2e zondag door het jaar B 2015 p

 18 januari 2015    (Viering)

Lezingen: 1 Samuël 3,3b-10.19 – Johannes 1,35-42

Geroepen worden …


Het lijkt wel roepingenzondag! In de eerste lezing wordt Samuël geroepen om een rol te spelen als profeet in het toenmalig Israël. En in het evangelie worden de eerste leerlingen geroepen om een rol te spelen bij de verkondiging van Jezus’ blijde boodschap.
Geroepen worden, hoe gaat dat in zijn werk? Wat houdt dat eigenlijk in? Hebben wij hiermee ook ervaring of is dat enkel iets voor buitengewone mensen? Hebben wij wel eens zoiets als ‘een stem’ gehoord in ons binnenste, een stem die bleef aanhouden, die we niet konden ontwijken? De stem van een andere mens, van ons geweten of misschien wel de stem van God? Laten we de zojuist gelezen verhalen nog wat dieper tot ons doordringen en die naast ons eigen levensverhaal leggen.

We beginnen met het verhaal van Samuël. Hij hoort roepen en gaat er van uit dat zijn meester, de priester Eli, hem roept. Pas na de derde keer realiseert de oude Eli zich dat het God is die Samuël roept. Een prachtig verhaal voor ons mensen: roeping gaat niet ineens, roeping heeft tijd nodig, roeping is een proces.
Een belangrijk moment ook voor de kleine Samuël: hij wordt niet via zijn ouders, niet via zijn leermeester, maar door God zelf geroepen.
‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert.’: zó moet hij voortaan luisteren.
Dit verhaal van Samuël herhaalt zich steeds weer opnieuw in onze levensverhalen. Als wij, van dichtbij of veraf, iemand zien of horen, die op de een of andere manier een beroep op ons doet, dan denken we er geen moment aan dat God zelf ons roept. En toch: in en door mensen kan God een beroep op ons doen. We worden allemaal geroepen om mensenhoeders te zijn voor onze medemensen, wie of wat zij ook zijn. In allerlei situaties worden wij uitgedaagd om die roeping waar te maken, ieder van ons naar zijn eigen mogelijkheden en in zijn eigen levenssituatie.

Net zoals God door Eli aan Samuël wordt geopenbaard, is het in ons evangelie Johannes de Doper die zijn leerlingen attendeert op Jezus. Jezus vraagt hen mee. Waar naar toe vermeldt het verhaal niet. Maar we kunnen aannemen dat de twee leerlingen deelgenoot werden van zijn manier van leven, zijn omgaan met zieken en noodlijdenden, zijn verkondiging en zijn gebed. Ze zijn enthousiast, zeker Andreas. Hij gaat naar zijn broer Simon Petrus en troont hem mee tot bij Jezus. Het is zoals een olievlek die zich uitbreidt. De roeping groeit, zowel in de diepte als in de omvang. Er zijn nu reeds drie discipelen. En dit verhaal gaat verder, alsmaar verder tot op heden.
Er zijn nu miljoenen volgelingen over de hele wereld. Miljoenen die in Jezus iets herkennen van hun hoop, hun vertrouwen in een betere wereld, hun verlangen naar vrede en gerechtigheid. Iets vinden we daarvan heden ten dage ook terug in de kreet ‘Je suis Charlie’.
Wij mensen zijn geen eenzame wezens, die in totale onafhankelijkheid onze levensweg bepalen en onze toekomst uitstippelen. Wij mensen leven in een krachtveld van relaties, met anderen die ons iets voorleven, ons aansporen, ons de weg wijzen, – ons soms waarschuwen voor foute beslissingen.

Geroepen worden heeft te maken met iets dat we niet altijd zelf kunnen regelen, niet zelf kunnen organiseren, waar we misschien helemaal niet op gerekend hebben. Het komt op onze weg, onverwacht, soms verrassend en gelukkig makend, soms ook pijnlijk en leed brengend.
De vraag is echter: hoe diep is die roeping, het verstaan van die stem en het  willen mee gaan in de leefwijze van Jezus, tot ons doorgedrongen? Het gebeurt dat iemand ons pad kruist en een beroep op ons doet. We kennen zo talloze voorbeelden. Het past misschien totaal niet in onze planning die we gemaakt hebben. Maar we kunnen er toch niet omheen: het blijft kloppen aan de deur van ons hart. Soms voelen we van binnenuit: ‘Dit moet ik doen, ik kan niet anders’. Soms blijven we wikken en wegen, want als we nú ‘ja’ zeggen, blijft het misschien wel ‘ja’ voor heel erg lang en daar schrikken we dan weer voor terug. Of, zo veel consequenties … nee, daar moeten we eerst toch eens goed over nadenken.
Geroepen worden: we moeten er ook voor open staan en wel op het juiste ogenblik. Laat dat moment niet voorbijgaan. Want ook vandaag zegt de evangelist Johannes uitdrukkelijk dat Jezus ‘langskwam’. In het voorbijgaan, vindt de ontmoeting van Jezus plaats met zijn eerste apostelen. En daarmee begint het openbare leven van Jezus als een ononderbroken reeks van ontmoetingen.
Ook al onze ontmoetingen, die uiteindelijk ergens ons verdere leven bepalen, vinden plaats ‘in het voorbijgaan’.

Christen zijn, is een heel persoonlijke keuze en verantwoordelijkheid, maar altijd binnen een gemeenschap. We hebben het geluk om samen met anderen hierover te kunnen nadenken en spreken. Het gaat in de eerste plaats om goed te luisteren. Samuël zei: ‘Spreek Heer, uw dienaar luistert’ en niet zoals velen van ons tegenwoordig zeggen: ‘Luister Heer, uw dienaar spreekt.’ En na het luisteren, komt het geraakt worden, het onderzoeken, het wikken en wegen, het bespreken met anderen en dan ja zeggen op het gekozen zijn.

Laten we dus goed luisteren naar wat we horen in de stilte van ons hart. Misschien horen we: ‘Jij, An; jij, Pieter; jij, Mia; jij, Jan; jij, … en vul maar verder in. Ik roep je om over je eigen grenzen heen te stappen. Ik heb je nodig. Wees niet bang. Ik weet wat je waard bent en Ik ga met je mee.’
Amen.

Monique Van Caenegem-Suys

 

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.