2e zondag door het jaar B 2018

17 02 2018


Begroeting

Laten wij hier samenkomen om
– zoals de leerlingen van Jezus –
antwoord te vinden op onze vragen
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

Wij noemen onszelf christenen,
navolgers van Jezus, de Christus.
De effectief eerste christenen
waren twee leerlingen van Johannes de Doper,
namelijk Andreas en zijn broer Simon,
die wij beter kennen onder de naam ‘Petrus’.
Jezus geeft hem zelfs de naam ‘Kefas’, wat betekent ‘rots’.
Bij het begin van het openbaar leven van Jezus
horen we ineens al een enthousiaste getuigenis van Andreas over Jezus:
‘Wij hebben de Messias gevonden.’
Hebben ook wij Hem al erkend en gevonden
en heeft Hij zo ’n indruk op ons nagelaten
dat wij Hem echt willen volgen?

Openingswoord 2

Zijn wij nieuwsgierig?
Staan we open voor iets nieuws?
Willen we vandaag
– hier bijeen in deze kerk –
luisteren naar wat God voor ons in petto heeft?
God laat overal zijn stem klinken.
Maar horen wij ze wel?
Overal is God te ontdekken.
Maar houden wij onze ogen wel goed open?

In dit uur van samen-zijn
willen we ons laten leiden door roepingsverhalen uit de Schrift,
willen we onze persoonlijke interesses en privébelangen
even tussen haakjes zetten
zodat we met open oor, open oog en open hart
kunnen luisteren naar wat God ons
te zeggen heeft.

Openingswoord 3

Straks horen we het verhaal
van de eerste ontmoeting van Jezus
met twee van zijn toekomstige leerlingen.
“Kom en zie” – zo nodigt Hij hen uit.
Wil je het geheim van Jezus ontdekken,
dan moet je in beweging komen
en je ogen de kost geven.

Vergevingsmoment

-Heer, Gij roept ons bij onze naam,
maar uw stem klinkt vaak verloren in de drukte van elke dag.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus, Gij zoekt ons
en zegt tot ieder van ons: ‘Kom en zie’.
Eigenbelang houdt ons echter tegen.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer, Gij zendt ons mensen die, gevoelig voor uw mysterie,
ons helpen om uw stem te herkennen.
Maar zij krijgen van ons nauwelijks aandacht.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Zegen, Heer, dit samenzijn met het licht van uw liefde
zodat wij U en elkaar nabij kunnen zijn. Amen.

Lofprijzing

Met God willen wij samen zijn,
in zijn dienst willen wij leven,
zijn Woord willen wij spreken,
zijn wil vervullen,
zijn naam aanroepen.

Allen zullen erkennen, God,
dat Gij voor ons vrede zijt,
recht doet en vreugde brengt,
zorgt en heelt, omdat in U alle heil is.

De aarde geeft haar grondstoffen,
mensen produceren goederen,
maar uw zegen, God,
begeleidt onze handen.

Allen moeten het horen, God,
en beseffen dat Gij zorg draagt voor de mens. Amen.

Openingsgebed 1

Ooit ben je in de voetsporen van mijn Zoon getreden – zegt God –
en heb je zijn droom tot jouw droom gemaakt,
omdat je mocht ervaren dat Hij je gelukkig maakte
en je vrede en vreugde bracht.
Durf dat geluk en die vrede ook te laten zien
en verder te geven in mijn naam.
Durf mensen tot bij Jezus te brengen
en een woord van troost en vergeving te spreken,
een woord van hoop en toekomst.
En misschien… misschien ben jij dan degene
in wie zij de Messias mogen ontmoeten, de Gezalfde, het Kind van God.
Erwin Roosen

Openingsgebed 2

God, wij zijn maar gewone mensen
en toch vraagt Gij steeds opnieuw om met U mee te gaan.
Wij wikken onze woorden,
hebben geen jawoord klaar,
enkel een “maar”, een aarzeling.
Wij zijn soms bang om U te volgen,
want Gij vraagt dienstbare inzet en liefdevolle overgave.
Geef ons een warm hart vol van uw liefde,
dan zullen wij door Jezus’ Woorden
op stap gaan om uw Liefde uit te delen
overal om ons heen. Amen.
naar Broechem

Lezingen

Het evangelie van deze zondag
verhaalt de roeping van de eerste leerlingen.

In verband daarmee is als eerste lezing
de roeping van de kleine Samuël gekozen.

In de tweede lezing horen wij
een passage uit de eerste brief aan de Korintiërs,
waarin Paulus reageert op wantoestanden
die hem ter ore zijn gekomen.
Kerk in Herent

Eerste lezing (1 Sam. 3, 3b-10. 19)

Uit het eerste boek Samuël

3           De lamp van God was nog niet gedoofd,
en Samuël lag te slapen in het heiligdom van de Heer,
waar de ark van God stond.
4           Toen riep de Heer: `Samuël!’
Samuël antwoordde: `Hier ben ik.’
5           Hij liep haastig naar Eli en zei: `Hier ben ik.
U hebt mij toch geroepen?’
Maar Eli antwoordde: `Ik heb niet geroepen; ga maar weer slapen.’
En hij ging en legde zich te slapen.
6           Toen riep de Heer opnieuw: `Samuël!’
Samuël stond op, ging naar Eli en zei: `Hier ben ik.
U hebt mij toch geroepen?’
Eli antwoordde: `Ik heb niet geroepen, mijn jongen; ga maar weer slapen.’
7           Samuël kende de Heer nog niet:
een woord van de Heer was hem nog nooit geopenbaard.
8           En weer riep de Heer Samuël; nu voor de derde keer.
Samuël stond op, ging naar Eli en zei: `Hier ben ik.
U hebt mij toch geroepen?’
Toen begreep Eli dat het de Heer was die de jongen riep.
9           En hij zei tegen Samuël: `Ga slapen,
en mocht Hij je roepen, dan moet je zeggen:
`Spreek, Heer, uw dienaar luistert.” ‘
Samuël ging dus weer op zijn gewone plaats slapen.
10         Toen kwam de Heer bij hem staan en riep, evenals de vorige keren:
`Samuël, Samuël!’
En Samuël antwoordde: `Spreek, uw dienaar luistert.’
19         Samuël groeide op; de Heer was met hem
en liet niet één van zijn woorden onvervuld.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (1 Kor., 6, 13c-15a. 17-20)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinthe

Broeders en zusters,
13         Het lichaam is er echter niet voor de ontucht,
maar voor de Heer, en de Heer voor het lichaam.
14         God heeft niet alleen de Heer opgewekt,
Hij zal ook ons laten opstaan door zijn kracht.
15         U weet toch dat uw lichamen lichaamsdelen zijn van Christus?
17 Maar wie zich met de Heer verenigt,
is met Hem één geest.
18         Vlucht weg van ontucht.
Elke andere zonde die een mens bedrijft,
gaat buiten het lichaam om;
maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam.
19            U weet het: uw lichaam is een tempel van de heilige Geest
die in u woont, die u van God hebt ontvangen.
U bent niet van uzelf.
20         U bent gekocht en de prijs is betaald.
Eer God dus met uw lichaam.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Joh., 1, 35-42)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Johannes

35         In die tijd stond Johannes daar; met twee van zijn leerlingen.
36         Hij richtte zijn blik op Jezus, die daar langskwam, en zei:
`Daar is het lam van God.’
37         De twee leerlingen gaven gehoor aan zijn woord en volgden Jezus.
38         Jezus keerde zich om, zag dat ze Hem volgden en sprak hen aan:
`Zoeken jullie iets?’
Ze zeiden: `Rabbi (dat betekent: meester), waar houdt U uw verblijf?’
39         Hij antwoordde: `Kom mee en je zult het zien.’
Ze gingen mee, en zagen waar Hij zijn verblijf hield.
En ze verbleven die dag bij Hem.
Het was ongeveer het tiende uur.
40            Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee
die naar Johannes hadden geluisterd en Jezus waren gevolgd.
41         De eerste die hij ging opzoeken was zijn broer Simon.
`We hebben de Messias gevonden!’ zei hij. (Messias betekent: gezalfde.)
42         Daarop bracht hij hem bij Jezus.
Jezus richtte zijn blik op hem en zei:
`Jij bent Simon, de zoon van Johannes;
voortaan zul je Kefas heten.’ (Dat betekent: rots).
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Mag ik u uitnodigen om samen te belijden
dat wij ons door God geroepen weten.

Ik geloof dat het leven mij geschonken werd
door God, onze Vader, Bron van liefde.
Ik geloof dat ik geroepen ben
om mee te werken aan een toekomst
die voor elke mens menswaardig is.

Ik geloof in die uitzonderlijke Mens
die niet geleefd heeft voor Zichzelf.
Ik geloof in die Mens
die wij kennen als Zoon van mensen
en Zoon van God,
die een ereplaats gaf aan mensen
die over het hoofd werden gezien.

Ik geloof dat zijn Geest onder ons werkt
als wij in zijn naam samen zijn
en wij elkaar levenskansen geven.
Ik geloof dat zijn Geest
ons telkens weer aanspoort
om naar elkaar om te zien
en zo mensen te worden met en voor elkaar.

Ik geloof dat ons leven
niet zal eindigen in het zinloze niets,
maar dat wij eens zullen leven
bij de Bron van liefde die ons dit leven schonk. Amen.

Voorbeden 1

Wij willen in dienst treden van God
en werken op zijn bouwwerf
waar we huizen van vrede mogen optrekken.

-Om mensen bidden wij,
gewone mensen zoals wij,
die, tegen de stroom in,
in leven en werken,
in woord en daad,
in Kerk en samenleving
willen meebouwen aan de realisering van Gods belofte.
Laten wij bidden…

-Om vaders en moeders bidden wij,
mannen en vrouwen,
mensen zoals wij,
die, als levende voorbeelden,
hun kinderen stimuleren
om te luisteren naar Gods roepstem.
Laten wij bidden…

-Om voorgangers in de Kerk bidden wij,
priesters en leken,
die, dienstbaar en toegewijd,
leven van Gods Woord dat ze verkondigen.
Laten wij bidden…

-Voor onszelf bidden wij,
oud en jong,
dat het beste wat in ons woont
groeien mag
en dat wij sporen van Gods grootheid mogen ontdekken
in ons kleine bestaan van elke dag.
Laten wij bidden…

-Bidden we ook voor de velen die niet meer onder ons zijn,
maar die ons getekend en gemaakt hebben tot wie we zijn,
die ons hun geloof hebben doorgegeven.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

Omdat wij weten hoe moeilijk het is
God in ons dagelijks leven te horen en te zien,
bidden wij:

-Voor allen die, waar dan ook,
leidinggevende functies hebben.
Dat ze in het leven van elke dag mogen horen en zien
waar het op aan komt.
Laten wij bidden…

-Voor allen die zich veiliger voelen
in vertrouwde structuren en bij de gewone gang van zaken.
Dat ze durven openstaan voor initiatieven van buitenaf.
Dat ze ook proberen te luisteren naar Gods Woord
in de tekenen van deze tijd.
Laten wij bidden…

God,
steeds doet Gij een beroep op mensen zoals wij.
Gij vraagt dat wij onze zekerheden achterlaten
en nieuwe wegen inslaan.
Help ons daarbij
om zo echte volgelingen te worden
van Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.
naar Frans Van Den Brande

Voorbeden 3

-Bidden we voor allen die verantwoordelijkheid dragen.
Dat zij ons voorgaan in het luisteren
naar Gods uitnodiging en in het geloof
in Gods goedheid en zorg voor mensen.
Laten wij bidden….

-Bidden we voor mensen die zoals Samuel en de apostelen
uit liefde voor Jezus
alles achterlaten
om Hem met heel hun hart te volgen.
Dat zij vreugde vinden in hun ja-woord
en hun inzet voor het Rijk van God.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor onszelf en alle christenen.
Dat we luisteren naar Gods Woord
en ingaan op Jezus uitnodiging om Hem te volgen,
en Hem allereerst zoeken in zieke gekwetste en arme mensen.
Laten wij bidden…
Federatie Kana


Gebed over de gaven 1

Heer,
met vreugde zetten wij uw tafel klaar.
Wees hier aanwezig
en voltooi deze maaltijd
tot het gastmaal van uw nieuw Verbond,
door Jezus Christus, onze Heer.
naar Kerk in Herent

Gebed over de gaven 2

Goede God,
in dit teken van brood en wijn herdenken we
dat uw Zoon Jezus beschikbaar is en was voor allen.
Geef dat wij op onze manier
zijn roeping om Hem te volgen durven waar te maken.
Dit vragen we U voor vandaag en alle dagen. Amen.
naar Thomasvieringen

Tafelgebed

Met hart en ziel danken wij U, God,
die door uw Geest
onze geest voortdurend vernieuwt,
opdat wij de wereld
mensvriendelijker zouden maken.
Uw Geest stimuleert ons
om te geloven in Jezus
en Hem te belijden voor alle mensen
als de Heer,
als de Hoop van de wereld.
Daarom loven wij U met de woorden
die uw Geest ons heeft ingegeven:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.

Laat ons nooit vergeten, barmhartige Vader,
dat onze Verlosser Jezus Christus
de Heer is,
dat Hij mens is geworden,
die Emmanuel,
dat is: God-met-ons,
wordt genoemd.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij de wereld heeft gezien met onze ogen,
dat Hij onze woorden gesproken heeft,
dat Hij onze vreugde en onze nood heeft gekend,
dat Hij het werk van een mens heeft verricht
en dat Hij ons brood gegeten heeft.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij de Mensenzoon is
– Mens onder de mensen –
die meer heeft geloofd in de mens,
meer heeft gehoopt en bemind
dan wij ooit kunnen.

Laat ons nooit vergeten
dat ons geloof, dwars door alle leed,
dat onze hoop over de dood heen,
dat onze liefde tegen alle machten in,
ons doen gelijken op Hem
die Gods gelijke genoemd mocht worden.

Laat ons nooit vergeten dat ook Hij
weerloos heeft moeten buigen
voor het geweld en de macht.

Laat ons nooit vergeten
dat de machtigen Hem geslagen hebben
tot de dood toe,
omdat Hij leerde dat Gij zijn Vader zijt,
dat wij gered worden door ons geloof in U,
dat onze hoop op U nooit wordt teleurgesteld,
dat uw liefde geen grenzen kent
en dat vooral de armen en de kleinen
door die Boodschap blij kunnen worden.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij op de vooravond
van dat lijden en die dood
in het breken van het brood
en het rondreiken van de beker
het teken heeft gesteld
dat ons in zijn naam en zijn liefde samenbrengt.

Want die avond
heeft Hij het brood in zijn handen genomen,
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God en Vader,
Hij heeft U dank gezegd,
het brood gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld met de woorden:
“Neem en eet,
dit is mijn Lichaam voor u.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe Verbond in mijn Bloed
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit Brood eet
en uit deze Beker drinkt,
doe het dan om Mij te gedenken.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Wij zijn hier bijeen in zijn naam,
omdat wij mensen willen worden zoals Hij,
mensen die geloven in elkaar
en vertrouwen op U,
die hopen dat Gij uw belofte,
van een gelukkig leven zonder einde,
waar zult maken aan ieder van ons
en aan alle mensen van wie Gij houdt
en van wie wij houden,
en van wie wij blijven houden,
ook al zijn zij overleden.

Wij willen het Brood breken
en wij zullen het eten,
wij zullen de Beker rondreiken en drinken
in zijn naam
om de herinnering aan Hem levend te houden
en om niet te vergeten
dat Hij de armen,
de treurenden,
de zachtmoedigen,
de hongerigen,
de barmhartigen,
de zuiveren,
de vredelievenden,
de vervolgden
en al wie hulp nodig heeft,
gelukkig heeft genoemd.

Geef ons die Geest van deemoed en liefde;
dan zullen wij gelukkig en blij worden
en U dankbaar huldigen:
door Christus,
met Christus,
in Christus,
hier rond deze tafel
en overal,
nu en alle dagen die ons gegeven zijn. Amen.

Onze Vader

Onze Vader, laat het aan ons leven te zien zijn
dat uw naam geheiligd wordt.

Laat uw Rijk komen over de grenzen heen
van taal en ras, volk en natie.

Laat uw wil geschieden
die ons verenigt tot één volk en één Herder
nu hier op aarde en voor altijd in de hemel.

Geef ons het brood dat Gij zelf zijt
omdat dit de band van de Liefde is.

Vergeef ons onze schuld en vijandschap
zoals ook wij elkaar willen vergeven.
Hou ons weg van zelfgenoegzaamheid en geslotenheid
waardoor muren worden opgetrokken tussen mensen en volkeren.

Verlos ons van het kwaad van de verdeeldheid,
opdat wij uit alle volkeren verzameld worden tot één volk,
uw volk. Amen.

naar Levensecht

Vredeswens

Waar mensen elkaar steunen en bemoedigen,
bloeien vrede en vriendschap.
Daar is God in hun midden.
Heer Jezus,
geef ons de moed om de eerste stap te zetten naar de ander.
Zo bouwen wij mee aan uw vrede
die duren zal tot in eeuwigheid. Amen.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij elkaar een blijk van vrede en vriendschap.

Lam Gods

Communie

Hierin bestaat de liefde:
niet wij hebben God liefgehad,
maar Hij heeft ons liefgehad
en daarom heeft Hij ons zijn Zoon gezonden.
Die nodigt ons nu uit aan zijn tafel.
Heer, ik ben niet waardig….

Bezinning 1

Vader,
hier ben ik
om vereenzaamde, ‘overbodige’ mensen
warmte en geborgenheid te geven.
Uw troost vraag ik
om gebroken, geknakte mensen
te doen blijven hopen.
Uw zachtmoedigheid vraag ik
om de wereld, uw schepping,
een stukje goddelijker, een beetje menselijker te maken.
Uw gerechtigheid vraag ik,
om onrecht en eigenliefde
in mij en rondom mij tegen te gaan.
Uw barmhartigheid vraag ik
om met een open hart naar mensen toe te gaan.
Uw zuiverheid vraag ik
om uw stem in de stilte horen.
Uw vrede vraag ik
om aan al uw kinderen te vertellen dat Gij Vader en Moeder zijt.
Opdat uw wil geschiede ben ik bereid.
Vader, hier ben ik, zend mij..
Martien D’Hollander

Bezinning 2

Kom mee, om te zien…
Kom mee om het te beleven, om te leven…

Het leven is een vraag,
een stille uitnodiging,
een wenk en een knipoog,
of misschien maar een blik
om er iets van te maken dat de moeite waard is
en er niet langer mee te wachten.

Het leven is een uitdaging,
een opdracht om meer mens te worden,
een mens van vrede en geluk
en je niet langer te verschuilen
achter alles wat je niet gelukkig kan maken.

Het leven is een kans,
een aanbod om te graven onder de harde laag in je hart, tot op de bodem
tot waar je helemaal op adem komt en rustig wordt.
Het is de moeizame weg van ‘gisteren’ naar ‘morgen’,
de weg van ‘ik-alleen’ naar ‘wij-samen’.

Het leven is ingaan op die uitnodiging van ‘kom en zie’,
op weg gaan zonder te weten wat het wordt.

Heb jij daar in de voorbije week ‘ja’ tegen gezegd?
Nam je boeiende risico’s van liefde,
of zat je vast in valse schijn en valse zekerheden
die je uiteindelijk toch niet gelukkig maakten?

Kom en zie…
Wil je?

Bezinning 3

Het is een vraag
die ik in mijn hart al vaak
aan Jezus heb gesteld, God:
“Waar woon Je?”
En zijn antwoord
is eigenlijk heel eenvoudig:
‘Kom mee en je zult het zien!’
Neem mij mee
naar plaatsen en naar mensen,
waar en in wie ik
Hem kan ontmoeten
als ‘Heer’ en ‘Meester’
van mijn leven.
En geef mij de durf
op mijn beurt mensen
tot bij Jezus te brengen
en hen te laten delen
in mijn geluk.
Op die manier wil ik
ook mijn steentje bijdragen
aan jouw droom!

Slotgebed

Goede God,
Gij hebt ons geroepen om uw leerling te zijn,
om in ons doen en laten
uw Woord te laten doorklinken.
Sterk in ons het vertrouwen
dat wij dit aankunnen
en help ons zo
vrede en eenheid onder mensen
tot stand te brengen.
Dat vragen wij U, in naam van Jezus,
door U gezonden als Inspiratiebron voor ons leven. Amen.

Zending en zegen

‘Kom en zie.’
De oproep van Jezus klinkt na.
Wij zijn gekomen, wij hebben ons laten raken door zijn Woord.
Laten we heengaan
om met anderen te delen wat wij hier hebben ervaren.
God houdt ons de hand boven het hoofd en zegent ons:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Liturgische vieringen met de tags . Bookmark de permalink.