2e zondag van de vasten B 2009

ZONDAGSVIERINGEN
tweede zondag vasten B (08 03 2009)

Begroeting

In de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
Genade en vrede van God onze Heer.
Moge de kracht van zijn Geest ons nabij zijn. Amen.


Openingswoord 1

De tweede etappe van onze 40-dagentocht naar Pasen
is een bergetappe.

Abraham beklimt de berg om er zijn zoon Isaak te slachtoffe­ren.
Maar dan blijkt
dat God niet wil dat mensen, in zijn naam,
elkaar tot slachtoffer maken.

Toen Petrus, ook boven op een berg,
zag hoe Jezus van gedaante veranderde
en de gestalte aannam van de verheerlijkte Christus,
waande hij zich in de zevende hemel.
Daar wou hij wel een hutje bouwen.
Maar hij had nog niet begrepen
dat niemand deel kan hebben aan Gods heerlijkheid
tenzij hij eerst Jezus op zijn levensweg volgt.
Een levensweg die uitmondde in zijn kruisweg.

Ook wij beschouwen te vaak
het goede dat ons geschonken werd,
als ons bezit,
en vergeten dat leven delen is.


Openingswoord 2

Het is goed hier bijeen te zijn.
Voor een moment laten we de wereld de wereld
en trekken we ons terug
binnen de muren van dit kerkgebouw
voor een ogenblik van rust en bezinning.
We bevinden ons daarmee in goed gezelschap.
Vandaag zullen we horen
hoe Jezus de bergen in gaat
om zich voor te bereiden op een nieuwe levensfase.
En Abraham doet met zijn zoon Isaak hetzelfde:
op de berg leren zij God beter kennen.
We willen elkaar toewensen
dat dit uur op de berg voor ons even vruchtbaar zal zijn.
Kees Pannekoek


Vergevingsmoment

Heer,
wij zijn niet doof, maar vaak hardhorig.
Wij zijn niet blind, maar vaak kortzichtig.
Wij zijn niet verlamd, maar vaak te traag.
Wij zijn niet gebrekkig, maar vaak onhandig.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

Christus,
wij zijn niet dom, maar vaak eigenwijs.
Wij zijn niet moe, maar vaak moedeloos.
Wij zijn niet ongelovig, maar vaak bijgelovig.
Wij zijn niet ondankbaar, maar vaak vergeetachtig.
Wij zijn niet ongelukkig, maar vaak ontevreden.
Wij zijn niet kwaad, maar vaak onvriendelijk.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.

Wij zijn niet liefdeloos, maar vaak onaandachtig.
Wij zijn niet hoogmoedig, maar vaak prikkelbaar.
Wij zijn niet bang, maar vaak onrustig.
Wij zijn niet vijandig, maar vaak onverschillig.
Wij zijn vaak lauw, en dat is erg.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

Openingsgebed

Heer onze God,
in de veertigdagentijd nodigt Gij ons uit
om na te gaan
of ons leven wel echt beantwoordt
aan wat Gij van ons verwacht.
Daarom vragen wij U:
geef ons moed en kracht
om ons doen en laten
eens kritisch te bekijken in het licht van het evangelie.
Geef ons de sterkte en de integriteit
om het zo nodig over een andere boeg te gooien.
Geef uw Kerk, in al haar geledingen,
een grotere gevoeligheid
voor wat mensen tot heil en vrede strekt.
Dan zal uw Rijk komen,
hier en nu en metterdaad,
door Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.


Openingsgebed 2

God van mensen,
blijf niet ver
maar kom ons tegemoet.
Wees voor ons een licht aan de horizon,
een hand op onze schouder,
één en al bemoediging,
en leer ons uw liefde uit te stralen
bij alles wat we voor elk-ander doen,
door Jezus Christus, uw Zoon en onze Broeder. Amen.

Lezingen
Luisteren we naar God die zich tot ons richt via verhalen uit de Schrift.

Eerste lezing (Genesis 22,1-2. 9a.10-13.15-18)
Uit het boek Genesis

1           In die dagen gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde.
Hij zei tegen hem: `Abraham.’ En hij antwoordde: `Hier ben ik.’
2           Hij zei: `Ga met Isaak, uw zoon, uw enige, die u liefhebt,
naar het land van de Moria,
en draag hem daar, op de berg die Ik u zal aanwijzen,
als brandoffer op.’
9           Toen zij de plaats die God hem had aangewezen bereikten,
bouwde Abraham daar een altaar,
stapelde er het hout op,
bond zijn zoon Isaak vast
en legde hem op het altaar, bovenop het hout.
10          Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes
om daarmee zijn zoon te offeren,
11          riep de engel van de Heer hem vanuit de hemel toe:
`Abraham, Abraham!’
En hij antwoordde: `Hier ben ik.’
12          En Hij zei:
`Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets!
Ik weet nu dat u God vreest, want u hebt Mij uw zoon,
uw enige, niet willen onthouden.’
13          Abraham keek om zich heen
en zag een ram die met zijn hoorns in het struikgewas vastzat.
Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op,
in plaats van zijn zoon.
15
          Toen riep de engel van de Heer
voor de tweede maal uit de hemel tot Abraham
16          en zei: `Bij Mijzelf heb Ik gezworen – godsspraak van de Heer –
omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon,
uw enige, niet hebt onthouden,
17          zal Ik u overvloedig zegenen
en uw nakomelingen even talrijk maken als de sterren aan de hemel
en de zandkorrels aan het strand van de zee.
Uw nakomelingen zullen de poort van hun vijand bezitten.
18          Om uw zaad zullen alle geslachten van de aarde zich gezegend noemen,
omdat u naar mijn stem hebt geluisterd.’
KBS Willibrord 1995


Tweede lezing
(Romeinen 8,31b-34)
Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,
31             Als God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn?
32          Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard;
voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd.
En zou Hij ons na zo’n gave ook niet al het andere schenken?
33          Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen?
God die rechtvaardigt?
34          Wie zal hen veroordelen?
Christus Jezus misschien, die gestorven is,
meer nog, die is opgewekt
en die, gezeten aan de rechterhand van God, onze zaak bepleit?
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Marcus 9,2-10)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Marcus

2           Zekere dag nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee
een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was.
Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante,
3           en zijn kleren werden schitterend wit,
zoals geen bleker op aarde ze maken kan.
4           Elia verscheen hun samen met Mozes, in gesprek met Jezus.
5           Petrus zei daarop tegen Jezus:
`Rabbi, het is maar goed dat wij hier zijn;
laten wij drie hutten maken,
voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een.’
6           Want hij wist niet wat hij moest zeggen; zo vol ontzag waren ze.
7           Er kwam een wolk die hen overdekte,
en er klonk een stem uit de wolk:
`Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.’
8           Toen ze rondkeken, zagen ze ineens niemand meer,
alleen Jezus was bij hen.
9           Terwijl ze van de berg afdaalden,
bezwoer Hij hun niemand te vertellen wat ze gezien hadden,
voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan.
10          Dit woord grepen ze aan om onder elkaar te bespreken
waarop dat `uit de doden opstaan’ sloeg.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in het leven,
mij gegeven als enige kans om mens te worden.

Ik geloof in de Vader van dit leven,
die zin geeft aan mijn bestaan.

Ik geloof in Jezus Christus.

Mensgeworden God van liefde,
Mens voor de anderen,
gekruisigd, maar levend voorgoed,
een Mens om nooit te vergeten.

Ik geloof in zijn Geest.

Die levend maakt en kracht geeft,
die werkt in mens en tijd,
die kwaad en onrecht aandurft
en niet ophoudt de liefde waar te maken.

Ik geloof in zijn Kerk van mensen,
die op weg is naar verlossing toe.

Ik geloof in dit leven,
als weg en mogelijkheid
naar de liefde die volkomen is. Amen.

Voorbeden 1

Omwille van Abraham bidden wij:
voor allen die in hun Godsvertrouwen worden beproefd,
voor allen die gebukt gaan onder onzegbaar leed,
voor allen die gekwetst worden in wat hun het meest dierbaar is,
voor allen die zo door het duister moeten,
dat hun het zicht op toekomst wordt ontnomen.
Laten wij bidden…

– Omwille van Isaak bidden wij
voor allen die – hoe dan ook –
kind van de rekening zijn,
voor allen die worden geofferd aan de afgoden van deze tijd
en slachtoffer zijn van hebzucht en machtsmisbruik,
voor allen die te lijden hebben onder willekeur.
Laten wij bidden…

– Omwille van Mozes,
die zijn volk wegleidde uit het slavenhuis Egypte.
Omwille van die Mozes bidden wij:
voor allen die – waar ook ter wereld –
vluchteling zijn,
van huis en haard verdreven;
voor allen die geestelijk ontheemd zijn,
uit het lood geslagen door de klappen die het leven hen toebracht.
God, trek u het lot van uw mensen aan,
doe hun uw nabijheid ervaren.
Laten wij bidden…

– Omwille van Elia, de profeet,
die, door twijfel overmand,
God mocht vinden in de stilte.
Omwille van die Elia bidden wij:
voor hen die zoveel hebben meegemaakt,
zoveel leed en ellende zagen
dat zij niet langer kunnen geloven.
Voor hen die zo haastig leven
dat zij zichzelf en God voorbij lopen.
God, blijf op zoek naar die mensen,
ook als zij het zoeken naar U hebben opgegeven.
Laten wij bidden…

– Omwille van Jezus
die ons voorging in liefde
als de weg die naar het leven leidt.
Omwille van die Jezus bidden wij:
voor hen die in onze samenleving verloren lopen,
voor allen die het niet redden
in onze – soms meedogenloze – wereld.
God, bevestig uw mensen,
leg in hen en in ons uw diepste naam: Ik-zal-er-zijn.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor allen die gebukt gaan
onder de sleur, de grauwheid van elke dag.
Voor de actievelingen die zichzelf nooit rust gunnen
en voor de weifelaars die moeilijk tot daden komen.
Voor allen die zijn vastgelopen en in het leven teleurgesteld.
Laten wij bidden…
naar Gerard Kock

Voorbeden 2

– Bidden we voor alle mensen die bergopwaarts gaan,
die met recht en reden in de wolken zijn,
die groeien in eenvoud en eerlijkheid.
Dat zij vele mensen laten delen in hun geluk.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor alle mensen
voor wie zich donkere wolken samenpakken,
mensen die bergafwaarts gaan,
die vastzitten in egoïsme en hebzucht.
Dat zij zich mogen optrekken aan mensen met een groot hart.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor alle mensen die de licht- en schaduwzijden van het leven kennen,
die kunnen lachen met hen die lachen
en kunnen treuren met hen die treuren.
Dat zij met hun levenswijsheid velen van dienst mogen zijn.
Laten wij bidden…
Levensecht


Gebed over de gaven

God, bron van leven,
verzameld rond uw tafel
nemen wij brood en wijn in handen,
brekend en delend vieren wij
de zin van ons bestaan.
Maak ons nieuw, onbaatzuchtig en solidair.
Leer ons kiezen voor wat ten leven voert
in navolging van Jezus, uw Welbeminde. Amen.

Tafelgebed

God,
drie leerlingen mochten met U samen zijn
bovenop een berg.
Het was een moment van stilte en rust,
van innerlijk geluk,
van uitzicht op wat komen zal.
De tenten werden toen niet opgeslagen,
want hun geloof was nog te broos.
Maar hun verlangen naar een wereld van vrede en geluk
werd aangewakkerd.
Zo mogen ook wij hier samen zijn om,
gedragen door God en elkaar,
vol verlangen uit te zien
naar een nieuwe wereld
gedragen door liefde en goedheid.
Want in ons hart hebt Gij de hunkering gelegd
naar een betere wereld, vol van het beste in iedere mens.
Daarom mogen wij U loven, prijzen en dank zeggen
met de woorden:
Heilig, heilig, heilig…
Boven op de berg toonde Jezus aan zijn vrienden
een nieuw gelaat, een nieuw uitzicht
uitstijgend boven de soms pijnlijke werkelijkheid.
‘Kijk boven de ellende uit,
laat u niet langer raken door het kwaad,
geef het geen kans.
Er komt een nieuwe tijd.
zie Ik ga iets nieuws beginnen,
merk je het nog niet?’
Dit was zijn nieuw verbond.
Daarom bracht Hij zijn leerlingen regelmatig samen
om te eten, om te bidden,
om zichzelf uit handen te geven
voor een nieuwe wereld zonder haat.
Zo heeft Hij het ook gedaan die avond voor zijn sterven,
toen Hij met zijn leerlingen voor een laatste maal aan tafel zat.
Hij nam brood in zijn handen, hield het hun voor en zei:
“Neem en eet hiervan gij allen,
dit is een nieuw verbond,
gegeven en geschonken aan ieder van u.”
Nadien nam Hij ook een beker met wijn,
teken van hun warm samenzijn.
Hij zegende hem, sprak een dankgebed uit en zei:
“Dit is de beker van een nieuw en altijddurend verbond,
mijn bloed, voor u en allen
vergoten tot vergeving van zonden.
Telkens gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”
Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

Ook dit samenzijn is getekend door leed en pijn,
zoals overal waar mensen samen zijn.
Moge Jezus’ verrijzenis kracht en steun geven
om te geloven in Gods goedheid.
God, geef dat we mogen geloven
tegen alle twijfel in…
Geef dat we mogen blijven hopen en vertrouwen.
Geef ons uw liefde die sterker is dan het kwaad en de dood.
God, aarzel niet uw belofte waar te maken
van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
aan ons gegeven om voor altijd in vrede te leven.
Wij bidden voor onze onvolmaakte mensenwereld.
Laat ons dromen boven fouten en pijn uit
dat wij hem zullen vernieuwen
en aan een veilige toekomst zullen bouwen
voor groot en klein.
Uw droom, God,
met die zekerheid dat Gij dicht bij ons wilt zijn.
Wij vragen het U,
omwille van Jezus, uw Zoon.
Want door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn, God, almachtige Vader,
in de eenheid van de heilige Geest,
hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.
naar Philippe Vansweevelt

Onze Vader

Laten wij nu samen bidden tot God
zoals zijn geliefde Zoon het ons geleerd heeft:
Onze Vader…

Vergeef ons wanneer wij uw boodschap naar onze hand zetten.
Doorprik onze alibi’s wanneer wij onszelf proberen af te schermen
voor de consequenties van uw gebod van liefde en rechtvaardigheid.
Kom ons nabij met uw barmhartigheid
en breng ons tot bekering.
Dan mogen wij hoopvol uitzien naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…


Vredewens

Heer Jezus,
Gij zijt tot ons gekomen als de Messias,
Gods welbeminde Zoon.
Wij vragen U:
wijs ons de weg naar het land van belofte,
waar vrede is en recht voor iedereen.
Laat ons luisteren naar uw woord en U volgen.
Geef ons uw vrede en maak ons één in uw naam,
Gij die leeft tot in eeuwigheid. Amen.
Gods vrede zij altijd met u.
En geven wij elkaar een hartelijk teken van vrede.

Lam Gods

Communie

Brood en wijn, voedsel en vrede,
recht op leven en menselijkheid.
Waar wij zo diep naar hunkeren
en wat we zo moeizaam kunnen zijn,
dat leggen wij in uw handen, Heer.
Leer ons doen wat Gij hebt voorgedaan,
leer ons ons leven te breken als brood,
het elkaar aan te reiken als wijn.
Dit is het Lam Gods…

Bezinning 1

Adem diep
de goddelijke heerlijkheid in
op de berg
en ga in de dalen der mensen.
Adem er Gods heerlijkheid uit
in de ellende van de tijd.
Verzink niet in gepieker.
Jezus is bereikbaar voor je,
als je geloof hebt.
Jezus is er voor jou,
als je zegt:
hier ben ik!

Laat je zijn aanwezigheid
niet ontnemen!
Je vreugden, je lijden,
je afkeer van de mensen,
je moeheid,
je innerlijke opstandigheid,
je tegenzin –
dit alles
zijn slechts
rimpels aan de oppervlakte,
die niet kunnen verhinderen,
dat Jezus er is,
dat Hij je liefheeft,
dat Hij je nodig heeft,
dat Hij je zegent
tot overgave aan Zijn Vader
en tot offer voor je broeders.
H. Hûmmer

Bezinning 2

Van tijd tot tijd moet je het doen:
de berg opgaan.
De wereld laten verstillen,
jezelf en de anderen hervinden in gebed,
het volle licht van God laten schitteren op je gezicht.

Dat kan je vooral in het gezelschap van Jezus,
uit wie dit heldere licht al straalt
en in het gezelschap van andere bergbeklimmers,
godzoekers zoals Mozes en Elia.

Het was voor hen geen wereldvlucht.
Zij namen alles mee op die berg:
het wel en wee van hun volk,
hun machteloosheid en hun ontgoocheling.

Maar er kwam even vrede in hun hart.
Zij ontvingen nieuwe kracht om af te dalen,
om te herbeginnen.

Want wie op de berg alles in het volle licht heeft gezien,
kan ook God vinden in het verwrongen gezicht dat lijden heet.
Levensecht

Slotgebed 1

God en Vader,
Jezus was zo vol van U
dat zijn gelaat straalde:
het straalde uw goedheid uit,
uw kracht,
uw liefde voor elke mens.
Maak ook ons ontvankelijk
voor de woorden die Gij tot de leerlingen richtte:
“Luister naar Hem.”
Neem de sluier weg van onze ogen,
neem de twijfel en de aarzeling weg uit ons hart,
zodat wij, Jezus in ons meedragend,
durven gaan naar de mensen
die Gij op onze weg zendt. Amen.

Slotgebed 2

God van leven,
Gij roept ons op
te luisteren naar uw stem
en gehoor te geven aan
uw welbeminde Zoon.
De gloed van uw nabijheid
heeft ons veranderd en bezield.
Wij bidden U:
blijf ons nabij met uw kracht en fantasie,
en maak onze ogen helderziend
opdat wij gestalte zouden geven aan de droom
die Gij in ons hebt uitgezaaid:
mensen en volkeren verbonden en solidair. Amen.

Zending en zegen

Het is ons af en toe gegund
Om van gedaante te verwisselen op een berg.
We halen het beste van onszelf naar boven.
We voelen ons bevrijd van tientallen beslommeringen
die ons dag in dag uit in beslag nemen.
We zien de aarde zoals die zou kunnen zijn,
een vruchtbare gulle plaats waar overvloedig leven mogelijk is
voor generaties en generaties na ons.
Ook al weten we dat deze momenten kortstondig zijn,
dat we geen tent kunnen bouwen om ze vast te houden
en dat we de berg weer moeten afdalen.
Maar als we de handen in elkaar slaan is de kans op slagen eens zo groot.
Daartoe zegene ons + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.
Sombeke

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.