2e zondag van de vasten A 2014

16 maart 2014 (Viering)

Op een hoge berg… en weer naar beneden
(Mt. 17,1-9)
Bergen hebben iets fascinerends. Van­ daaruit zie je het land in een ander perspectief. Je staat daar met je hoofd in de wol­ken. Let­terlijk. Vaak voel je je ook zo, je voelt je dich­ter bij de hemel, dichter bij God.
Niet te verwonderen dat oude volkeren hun offerplaatsen en tem­pels dikwijls bouwden boven op een berg, de plaats waar he­mel en aarde elkaar raken. Vandaar konden zij de wereld, het leven, overzien en zinvol orde­nen. Het was de plek van verbin­ding en verbon­den­heid met de diepte van het bestaan, van ver­bin­ding en verbon­denheid met God, een heilige plek dus, een heilige berg, plaats van bezin­ning, van gebed, van terugkeer naar zichzelf, van terugkeer naar het hart van de dingen.

Dat oeroud en diep menselijk gegeven is ook Jezus niet vreemd. Hoe vaak lezen wij niet dat Hij zich terug­trok op een berg om er te bidden.
Het verbaast dan ook niet dat een topgebeuren als de ‘gedaan­teverandering’ zich afspeelt op een hoge berg, ver van de we­reld, weg van nieuwsgierige blikken. God ontmoeten is  immers een intiem gebeuren, dat hoogstens de aanwezigheid van een paar intimi ver­draagt: Petrus, Johannes, Jacobus. Zij mochten Jezus zien door Gods ogen. Een wonder­lijke erva­ring, en ook en vooral een open­ba­ring. Want de Jezus, met wie ze zo vertrouwd zijn, die hun vriend en leermeester is, blijkt in Gods ogen te situeren in een driedi­mensio­naal tijdsper­spectief.

* De eerste dimensie begint in het verre verleden: In Jezus wordt de lijn van het Oude Verbond doorgetrokken. Het Oude Verbond, verte­gen­woordigd door Mozes, de man van de Wet, en door Elia, de grootste onder de profeten. Zij hadden voor Israël het geloof in de komst van de Messias levendig gehouden. In Jezus, zo begrijpen de drie leerlin­gen nu, is die belofte mens geworden.

* De tweede dimensie is toekomstgericht: Hun Jezus, door God verheerlijkt, stralend als de zon en glan­zend als licht. Een visionaire[1] voor­smaak van Pasen, die de leer­lin­gen graag willen vasthouden. En dus willen ze daar hutten bouwen. Plots klinkt uit een wolk: “Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem”. Gods stem! God zo nabij ervaren is voor de mens angstaanjagend. Doodsbang werpen ze zich op de grond.

* Dan raakt Jezus hen aan. Terug naar het heden, de dimen­sie van de ver­trouwde realiteit. Over hun ervaring moeten ze zwijgen tot “de Mensenzoon uit de doden is opge­wekt”. Want het is nog lang geen Pasen. Eerst moet Hij op een andere berg nogmaals van ge­daante verande­ren. Daar zal zijn gezicht niet stralen en zullen zijn klederen niet wit worden als licht; integendeel, zijn klederen zullen Hem er van het lijf gerukt worden voor het oog van al wie het zien wil. Niemand zal op Golgot­ha zijn hut willen bouwen.
Pasen, het beloofde Land van de verheerlijking? Jazeker. Maar niet zonder het kruis.

En dus: “Doek je plan om hier hutten te bouwen maar op, Petrus, wij moeten terug naar de vlakte, we moeten de weg van het heden gaan, de weg van het leven van alle dag.” Jezus daalt de berg af. De leerlingen schoorvoetend achter Hem aan, diep onder de indruk van het woord dat God ge­sproken had: “Mijn geliefde Zoon. Een mens naar mijn hart. Een mens die leeft van en uit mijn Lief­de. Zo heb ik de mens gedroomd. Luister naar Hem.”

Luisterend naar zijn woord en werk, worden ook wij mensen naar Gods hart, delen ook wij in Gods gevoelens, verlangens, bekom­mer­nissen en ambitie. Dat verruimt ons gezichts­veld omdat we met Gods ogen mogen kijken voorbij de grenzen van ons gesloten burgerwereldje, tot in de woestijn waar de armen, de zieken, de slacht­of­fers van honger en geweld ver­scholen zit­ten. Ver­scholen voor de verwijtende ogen van het goed fatsoen, en de meedogenloze logica van onze prestatiemaatschap­pij.

Luister naar Hem als Hij zegt: “Wees barmhartig zoals uw hemelse Vader barmhartig is”. Barmhartigheid… als je de eerste letter van dat woord schrapt, wordt de diepste betekenis ervan zichtbaar: ‘armhartigheid’, een hart hebben voor de arme. De arme om de hoek die het moet rooien met  het leefloon dat hij van het OCMW krijgt toegestopt; die uit de boot is gevallen, tussen wal en schip gesukkeld; die, met de dood op de hielen, zijn land ontvluchtte en hier, met niets, een nieuw bestaan hoopt op te bouwen.

Wees barmhartig zoals uw hemelse Vader barmhartig is, als je ziet hoe de kloof verdiept tussen arm en rijk, tussen zuid en noord, als je ziet dat een boer ergens op het platteland in Kenia zijn twee koeien – zijn volledig kapitaal – moet slachten om te kunnen eten, omdat hij de melk aan de straatstenen niet kwijt kan. In de stad kopen ze zijn koeienmelk niet; melkpoeder is er immers goedkoper. Melkpoeder gemaakt van de melkoverschot van dure Europese koeien, die dank zij subsidiëring door de Europese Unie, in de Keniase steden en elders in de Derde Wereld verkocht wordt aan dumpingprijzen

Wees barmhartig zoals uw hemelse Vader barmhartig is, als je ziet hoe idealisten zich de handen van het lijf werken om in de krottenwijk van El Zaite een school van niveau te runnen. Volgende week, in het kader van onze Vastenactie, worden we weer geïnformeerd over de actuele stand van zaken bij William Aragon.

Barmhartig-zijn wil ook zeggen: mild-zijn om hardheid te ontdooi­en, warm in kille eenzaam­heid, licht in de duisternis, gene­zen waar wonden werden geslagen, troost voor de treurende die geen tranen meer heeft.

Zo gaat Jezus, nog steeds, ons voor op de weg van het heden. Luister naar Hem. Maar besef  ook dat die weg ooit een kruisweg wordt. Want de zachte kracht van barmhartigheid sloopt muren rond de ghetto’s van rijken, stremt de geoliede econo­mische machi­ne die mensen vermaalt en geld vermenigvuldigt, knaagt als een termiet aan de hardleerse structuren waarmee mach­tigen hun machtspositie handhaven.
Het kan dus niet anders dan dat barmhartigheid zich vijan­den maakt. Maar dat weerhoudt haar niet. Het visioen op de berg en die stem die zei: “Dit is mijn geliefde Zoon. Luister naar Hem” is uit haar herin­nering niet weg te branden. En dus ver­trouwt zij erop dat het na Goede Vrij­dag ooit Pasen wordt, dat de woestenij van prestatie en beton, ooit een paastuin wordt.
De bloemen van barmhartigheid die wij zaaien en planten, zijn er, zoals de bloemen op dit altaar, de voorbode van.    
Marc Christiaens o.p.

[1] De oude Willibrordvertaling (1966) vertaalt vers 9a aldus: “Spreek met niemand over wat ge hebt aanschouwd”; in de nieuwe Willibrordvertaling (1995) wordt dat: “Vertel niemand van dit visioen”.

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.