2e zondag van de advent A 2010

ZONDAGSVIERINGEN
tweede zondag advent A (5/12/2010)


Begroeting

Welkom op deze tweede zondag van de advent.
Laten wij dit samenzijn plaatsen onder de bescherming van het kruis:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Aansteken tweede adventskaars

Heer, onze God, de tweede adventskaars
is de kaars van onze inzet als wegbereider.
Dat we niet zelf het middelpunt zouden zijn,
maar zouden verwijzen naar wie naast ons in het leven staat,
in het bijzonder naar wie minder kansen krijgen.
Help ons naar het voorbeeld van Jesaja en Johannes
verwijzen naar de komst van de Heer,
niet als een magisch gebeuren uit een ver verleden
maar als een dagelijkse mogelijkheid.
Als teken van die inzet steken wij onze tweede adventskaars aan.
Kaars aansteken
naar Lovendegem

Openingswoord 1

Profeten zijn adventsfiguren bij uitstek.
Vandaag ontmoeten wij er twee,
en niet van de minste: Jesaja en Johannes de Doper.

Zoals alle profeten houden ook zij
hun blik op de toekomst gericht.
Zij houden de verwachting levendig.

Maar verwachten is geen passief afwachten.
Jesaja schetst een lieflijk beeld van de toekomst.
Johannes manifesteert zich als een felle persoonlijkheid.
Hoe verschillend ook van toon,
beiden verkondigen dezelfde boodschap:
gooi het roer om, bekeer je,
maak in je hart en in je leven ruimte
opdat God in jou geboren kan worden.
Zo kan zijn aanwezigheid zichtbaar worden
wanneer jij je inzet voor recht en vrede
en voor de kansarmen in onze samenleving.

Openingswoord 2 (Welzijnszorg)

Vandaag de tweede zondag van de advent,
een tijd van wachten op de komst van God op aarde,
de komst van zijn Rijk.
Maar zijn beloofde nieuwe wereld van vrede en geluk voor alle mensen,
komt er niet vanzelf.
De weg naar vrede, vreugde, gerechtigheid en heelheid
wordt ons niet in de schoot geworpen
zoals de sint en zwarte piet cadeautjes uitdelen.
Wij moeten zelf daarvoor de handen uit de mouwen steken.
Zijn wij daartoe bereid?
naar Pastonet

Vergevingsmoment

– Heer,
Gij roept ons op de paden te effenen.
Vergeef het ons, wanneer wij vastgeroest zijn
in eigen levensgewoonten
en ons niet openstellen
voor de diepere waarden in ons leven.
Heer, ontferm U over ons.

– Christus,
Johannes de Doper heeft ons de weg getoond naar U.
Vaak zijn wij geneigd andere wegen in te slaan.
Vergeef het ons en herdoop ons in het vuur van uw Geest
zodat wij als echte christenen door het leven gaan.
Christus, ontferm U over ons.

Heer,
vergeef het ons wanneer wij ons laten meedrijven
met de groeiende, vooral commerciële oppervlakkigheid rond Kerstmis.
Doe ons teruggrijpen naar de simpele rijkdom
van uw geboorte als mens onder de mensen.
Heer, ontferm U over ons.

Openingsgebed 1

Heer, onze God,
Johannes riep de mensen wakker,
riep hen op tot bekering.
Moge zijn woord ook ons raken
en ons weghalen uit onze onverschilligheid.
Open onze oren en ons hart
voor elk profetisch woord dat ons oproept
om bij te dragen aan de groei van uw Rijk in deze wereld,
uw Rijk van liefde, vrede en gerechtigheid. Amen.

Openingsgebed 2 (Welzijnszorg)

Gij God,
die ons de ogen opent
voor wat er in de wereld gebeurt,
Gij die ons hart sneller doet kloppen
als mensen om hulp vragen
of zich verontrecht voelen,
sterk ons
om aan te pakken wat Gij ons te doen geeft
voor iedere mens op onze weg.
Zo bidden wij door Jezus, Uw Zoon en onze Heer. Amen.
naar Lovendegem

Lezingen

In de eerste lezing droomt Jesaja van een hemel op aarde,
van een wereld waar Gods gerechtigheid mag heersen.
Maar dat vergt van ons wel een radicale bekering,
zo vult Johannes De Doper aan in de evangelielezing.

Eerste lezing (Jesaja 11,1-10)

Uit de Profeet Jesaja
1        Een tak ontspruit aan de stronk van Isaï,
een twijg ontbloeit aan zijn wortels.
2        De geest van de Heer rust op hem,
een geest van wijsheid en inzicht,
een geest van beleid en sterkte,
een geest van kennis en ontzag voor de Heer.
3        Hij ademt ontzag voor de Heer.
Hij spreekt geen recht naar uiterlijke schijn
en hij doet geen uitspraak op grond van loze geruchten;
4        hij geeft de geringen hun recht
en de armen in het land krijgen een eerlijk vonnis.
Hij kastijdt de verdrukkers met de roede van zijn mond
en de slechte mensen doodt hij met de adem van zijn lippen.
5        Gerechtigheid draagt hij als een gordel om zijn lendenen,
en trouw als een gordel om zijn heupen.
6        De wolf en het lam wonen samen,
de panter vlijt zich neer naast het bokje,
het kalf en de leeuw weiden samen:
een kleine jongen kan ze hoeden.
7        De koe en de berin sluiten vriendschap,
hun jongen liggen bijeen.
De leeuw eet stro, net als de os.
8        De zuigeling speelt bij het hol van de adder,
het kind strekt zijn hand uit naar het nest van de slang.
9        Niemand doet nog kwaad of handelt nog verderfelijk op heel mijn heilige berg,want de kennis van de Heer vervult het hele land, zoals het water heel de bodem van de zee bedekt.
10       Op die dag staat de wortel van Isaï
als een vaandel voor de volken opgericht:
de volken zoeken hem op, en zijn woonplaats zal prachtig zijn.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Romeinen 15,4-9)
Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,
4        Alles wat eertijds is opgeschreven,
werd opgeschreven tot onze lering,
opdat wij door de volharding en de vertroosting
die wij putten uit de Schrift,
in hoop zouden leven.
5        God, die de volharding en de vertroosting schenkt,
verlene u ook de eensgezindheid,
die u in Christus past,
6        opdat u één van hart en uit één mond
de God en Vader van onze Heer Jezus Christus verheerlijkt.
7        Aanvaard daarom elkaar,
zoals ook Christus u aanvaard heeft,
tot eer van God.
8Ik bedoel dit:
ter wille van Gods trouw
is Christus dienaar geweest van de besnedenen,
om de beloften aan de aartsvaders waar te maken;
9        maar de heidenen moeten God verheerlijken
vanwege zijn ontferming,
volgens het woord van de Schrift:
Daarom zal ik U loven onder de heidenen
en uw naam met psalmen prijzen.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Matteüs 3,1-12)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jesus Christus volgens Matteüs

1        In die dagen kwam Johannes de Doper
in de woestijn van Judea verkondigen:
2        `Bekeer u, want het koninkrijk der hemelen is ophanden.’
3        Want hij is het over wie door de profeet Jesaja is gesproken:
Een stem roept in de woestijn:
Bereid de weg van de Heer,
maak zijn paden recht.
4        Deze Johannes had een kleed aan van kameelhaar
en droeg een leren gordel om zijn middel.
Zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing.
5        Toen liep Jeruzalem en heel Judea
en heel de streek rond de Jordaan naar hem uit.
6        Ze lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan,
en beleden hun zonden.
7        Toen hij zag dat velen uit de kringen van farizeeën en sadduceeën
op zijn doop afkwamen,
zei hij tegen hen:
`Addergebroed, wie heeft u voorgespiegeld
dat u de komende toorn kunt ontlopen?
8        Breng liever vrucht voort waaruit bekering blijkt.
9        En denk maar niet dat u van uzelf kunt zeggen:
`Wij hebben Abraham als vader.”
Want ik zeg u dat God van deze stenen
kinderen kan maken voor Abraham.
10       De bijl ligt al aan de wortel van de bomen.
Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt,
wordt omgehakt en in het vuur gegooid.
11       Ik doop u in water met het oog op bekering.
Maar Hij die na mij komt, is krachtiger dan ik.
Ik ben te min om Hem zijn sandalen te brengen.
Hij zal u dopen in heilige Geest en vuur.
12       De wan heeft Hij al in zijn hand,
en Hij zal zijn dorsvloer opruimen;
zijn graan zal Hij verzamelen in zijn schuur,
maar het kaf verbranden in onblusbaar vuur.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in de mensen van deze gemeenschap
die bekommerd zijn om elkaar,
die samen op weg gaan en mekaar niet loslaten.

Ik geloof dat God hier in ons midden aanwezig is
als wij de anderen recht doen,
het positieve in elkaar zien,
als wij niemand uitsluiten,
maar iedereen aanvaarden zoals hij of zij is.

Ik geloof dat we voor elkaar een stukje hemel kunnen zijn,
een stukje Rijk Gods.

Ik geloof dat God van ons vraagt
dat we ons samen zouden inzetten
om anderen hoop en uitzicht te bieden.

Ik geloof dat Hij ons vraagt realistische, maar blije mensen te zijn,
die willen bouwen aan de toekomst.

Ik geloof dat wij als gemeenschap daaraan moeten werken
en dat God ons daarbij zal helpen. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlij­ke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en dit brood en deze wijn aan de Heer aan te bieden.

– Bidden wij
dat we ons niet laten opsluiten en inkapselen
binnen de structuren van het bestaande,
maar de moed zouden hebben op te staan
en wegen in te slaan waartoe God ons oproept.
Laten wij bidden…

– Bidden wij
dat we mensen om ons heen de ruimte zouden geven
om te doen wat zij menen dat goed en rechtvaardig is,
ook wanneer dit afwijkt van onze vaste patronen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij
dat wij mogen openstaan voor de boodschap van het goddelijk Kind
zodat ook wij mensen worden die,
zoals Hij, zich bekommeren om elkaar.
Laten wij bidden…
naar John Kuhlmann

Voorbeden 2 (Welzijnszorg)

– Bidden wij dat deze kerkgemeenschap een teken van hoop mag zijn
zowel voor gelovigen als voor hen die niet geloven.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor onze wereld.
Dat volkeren meer op zoek zouden gaan naar wat hen bindt
in plaats van zich blind te staren op wat hen verdeelt.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor mensen
die in deze donkere dagen niet meer kunnen hopen,
geen uitkomst meer zien.
Dat ze medemensen mogen ontmoeten
die ze kunnen vertrouwen en die hen er weer bovenop helpen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor onszelf.
Dat wij bereid zouden zijn radicaal nieuw te worden.
Dat wij bewust anders zouden gaan leven
en zo het Rijk van God dichterbij brengen.
Laten wij bidden…

Voor al deze intenties en voor alles wat ons persoonlijk ter harte gaat, bidden wij:

Gebed over de gaven 1

Eeuwige en getrouwe God,
rondom deze tafel wekt Gij de hunkering naar recht en vrede.
Aanvaard uit onze handen dit brood en deze wijn
als teken van onze aanhankelijkheid aan U
en van onze toewijding aan elkaar.
Moge ons samenzijn hier
voor ons een nieuw begin worden van menselijkheid en mededogen.
Dat vragen wij U door Jezus,
Beeld van uw menslievendheid
voor tijd en eeuwigheid. Amen.


Gebed over de gaven 2

Wat brood en wat wijn
bieden wij U aan.
Breng ze tot leven, Heer,
zodat ze ons omvormen
tot wat we in wezen zijn:
beeld en gelijkenis van U. Amen.

Tafelgebed

God, onze Heer en Vader,
wij zijn hier bijeen om U te danken,
te loven en te prijzen.
Bij U begint het leven en de liefde;
alles wat wij hebben
hebt Gij ons geschonken.

Gij kent ons, Gij houdt van ons.
Gij zijt de schepper,
Gij zijt het begin en het einde van alles.

Uw Zoon is mens geworden.
Hij heeft ons geleerd wie Gij zijt.
Samen met Jezus Christus en met elkaar
zijn wij hier om tot U te bidden.

Wij danken U voor heel de aarde:
voor de bergen en de bomen,
voor de zon en de zee,
voor alles wat er groeit en bloeit;
voor het leven en de liefde,
voor de mensen hier en overal.

Alle mensen zijn op weg naar U,
naar uw geluk en vrede voor altijd.
Daarom bidden wij samen:

Heilig, heilig, heilig …

Gij die ons de aarde geeft om te bewonen,
Gij weet dat wij tekort schieten
in het verwezenlijken van vrede en gerechtigheid.
Toch roept Gij ons op
om recht te doen en goed te zijn.
Wij bidden voor hen die het meest weerloos zijn:
kinderen, armen, mishandelde en hongerige mensen,
vluchtelingen, zieken en stervenden,
voor mensen zonder toekomst
en voor allen die groot lijden moeten dragen.

Niet voor de dood, maar voor het leven
hebt Gij ons gemaakt.
Zend ons uw Geest,
geef ons de kracht
om beter mens te worden;
dat wij geen leegte najagen,
geen waarheid ontvluchten,
uw naam niet vergeten en uw wil volbrengen.
Wij willen het brood van deze wereld
delen met elkaar
en al het kwaad dat ons wordt aangedaan vergeven
opdat uw rijk kome.

Wij richten onze ogen op Jezus van Nazareth,
die uw naam geheiligd heeft,
uw wil volbracht;
die brood en wijn voor ons geworden is,
voedsel en vreugde,
vergeving van zonden.

Die in de nacht van zijn lijden en dood
brood genomen heeft,
het brak en aan zijn vrienden uitdeelde met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”
Zo nam Hij ook de beker, sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u en allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer,
laat de Geest van uw goedheid
onder ons blijven verder leven.
Moge uw leven en dood
ons helpen ook onszelf te geven
en nooit moedeloos te worden.
Mogen wij allen eens opgenomen worden
in het rijk van uw goedheid, vrede en vreugde.

Gij hebt het immers gezegd, Heer,
en wij geloven U,
dat Gij ons nooit verlaat.
Door Christus, met Christus en in Christus
bieden wij U dit dankoffer aan
in de gemeenschap van uw kerk
zoals Gij het hebt gewild
vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid. Amen.


Onze Vader

Bidden wij als kinderen van dezelfde Vader,
met de woorden die zijn Zoon ons heeft voorgebeden:
Onze Vader,….

Gij Heer, die ons ruimte en vrijheid gunt,
leer ons die zo gebruiken dat wij anderen die ruimte niet ontnemen,
dat wij ieder mens op onze weg in zijn waarde laten
en hem proberen te zien met uw ogen.
Als Gij ons ontvankelijk maakt voor elkaar
zullen wij hoopvol kunnen uitzien
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredewens

Gij die onvermoeibaar zijt in het maken van nieuw begin,
Gij die steeds opnieuw uw hoop vestigt op mensen,
wees met de moedelozen die niet meer durven dromen,
wees met hen die niet meer durven hopen
dat de wereld ooit nog leefbaar wordt voor al uw mensen.
Doe hen en ons weer opleven,
doe hen en ons weer geloven
dat onheil ten goede kan worden gekeerd als wij ons willen en durven inzetten.
Doe hen en ons weer geloven
dat Gij uw beloofde vrede zult schenken als wij ze waarmaken met elkaar.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
Geven wij elkaar een teken van die vrede.

Lam Gods

Communie

De Heer nodigt ons uit aan zijn tafel.
Hij biedt deze gaven aan.
Laten wij ze ontvangen als blijk van onze bereidwilligheid
om te delen met elkaar,
om gemeenschap te vormen met elkaar,
ook met hen, met wie dat niet zo vanzelfsprekend is:
de kansarmen.
Zie het Lam Gods…

Bezinning 1

Advent is uitkijken waar God aan het werk is.
Advent is luisteren of God ons niet oproept
om muren af te breken die rondom Hem zijn opgetrokken:
de dode muren van een zelfgenoegzame gemeenschap
die zich beter acht en beter weet.
Dikke muren van onverstaanbaar geworden woorden en gebaren,
oude muren uit verleden tijden, verzilt en verziekt.
God laat zich niet opsluiten,
mensen wel…

Bezinning 2

Er zijn er niet zoveel die, zoals Johannes de Doper,
de woestijn aandurven,
de stilte, het alleen staan
en het dorre eenzame vechten met de diepste levensvraag:
‘Wat ga ik van mijn leven maken?
God, wat wilt Ge dat ik doe?’

Er zijn er niet zoveel die na de eigen ommekeer,
ook aan anderen ommekeer gaan vragen,
en blijven doorgaan,
ook al klinkt hun stem verloren in de woestijn van onbegrip.

Er zijn er niet zoveel als Johannes de Doper,
zo gelouterd en zuiver van bedoeling,
dat het waar was wat hij zei:
“Ik doe het niet voor mezelf.
Het gaat om Jezus die na mij komt.
Het gaat om beter leven met z’n allen.”

Slotgebed 1

Ik wil U danken, God,
voor de mensen die door hun manier van leven
‘wegwijzer’ zijn naar U
en naar uw land waar het goed is om te wonen.
Johannes maakte zo de weg klaar voor de komst van Jezus,
met een warm hart en een groot geloof.
Hij reikte mensen de hand om samen de overstap te wagen.
Laat mij vrienden ontmoeten
die mij de weg tonen naar de stal van Bethlehem
en laat mij zelf voor anderen zo’n ‘wegwijzer’ zijn. Amen.


Slotgebed 2

God en Vader,
in deze donkere tijden van verwachting
kijken wij uit naar de geboorte van het Licht.
Laat intussen het woord van uw adventsprofeten
in ons wortel schieten:
leer ons met Jesaja dromen hoe uw wereld worden zal.
Moge de oproep van Johannes de Doper
ons wakker schudden
en van ons kleine profeten maken
die de weg banen voor de komst van uw Zoon
in onze mensenwereld. Amen.

Zending en zegen

Laten wij van hier heengaan in de vrede van de Heer,
indachtig de opdracht die wij hebben ontvangen:
zelf radicaal anders gaan leven,
onze ogen gericht op het visioen van een nieuwe wereld
waarin mensen in liefde en vrede samenleven…
Ga dan heen onder de hoede van Gods zegen:
+ de Vader,  de Zoon en de H. Geest. Amen.
Puurs

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.