2e zondag van de vasten A 2020 p

07/03-08/03/2020  (Gen. 12, 1-4a  ; Mt.17, 1-9)          (Viering)

Start je geloofsreis in deze veertigdagentijd op de berg Tabor met Jezus
De eerste lezing én het evangeliewoord van deze zondag verhouden zich tot elkaar als begin en einde van de zingevingstocht van die unieke profeet Jezus van Nazareth. In de eerste lezing beluisterden wij welke bedoeling God had met Abraham én in het evangelie beluisteren wij een analoog verhaal met Jezus als een bevestiging van zijn levensdoel: op weg gezet worden door God zelfs door de dood heen…
Met Abraham is alles begonnen. Hij hoorde een stem uit de hemel die hem zei op weg te gaan , alles wat hem vertrouwd was achter te laten en erop uit te trekken naar het Beloofde land van Godswege uit beloofd aan zijn volk. Zo werd Abraham de aartsvader van een Godsvolk onderweg , zo werd hij een voorbeeldfiguur van en voor een volk dat leefde in een vast geloof dat God met hen meetrekt en hen veilig thuisbrengt.
Abraham vertrouwde God en begon aan de geloofsreis van zijn leven met vallen en opstaan , met geloven én twijfelen , van ontvangen en terug loslaten. We kunnen wel stellen dat de roeping van Abraham groots is geweest vertrekkend vanuit de profetie van Godswege uit: een volk gezonden om een boodschap van Leven uit te stralen.
Matteüs noemt Jezus reeds van in het begin van zijn evangelie “zoon van Abraham” : wat betekent dat hetgeen met Abraham begonnen is door Jezus de Christus voltooiing zal vinden. Ook Jezus werd uitgenodigd om op tocht te gaan. Hoe dikwijls horen wij in het evangelie Jezus zending van Godswege uit niet weerklinken: Dit is mijn welbeminde , luister naar Hem.
Jezus wordt zo dikwijls eraan herinnerd ( en wij misschien/hopelijk vandaag ook een beetje ) om zijn drievoudige opdracht au sérieux te nemen: Gezalfde , veelgeliefde maar op de eerste plaats Dienaar te zijn. Dit klinkt vandaag voor ons misschien wel onbegrijpelijk want om deze woorden te begrijpen moeten wij ons plaatsen in de context van het evangelieverhaal van vandaag. Vlak voorafgaand aan deze perikoop van de Taborverheerlijking was Jezus in intens gesprek met zijn leerlingen over zijn taak in de wereld.
Zijn indringende vraag toen : wie zegt gij dat ik ben? en de uitdrukkelijke getuigenis van Petrus: “Gij zijt de Messias” wordt als het ware bevestig in het Taborverhaal. Wat zou daar wel gebeurd zijn?
Eerst en vooral ging Jezus met drie van zijn apostelen , en vanmorgen met ons , de berg op om tot rust te komen , om in de stilte van het leven inzicht te krijgen in Zijn levensopdracht . Daar op de berg – in de bijbel altijd de plaats bij uitstek van de Godsontmoeting – krijgt Jezus te horen dat God van hem houdt als een zoon, Zijn zoon en Hij bevestigt Jezus in zijn levensopdracht en levensweg zelfs door de dood heen.
Zijn verbondenheid met Mozes en de profeet Elia is niet zomaar uit de lucht gevallen: het waren ook voorbeeldfiguren in de heilsgeschiedenis van God en de mensen onderweg naar het Beloofde Land waar iedereen een plaats heeft in liefde en geborgenheid.
Hier op de berg Tabor wordt Jezus niet alleen bevestigd ( wie goede dingen over zich mag horen wordt daar als het ware warm van binnen in zich en kan alle problemen aan.
Vanuit deze positieve ervaring is Jezus dan ook vastberaden verder de weg naar Jeruzalem gegaan  daar waar lijden en zelfs dood hem te wachten staan. Want Hij voelde beter dan ooit dat God hem niet in de steek zou laten wat er ook zou gebeuren. Jezus voelde zich gesterkt door Gods zegen en daarom Dit moment van intens geluk wou hij niet voor zichzelf houden maar delen met de mensen rondom Hem. Vandaar ook de menselijke vraag van Petrus die voorstelde daar te blijven op die berg …
Hoe kunnen wij vandaag dit evangeliewoord nu terugvinden in ons eigen leven ? Welnu denk maar eens terug aan die intense momenten die je zo gelukkig maakten dat je de wereld wel kon veroveren en bergen kon verzetten : misschien je eerste verliefdheid – het ja-woord bij je levensengagement van huwelijk of roeping – de geboorte van je kind als levendgeworden Liefde of vul zelf maar in ……
Mijn wens naar jou toe is eerst en vooral in deze veertigdagentijd eens de stilte te kunnen vinden om tot rust te komen. Stilte in ons en rondom ons. Een stilte niet om schrik van te krijgen maar wel één om vrede te ontdekken , nieuwe verzoening met je diepste-ik , met onszelf én medemensen. Stilte die ons toelaat opnieuw te luisteren naar de anderen ; stilte die ons de stem van God doet horen die zegt : Jij bent de moeite waard en weet Ik laat je nooit in de steek !
Dit is de echte weg van de veertigdagentijd naar Pasen toe : verrijzen tot nieuw leven in Liefde !
Luc Dekelver – diaken

 

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.