29e zondag dorr het jaar C 2007

ZONDAGSVIERINGEN
29ste zondag C-jaar (21 10 2007)

Begroeting

Goede vrienden,
we zeggen dikwijls tegen mekaar ‘beste vrienden’
want we hebben vaak iemand nodig
op wie we kunnen rekenen door dik en dun.
Zo iemand is ook God,
een ‘beste vriend’, zeker de beste van allen.
Hij luistert naar je, Hij hoort je als je bidt.
Dat leren ons de lezingen van vandaag.
We worden opgeroepen
het bidden nooit op te geven.
Laten we dan ook deze viering beginnen zoals elk gebed begint:
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

In beide lezingen van vandaag gaat het over bidden.
Mozes zit met uitgestoken handen tot God te bidden
om hulp in de strijd tegen Amalek.
Wanneer zijn armen moe worden, zorgden Aäron en Chur voor ondersteuning.
Ook in onze tijd zijn er mannen en vrouwen nodig
die tot God bidden met uitgestrekte armen,
zoals Mozes deed en Jezus op het kruis.
In het evangelie leert Lucas ons
met de parabel van de rechteloze rechter en een vasthoudende weduwe
dat aanhoudend gebed bij God wel verhoord wordt.

Soms hebben wij een lange adem nodig
om, ondanks tegenslag,
het visioen van gerechtigheid overeind te houden
en dan laten wij onze armen zakken.
Bidden wij God om vergeving daarvoor:

Vergevingsmoment

Heer onze God,
wees hier aanwezig
in de woorden die wij spreken.

Vergeef ons omdat wij deze woorden
zo
vaak ondoordacht uitspreken
en weinig door daden laten volgen.

Heer onze God,
laat U toch zien
in de verlangens van ons hart.

Vergeef ons omdat ons verlangen
soms zo weinig op U is gericht,
omdat wij niet uitkomen
boven menselijke middelmatigheid.

Heer onze God,
laat U herkennen
in het brood dat wij breken.

Vergeef ons omdat wij niet in staat zijn
deze wereld en alles wat er is,
eerlijk te delen.

De Heer moge ons falen vergeven.
Hij roept ons op tot een nieuw en ander leven,
vandaag, morgen
en alle dagen die ons gegeven worden.
Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
en vrede op aarde
aan de mensen die Hij liefheeft.

Wij loven U,
wij prijzen en aanbidden U.
Wij verheerlijken U en zeggen U dank
voor uw grote heerlijkheid.

Heer God, hemelse Koning,
God, almachtige Vader;
Heer, eniggeboren Zoon,
Jezus Christus.

Heer God, Lam Gods,
zoon van de Vader;
Gij die wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U over ons.

Gij die wegneemt de zonden der wereld,
aanvaard ons gebed;
Gij die zit aan de rechterhand van de Vader,
ontferm U over ons.

Want Gij alleen zijt de Heilige,
Gij alleen de Heer.
Gij alleen de Allerhoogste: Jezus Christus,
met de Heilige Geest in de heerlijkheid
van God de Vader. Amen.

Openingsgebed 1

Barmhartige God,
met opgeheven handen
in machteloos protest,
met open hart voor het onrecht om ons heen,
bidden wij in vertrouwen tot U.
Sterk ons hier, in dit uur, met Uw woord,
dat wij niet versagen en ons inzetten
voor Uw Rijk van gerechtigheid en vrede.
Dat vragen wij U door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Openingsgebed 2

Als U me vraagt of ik in U geloof, God,
weet ik eigenlijk niet wat ik moet antwoorden.
Geloof en ongeloof liggen in mijn leven
immers vaak heel dicht bij elkaar.
Er zijn momenten dat ik tot U bid en dat ik heel graag bij U ben.
Maar er zijn ook momenten dat ik leef alsof U niet bestaat.
Vergeef het me, Heer,
en maak mijn geloof in U sterker en standvastiger. Amen.

Lezingen
Luisteren we nu met aandacht naar God die ons toespreekt in de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Exodus 17,8-13)
Uit het boek Exodus

8        In die dagen rukte Amalek op
om Israël in Refidim aan te vallen.
9        Toen zei Mozes tegen Jozua:
`Kies manschappen uit en trek morgen ten strijde tegen Amalek.
Zelf ga ik met de staf van God in mijn hand
op de top van de heuvel staan.’
10       Jozua deed wat Mozes hem had opgedragen.
Hij bond de strijd aan met Amalek,
terwijl Mozes, Aäron en Chur de top van de heuvel bestegen.
11       En zolang Mozes zijn armen opgeheven hield,
waren de Israëlieten aan de winnende hand.
Maar liet hij zijn armen zakken, dan won Amalek.
12       Ten slotte werden Mozes’ armen moe.
Daarom haalden ze een steen waar hij op kon zitten.
Aäron en Chur ondersteunden zijn armen, elk aan een kant.
Zo bleven zijn armen hooggeheven, tot zonsondergang toe.
13       En Jozua versloeg Amalek en zijn leger met het zwaard.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (2Timoteüs 3,14 – 4, 2)

Uit de tweede brief van de apostel Paulus aan Timoteüs.

Dierbare,
14       Houd u aan de leer die u gelovig hebt aanvaard.
U weet wie u onderricht hebben.
15       Van kindsbeen af kent u de heilige geschriften
waaruit u de wijsheid kunt putten
die u brengt tot de redding,
door het geloof in Christus Jezus.
16       Elk schriftwoord is door God geïnspireerd
en is dus bruikbaar voor het onderricht,
voor het weerleggen van dwalingen,
voor de verbetering van de zeden
en voor de opvoeding tot een rechtschapen leven,
17       zodat de mens van God berekend is voor zijn taak
en toegerust is voor elk goed werk.
1        Ik bezweer u ten overstaan van God en van Christus Jezus,
die levenden en doden zal oordelen,
ik bezweer u bij zijn verschijning en bij zijn koninkrijk:
2        verkondig het woord,
dring te pas en te onpas aan,
weerleg, berisp, bemoedig,
met al het geduld dat het onderricht vereist.

KBS Willibrord 1995

Evangelie
(Lucas 18.1-8)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

1        Jezus vertelde zijn leerlingen een gelijkenis
met de strekking dat ze moesten blijven bidden
en de moed niet opgeven:
2        `In zekere stad was een rechter die God niet vreesde
en zich aan geen mens iets gelegen liet liggen.
3        Een weduwe in diezelfde stad kwam telkens bij hem, met het verzoek:
`Help mij aan mijn recht tegenover mijn tegenpartij.”
4        Een tijd lang weigerde hij, maar later zei hij bij zichzelf:
`Ik ben wel niet godvrezend
en laat me aan geen mens iets gelegen liggen,
maar omdat ze zo lastig is,
zal ik deze weduwe aan haar recht helpen;
anders komt ze me uiteindelijk een klap in mijn gezicht geven.” ‘
6        De Heer zei: `Hoor wat die onrechtvaardige rechter zegt.
7              Zou God dan geen recht doen aan zijn uitverkorenen
die dag en nacht tot Hem om hulp roepen
en naar wie Hij welwillend luistert?
8              Ik verzeker jullie dat Hij hun spoedig recht zal doen.
Maar als de Mensenzoon komt,
zal Hij dan werkelijk dit geloof op aarde vinden?’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Mozes geloofde rotsvast in God.
Laten wij samen datzelfde geloof uitspreken.

Ik geloof in God, mijn Schepper,

die man en vrouw gemaakt heeft naar zijn beeld;
die mij liefheeft als een vader
en voor mij zorgt als een moeder;
die mij troost en vergeeft
en die mij altijd de mogelijkheid geeft
opnieuw te beginnen.
Ik geloof in Jezus Christus,

die, door God gezonden, mens is geworden,
om ons nabij te zijn;
die, helend en genezend,
ons de liefde heeft voorgeleefd.

Ik geloof in de Heilige Geest,

die bezielt en vreugde brengt,
die de mensen hoop geeft,
die de bron is van mijn geloof.

Ik geloof dat de mensen elkaar nodig hebben
om samen God te dienen,
om de schepping voor iedereen leefbaar te maken
door samen te delen en in eenvoud te leven,
en zo te werken aan de komst van Gods rijk. Amen.

Voorbeden 1

Mozes’ houding hebben wij overgenomen in de Kerk.
Biddend als voorganger van de gemeenschap, heft ook de priester zijn handen, om alles wat wij samen in ons hart hebben als het ware naar de hemel te stuwen. Daarom durven wij met onze gebeden en vragen bij U komen, God.

– Heer, onze God, wij willen geloven dat U er bent,
en het voor ons opneemt
wanneer wij ons in de steek gelaten voelen.
Wij mogen bij U aankloppen
wanneer wij geen uitweg meer zien.
Toch vinden wij het moeilijk helemaal op U te vertrouwen.
Soms worden wij ongeduldig
wanneer ons leven anders verloopt dan wij dachten.
Wij vragen U: geef ons meer geloof
en help ons trouw te blijven aan het gebed.
Laten wij bidden…

– Heer, onze God, al biddend willen wij het opnemen
voor allen die geen woorden vinden om te bidden.
Wij bidden voor hen die bidden als een tovermiddel beschouwen
en gaan wachten op uw antwoord…
Ook voor hen die stuk dreigen te lopen
omdat zij menen dat uw oren gesloten zijn.
Daarom vragen wij U: leer ons bidden.
Laten wij bidden…

– Heer, onze God, wij bidden voor deze geloofsgemeenschap,
waarin wij lief en leed met elkaar willen delen:
dat wij ons niet schamen voor ons geloof,
maar opkomen voor menselijke waardigheid en eerlijkheid.
Dat wij geduld kunnen opbrengen
om te werken aan rechtvaardigheid en vrede.
Dat wij niet moedeloos worden,
maar op uw kracht en liefde blijven vertrouwen.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– Bidden wij tot God
die niet onbewogen kan blijven
om recht voor wie in de verdrukking komt:
voor de achterblijvers in de klas;
voor hen die gediscrimineerd worden op basis van huidskleur of afkomst;
voor mensen die op het werk ontslagen werden
en zich daardoor uitgerangeerd voelen;
voor mensen die, na een gevangenisstraf, een nieuw leven willen opbouwen,
maar steeds botsen op wantrouwen en daardoor geen eerlijke kans krijgen.
Dat God hen mag horen
en dat mensen, vol mededogen en liefde, hen zien staan.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor zieken en gehandicapten,
vaak gemeden en uitgesloten uit onze productiemaatschappij.
Dat wij hen een volwaardige plaats geven midden in onze samenleving
en niet één aan de rand.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor de durvers en waaghalzen
die onrecht blijven aanklagen,
die ons voorgaan en aansporen om ons in te zetten
voor Gods droom van vrede en gerechtigheid voor álle mensen.
Dat zij zich door ons gesteund weten.
Laten wij bidden…
naar Henk Sechterberger

Heer, onze God, deze vragen leggen wij in uw handen,
vervul onze en ook uw verlangens:
dat uw Rijk van vrede overal mag groeien. Amen
.

Gebed over de gaven

Barmhartige God, in brood en wijn hebt Gij ons uw Zoon geschonken.
Houd de droom van een wereld
waar vrede en recht heerst,
in ons levend.
Steun ons in ons gebed
en in ons pogen recht te doen.
Wij bieden U deze gaven aan als tekenen van ons verlangen naar U,
van onze honger en dorst om deelgenoot te worden aan uw leven. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen delen
om anderen een menswaardig bestaan te verzekeren,
voor hen die hun huis gastvrij openstellen.

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen luisteren
naar het leed van anderen,
die wonden genezen
door de pijn te helpen dragen;
voor mensen die kunnen troosten.

Wij danken U, God,
voor mensen die rust en stilte brengen,
die oog hebben voor kleine dingen,
die zich verheugen in de grootheid van anderen.

Wij danken U, God,
voor mensen die hongeren naar gerechtigheid,
die lijden omwille van het onrecht
dat anderen wordt aangedaan.

Wij danken U, God,
voor mensen die mild zijn in hun oordeel,
die eerbied hebben voor het leven,
die hun hart openen voor vergeving en verzoening.

Wij danken U, God,
voor mensen die zuiver zijn in hun bedoelingen,
die oprecht zijn in hun woorden,
die trouw blijven aan hun vrienden.

Wij danken U, God,
voor mensen die zich spiegelen
aan de levenswijze van Jezus.
Met hen getuigen en loven wij U, God:

Heilig, heilig, heilig …

Geen andere zekerheid is ons gegeven, Heer God,
dan op weg te zijn naar U.
.
Ons zoeken naar U
maakt ons tot een volk onderweg.
Mensen die verdwalen worden toegesproken
door Jezus, uw Zoon,
die de Weg, de Waarheid en het Leven is.
En als wij ons nestelen in onze zelfgenoegzaamheid,
Heer, roep ons dan weer op.

Toen Jezus die laatste avond met zijn vrienden aan tafel zat
gaf Hij hun een heilig teken:
Hij nam wat brood, dankte U, Vader,
brak het, deelde het uit en zei:
“Neem en eet hiervan, dit is mijn lichaam,
voor u gebroken, aan u toevertrouwd.”

Na de maaltijd nam Hij ook de beker, zegende die,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hieruit, dit is mijn bloed,
mijn levenskracht, voor u vergoten
tot vergeving van zonden,
tot verbondenheid onder mensen.
Kom samen, en doe dit telkens opnieuw,
en weet dan dat Ik bij u ben.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer God,
stuur ons op weg in de geest van Jezus, uw Zoon:
dat wij nieuwe wegen van goedheid banen,
paden van gerechtigheid en onderlinge vrede;
dat wij het leven leefbaar maken
en het puin ruimen van ons egoïsme.

Doe onder ons profeten opstaan
die het vuur van uw goedheid brandend houden,
die uw licht laten stralen,
ook in donkere momenten van ons leven.
Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn, Heer onze God,
die ons doet leven dank zij uw Geest,
hier en nu en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader

Jezus bad voortdurend:
in de avondstilte, in de tempel, in de woestijn, op een berg, op het kruis…
Hij bad alleen of samen met zijn leerlingen.
Hij gaf ons een gebedsmodel.
Laten wij dan ook samen bidden tot Zijn en onze Vader:
Onze Vader …

Eeuwige God,
Gij kent ons geloof en onze twijfels,
onze goede wil en ons menselijk falen.
Richt ons op, voorgoed, en keer ons tot leven:
dan zullen wij hoopvol kunnen uitzien
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk …

Vredeswens

Heer, geef ons de moed
om holle woorden en al wat niet echt is achter ons te laten.
Geef ons de eerlijkheid
om te erkennen dat er zoveel is dat we kunnen doen.
Geef ons het geloof
dat elke vraag door U beantwoord wordt met uw liefde.
Dan zal er vrede met ons zijn.
En die vrede zij altijd met u.
En wensen wij elkaar nu die vrede van harte toe.

Lam Gods

Communie

Heer, met brood en wijn vieren wij de gedachtenis van Jezus, uw Zoon.
Gij reikt ons Uw lichaam aan tot voedsel voor ons.
Daarom bidden wij:
Heer, ik ben niet waardig …

Bezinning

ZOMAAR,…
Als je van iemand houdt
wil je dat af en toe duidelijk tonen
of wil je dat eens duidelijk zeggen.
Je laat dan je werk of spel liggen.

En je gaat knusjes bij moeder zitten.
Zomaar.
Of je zegt: ‘Papa, ik vind je een toffe pa!’
Zomaar.
Of je zegt aan je partner: ‘Ik mag je nog even graag als toen!’
Zomaar.
Of je staat zomaar te staan bij je vriend.
Is dat niet mooi, zeg?

Bidden is ook…
Niets anders doen dan,
zomaar dicht bij God zijn.
Hem zomaar aanspreken met de meeste eerbied…
God zomaar zeggen dat Hij een beste Vader is…
Hem zomaar bewonderen…

Slotgebed 1

Blijf bij ons Heer.
Iedere dag voelen we de behoefte
aan iemand die ons voorgaat en moed geeft.
Zo iemand zijt Gij, Heer.
Daarom bidden wij: blijf bij ons,
vandaag, morgen en alle dagen. Amen.

Slotgebed 2

Graag wil Ik met heel mijn hart naar je luisteren – zegt God –
als je je verdriet en je vreugde, je zorg en je blijdschap
voor Mij uitspreekt
en als je heel je leven aan Mij toevertrouwt.
Ik wil je gids zijn op je levensweg
en je voorgaan in liefde en barmhartigheid.
Maar geloof je dat ook?
Geloof je dat Ik je het leven heb gegeven
en dat Ik een droom van vrede en vrijheid voor je heb?
Riskeer het maar! Ik zal je niet ontgoochelen!
Erwin Roosen


Zending en zegen

Bidden is een manier om levend te houden wat je verlangt of hoopt.
Bidden is één worden met God.
Moge God ons ‘bidden’ verhoren.
Moge Gods Geest voortaan ons hart en onze gemeenschap
bezielen tot meer geloof, vertrouwen en gebed.
Daartoe zegene Hij ons:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.