2e zondag van de advent B 2017

10 dec. 2017              (Viering )


Het ‘Begin’ volgens Marcus
(Mc. 1,1-8 ; Jes. 40,1-5.9-11)

“Begin van de goede bood­schap van Jezus Christus, Zoon van God” luidde de openingszin van onze evangelielezing. Bijbel­geleerden hebben uitgedokterd dat Marcus die woorden bedoel­de als titel van zijn boek, en niet als openingszin van zijn evangelie. Maakt dat veel verschil uit? Mis­schien meer dan je op het eerste gezicht zou denken.
Als openingszin wil dat zeggen: Ik begin met mijn verhaal over de goede boodschap van Jezus. Maar als titel betekent het: dit hele boek gaat over het begin, heel dit verhaal over het avontuur van Jezus onder ons is het begin van de goede boodschap. Wat Jezus onder ons gezegd en gedaan heeft was de start.
En na het startschot begint de koers pas echt. Wat ná dat be­gin, dus ná de dood van Jezus, moet volgen, staat op de laat­ste bladzijde van Marcus’ evange­lieboek wanneer Jezus, na zijn ver­rijze­nis tot zijn leer­lingen zegt: “Ga uit over de hele wereld en verkon­digt het evan­gelie aan heel de schepping” (Mc.16,15). Vervolgens wordt Jezus ten hemel opge­nomen, en de slotzin van het boek luidt: “Zij trokken uit om overal te prediken en de Heer werkte met hen mee” (v.20).
Jezus gaf de start; en zij, de leerlingen – wij dus -, moeten het verhaal van die goede boodschap voortzetten, verder uit­dragen. Als wij dat niet doen, als wij niet in beweging komen, dan heeft dat startschot – het leven van Jezus onder ons – geen zin gehad.

Vanaf de eerste pagina van zijn evangelieboek legt Marcus heel sterk de nadruk op ‘in beweging komen’, op ‘op weg gaan’:
– Het begint al bij het citeren van de profeet Jesaja: “Ik zend mijn bode voor U uit om uw weg te banen. Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht”.
– En Johannes, een stadsmens uit Jeruzalem, is daarop ingegaan en is naar de woestijn getrokken en er aan het werk getogen.
– Met succes blijkbaar, want massaal kwamen de inwoners van Judea en Jeruzalem naar hem toe om zich door hem te laten dopen als teken van bekering, als teken dat ook zij in bewe­ging kwamen.

Mensen die in beweging komen. Het doet me denken aan mensen die zich inzetten voor “de min­sten van mijn broeders” zoals Jezus ze noemde: aan de velen onder u die door hun medewerking onze actie Harten­wens al 40 jaar in stand houden; aan de jaarlijkse actie Welzijnszorg waarvoor we vorige week op u beroep deden; aan de actie 11.11.11; aan onze steun aan het werk van William Aragon; aan de zorg en integratiebegeleiding van vluchtelingen die nog geen reguliere verblijfspapieren hebben; en zovele andere initiatieven.
Mensen die in beweging komen, die de oproep tot bekering van Johannes de Doper uitgalmen, die onze wereld willen rechttrek­ken. Die zich inzetten om onze instellingen, de maatschappelijke structuren, de publieke opinie te bekeren zodat meer recht en rechtvaardigheid gegarandeerd wordt. Daarvoor moeten we in beweging komen. In bewe­ging blij­ven. De strijd tegen het kwaad durven aangaan. U en ik. Wij allen samen.
Want het gaat wel degelijk om een strijd. Het gaat immers om een reorganisatie van mach­ten en krach­ten… en het kwaad geeft zijn machtspositie niet zonder slag of stoot uit handen.

De strijd tussen mach­ten en krachten kan bikkelhard zijn. En het kwaad kan die strijd ook winnen. Johannes de Do­per vreesde er al voor dat hij het met zijn oproep tot bekering niet zou halen in de samen­le­ving van toen. Misschien slagen ook wij er niet in om de macht van het kwaad in onze samenleving te bre­ken, hoe hard wij die beke­ringsboodschap van Johan­nes ook uit­schreeu­wen. We doen er dan ook goed aan om ook het woord van de Doper serieus te nemen wanneer hij aan­kon­digt dat na hem Iemand komen zal die sterker is dan hij. Iemand die de machten die onze wereld krom gewrongen hebben, wel aankan.

Maar de komst van die Sterke, die Machtige, betekent niet dat wij ons uit de strijd kunnen terugtrekken. Het is niet al­leen: Jezus die sterker is dan Johannes de Doper. Het is niet alleen: Je­zus die recht maakt wat krom en onrecht is. Zijn komst, zijn inzet is slechts het ‘begin’, zo luidt de titel van Marcus’ evange­lieboek. Jezus blijft ons nodig hebben. “Ik heb u ge­doopt met het water van bekering” zegt Johannes, “Hij zal u dopen in de heilige Geest”. Gedoopt, begeesterd, bewapend met Jezus’ Geest moet het zijn volgelingen ooit lukken om datgene te verwerkelijken waar de mensheid al zo lang halsreikend naar uitkijkt: ge­rech­tig­heid en vrede.
*  *  *
Het begin van de goede boodschap, zoals Marcus dat opvat, beantwoordt niet aan de manier waarop wij doorgaans over ‘het begin’ van de goede boodschap denken. Ik verwijs naar het komende kerstfeest. Marcus heeft het in zijn evangelieboek niet over herders, koningen of over enge­len die zingen van “Glorie aan God in den Hoge, en vrede aan alle mensen van goede wil”. Geen Maria en geen Jozef in een stal. Zelfs geen woord over de geboorte van Jezus. In de optiek van Marcus past geen zachte, sentimentele aan­loop. Hij is zo bezeten van die goede boodschap van Jezus Christus, dat hij met de deur in huis valt en reeds op de eerste bladzijde van zijn evangelieboek doorstoot naar de essentie: in Jezus wordt de radicale doorbraak naar een vernieuwde wereld gerealiseerd.
Daar ging het de mensen toch om die op Johannes, zijn predi­king en zijn doopsel afkwamen. Daar gaat het toch om bij Hartenwens, Welzijnszorg en zij die de kloof willen dempen tussen arm en rijk, wit- en donkerhuidig. Daar gaat het om als wij straks Kerst­mis vieren. Stalle­tjes en beeldjes, boompjes, sterretjes en slingers, het zijn slechts sfeer­volle bijzaken.
Marc Christiaens o.p.

.

Download PDF
Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.