2e zondag door het jaar B 2009

ZONDAGSVIERINGEN
tweede zondag B (18 01 2009)

Begroeting

Laten wij hier samenkomen om
– zoals de leerlingen van Jezus –
antwoord te vinden op onze vragen
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord 1

Zijn wij nieuwsgierig?
Staan we open voor iets nieuws?
Willen we vandaag
– hier bijeen in deze kerk –
luisteren naar wat God voor ons in petto heeft?
God laat overal zijn stem klinken.
Maar horen wij ze wel?
Overal is God te ontdekken.
Maar houden wij onze ogen wel goed open?

In dit uur van samen-zijn
willen we ons laten leiden door roepingsverhalen uit de Schrift,
willen we onze persoonlijke interesses en privébelangen
even tussen haakjes zetten
zodat we met open oor, open oog en open hart
kunnen luisteren naar wat God ons
daarin te zeggen heeft.

Openingswoord 2

Vandaag horen we in de lezingen het roepingsverhaal van mensen.
Van de kleine Samuel
en van de twee ruige vissers Simon en Andreas.
Lang geleden.
Maar het is ook het verhaal van onze roeping.
Ook jij en ik, we zijn geroepen.
Vandaag, hier en nu,
om te groeien en te worden tot wat God in ons ziet.
Dat gaat niet vanzelf.
We herkennen in onszelf
de tweeslachtigheid, de verscheurdheid soms, van het mens-zijn
in navolging van Jezus.
Net als Simon-Petrus zullen we steeds moeten leren wat dat inhoudt,
volgeling van Christus zijn,
christen zijn.

Openingswoord 3

Straks horen we het verhaal
van de eerste ontmoeting van Jezus
met twee van zijn toekomstige leerlingen.
“Kom en zie” – zo nodigt Hij hen uit.
Wil je het geheim van Jezus ontdekken,
dan moet je in beweging komen
en je ogen de kost geven.


Vergevingsmoment

– Als het leven ons roept,
ons uitdaagt tot beter en verder
en we willen niet luisteren…
Heer, ontferm U dan over ons.

– Als een mens ons roept
en ons uitdaagt tot vriendschap, tot tederheid
en we willen niet zien….
Christus, ontferm U dan over ons.

– Als Gij, God, ons roept,
ons uitdaagt om zelf vol belofte te zijn
en we willen niet weten…
Heer, ontferm U dan over ons.

God, onze oorsprong en onze bestemming,
vergeef ons onze selectieve doofheid en blindheid,
en blijf ons aanspreken, altijd opnieuw. Amen.

Lofprijzing

Met God willen wij samen zijn,
in zijn dienst willen wij leven,
zijn woord willen wij spreken,
zijn wil vervullen,
zijn naam aanroepen.

Allen zullen erkennen, God,
dat Gij voor ons vrede zijt,
recht doet en vreugde brengt,
zorgt en heelt, omdat in U alle heil is.

De aarde geeft haar grondstoffen,
mensen produceren goederen,
maar uw zegen, God,
begeleidt onze handen.

Allen moeten het horen, God,
en beseffen dat Gij zorg draagt voor de mens.
Amen.

Openingsgebed 1

Heer, onze God,
geef dat wij mensen mogen ontmoeten
die aan uw roepstem gehoor geven.
Alleen zo kunnen wij ontvankelijk worden voor uw signalen,
overal om ons heen.
Maak dat wij elkaar
steeds de goede richting wijzen,
naar U toe. Amen.


Openingsgebed 2

God, onze Vader,
Gij brengt ons bijeen
en spreekt ons aan, hier en nu.
Open onze oren en ons hart
opdat wij in de woorden die hier klinken
uw roepstem mogen verstaan.
Geef dat wij steeds meer thuis geraken
bij U en bij elkaar
en Hem vinden die Gij hebt gezonden:
Jezus Messias, uw Zoon. Amen.

Lezingen

In de eerste lezing wordt de kleine Samuël
door de stem van God wakker geschud.
En in het evangelie zetten twee leerlingen van Johannes de Doper
hun eerste stappen in het voetspoor van Jezus.

Eerste lezing (1 Samuël 3,3b-10.19)
Uit het eerste boek Samuël

3        De lamp van God was nog niet gedoofd,
en Samuël lag te slapen in het heiligdom van de Heer,
waar de ark van God stond.
4        Toen riep de Heer: `Samuël!’
Samuël antwoordde: `Hier ben ik.’
5        Hij liep haastig naar Eli en zei: `Hier ben ik.
U hebt mij toch geroepen?’
Maar Eli antwoordde: `Ik heb niet geroepen; ga maar weer slapen.’
En hij ging en legde zich te slapen.
6        Toen riep de Heer opnieuw: `Samuël!’
Samuël stond op, ging naar Eli en zei: `Hier ben ik.
U hebt mij toch geroepen?’
Eli antwoordde: `Ik heb niet geroepen, mijn jongen; ga maar weer slapen.’
7        Samuël kende de Heer nog niet:
een woord van de Heer was hem nog nooit geopenbaard.
8        En weer riep de Heer Samuël; nu voor de derde keer.
Samuël stond op, ging naar Eli en zei: `Hier ben ik.
U hebt mij toch geroepen?’
Toen begreep Eli dat het de Heer was die de jongen riep.
9        En hij zei tegen Samuël: `Ga slapen,
en mocht Hij je roepen, dan moet je zeggen:
`Spreek, Heer, uw dienaar luistert.” ‘
Samuël ging dus weer op zijn gewone plaats slapen.
10       Toen kwam de Heer bij hem staan en riep, evenals de vorige keren:
`Samuël, Samuël!’
En Samuël antwoordde: `Spreek, uw dienaar luistert.’
19       Samuël groeide op; de Heer was met hem
en liet niet één van zijn woorden onvervuld.
KBS Willibrord 1995


Tweede lezing
(1 Korintiërs 6,13c-15a.17-20)
Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,
13       Het lichaam is er echter niet voor de ontucht,
maar voor de Heer, en de Heer voor het lichaam.
14       God heeft niet alleen de Heer opgewekt,
Hij zal ook ons laten opstaan door zijn kracht.
15       U weet toch dat uw lichamen lichaamsdelen zijn van Christus?
17 Maar wie zich met de Heer verenigt,
is met Hem één geest.
18       Vlucht weg van ontucht.
Elke andere zonde die een mens bedrijft,
gaat buiten het lichaam om;
maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam.
19            U weet het: uw lichaam is een tempel van de heilige Geest
die in u woont, die u van God hebt ontvangen.
U bent niet van uzelf.
20       U bent gekocht en de prijs is betaald.
Eer God dus met uw lichaam.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Johannes 1,35-42)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Johannes

35       In die tijd stond Johannes daar; met twee van zijn leerlingen.
36       Hij richtte zijn blik op Jezus, die daar langskwam, en zei:
`Daar is het lam van God.’
37       De twee leerlingen gaven gehoor aan zijn woord en volgden Jezus.
38       Jezus keerde zich om, zag dat ze Hem volgden en sprak hen aan:
`Zoeken jullie iets?’
Ze zeiden: `Rabbi (dat betekent: meester), waar houdt U uw verblijf?’
39       Hij antwoordde: `Kom mee en je zult het zien.’
Ze gingen mee, en zagen waar Hij zijn verblijf hield.
En ze verbleven die dag bij Hem.
Het was ongeveer het tiende uur.
40            Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee
die naar Johannes hadden geluisterd en Jezus waren gevolgd.
41       De eerste die hij ging opzoeken was zijn broer Simon.
`We hebben de Messias gevonden!’ zei hij. (Messias betekent: gezalfde.)
42       Daarop bracht hij hem bij Jezus.
Jezus richtte zijn blik op hem en zei:
`Jij bent Simon, de zoon van Johannes;
voortaan zul je Kefas heten.’ (Dat betekent: rots).
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Mag ik u uitnodigen om samen te belijden
dat wij ons door God geroepen weten.

Ik geloof dat het leven mij geschonken werd
door God, onze Vader, bron van liefde.
Ik geloof dat ik geroepen ben
om mee te werken aan een toekomst
die voor elke mens menswaardig is.

Ik geloof in die uitzonderlijke mens
die niet geleefd heeft voor zichzelf.
Ik geloof in die mens
die wij kennen als zoon van mensen
en Zoon van God,
die een ereplaats gaf aan mensen
die over het hoofd werden gezien.

Ik geloof dat zijn Geest onder ons werkt
als wij in zijn naam samen zijn
en wij elkaar levenskansen geven.
Ik geloof dat zijn Geest
ons telkens weer aanspoort
om naar elkaar om te zien
en zo mensen te worden met en voor elkaar.

Ik geloof dat ons leven
niet zal eindigen in het zinloze niets,
maar dat wij eens zullen leven
bij de bron van liefde die ons dit leven schonk. Amen.

Voorbeden 1

Destijds, maar ook nu, vraagt Jezus:
‘Zoeken jullie iets? Wat verlangen jullie van Mij?’
En dus mogen wij voor Hem uitspreken, al wat ons op het hart ligt.
 
– Bidden wij voor mensen die op zoek zijn naar de zin van het leven.
Dat zij Jezus vinden
die woorden heeft van eeuwig leven.
Laten wij bidden…
– Bidden wij dat de christelijk Kerken verder naar elkaar mogen toegroeien.
Dat wij eerder oog hebben voor wat ons verbindt
dan dat we ons blindstaren op wat ons onderscheidt.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor hen die verantwoordelijkheid dragen in onze Kerk.
Dat ontmoediging hun bespaard mag blijven
en dat ze blij het evangelie verkondigen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor ons allen hier bijeen.
Dat wij samen bouwen aan een Kerk die dienstbaar is,
een Kerk waar men echt leeft als broers en zussen van elkaar.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

Wij willen in dienst treden van God
en werken op zijn bouwwerf
waar we huizen van vrede mogen optrekken.

– Om mensen bidden wij,
gewone mensen zoals wij,
die, tegen de stroom in,
in leven en werken,
in woord en daad,
in Kerk en samenleving
willen meebouwen aan de realisering van Gods belofte.
Laten wij bidden…

– Om vaders en moeders bidden wij,
mannen en vrouwen,
mensen zoals wij,
die, als levende voorbeelden,
hun kinderen stimuleren
om te luisteren naar Gods roepstem.
Laten wij bidden…

– Om voorgangers in de Kerk bidden wij,
priesters en leken,
die, dienstbaar en toegewijd,
leven van Gods Woord dat ze verkondigen.
Laten wij bidden…

– Voor onszelf bidden wij,
oud en jong,
dat het beste wat in ons woont
groeien mag
en dat wij sporen van Gods grootheid mogen ontdekken
in ons kleine bestaan van elke dag
Laten wij bidden…

– Bidden we ook voor de velen die niet meer onder ons zijn,
maar die ons getekend en gemaakt hebben tot wie we zijn,
die ons hun geloof hebben doorgegeven.
Laten wij bidden…


Voorbeden 3

Omdat wij weten hoe moeilijk het is
God in ons dagelijks leven te horen en te zien,
bidden wij:

– Voor allen die, waar dan ook,
leidinggevende functies hebben.
Dat ze in het leven van elke dag mogen horen en zien
waar het op aan komt.
Laten wij bidden…

– Voor allen die zich veiliger voelen
in vertrouwde structuren en bij de gewone gang van zaken.
Dat ze durven openstaan voor initiatieven van buitenaf.
Dat ze ook proberen te luisteren naar Gods woord
in de tekenen van deze tijd.
Laten wij bidden…

God,
steeds doet Gij een beroep op mensen zoals wij.
Gij vraagt dat wij onze zekerheden achterlaten
en nieuwe wegen inslaan.
Help ons daarbij
om zo echte volgelingen te worden
van Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.
naar Frans Van Den Brande


Gebed over de gaven 1

God onze Vader,
deze tafel is in gereedheid gebracht om uw maaltijd te vieren:
brood en wijn staan klaar.
Ook wijzelf hebben ons klaargemaakt
om het teken te stellen van eenheid en verbondenheid
met U en met elkaar.
Mogen wij, door het vieren van deze eucharistie,
steeds waarachtiger worden in het beleven van het woord van Jezus,
uw Zoon en onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven 2

God, Gij die ons uitnodigt aan uw tafel
waar brood tot zegen wordt,
en wijn tot leven komt:
dank U dat wij hier uw gasten mogen zijn
en mogen proeven van uw leven dat ons doet herleven.
Kom in ons huis wonen.
Kom aanzitten aan onze tafel,
als gastheer van liefde
die sterk maakt en teder tegelijk. Amen.


Tafelgebed

Met hart en ziel danken wij U, God,
die door uw Geest
onze geest voortdurend vernieuwt
opdat wij de wereld
mensvriendelijker zouden maken.
Uw Geest stimuleert ons
om te geloven in Jezus
en Hem te belijden voor alle mensen
als de Heer,
als de hoop van de wereld.
Daarom loven wij U met de woorden
die uw Geest ons heeft ingegeven:

Heilig, heilig, heilig …

Laat ons nooit vergeten, barmhartige Vader,
dat onze verlosser Jezus Christus
de Heer is,
dat Hij mens is geworden,
die Emmanuel,
dat is: God-met-ons,
genoemd wordt.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij de wereld heeft gezien met onze ogen,
dat Hij onze woorden gesproken heeft,
dat Hij onze vreugde en onze nood heeft gekend,
dat Hij het werk van een mens heeft verricht
en dat Hij ons brood gegeten heeft.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij de Mensenzoon is
– mens onder de mensen –
die meer heeft geloofd in de mens,
meer heeft gehoopt en bemind
dan wij ooit kunnen.

Laat ons nooit vergeten
dat ons geloof, dwars door alle leed,
dat onze hoop over de dood heen,
dat onze liefde tegen alle machten in,
ons doen gelijken op Hem
die Gods gelijke genoemd mocht worden.

Laat ons nooit vergeten dat ook Hij
weerloos heeft moeten buigen
voor het geweld en de macht.

Laat ons nooit vergeten
dat de machtigen Hem geslagen hebben
tot de dood toe
omdat Hij leerde dat Gij zijn vader zijt,
dat wij gered worden door ons geloof in U,
dat onze hoop op U nooit wordt teleurgesteld,
dat uw liefde geen grenzen kent
en dat vooral de armen en de kleinen
door die boodschap blij kunnen worden.

Laat ons nooit vergeten
dat Hij op de vooravond
van dat lijden en die dood
in het breken van het brood
en het rondreiken van de beker
het teken heeft gesteld
dat ons in zijn naam en zijn liefde samenbrengt.

Want die avond
heeft Hij het brood in zijn handen genomen,
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God en Vader,
Hij heeft U dank gezegd,
het brood gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld met de woorden:
“Neem en eet,
dit is mijn lichaam voor u.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
doe het dan om Mij te gedenken.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Wij zijn hier bijeen in zijn naam,
omdat wij mensen willen worden zoals Hij,
mensen die geloven in elkaar
en vertrouwen op U,
die hopen dat Gij uw belofte,
van een gelukkig leven zonder einde,
waar zult maken aan ieder van ons
en aan alle mensen van wie Gij houdt
en van wie wij houden,
en van wie wij blijven houden,
ook al zijn zij overleden.

Wij willen het brood breken
en wij zullen het eten,
wij zullen de beker rondreiken en drinken
in zijn naam
om de herinnering aan hem levend te houden
en om niet te vergeten
dat Hij de armen,
de treurenden,
de zachtmoedigen,
de hongerigen,
de barmhartigen,
de zuiveren,
de vredelievenden,
de vervolgden
en al wie hulp nodig heeft,
gelukkig heeft genoemd.

Geef ons die Geest van deemoed en liefde;
dan zullen wij gelukkig en blij worden
en U dankbaar huldigen:
door Christus,
met Christus,
in Christus,
hier rond deze tafel
en overal,
nu en alle dagen die ons gegeven zijn. Amen.

Onze Vader

Laten wij nu bidden zoals Jezus ons leerde,
zodat wij ons, met Hem,
mogen richten tot zijn Vader die ook onze Vader wil zijn:

Onze Vader,
graag zouden wij in deze wereld
uw naam geheiligd zien.
Mochten steeds meer mensen U kennen
als God-met-ons.
Uw Rijk kome!
Een rijk van liefde, vrede en gerechtigheid.
Uw wil geschiede,
want Gij wilt dat wij gelukkige mensen zijn,
die zich inzetten voor de anderen.
Wij vragen U om het dagelijks brood,
om het nodige voedsel voor wie honger heeft
en om de moed ons voedsel te delen.
Vergeef ons onze schuld,
want dikwijls zijn wij onverschillig voor uw liefde.
Leer ons de anderen vergeving schenken,
steeds opnieuw, zonder bitterheid.
Leid ons weg uit de bekoring
van hoogmoed en onoprechtheid.
En verlos ons van het kwade.
Want Gij zijt de vrede en de vreugde,
de kracht en de heerlijkheid
tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Vredewens

Waar mensen steunen en bemoedigen,
bloeien vrede en vriendschap
en daar is God in hun midden.
Heer Jezus,
geef ons de moed om de eerste stap te zetten naar de ander.
Zo bouwen wij mee aan uw vrede
die duren zal tot in eeuwigheid. Amen
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij elkaar een blijk van vrede en vriendschap.


Communie

Hierin bestaat de liefde:
niet wij hebben God liefgehad,
maar Hij heeft ons liefgehad
en Hij heeft ons daarom zijn Zoon gezonden.
Die nodigt ons nu uit aan zijn tafel.
Heer, ik ben niet waardig…


Bezinning 1

Ik wens je, in de tuin van je leven,
een prachtige boom.
Met stevige wortels van liefde,
takken van vriendschap
die naar alle kanten reiken
en vruchten van geluk
die je elke dag opnieuw kunt plukken.
Laat de vogels nesten bouwen in die boom.
Zorg dat iedereen zich bij je thuis voelt.
Laat hem vooral niet wegkwijnen
door lucht die bezoedeld is door haat en nijd.
En als in de herfst de bladeren afvallen,
treur of wanhoop dan niet,
want de wind verspreidt reeds het zaad
en de zon en de regen doen het groeien
tot een jonge boom,
nog mooier dan de vorige.

Heb voor dit alles veel geduld,
want bomen groeien traag.
Laat je boom groeien en bloeien
zodat iedereen ervan kan genieten,
dan zal hij weer voor jou openbloeien
en veel vruchten dragen.
R. Timmerman

Bezinning 2

Ik wil pleiten voor mensen
die leven vanuit passie.
Die met het diepste van hun zijn
zich inzetten
voor dat ene
waarvan zij het gevoel hebben
dat het hun taak, hun roeping is.
Een passie komt van diep binnenin
en vervult je helemaal.

Een roeping heeft dat ook.
Een roeping is die ene opdracht,
dat ene doel dat je in jezelf voelt groeien.
Dat steeds duidelijker wordt en groter
tot het zich niet meer laat negeren.
Het eist je wezen op,
helemaal.
Als je er op ingaat,
leef je voluit.
Niet noodzakelijk gemakkelijker,
niet noodzakelijk leuker,
maar wel vanuit de kern van wie je bent.
Er is niets zinvoller in dit leven
dan vinden wie je in wezen bent
en wat jouw heel eigen roeping is.

Bezinning 3

Kom mee, om te zien…
Kom mee om het te beleven, om te leven…

Het leven is een vraag,
een stille uitnodiging,
een wenk en een knipoog,
of misschien maar een blik
om er iets van te maken dat de moeite waard is
en er niet langer mee te wachten.

Het leven is een uitdaging,
een opdracht om meer mens te worden,
een mens van vrede en geluk
en je niet langer te verschuilen
achter alles wat je niet gelukkig kan maken.

Het leven is een kans,
een aanbod om te graven onder de harde laag in je hart, tot op de bodem
tot waar je helemaal op adem komt en rustig wordt.
Het is de moeizame weg van ‘gisteren’ naar ‘morgen’,
de weg van ‘ik-alleen’ naar ‘wij-samen’.

Het leven is ingaan op die uitnodiging van ‘kom en zie’,
op weg gaan zonder te weten wat het wordt.

Heb jij daar in de voorbije week ‘ja’ tegen gezegd?
Nam je boeiende risico’s van liefde
of zat je vast in valse schijn en valse zekerheden
die je uiteindelijk toch niet gelukkig maakten?

Kom en zie…
Wil je?


Slotgebed 1

Ik heb ze in mijn hart al vaak gesteld, God,
de vraag “Waar woont U?”.
Jezus’ antwoord is eigenlijk heel eenvoudig:
“Kom mee en je zult zien!”
Neem me mee
naar plaatsen en naar mensen
waar en in wie ik Hem kan ontmoeten
als Heer en Meester van mijn leven.
En geef me de durf
op mijn beurt
mensen bij Jezus te brengen
en hen te laten delen in mijn geluk.
Op die manier wil ik ook mijn steentje
bijdragen aan uw droom.
Erwin Roosen


Slotgebed 2

Ooit ben je in de voetsporen van mijn Zoon getreden – zegt God –
en heb je zijn droom tot jouw droom gemaakt
omdat je mocht ervaren dat Hij je gelukkig maakte
en je vrede en vreugde bracht.
Durf dat geluk en die vrede ook te laten zien
en verder te geven in mijn naam.
Durf mensen tot bij Jezus te brengen
en een woord van troost en vergeving te spreken,
van hoop en toekomst.
En misschien…
misschien ben jij dan degene
in wie zij de Messias mogen ontmoeten, de Gezalfde Gods. Amen.
Erwin Roosen

Zending en zegen

‘Kom en zie.’
De oproep van Jezus klinkt na.
Wij zijn gekomen, wij hebben ons laten raken door zijn Woord.
Laten we heengaan
om met anderen te delen wat wij hier hebben ervaren.
God houdt ons de hand boven het hoofd en zegent ons:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.