2e zondag van de vasten A 2011

ZONDAGSVIERINGEN
tweede zondag vasten A (20/03/2011)

Begroeting

Welkom aan allen die mee op stap willen gaan naar Pasen toe, in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord 1

De tweede etappe van onze veertigdagentocht naar Pasen
is een bergetappe.

Toen Petrus, boven op de berg,
zag hoe Jezus van gedaante veranderde,
waande hij zich in de zevende hemel.
Daar wou hij wel zijn tenten opslaan.
Maar hij had nog niet begrepen
dat er geen Pasen is zonder kruis.
Dat deelhebben aan Gods heerlijkheid slechts kan
na een leven in dienst van de komst van Gods Rijk voor alle mensen.
Dus moest hij weer naar beneden.

Ook wij beschouwen te vaak
het goede dat ons geschonken werd,
als ons bezit,
en vergeten dat leven delen is.

Laten we daarom
God en elkaar om vergeving bidden.

Openingswoord 2

Er is moed nodig om nieuwe wegen te gaan,
zo leren ons de lezingen vandaag.
Blijven zitten bij het oude, het comfortabele,
is gemakkelijker en evidenter.
God vraagt aan Abraham om weg te trekken
uit zijn eigen vertrouwde omgeving,
om nieuwe wegen te gaan.
In het evangelie laat God zijn stem horen op de berg Tabor.
Nadat de leerlingen een ‘buitengewone’ ervaring meegemaakt hebben,
dalen ze de berg af
en komen in beweging.
Ze dalen af naar de dagelijkse realiteit, naar het moeilijke leven, naar het lijden,
maar wel met de belofte: God is een God van levenden.
Hij gaat voor ons uit.
naar Roeselare

Vergevingsmoment 1

– Heer, rots van ons geloof,
overwin ons gebrek aan vertrouwen.
Heer, ontferm U over ons.

– Christus, anker voor onze hoop,
verban alle angst en vreesachtigheid.
Christus, ontferm U over ons.

– Heer, bron van alle liefde,
bevrijd ons van eigenliefde.
Heer, ontferm U over ons.

Moge de almachtige God zich over ons ontfermen,
onze zonden vergeven en ons geleiden tot eeuwig leven. Amen.

Vergevingsmoment 2

God,
we zitten zo vaak verstrikt
in de netten van hebben en houden.
Onze ogen blijven gericht
op de kleine kantjes van het samenleven,
op de etalages van de winkels,
op het genot dat de reclame ons voorspiegelt.

Vergeef ons onze dwaalsporen.
Trek ons uit het moeras
van consumeren, presteren en concurreren.
Doe ons de berg opgaan
en wek in ons het verlangen naar een nieuwe tijd.
Doe ons gaan naar een land
waar toekomst is voor al wat leeft.
God, wij keren ons tot U.

Openingsgebed 1

God, laat niet toe dat wij ons genoegzaam nestelen in het oude vertrouwde.
De veertigdagentijd is een oefentijd
op zoek naar een nieuwe levensstijl,
naar kwalitatiever leven.
Roep ons weg uit onze zekerheden,
weg van achter de vestingmuren
die we rondom ons hebben opgetrokken.
Zet ons op weg naar een open wereld
waar mensen niet langer elkaars vijanden zijn,
elkaar niet dood concurreren
in hun strijd om macht en bezit,
maar elkaar zien als bondgenoten
die samen een vredevolle toekomst hebben uit te bouwen.
Wij vragen het U door Jezus, de Christus,
uw Zoon en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 2

God, onze Vader,
als Gij in ons leven komt,
laat Gij ons nooit op de plaats waar we onze tenten hebben opgeslagen.
Maak ons bereid met U mee te gaan naar ongekende hoogten
om U te ontmoeten.
Help ons om ook in het dal van het leven
voor elkaar een teken van uw hoop te zijn.
Wij vragen U dit voor vandaag en alle dagen van ons leven. Amen.
Viering ‘’Ontmoet Jezus op de berg’

Lezingen

“Trek weg uit uw land” zegt God tot Abraham in onze eerste lezing.
“Jezus nam Petrus, Jakobus en Johannes mee boven op een hoge berg waar ze alleen waren” horen we in het evangelie.
Twee keer krijgen wij een glimp te zien van Gods visioen van bevrijding.

Eerste lezing (Genesis 12,1-4a)
Uit het boek Genesis

1        De Heer zei tegen Abram:
`Trek weg uit uw land, uw stam en ouderlijk huis,
naar het land dat Ik u zal aanwijzen.
2Ik zal een groot volk van u maken.
Ik zal u zegenen en uw naam groot maken,
zodat u een zegen zult zijn.
3        Ik zal degenen zegenen die u zegenen,
maar degene die u verwenst zal Ik vervloeken.
Om u zullen alle geslachten op aarde zich gezegend noemen.’
4        Toen ging Abram weg, zoals de Heer hem had opgedragen,
en Lot ging met hem mee.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (2 Timotheüs 1,8b-10)

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs

         Dierbare,
8        Draag uw deel in het lijden voor het evangelie,
door de kracht van God,
9        die ons gered heeft
en ons heeft geroepen met een heilige roeping,
niet op grond van onze daden,
maar volgens zijn eigen besluit en genade.
Die genade is ons van alle eeuwigheid gegeven in Christus Jezus,
10       maar zij is nu openbaar geworden
door de verschijning van onze redder, Christus Jezus,
die de dood van zijn kracht heeft beroofd
en onvergankelijk leven heeft laten oplichten door het evangelie.
KBS Willibrord 1995


Evangelie
(Matteüs17,1-9)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

1
        In die tijd nam Jezus
Petrus, Jakobus en diens broer Johannes
met zich mee een hoge berg op,
waar Hij met hen alleen was.
2        Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante.
Zijn gezicht ging stralen als de zon
en zijn kleren werden wit als licht.
3        Opeens verschenen hun Mozes en Elia, in gesprek met Hem.
4        Petrus zei daarop tegen Jezus:
`Heer, het is maar goed dat wij hier zijn.
Als U wilt, zal ik hier drie hutten maken,
voor U een en voor Mozes een en voor Elia een.’
5        Hij was nog niet uitgesproken
of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte,
en opeens klonk er een stem uit die wolk:
`Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind.
Luister naar Hem.’
6          Toen de leerlingen dat hoorden,
wierpen ze zich op de grond
en werden ze vreselijk bang.
7          Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei:
`Sta op en wees niet bang.’
8        Toen ze hun ogen opsloegen,
zagen ze niemand meer dan Jezus alleen.
9        Terwijl ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun:
`Vertel niemand van dit visioen
voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Wij geloven in God,
Schepper van de wereld en van ons, mensen.
Een grenzeloos goede God,
die met ons wil meewerken en meeleven.

Wij geloven in Jezus Christus,
die gestalte gaf aan Gods boodschap van solidariteit en goedheid
en ons op weg zette naar een wereld zonder grenzen.

Wij geloven dat Gods Geest
ons hierbij begeleidt en bezielt.
Wij geloven in een geloofsgemeenschap van mensen die samen Kerk vormen,
naar Gods model en Jezus’ voorbeeld.

Wij geloven in Gods liefde.
Dat wij ze zichtbaar kunnen maken,
telkens wij grenzen openbreken en solidair zijn.

Wij geloven dat we ons leven zinvol maken
als wij Gods droom hier op aarde helpen realiseren. Amen.
naar Buizingen

Voorbeden 1

Laten wij bij het begin van deze tafeldienst
even verwijlen bij de mensen die we verlich­ting toewensen in hun bestaan…
en bieden wij God ook onze persoonlijke gebedsintenties aan.

– Wees barmhartig, Heer,
en zaai vrede waar geweld, agressie of afgunst regeren.
Moge uw licht doorbreken
waar angst en eenzaamheid overheersen.
Wees onze steun en onze hoop in tijden van werkloosheid, ziekte of dood.
Laten wij bidden…

– Wees barmhartig, Heer,
en maak het mogelijk dat ieder van ons
– man of vrouw, oud of jong, ziek of gezond –
enige glans kan geven aan zijn eigen bestaan,
een voorsmaakje van onze heerlijkheid
die Gij ons in het vooruitzicht hebt gesteld.
Laten wij bidden…

– Wees barmhartig, Heer,
voor onze wereld,
vaak zo vlak en zonder perspectief,
waarin zovelen hun weg niet vinden,
zovelen vermalen worden
door de raderen van de vrijemarkteconomie.
Laten wij bidden…

– Wees barmhartig, Heer,
voor uw Kerk,
opdat zij díe mensen opzoekt en in haar armen sluit,
die door niemand worden gezocht.
Moge zij hierbij in Jezus’ voetspoor treden.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

God ontmoeten
zoals de apostelen op de berg,
of zoals wij hier rond zijn tafel,
laat sporen na.
Daarom willen we bidden.

– Moge het niet gebeuren
dat we vastroesten in zelfgenoegzaamheid.
Hou ons onrustig, Heer,
blijf ons aanspreken
zolang niet elke mens uitzicht heeft op een menswaardig leven.
Laten wij bidden…

– Moge het niet gebeuren
dat we ons blindstaren op onze westerse luxeprobleempjes,
maar moge het gebeuren dat we, voorbij de grenzen van onze rijkdom,
oog hebben voor een wereld
die slechts kan dromen van een betere toekomst
en rekent op onze solidariteit.
Laten wij bidden…

– Moge het gebeuren
dat er in onze buurt steeds mensen zijn
met een open geest en wijze woorden
die ons oproepen
het oude vertrouwde achter ons te laten
en open te staan voor het nieuwe dat God met ons wil beginnen.
Laten wij bidden…

Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:

Gebed over de gaven 1

Heer, onze God,
ook wij zijn besmet met de microbe van hebben en houden,
van produceren en consumeren.
Wij bidden U:
verlos ons van de waan van ieder-voor-zich.
Maak ons één in breken en delen,
ook met hen,
die zich doorgaans moeten voeden
met de krui­mels die van onze tafels zijn gevallen.
Wij vragen U dit,
in naam van Hem, die zichzelf brak en uitdeelde
tot voedsel voor allen, Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven 2

Heer, onze God,
brood en wijn zijn de gaven door Jezus zelf gekozen
om aan U op te dragen.
Laat Hem bij ons komen in deze gaven en ons de kracht geven
om mee te bouwen aan een betere wereld
waarin iedereen recht heeft op een menswaardig leven. Amen.

Tafelgebed

God,
drie leerlingen mochten met U samen zijn
boven op een berg.
Het was een moment van stilte en rust,
van innerlijk geluk,
van uitzicht op wat komen zal.
De tenten werden toen niet opgeslagen,
want hun geloof was nog te broos,
maar hun verlangen naar een wereld van vrede en geluk
werd aangewakkerd.

Zo mogen ook wij hier samen zijn om,
gedragen door God en elkaar,
vol verlangen uit te zien
naar een nieuwe wereld
gedragen door liefde en goedheid.
Want in ons hart hebt Gij de hunkering gelegd
naar een betere wereld, vol van het beste in iedere mens.
Daarom mogen wij U loven, prijzen en dank zeggen
met de woorden:
Heilig, heilig, heilig …
Boven op de berg toonde Jezus aan zijn vrienden
een nieuw gelaat, een nieuw uitzicht,
uitstijgend boven de soms pijnlijke werkelijkheid.
‘Kijk boven de ellende uit,
laat u niet langer raken door het kwaad,
geef het geen kans.
Er komt een nieuwe tijd;
zie Ik ga iets nieuws beginnen,
merk je het nog niet?’
Dit was zijn nieuw verbond.
Daarom bracht Hij zijn leerlingen regelmatig samen
om te eten, om te bidden,
om zichzelf uit handen te geven
voor een nieuwe wereld zonder haat.
Zo heeft Hij het ook gedaan die avond voor zijn sterven,
toen Hij zijn leerlingen samen bracht voor een laatste maal.
Hij nam brood in zijn handen, hield het hun voor en zei:
“Neem en eet hiervan gij allen,
dit is een nieuw verbond,
gegeven en geschonken aan ieder van u.”

Nadien nam Hij ook een beker met wijn,
teken van hun warm samenzijn.
Hij zegende hem, sprak een dankgebed uit en zei:
“Dit is de beker van een nieuw en altijddurende verbond,
mijn bloed, voor u en allen
vergoten tot vergeving van zonden.
Telkens gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”
Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

Ook dit samenzijn, hier en nu
is getekend door leed en pijn
zoals elke mens die in zijn leven te dragen krijgt.
Het geloof in Jezus’ verrijzenis geeft kracht en steun
voor wie wil geloven in Gods goedheid en oneindigheid.
God, geef dat we mogen geloven
tegen alle twijfel in…
Geef dat we mogen blijven hopen en vertrouwen.
Geef ons uw liefde, die sterker is dan het kwaad, sterker dan de dood.
God, aarzel niet uw belofte waar te maken:
een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
aan ons gegeven om voor altijd in vrede te leven.
Wij bidden voor deze onvolmaakte aarde:
laat ons dromen boven fouten en pijn uit
dat wij haar zullen vernieuwen
en aan een veilige toekomst zullen bouwen
voor groot en klein.
Uw droom, God,
met die zekerheid dat Gij dicht bij ons wilt zijn.
Wij vragen het U,
omwille van Jezus, uw Zoon.
Want door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn, God, almachtige Vader,
uw rijk van vrede en gerechtigheid,
in de eenheid van de heilige Geest,
hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Heer, leer ons bidden,
zonder grote woorden,
in de stilte van ons hart.

Dat uw naam mag klinken
alle dagen van ons leven,
als een zegen voor alles wat leeft.

Dat uw rijk zichtbaar mag worden
in ons zoeken naar gerechtigheid,
in ons geloof dat bergen verzet.

Dat uw wil,
mag geschreven zijn in ons hart;
dat wij trouw mogen zijn aan uw verbond.

Wees voor ons dagelijks brood,
dat wij met anderen delen.

Wees voor ons vergeving en verzoening;
wil ons aanvaarden, maak ons nieuw
en geef dat wij anderen hun fouten vergeven.

Wees voor ons bevrijding van alle kwaad:
open ons hart en onze geest,
dat wij voor anderen,
een zegen mogen zijn. Amen.

Vredewens

God van alle mensen,
we trekken cirkels rond onszelf
en zeggen:
‘Dit ben ik’. ‘Dit is van mij’.
En onze handen zijn tot slaan gereed
als wordt geraakt aan wat wij ons hebben toegeëigend.
Vergeef ons,
maak ons vredelievend en mild.
Dan worden wij één en onverdeeld.
Die door God geschonken vrede, zij altijd met u.
En geven wij elkaar een teken van die vrede.

Lam Gods

Communie

Brood en wijn, voedsel en vrede,
recht op leven en menselijkheid.
Waar wij zo diep naar hunkeren
en wat wij zo moeizaam kunnen zijn,
dat leggen wij in uw handen.
Heer, leer ons doen wat Gij hebt voorgedaan:
leer ons ons leven te breken als brood,
het elkaar aan te reiken als wijn.
Dit is het Lam Gods…

Bezinning 1

Vasten,
de gunstige tijd…

… om ons doen en laten
te overdenken
en ons los te maken
uit een schraal bestaan
waarin we
kleinmoedig
alleen met onszelf
zijn begaan,

… om gratuit te delen
met wie veel ontberen
en niet hebzuchtig
te grijpen
naar wat we best
onszelf ontzeggen,

… om het goede
in elkaar te zien,
te onderstrepen
en door te vertellen,
en zonder
een vleugje afgunst
elkaar het allerbeste
te gunnen,

… om te bidden tot God:
“Help me
om niet te ontgoochelen
wie op mij vertrouwen
en laat me voor hen
uw tedere liefde zijn”.

Valeer Deschacht

Bezinning 2

De berg opgaan

Van tijd tot tijd moet je het doen: de berg opgaan,
de wereld laten verstillen,
jezelf en de anderen hervinden in het gebed,
het volle licht van God laten schijnen op je gezicht.

Dat kan je vooral in het gezelschap van Jezus,
uit wie dit heldere licht al straalt,
en in het gezelschap van andere bergbeklimmers,
Godzoekers zoals Mozes en Elia.

Het was voor hen geen wereldvlucht.
Ze namen alles mee op die berg:
het wel en wee van hun volk,
hun machteloosheid en hun ontgoocheling.

Maar er kwam even vrede in hun hart,
ze ontvingen nieuwe kracht om af te dalen,
om te herbeginnen.

Want wie op de berg
alles in het volle licht heeft gezien,
kan God ook vinden in het getekende, verwrongen mensengezicht
dat ‘lijden’ heet.
Roeselare

Slotgebed 1

God en Vader,
neem de sluier weg van onze ogen,
neem de twijfel en de aarzeling weg uit ons hart,
zodat wij vol vertrouwen
de weg durven gaan die Gij ons toont
in Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Slotgebed 2

Net als Jezus dat deed,
zo wil Ik ook jou uitnodigen
met Mij een berg op te gaan -zegt God –
om de rust en de stilte op te zoeken
en te ervaren dat leven in mijn nabijheid
je ‘anders’ en ‘nieuw’ kan maken.
Want hoe sterker je Mij in je leven toelaat,
des te meer zullen je ogen glinsteren van liefde.
Je mond zal alleen maar goede dingen vertellen
en je handen zullen dienstbaar zijn
en op die manier van Mij getuigen.
Je zult stralen als de zon,
omdat je als een spiegel mijn tederheid zult weerkaatsen.
Erwin Roosen

Zending en zegen
 
Gesterkt en verheugd omdat God ons nabij was,
dalen wij af van de berg
om de warmte van God-met-ons
uit te dragen in de vlakte van het leven van elke dag.
Moge zijn zegen op ons rusten:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.