2e zondag van de vasten C 2007

ZONDAGSVIERINGEN
Tweede zondag van de vasten C jaar (04 03 2007)

Begroeting

In de naam + van de Vader, de Zoon en de heilig Geest.
Genade en vrede van God onze Heer.
Moge de kracht van zijn Geest ons nabij zijn. Amen.

Openingswoord

Toen Petrus, boven op de berg, zag hoe Jezus van gedaante veranderd was,
waande hij zich in de zevende hemel.
Daar wou hij wel zijn tenten opslaan.
Maar hij had toen nog niet begrepen
dat men pas kan delen in Gods heerlijkheid
nadat men Jezus is gevolgd op zijn weg van barmhartigheid
die ooit zijn kruisweg werd.

Ook wij beschouwen te vaak
het goede dat ons geschonken werd,
als ons bezit,
en vergeten dat leven delen is.
Laten we daarom
God en elkaar om vergeving bidden.

Vergevingsmoment

Heer, ondanks onze goede bedoelingen
wijken wij wel eens af van de weg die Gij ons toont.
Vaak denken wij sterk genoeg te zijn
om onze eigen koers te varen,
maar regelmatig stellen wij vast dat wij daarbij falen.
Heer, ontferm U over ons.

Heer, wij herkennen uw beeld niet altijd in onze medemens
en sluiten onze ogen voor de noden van de anderen.
Wij grijpen de hand niet van wie hulp vraagt.
Christus, ontferm U over ons.

Heer, in deze wereld zoeken velen uw steun,
uw kracht, uw licht.
Gij vraagt ons
licht en warmte te zijn voor anderen,
maar wij geven te weinig gehoor aan uw oproep.
Heer, ontferm U over ons.

Heer, vergeef ons onze fouten en tekorten,
roep ons op tot eenheid en waarheid
en doe ons leven in gerechtigheid,
zodat wij elke dag herboren worden en uw stem mogen horen.
Dat vragen wij door Christus, uw zoon en onze Heer.
Amen.

Openingsgebed

Heer onze God, geef ons de moed en de kracht om onze platgetreden paden te herbekijken in het licht van het evangelie.
Geef ons sterkte en integriteit
om naar kennis van zaken te handelen
en het zo nodig over een andere boeg te gooien.
Geef uw Kerk, in al haar geledingen, een grote gevoeligheid
voor wat tot heil en vrede strekt.
Dan zal uw Rijk komen, hier en nu en metterdaad,
door Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Luisteren we naar God die zich tot ons richt via verhalen uit de Schriften.

Eerste lezing (Genesis 15,5-12. 17-18)
Uit het boek Genesis.

5        In die dagen leidde God Abram naar buiten en zei:
`Kijk naar de hemel en tel de sterren, als u kunt.’
En Hij verzekerde hem:
`Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.’
6        Abram heeft de Heer geloofd
en dat geloof is hem aangerekend als gerechtigheid.
7        Toen zei Hij tegen hem:
`Ik ben de Heer, die u uit Ur in Kasdim, leidde
om u dit land in bezit te geven.’
8        Abram vroeg:
`Ach Heer God, hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal krijgen?’
9        Hij zei tegen hem:
`Haal een driejarige koe, een driejarige bok,
een driejarige ram, een tortel en een jonge duif.’
10             Hij haalde dit alles, sneed de dieren doormidden
en legde de stukken tegenover elkaar;
alleen de vogels sneed hij niet door.
11       Er kwamen roofvogels op de dode dieren af,
maar Abram joeg ze weg.
12       Bij zonsondergang viel Abram in een diepe slaap;
hevige angst en duisternis overvielen hem.
17 Toen de zon was ondergegaan
en het helemaal donker was geworden,
zag Abram een rokende oven en een vurige fakkel,
die tussen de doormidden gesneden stukken door gingen.
18       Op die dag sloot de Heer een verbond met Abram.
Hij zei:
`Aan uw nakomelingen schenk Ik dit land,
vanaf de beek van Egypte tot aan de Grote Rivier, de Eufraat.”
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Filippenzen 3,17-4, 1)
Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Filippi

17 Broeders en zusters, volg mijn voorbeeld
en kijk naar hen die zich gedragen
naar het voorbeeld dat wij u gegeven hebben.
18 Want velen leiden een leven –
ik heb u al vaak over hen gesproken maar nu herhaal ik het onder tranen –
als vijanden van het kruis van Christus.
19 Hun einde is de ondergang, hun god is hun buik,
ze stellen hun eer in schande,
zij hebben hun zinnen gezet op het aardse.
20 Maar óns vaderland is in de hemel,
vanwaar wij ook onze redder verwachten,
de Heer Jezus Christus.
21 Hij zal ons armzalig lichaam veranderen
en het gelijkvormig maken aan zijn verheerlijkt lichaam,
met dezelfde kracht die Hem ook in staat stelt
alles aan zich te onderwerpen.
1
        Daarom, mijn geliefde broeders en zusters,
naar wie ik zo verlang, mijn vreugde en mijn kroon,
houd aldus stand in de Heer, mijn geliefden.
KBS Willibrord 1995


Evangelie
(Lucas 9,28b-36)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

28       Jezus nam Hij Petrus, Johannes en Jakobus mee
en ging Hij de berg op om te bidden.
29       Terwijl Hij aan het bidden was,
veranderde Hij van uiterlijk
en werden zijn kleren stralend wit.
30       Ineens waren er twee mannen met Hem in gesprek.
Het waren Mozes en Elia,
31       die in heerlijkheid verschenen en over zijn heengaan spraken,
de voleinding van zijn leven in Jeruzalem.
32       Petrus en de anderen waren overmand door slaap;
toen ze wakker werden,
zagen ze zijn heerlijkheid
en de twee mannen die bij Hem stonden.
33       Toen die weer van Hem wilden weggaan, zei Petrus tegen Jezus:
`Meester, het is maar goed dat wij hier zijn;
laten wij drie hutten maken,
een voor U, een voor Mozes, en een voor Elia.’
Hij wist niet wat hij zei.
34            Terwijl hij nog sprak, kwam er een wolk die hen overdekte;
ze schrokken toen ze in de wolk terechtkwamen.
35       Uit de wolk klonk een stem:
`Dit is mijn uitverkoren Zoon; luister naar Hem.’
36            Toen de stem klonk, bleek Jezus alleen te zijn.
Zij zwegen hierover
en vertelden destijds aan niemand wat ze hadden gezien.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis
Laten wij als kerkgemeenschap getuigenis af te leggen van ons geloof.

Ik geloof in God, mijn Schepper,

die man en vrouw gemaakt heeft naar zijn beeld;
die mij liefheeft als een vader
en voor mij zorgt als een moeder;
die mij troost en vergeeft
en die mij altijd de mogelijkheid geeft
opnieuw te beginnen.

Ik geloof in Jezus Christus,

die, door God gezonden, mens is geworden,
om ons nabij te zijn;
die, helend en genezend,
ons de liefde heeft voorgeleefd.

Ik geloof in de Heilige Geest,

die bezielt en vreugde brengt,
die de mensen hoop geeft,
die de bron is van mijn geloof.

Ik geloof dat de mensen elkaar nodig hebben
om samen God te dienen,
om de schepping voor iedereen leefbaar te maken
door samen te delen en in eenvoud te leven,
en zo te werken aan de komst van Gods rijk. Amen.

Voorbeden

Laten wij bij het begin van deze tafeldienst even verwijlen
bij de mensen die we verlichting toewensen in hun bestaan
en bieden wij God ook onze persoonlijke gebedsintenties aan.

– Wees barmhartig Heer, en zaai vrede waar geweld, agressie of afgunst regeren;
moge uw licht dóórbreken waar angst en eenzaamheid overheersen;
wees steun en hoop in tijden van ziekte of overlijden.
Laten wij bidden…

– Wees barmhartig Heer, en maak het mogelijk dat ieder van ons
man of vrouw, oud of jong, ziek of gezond
enige glans kan geven aan zijn eigen bestaan;
een voorsmaakje van onze heerlijkheid die U ons in het vooruitzicht hebt gesteld.
Laten wij bidden…

– Wees barmhartig Heer voor onze wereld,
vaak zo vlak en zonder perspectief, waarin zo velen hun weg niet vinden,
waarin zo velen vermalen worden door de raderen van de vrijemarkteconomie.
Laten wij bidden…

– Wees barmhartig Heer voor wie afhankelijk zijn
van de barmhartigheid van anderen.
Wees barmhartig voor wie barmhartigheid betonen
en daardoor weerstand oproepen.
Laten wij bidden…

Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:

Gebed over de gaven

Heer onze God,
ook wij zijn besmet met de microbe van hebben en houden,
van produceren en consumeren.
Wij bidden U:
verlos ons van de waan van ieder-voor-zich.
Maak ons één in breken en delen,
ook met hen,
die zich doorgaans moeten voeden
met de kruimels die van onze tafels zijn gevallen.
Wij vragen u dit,
in naam van Hem, die zichzelf brak en uitdeelde
tot voedsel voor allen, Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, barmhartige God,
dat Gij een God van mensen zijt,
dat Gij onze God genoemd wil worden,
dat Gij ons kent bij onze namen,
en dat Gij de wereld in uw handen houdt.

Want daarom hebt Gij ons geschapen
en geroepen in dit leven:
dat wij met U verbonden zouden zijn,
wij, uw mensenvolk op aarde.

Gezegend zijt Gij,
schepper van al wat bestaat;
gezegend zijt Gij,
die ons ruimte geeft en tijd van leven;
gezegend zijt Gij om het licht in onze ogen
en om de lucht die wij ademen.

Wij danken U voor heel de schepping,
voor alle werken van uw handen,
voor alles wat Gij gedaan hebt in ons midden
door Jezus Christus, onze Heer.

Daarom huldigen wij uw naam,
Heer onze God,
en aanbidden U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig..


Wij hebben U nooit gezien, God,
maar wij mogen U wel ontmoeten
waar mensen van elkaar houden,
genade zijn voor elkaar
en uw schepping eerbiedigen.

Wij hebben U nooit gezien, God,
maar Gij geeft Uzelf aan ons,
in een medemens, in een geliefde,
in een reisgezel, in een zieke,
in Jezus, de dienaar van de wereld.

De avond voor zijn lijden en dood
zat Hij met zijn vrienden aan tafel.
Toen nam Hij brood als teken van zijn leven
brak het, deelde het rond en zei:
“Neem en eet hiervan gij allen
want dit is mijn lichaam, mijn leven,
voor u gegeven, voor u gebroken.”

Toen nam Hij de beker met wijn,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hier allen uit,
want dit is de beker van het nieuwe en eeuwige verbond.
Dit is mijn bloed dat voor u vergoten wordt
opdat het kwaad uit de wereld zou verdwijnen,
opdat er vreugde en toekomst zou zijn voor alle mensen.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan mij.”

Verkondigen wij de kern van ons geloof:

Heer, Jezus, wij verkondigen uw dood,
en belijden tot Gij wederkeert
dat Gij verrezen zijt.

Om dit te herdenken
blijven wij het brood breken voor elkaar,
zoals zo velen reeds voor ons deden.
Wij bidden voor de mensen
die een bijzondere plaats innemen in ons hart,
ook voor hen die van ons zijn heengegaan.
Laat uw mensen nooit verloren gaan,
bewaar hen in uw liefde,
schrijf hun namen in de palm van uw hand.

Zend uw Geest uit over uw kerk.
Geef ons hoop, God.
Geef ons vrede omwille van Jezus Christus.
Met Hem en in Hem
zijn wij uw mensen,
zijt Gij onze Vader,
nu en tot in eeuwigheid. Amen.



Onze Vader
Meer dan wij het kunnen zeggen, God, zijt Gij voor ons een Vader.
En dus spreken wij U toe met de woorden van uw Welbeminde Zoon:

Onze Vader…

Goede Vader, in Jezus hebt Gij U geopenbaard
als bron van goedheid en barmhartigheid.
Maak ons geschikt en bereid
om iets van uw goedheid en barmhartigheid te belichamen.
Dan zullen wij met vertrouwen kunnen uitzien
naar de komst van Jezus, de verheerlijkte Messias, uw Welbeminde Zoon
Want van U is het koninkrijk…

Vredeswens

God van alle mensen,
we trekken cirkels rond onszelf en zeggen:
‘dit ben ik’ en ‘dit is van mij’.
En onze handen zijn tot slaan gereed
als wordt geraakt aan wat wij ons hebben toegeëigend.
Vergeef ons,
maak ons vredelievend en mild.
Dan worden wij één en onverdeeld.
Die door God geschonken vrede, zij altijd met u.
En geven wij elkaar een teken van die vrede.

Lam Gods

Communie

Brood en wijn, voedsel en vrede,
recht op leven en menselijkheid.
Waar wij zo diep naar hunkeren
en wat we zo moeizaam kunnen zijn,
dat leggen wij in uw handen:
Heer, leer ons doen wat Gij hebt voorgedaan:
leer ons ons leven breken als brood,
het elkaar aanreiken als wijn.
Dit is het Lam Gods…

Bezinning 1

Jezus kende lege woestijn,
wist niet wat
wist niet hoe.
Jezus kende hoge toppen,
stralen van geluk
en zeker weten.

Jezus heeft geroepen:
“God, waar ben je?”
En Hij heeft beleden:
“Gij zijt midden in het leven.”

Jezus,
een van ons,
heeft in,
en ondanks alles
op U, zijn God en Vader,
vertrouwd;
Hij heeft,
gelouterd in de woestijn,
U gevonden
op de berg.
Gij, mijn God,
Gij straalde van Hem af.
Peer Verhoeven

Bezinning 2

God van Leven,
wees licht in mij
opdat ik zie waar het op aan komt.
Wees vuur in mij
opdat ik niet uitdoof.
Wees kracht in mij
opdat ik sterk kan zijn.

Tedere God,
beweeg in mij
opdat ik leven voel.
Wees zacht in mij
opdat ik niet versteen.
Wees een bron in mij
opdat ik levend water vind.

Trouwe God,
wees grond onder mijn voeten
opdat ik verbonden blijf met de aarde.
Wees ruimte in mijn hart
opdat ik mij niet afsluit voor de ander.
Bewaar het visioen in mij
opdat ik blijf geloven in morgen.

Slotgebed 1

God en Vader,
neem de sluier weg van onze ogen,
neem de twijfel en de aarzeling weg uit ons hart,
zodat wij vol vertrouwen
de weg durven gaan die Gij ons toont
in Jezus uw Zoon en onze Heer. Amen.

Slotgebed 2

Wil je in de komende week af en toe wat tijd voor Mij vrijmaken – vraagt God –
om met Mij alleen te zijn en met elkaar te praten?
Je moet geen schrik hebben om dichterbij te komen.
Ik wil je laten ervaren
hoe mijn liefde ook jou kan veranderen, vanbinnen én vanbuiten,
De mensen zullen aan je kunnen zien
en van je gezicht kunnen aflezen
dat wij een verbond hebben gesloten
omdat je steeds meer op Mij zult gelijken.
Ik wil mijn droom in je hart leggen
en je laten voelen dat het ‘goed’ wonen is bij Mij, voor altijd. Amen.
Erwin Roosen


Zending en zegen

Gesterkt en verheugd omdat God ons nabij was,
dalen wij af van de berg
om de warmte van God-met-ons
uit te dragen in de vlakte van het leven van elke dag.
Moge zijn zegen op ons rusten:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.