
Mag ik eerlijk zijn? Als ik dit lees dan overvalt mij het gevoel dat ik beter tussen jullie zou gaan zitten in de plaats van hier aan deze lezenaar te staan.
Want: “Doe ik dit zelf wel? Vooreerst: begrijp ik wel wat hier bedoeld wordt?”

Om iemand lief te hebben moet je hem eerst leren kennen. Liefde op het eerste gezicht is hier moeilijk want niemand heeft mij ooit gezegd: “Ik heb God gezien”, althans niet in de letterlijke betekenis. Ken ik God?
Ik weet wat of wie God niet is. Het is geen oude man met een lange baard, gezeten op een troon ergens boven ons in de hemel, zoals Michelangelo Hem voorstelt op het gewelf van de Sixtijnse kapel. Het is niet de grote wraaknemer die de rechtvaardige zal voldoening geven in de bestraffing van de bozen, zoals Hij vaak voorgesteld wordt in het Oude Testament.

Ik weet dat, indien Hij het ‘Oer-beginsel’ is waaruit alles voortkomt, dit nog niet wil zeggen dat Hij de macht heeft om op mijn verzoek de natuurwetten om te buigen, natuurwetten waarvan Hij wel het debuut kan zijn, maar die in wezen dwingend zijn.
Met andere woorden: ik weet dat ik in mijn gebed geen mirakels mag vragen of verwachten.

Hoe moet ik God leren kennen? Is Hij wel kenbaar? Hij die volkomen transcendent is? Die dus helemaal buiten elke materiële begrenzing staat? Hij die boven en buiten elk denksysteem staat?  Als ik mij van Hem een beeld maak, zit ik dus automatisch fout!
Je kunt je van God geen beeld maken!

Bij grote mystieke denkers vind ik twee tips. Vooreerst: “Het hoogste dat je over God kunt zeggen is over Hem zwijgen” en ook nog: “om dichter bij Hem te komen: maak je best je binnenste volkomen leeg.”  Met dat laatste bedoelen ze dan: maak je geest vrij van de binding met je dagelijkse beslommeringen met alle dingen die je opjagen. Dat tot rust komen is een voorwaarde om je onbevooroordeeld voor Hem open te stellen.

Goed! Het heeft bij mij lang geduurd maar nu is die openheid er… En tot mijn grote verrassing geeft mij dat een heel diepe blijdschap. Een blijdschap die ik fysiek aanvoel want zij geeft mij een diepe rust en tevredenheid. En vanuit die ervaring krijgen we indirect wel een vermoeden van God: Aardse goedheid en liefde ervaren wij als iets dat ons gegeven is; een kostbaar geschenk…  En wie is dan die gulle Gever?

Maar dan, hoe zal ik met Hem contact zoeken? Welke taal? Welke woorden? Zijn we toch niet gebonden aan onze gewone mensentaal? Hoe zal ik Hem dan aanspreken?
Jezus heeft ons een eind op weg geholpen. “Noem Hem Abba (vadertje) – zoals ik”.
Ja waarom niet? Mijn aardse vader ben ik al 36 jaar kwijt en ik mis hem nog altijd – de vader van Jezus kan ik best gebruiken – en dan wordt Jezus mijn broer: wat een goed gevoel !
Dit is trouwens het thema van de laatste encycliek die onze paus Franciscus zopas geschreven heeft, met als titel “Fratelli tutti” (allemaal broers).

En dan vind je bij Jezus die Liefde! En je komt tot het besef dat God liefde is. En dat Hij, de liefde zijnde, wel vindbaar is en wel veel concreter en minder wereldvreemd dan sommige grote theorieën lijken te vertellen. Er is geen ingewikkelde weg nodig om God te vinden: je vindt Hem in de medemens. Gods liefde is zo groot dat ze als het ware overstroomt in het diepste van de mens, het diepste dat wij ‘ziel’ noemen.

Het is dus de werkzaamheid van de Geest die God in de mens aanwezig stelt. Een bron van zuivere, pure liefde die zichzelf geeft en liefde opwekt. Zonder enige bijbedoeling en helemaal gratis!
Als je deze bron weet aan te boren en van daaruit leeft, kan het niet anders of het is met liefde dat je je naaste bejegent. Dat brengt ons dus automatisch bij het tweede gebod dat voortvloeit uit het eerste: “U zult uw naaste liefhebben zoals uzelf”.

Je kunt dus deze twee geboden gerust aan elkaar lijmen met drie extra woordjes.  Het klinkt dan zo: “Hebt God lief boven alles en van daaruit je naaste als jezelf.”

Laat ons dus op zoek gaan naar die Liefde met een hoofdletter. Laat ons beseffen dat je door Hem bemind wordt. Laat ons ontvankelijk zijn voor deze Liefde die naar ons toestroomt en door ons heen wil stromen naar iedereen die wij ontmoeten!

Paul Caroen o.p.

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.