30″ zondag door het jaar B 2018 p


Wat wilt u dat ik voor u doe?

Het evangelie van vandaag doet me denken aan het befaamde verhaal  over de bekering van Franciscus van Assisi. Hij leidde een goed en rijk leven en schuwde zieken en gehandicapten. Hij had zichzelf er blind voor gemaakt: ‘Als ik niet kijk, zijn ze er niet.’ Totdat hij op een dag langs de kant van de weg een melaatse ziet zitten en dan gebeurt het wonder. Hij wordt als het ware gedwongen naar de melaatse te kijken. Hij ziet hem recht in de ogen en zijn afschuw verdwijnt. Hij omhelst de melaatse, en ziet in hem zijn medemens. Naar aanleiding van deze ontmoeting bekeerde Franciscus zich tot een leven van armoede, gebed en dienstbaarheid aan zieken en armen, ontevreden over de leegheid van zijn eigen bestaan.

Wanneer ik langs een bedelaar loop, lijk ik helemaal niet op Franciscus van Assisi. Ik weet dan niet goed of ik hem iets zal geven of hem maar zal negeren.
Jezus weet wel wat Hij moet doen. Hij roept de blinde man en vraagt: `Wat wilt u dat Ik voor u doe?’ Om Jezus’ houding goed te begrijpen refereer ik naar de verzen die aan deze lezing voorafgaan. Het betreft het evangelie van vorige zondag waarin we lezen hoe de leerlingen bekvechten om de beste plaatsen te krijgen in het hiernamaals. Jezus antwoordt daarop dat ze Hem nog altijd niet begrepen hebben want echte volgelingen staan ten dienste van de zwaksten. Marcus wil dat met dit verhaal nog duidelijker illustreren. Jezus bekommert zich om deze man, die aan de kant geschoven wordt en leeft in de marge van de maatschappij. Hij toont hoe het moet.

De omstaanders uit ons verhaal reageren als windhanen. Eerst snauwen ze de bedelaar toe dat deze zijn mond moet houden, maar als blijkt dat Jezus daar anders over denkt, maken ze plots een bocht van 180 graden. Het is nogal wiedes dat Marcus zijn bedenkingen heeft bij de betrouwbaarheid van zulke volgelingen.
En het wordt nog interessanter, als we weten dat het volgende hoofdstuk dat onmiddellijk na dit verhaal volgt, over de intocht in Jeruzalem gaat. Jeruzalem waar de massa ook eerst staat te juichen, diezelfde massa zou enkele dagen later schreeuwen: Kruisig Hem! De houding van die menigte getuigt van een zelfde onbetrouwbaar niveau.

Bij Marcus is Bartimeüs de echte volgeling van Jezus. Hij eindigt zijn verhaal met de woorden: ‘en Bartimeüs volgde Jezus op zijn weg’. Dat heeft verstrekkende gevolgen. De ware gelovige volgt Jezus op zijn tocht naar Jeruzalem, naar zijn Calvarieberg, en toont zich bereid mee het kruis te dragen.

Terug even naar ons verhaal over de blinde Bartimeüs. Hier toont Jezus ons hoe je volgeling moet zijn, hoe je je ten dienste kan stellen voor je medemens. Jezus stelt de vraag: `Wat wilt u dat Ik voor u doe?’ Al weet Jezus best dat deze man van zijn blindheid wil genezen. Toch vraagt Hij wat Hij voor hem kan betekenen. Dat vind ik nu juist zo prachtig.

Is onze dienstbaarheid vaak niet betuttelend? Wij beslissen dikwijls zelf wat voor de andere goed is, waar hij nood aan heeft. Hebben wij niet de neiging om voor vluchtelingen, asielzoekers, langdurig werklozen, jongeren met problemen en noem maar op, zelf te bepalen wat goed voor hen is? Luisteren wij wel voldoende naar wat de anderen ons willen zeggen, welke hun echte problemen zijn?  Moet Jezus ons eveneens niet van onze blindheid genezen zodat we die mensen zien, naar hen luisteren en hun situatie proberen te begrijpen? Ik ga al deze vragen niet beantwoorden. Ik geef ze enkel mee ter overweging.

Dit verhaal geeft wel een antwoord hoe we Jezus’ volgeling kunnen zijn.
Christen zijn betekent Jezus volgen op zijn tocht. Het is naast de zwaksten gaan staan, vragen aan mensen in miserie ‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’ Een christen mens snauwt mensen aan de kant niet toe dat ze moeten zwijgen en uit de aandacht verdwijnen. Als we goede gelovigen zijn, dan weten we dat mensen nooit opgegeven mogen worden, in welke situatie ook. Op de weg van Jezus worden geen mensen aan de kant geschoven. Zo kunnen ook wij allemaal, in navolging van Jezus, ons steentje bijdragen om onze wereld voor iedereen meer leefbaar te maken. Amen.
Monique Van Caenegem-Suys

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.