2e zondag van de advent C 2006

ZONDAGSVIERINGEN.

2e zondag van de advent C-jaar. (10 12 2006)

Ontsteken adventskaars.

Waar wij ook gaan of staan
wil Hij, die wij God-met-ons mogen noemen,
ons bemoedigend nabij zijn.
Zijn woord verlicht ons levenspad
zodat wij elkaar kunnen zien
met nieuwe ogen.
Als teken dat wij verlangend uitzien naar de geboorte van Gods Woord
steken wij de tweede kaars van onze adventskrans aan.
         Priester gaat kaars aansteken.


Begroeting.

Moge dit samenzijn gezegend zijn door (+) de Vader, …­

Openingswoord.

Profeten zijn adventsfiguren bij uitstek.
Vandaag ontmoeten wij er twee, of misschien wel drie:
Baruch en Johannes de Doper,
en allebei zoeken zij inspiratie bij Jesaja.

Zoals alle profeten houden ook zij
hun blik op de toekomst gericht,
zij houden de verwachting levendig.
Baruch schetst een lieflijk beeld van God die toekomst maakt.
Johannes de Doper daarentegen is zo ontgoocheld over de wereld
dat hij vreest dat God,
vooraleer Hij iets moois kan maken,
de verloederde wereld eerst zal moeten vernietigen.
Alleen wie zich bekeert, kan die vernietiging overleven.

Hoe verschillend ook van toon,
beiden verkondigen dezelfde boodschap:
gooi het roer om,
maken we in ons hart en in ons leven ruimte
opdat God in ons kan geboren worden,
opdat zijn aanwezigheid zichtbaar moge worden
in de manier waarop wij elkaar bejegenen.

Beginnen wij met God om vergeving te vragen
omdat ons hart vaak te zeer vervuld is van zelfgenoegzaam­heid.

Vergevingsmoment 1.

Omdat wij te weinig bereid zijn onze persoonlijke belangen opzij te zetten
voor het geluk van hen met wie we dagelijks samenleven.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Omdat wij zo gemakkelijk vergeten
dat ons leven en onze kwali­teiten ons gegeven zijn als een geschenk,
en dat wij daarom onszelf tot een geschenk moeten maken voor anderen.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

Gij die ons tegemoet komt met het licht van uw menslievendheid,
verdrijf alle duisternis uit ons denken en ons doen,
en leg uw vrede in ons hart.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Moge de Heer onze zonden vergeven
en ons vol vreugde begelei­den op de weg naar eeuwig leven. Amen.

Vergevingsmoment 2.

We worden opgeroepen om het roer om te gooien, om ons leven te heroriënteren.

Maar Heer, de vinger op de zere plek leggen, is geen pretje.
Het roer omgooien is verre van eenvoudig.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Christus, uw leven en het onze:
ze verschillen als dag en nacht.
“Bekeer u” wordt ons gezegd.
U bedoelt: opkomen voor anderen,
in het bijzonder voor hen die in de schaduw leven.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

Heer, niet alleen de politiek, ook wij
hebben de mond vol van welvaart en meer verdienen.
Maar diegenen die het meeste nodig hebben,
blijven doorgaans in de kou staan.
Heer, ontferm u over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Moge God ons aanmoedigen in onze kleine stapjes
en ons stimuleren om onze ogen te openen
en onze handen uit de mouwen te steken. Amen.


Openingsgebed 1.

Getrouwe God,
Gij spreekt tot ons bij monde van uw profeten.
Maak ons open en ontvankelijk
om achter die woorden van oudsher
uw stem voor vandaag te verstaan.
Zet ons op het spoor van uw waarheid,
wijs ons uw wegen van recht en vrede;
beziel ons met de wil en de ijver
na te gaan hoe onze liefde steeds rijker kan worden,
en steeds fijngevoeliger.
Dat vragen wij U in naam van de grootste onder uw profeten,
Jezus, uw Zoon en onze Broeder. Amen.

Openingsgebed 2.

Heer God,
In de advent bereiden we ons voor
op de komst van Jezus, uw Zoon.
Hij heeft ons ten diepste voorgeleefd
wat godsvertrouwen in een mensenleven vermag.
Moge zijn voorbeeld ons bemoedigen en sterken,
nu en in de toekomst,
tot Gij bij ons zijt, voorgoed. Amen.
Johan Las

Lezingen  (Lc. 3,1-6 ; Bar. 5,1-9).

Luisteren wij dan nu naar God die ons toespreekt doorheen de woorden van profeten.

Eerste lezing (Bar., 5, 1-9)

Uit de profeet Baruch.

1        Jeruzalem, leg uw kleed af van ellende en rouw;
kleed u met Gods stralende schoonheid, voor altijd.
2        Sla de mantel van Gods gerechtigheid om,
zet de roemrijke kroon van de Eeuwige op uw hoofd.
3        Want God wil dat uw verhevenheid overal onder de hemel schittert.
4        Voor altijd noemt God u:
Vrede-door-gerechtigheid, Heil-door-godsvrucht.
5        Jeruzalem, kijk vanaf de berg naar het oosten
en zie uw kinderen van alle kanten samenkomen
op het woord van de heilige God,
blij dat Hij weer aan hen denkt.
6        Te voet gingen zij van u weg,
weggesleept door de vijand
maar eervol brengt God hen terug,
als op een koningstroon gedragen.
7        Hij heeft het bevel gegeven
om alle bergen en heuvels met de grond gelijk te maken
en de dalen te vullen,
zodat het hele land vlak wordt
en Israël zegevierend en veilig kan optrekken.
8        Ook de bossen en alle geurige bomen
geven Israël schaduw, op zijn bevel.
9        Hijzelf vergezelt, barmhartig en genadig,
het jubelend Israël met de glans van zijn licht.’
KBS Willibrord 1995.

Tweede lezing (Fil., 1, 3-6, 8-11)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Filippi.

Broeders en zusters,

3        Ik dank mijn God telkens als ik aan u denk,
4        altijd, bij al mijn gebeden voor u allen.
Met blijdschap zeg ik mijn gebed,
5        vanwege uw aandeel in de prediking van het evangelie
vanaf de eerste dag tot nu toe.
6        Ik ben er zeker van dat Hij die een goed werk in u begonnen is,
het zal voltooien tegen de dag van Christus Jezus.
8        God kan voor mij getuigen hoe vurig ik naar u allen verlang,
met de innigheid van Christus Jezus.
9        En dit is mijn bede: dat uw liefde steeds rijker wordt
aan ware kennis en fijngevoeligheid in alles,
10 om te kunnen onderscheiden waar het op aankomt.
Dan zult u zuiver en onberispelijk zijn op de dag van Christus,
11 vol van de vrucht van de gerechtigheid,
die komt van Jezus Christus,
tot lof en eer van God.
KBS Willibrord 1995.

Evangelie (Lc., 3, 1-6)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas.

1 In het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius,
toen Pontius Pilatus gouverneur was van Judea,
Herodes tetrarch van Galilea,
zijn broer Filippus tetrarch van de landstreek Iturea en Trachonitis,
Lysanias tetrarch van Abilene,
2 en Annas en Kajafas hogepriester,
toen kwam het woord van God tot Johannes,
de zoon van Zacharias, in de woestijn.
3 En hij ging overal in de Jordaanstreek een doop van bekering verkondigen tot vergeving van zonden,
4 zoals geschreven staat in het boek van de woorden van de profeet Jesaja:
Een stem roept in de woestijn:
Bereid de weg van de Heer,
maak zijn paden recht;
5 elk dal zal worden opgevuld,
elke berg en heuvel geslecht;
bochtige wegen worden recht,
oneffen paden vlak;
6 en alle mensen zullen de redding zien die van God komt.
KBS Willibrord 1995.

Geloofsbelijdenis.

In God, die voor ons het beste wil,
willen wij samen ons geloof uitspreken.

Ik geloof in God,
die vrede in de wereld wil,
die ons vraagt aan die vrede mee te bouwen,
zodat leven in geluk mogelijk wordt voor iedereen.

Ik geloof in Jezus Christus,
die ons bevrijdt van angst en vooroordelen,
en die ons doet hopen,
de dood voorbij.

Ik geloof in de Geest,
die gerechtigheid schept,
die ons verantwoordelijk maakt om,
door inzet en inkeer,
een wereld uit te bouwen die bewoonbaar is voor allen.

Ik geloof in een gemeenschap
die deze taak op zich neemt.
Ik geloof in een God die belooft
dat Hij ons leven zal voltooien
in zijn
rijk van vrede voor altijd.
Amen

Voorbeden 1.

 Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer om ze samen met uw gaven en deze gaven aan de Heer op te dragen.

– Bidden wij in goed vertrouwen om Gods zegen
over de wereld van vandaag en morgen;
dat zijn licht moge doorbreken,
dat Gods menslievendheid gestalte moge krijgen in mensen
die op hun beurt licht worden voor hun omgeving.
Laten wij bidden…

– Bidden wij in goed vertrouwen om Gods zegen
over wie in onze samenleving gediscrimineerd worden:
slachtoffers van seksisme, racisme, religieuze discriminatie;
dat ze ruimte krijgen om zichzelf te zijn of te worden;
dat wij toekomst maken zonder angst,
dat wij bouwen aan een samenleving die geborgenheid garandeert.
Laten wij bidden…

– Bidden wij in goed vertrouwen om Gods zegen
over hen die nooit echte kansen kregen,
door hun verleden getekend zijn,
nooit zichzelf konden zijn;
dat ze stem krijgen, gehoor vin­den, beluisterd worden,
zodat ze tot hun recht komen
en weer met het hoofd rechtop door het leven kunnen gaan.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2.

-Bidden wij dat wij de droom van Jesaja en van Jezus
onder ons levendig houden,
hem steeds aan elkaar doorvertellen,
zó dat het ook echt ónze droom wordt en ónze idealen.
Laten wij bidden…

-Bidden wij om openheid, luisterbereidheid,
eerlijkheid, fijngevoeligheid en helderheid van geest,
zodat wij de vraag verstaan, die achter woorden schuilgaat.
Laten wij bidden…

-Bidden wij om de bereidheid
onze handen uit de mouwen te steken
en te doen wat moet gedaan worden:
taken, talenten en vermogen delen naar best vermogen.
Laten wij bidden…

God, wij vragen U om betrokkenheid, om geraaktheid,
en de moed om daarin te volharden.
Dat wij uw oproep tot bekering mogen horen
en zouden aanstalten maken
om op een andere manier te gaan leven. Amen.

Gebed over de gaven.

Eeuwige en getrouwe God,
rondom deze tafel wekt Gij de hunkering naar recht en vrede.
Aanvaard uit onze handen dit brood en deze wijn
als teken van onze aanhankelijkheid aan U
en van onze toewijding aan elkaar.
Moge ons samenzijn hier
voor ons een nieuw begin worden van menselijkheid en mededo­gen.
Dat vragen wij U in naam van Jezus,
beeld van uw menslievendheid. Amen.

Tafelgebed.

God, onze Heer en Vader,
wij zijn hier bijeen om U te danken,
te loven en te prijzen.
Bij U begint het leven en de liefde;
alles wat wij hebben
hebt Gij ons geschonken.

Gij kent ons, Gij houdt van ons.
Gij zijt de schepper,
Gij zijt het begin en het einde van alles.

Uw zoon is mens geworden.
Hij heeft ons geleerd wie Gij zijt.
Samen met Jezus Christus en met elkaar
zijn wij hier om tot U te bidden.

Wij danken U voor heel de aarde:
voor de bergen en de bomen,
voor de zon en de zee,
voor alles wat er groeit en bloeit;
voor het leven en de liefde,
voor de mensen hier en overal.

Alle mensen zijn op weg naar U,
naar uw geluk en vrede voor altijd.
Daarom bidden wij samen:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.

Gij die ons de aarde geeft om te bewonen,
Gij weet dat wij tekort schieten
in het verwezenlijken van vrede en gerechtigheid.
Toch roept Gij ons op
om recht te doen en goed te zijn.
Wij bidden voor hen die het meest weerloos zijn:
kinderen, armen, mishandelde en hongerige mensen,
vluchtelingen, zieken en stervenden,
voor mensen zonder toekomst
en voor allen die groot lijden moeten dragen.

Niet voor de dood, maar voor het leven
hebt Gij ons gemaakt.
Zend ons uw Geest,
geef ons de kracht
om beter mens te worden;
dat wij geen leegte najagen,
geen waarheid ontvluchten,
uw naam niet vergeten en uw wil volbrengen.
Wij willen het brood van deze wereld
delen met elkaar
en al het kwaad dat ons wordt aangedaan vergeven
opdat uw rijk kome.

Wij richten onze ogen op Jezus van Nazareth,
die uw naam geheiligd heeft,
uw wil volbracht;
die brood en wijn voor ons geworden is,
voedsel en vreugde,
vergeving van zonden.

Die in de nacht van zijn lijden en dood
brood genomen heeft,
het brak en aan zijn vrienden uitdeelde met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”
Zo nam Hij ook de beker, sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u en allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
denk dan aan mij.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer,
laat de Geest van uw goedheid
onder ons blijven verder leven.
Moge uw leven en dood
ons helpen ook onszelf te geven
en nooit moedeloos te worden.
Mogen wij allen eens opgenomen worden
in het rijk van uw goedheid, vrede en vreugde.

Gij hebt het immers gezegd, Heer,
en wij geloven U,
dat Gij ons nooit verlaat.
Door Christus, met Christus en in Christus
bieden wij U dit dankoffer aan
in de gemeenschap van uw kerk
zoals Gij het hebt gewild
vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid.
Amen.

Onze Vader.

Bidden wij als kinderen van dezelfde Vader,
met de woorden die zijn Zoon ons heeft voorgebeden:
Onze Vader,….

Gij Heer, die ons ruimte en vrijheid gunt,
leer ons die zo gebruiken dat wij anderen die ruimte niet ontnemen,
dat wij ieder mens op onze weg in zijn waarde laten,
en hem proberen te zien met Uw ogen.
Als Gij ons ontvankelijk maakt voor elkaar
zullen wij hoopvol kunnen uitzien
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredeswens.

Gij die onvermoeibaar zijt in het maken van nieuw begin,
Gij die steeds opnieuw uw hoop vestigt op mensen,
wees met de moedelozen die niet meer durven dromen,
wees met hen die niet meer durven hopen dat
de wereld ooit nog leefbaar wordt voor al uw mensen.
Doe hen en ons weer opleven,
Doe hen en ons weer geloven
dat onheil ten goede  kan worden gekeerd als wij ons willen en durven inzetten.
Doe hen en ons weer geloven
dat Gij uw beloofde vrede zult schenken als wij ze waarmaken met elkaar.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
Geven wij elkaar een teken van die vrede.

Lam Gods.

Communie.

De Heer nodigt ons uit aan zijn tafel.
Hij biedt ons zichzelf als voedsel.
Laten wij het ontvangen als blijk van onze bereidwilligheid
om te delen met elkaar,
om gemeenschap te vormen met elkaar,
ook met hen, met wie dat niet zo vanzelfsprekend is.
Zie het Lam Gods…

Bezinning 1.

Soms is een mensenleven
zo gekwetst
dat brood niet meer verzadigt
en water niet meer laaft,
dat vuur niet meer verwarmt
en een huis niet meer herbergt.

Wonden worden soms
alleen geheeld
als iemand het opbrengt
om voor een ander
brood en water
vuur en huis te zijn.

Er is zoveel vraag
naar zo een mens
die voor een ander
nabij is als God.

Alleen vraag ik me af:
wat ben ik,
die vraag
of het antwoord…

Bezinning 2.

Verwachten,
een typisch menselijke bezigheid:
iemand verwachten,
iets tegemoet zien,
ergens op rekenen,
ernaartoe leven.
Een vrouw verwacht een kind:
uitzien naar een nieuw begin van leven,
een loper uitleggen naar morgen,
naar de toekomst.
Leven zonder verwachting
is een doodlopende weg.
‘Morgen wordt beter’:
het is een zucht van mensen
die moe gestreden zijn,
die alles geprobeerd hebben.
Verwachten is een brug slaan,
over de brug komen.
Het is leven
met open ogen en oren
en zich niet laten verdoven,
zelfs als horen en zien vergaat.
Het is geloven dat
‘er een ander is die komen moet’,
maar toch ook zelf iets doen,
aanklagen en opbouwen, bruggen slaan.
Het is elke dag geloven:
dit is de eerste dag
van de rest van mijn leven.
naar Erik Stijnen.

Slotgebed 1.

Advent is uitkijken waar God aan het werk is.
Advent is luisteren of God ons niet oproept
om muren af te breken die rondom Hem zijn opgetrokken:
de dode muren van een zelfgenoegza­me gemeenschap
die zich beter acht en beter weet,
dikke muren van onverstaanbaar ge­worden woorden en gebaren,
oude muren uit verleden tijden, verzilt en verziekt.
God laat zich niet opsluiten;
mensen wel…

Slotgebed 2.

Graag wil Ik je vragen om
net als Johannes destijds –
vandaag de weg te bereiden
voor de komst van mijn Zoon – zegt God.
Maak het koude hart van de wereld en van veel van haar bewoners
warm
opdat het zich opene voor mijn boodschap van vrede.
Durf je handen uit de mouwen steken
voor het concrete geluk van anderen.
Dan krijgt mijn Liefde
een gezicht en een hart…
jouw gezicht en jouw hart.
naar Erwin Roosen


Zending en zegen.

Mogen wij uit dit samenzijn
de moed, de kracht en het vertrouwen putten
om de weg te gaan van gerechtigheid en vrede.
Gods zegen zal hierbij op ons rusten:
+ in de naam…

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.